Donderdag 25/02/2021

Vijf dagen Ramazzotti

Nog maar net is de Waalse Pijl gereden of het peloton van de Giro trekt vier dagen door Wallonië, te beginnen met de proloog, vandaag in Seraing. De goten zijn proper gevaagd, de straten gepavoiseerd en vol roze bloemen gezet. Ze zijn er klaar voor, de Belgen en Italianen daar in het zuiden van het land. En fier.

Door Dimitri Verhulst Foto Tim Dirven

Er is na afloop van de Waalse Pijl in 2005 meer bier verzet dan dit jaar. Een beetje te veel, want toen ik de Kapellekensbaan, beter bekend als de Muur van Hoei, weer afdaalde en daarbij alle moeite had om overeind te blijven, steeg mijn ontzag voor de renners die deze wand maar liefst drie keer hadden beklommen in een middag. Goed gek, die jongens. Mijn werkwoordsvervoegingen in het Frans waren die avond onberispelijk geweest, of dat dacht ik toch. Ik had alleszins het lef gehad om over te schakelen op de futur antérieur als mij dat mooier leek en ook de plus-que-parfait was die avond uit mijn mond gekomen alsof ik nooit een andere taal had gesproken. Zet mij op mijn normale rantsoen van louter koffie en ik leg minder moed aan de dag. Om het met een uitdrukking uit de streek te zeggen: we waren goed gekookt die avond.

De Muur van Hoei, dat is de mooiste slotkilometer aller koersen, een beetje feest is bij iedere editie gepast. En al is er in 2005 meer bier verzet, ook dit jaar zijn we met een glimlach in bed gekropen. Vrolijk van het gezang. Zag ik na de editie 2006 een beetje bleekjes, dan echter niet wegens een te grove alcoholische overdaad, maar omdat ik de koers had gevolgd met een bevriende rallyrijder die malgré wou demonstreren dat al die trofeeën in zijn kast daar niet toevallig stonden.

De bestudering van oorzaak en gevolg kan boeiende resultaten opleveren, en als we het oppervlakkig doen, zouden we durven te besluiten dat er in 2005 meer tongen lalden dan dit jaar, omdat toen Di Luca als eerste over de eindmeet schreed. Een Italjaander. De Waalse Pijl, dat is een Ardennenklassieker. Gek genoeg, want die koers komt voor geen meter de Ardennen in. Maar bon, de gladiolen van een Ardennenklassieker schenken wij liever aan een Italiaan, uit liefde voor onze Italiaanse makkers die zich hier sedert zestig jaar hebben gevestigd en die zich kapot hebben gewroet in onze mijnen, onze steengroeves. Je ziet het ook in de slotfase van Luik-Bastenaken-Luik, hoe de straten zich met graagte laten pavoiseren door de Italiaanse vlag. Wij, die gaan karaoken in het cafeetje van Mimi, die onze toebak gaan halen in het naar olijfolie ruikende winkeltje van Luigi, die ons moppen laten vertellen door Mazzarotti en iets verlorens terugvinden in de glimlach van Sergio, wij die stil zijn wanneer de oude Rosa ons vertelt waarom en hoe ze op de vlucht sloeg voor Mussolini, wij zouden gek zijn om ons niet onder die vlag te scharen, onze kansen op winst worden er tevens groter door.

De bak trappist die ik dit jaar op Bettini had ingezet ben ik kwijt, het was Valverde die won, een Spanjaard. Hij won met dezelfde onaantrekkelijke koelheid als die waarmee Lance Armstrong tien jaar geleden de Waalse Pijl won. In de gaten houden deze zomer, die opvolger van Indurain. Maar de werkelijke reden waarom er na afloop van de Waalse Pijl 2005 zo schandelijk veel gedronken werd, ligt elders. Di Luca was al lang van de massagetafel gegleden toen wij in het cafeetje met de Italiaanse naam op de Muur stonden te pintelieren. Bernard Hinault was erbij komen staan, Jean-Marie Leblanc ook. En die twee kunnen drinken, hetgeen ze liever doen op café dan in de vipzone.

De burgemeester van Seraing vervoegde de rangen en kon na een aantal liter babbelvocht niet langer meer verzwijgen wat hij al de hele dag wist maar nog niet had willen prijsgeven aan de pers: namelijk dat de Giro in 2006 door onze straten zou rijden, met de proloog in Seraing. U begrijpt, in dat geval moet de bazin van Il Cortino een nieuw vat steken. Jean-Marie Leblanc wou niet onderdoen voor de Giro en nam zich prompt voor om in 2006 zijn Tour de France ook door deze streek te loodsen. U begrijpt, in dat geval moet de bazin van Il Cortino nóg een vat steken. Onze straten ontvangen dit jaar zowel de Giro als de Tour de France, we voelen ons uitverkoren door de wielergoden en zullen onze goten bijzonder proper vagen tegen de tijd dat de karavaans passeren.

Hoei, dat is de stad van de fiets. Het is ook de stad van het tin en de stad van de rolschaats (tin omdat er op grote schaal teljoren in werden vervaardigd en de rolschaats omdat het ding daar werd uitgevonden door een vrolijke gek). En het is de stad van de socialistische bulldozer Anne-Marie Lizin, bijgenaamd De Vierde Kernreactor van Tihange.

Maar wanneer u 's zomers de Pont Baudouin oversteekt dan valt toch vooral het grote zeil op waarop geschreven staat dat u welkom bent in de stad van de fiets. Het kan ermee te maken hebben waarom we hier verwend zijn op het vlak van mooie wielerwedstrijden. De Ronde van Wallonië bijvoorbeeld, om nu eens een koers te noemen waar men op de VRT geen weet van heeft of hebben wil.

Twee jaar geleden hadden wij de Tour de France ook al op bezoek; de naam Virenque vroeg om goeie verf en laat zich nog altijd van het wegdek lezen. De hele straat stond vol bloemen en geen renner die ernaar keek.

En feest was het toen een renner van het Phonakteam ineens zijn drinkbus voor mijn voeten smeet. Een echte wielerdrinkbus van een echte wielrenner, ze was zowaar nog voor twee derde gevuld. Je hebt pas het goddelijke aangeraakt wanneer je de lippen aan de drinkbus van een renner hebt gezet, deze kans mocht ik niet laten liggen, en samen met mijn meisje heb ik toen die Phonakdrinkbus leeggeslobberd, nieuwsgierig naar de smaak van het spul. Nog diezelfde namiddag hingen zowel mijn meisje als ik boven de gootsteen, te kotsen. Vele sportjournalisten waren misschien verbaasd toen twee dagen later Phonakrenner Tyler Hamilton uit de Ronde werd gezet wegens dopinggebruik; mijn meisje en ik begrepen er alles van. Wie een Phonakdrinkbus te pakken wil krijgen en niet vies is van een beetje experiment moet maar langs de kant van de weg gaan staan en hopen op het beste; Sascha Urweider, Santiago Perez, Oscar Camenzind, ze zitten allemaal aan het gerief. Je zou toch mogen verwachten dat Axel Merkcx, nu hij voor Phonak rijdt, zich wat vaker op het podium zou hijsen.

Op een goeie 10 kilometer van de stad van de fiets, we zijn dan al op het grondgebied van de gemeente Wanze, bevindt zich het fietsmuseum genaamd Fietsmuseum. Volgende week razen de renners daar met een rotvaart voorbij, en iemand zou hen moeten bevelen om af te stappen en er een kijkje te gaan nemen. Er staat een fiets van Fausto Coppi, om nu eens een monument uit de Girogeschiedenis te noemen. Een mens zou denken, een fiets van Fausto Coppi, die zit achter glas en wordt alle dagen opgeblonken. Niet in dit fietsmuseum. Het vehikel van Coppi staat, net als de vélo van Merckx, in een trog voor de koeien, onder het stof. Het museum maakt onderdeel uit van een kasteel en is ondergebracht in de schuur ervan. Truitjes van Bahamontes, Coppi, Kübler en andere grootheden hangen er aan een kapsok of een kleerhaak, net alsof u zich in een tweedehands kledingswinkel bevindt. Het museum is uitsluitend open op zon- en feestdagen, en als u het idee hebt opgevat om er binnen te lopen, moet u eerst een half uur zoeken naar iemand die de bereidheid heeft om u een toegangskaartje te verkopen.

Soms hebben de eigenaars van het kasteel ronduit geen goesting om zich over wielerliefhebbers te ontfermen en zetten ze het neefje van een jaar of elf op de wachtpost. Dat neefje weet dan wel dat het de gewoonte is om de bezoekers eerst een videofilmpje te tonen over de ontstaansgeschiedenis van de fiets, het jongetje weet niet hoe hij de videospeler aan de praat moet krijgen. Hebt u het neefje dan uiteindelijk geholpen met het activeren van de videospeler, dan kijkt u naar een beschadigde cassette waar u vlug hoofdpijn van krijgt. Maar alles waarmee wielergeschiedenis werd geschreven is er aanraakbaar.

Het zaaltje naast de sportfietsen is duidelijk beter verzorgd en heeft als thema FN Herstal. Want die tijd heeft nog bestaan, dat metaal goud was langs de Samber en de Maas, en dat er behalve machinegeweren ook nog wreed degelijke fietsen werden gemaakt in Herstal. Veel marchandise van FN Herstal wordt tegenwoordig overgevlogen naar Nepal, maar Ronderenners levert dat niet op.

Laat het nu net in dit fietsmuseum zijn dat Gino Bartali de 30ste mei 2004 op bezoek was. Gino Bartali, de campionissimo. Gino De Zwijgzame, Gino De Vrome, Gino De Mystieke. Gino, die met zijn makker Fiorenzo Magni na de wedstrijd op de hotelkamer graag een sigaretje pafte. Gino, die zo vaak de Giro heeft gereden met een diepe gedachte aan oordopjes, omdat gans Italië hysterisch zijn naam stond te schreeuwen. En Gino, die zijn fans heeft ontgoocheld toen hij in 1949 de roze trui zag blinken om de bast van Fausto Coppi. Die Gino.

We spreken daar van jaren toen de renners hun neus optrokken voor de Tour de France, dat de Ronde van Italië als de enige, echte, ware Ronde der Rondes gold. Die Bartali was op bezoek in het fietsmuseum zonder dat daar klaroengeschal aan was voorafgegaan. Een onderonsje tussen hemzelf en de kasteelheren. Hij heeft er in de tuin op oude fietsen gereden en zich waarschijnlijk eens goed volgepropt met alles wat de eigenaars van dit fietsmuseum in hun eigen, uitgestrekte bossen maar voor het neerknallen hebben. Zou het kunnen dat die middag enig lobbywerk is verricht, en dat wij de komst van deze Giro mede te danken hebben aan Bartali in eigen persoon? Wij geloven van wel, omdat het nu eenmaal goed is om in schoonheid te geloven.

Laat ook koning Albert in dezelfde periode dit fietsmuseum hebben bezocht, ook zonder klaroengeschal en officieel gewapper met vaandeltjes door de lokale peuters. Ook een onderonsje. En laat die koning Albert nu eens getrouwd zijn met een Italiaanse. Wij weten het wel, op deze plaats werd de komst van de Giro bedisseld, maar niemand die het ons zal bevestigen.

De renners hebben maar 40 kilometer meer voor de boeg wanneer ze voorbij het fietsmuseum vlammen, we gaan er niet op hopen dat ze daar afstappen om er de fiets van Coppi aan te raken. Evenmin zullen ze afstappen wanneer ze de mijn van Marcinelle passeren, waar zich vijftig jaar geleden, de 8ste augustus 1956, in de ochtend een onheil voltrok waarbij 262 mensen de allerzwartste dood vonden. Onder hen een pak Italianen. Jonge sloebers, schartend in de darmen van de aarde. België had om hen gesmeekt, want ons eigen volk trok de neus op voor dit werk. Tien jaar eerder was er een verdrag gesloten tussen België en Italië: per arbeider die het ons leverde, zou Italië een ton steenkool krijgen. En de jonge sloebers, zij kwamen. Met 50.000. Om zich te laten bekladden met racistische opmerkingen en om in barakken te worden ondergebracht. Om onze economie draaiende te houden, om hun families uit het sop te sleuren, en om zich als dank levend te laten begraven onder een kilometer grond.

Als de renners maandag over de eindmeet in Namen glijden, moeten ze maar even opzij kijken, naar de tribunes. Die zijn gereserveerd voor de Italo-Belgen van die stad, de nazaten van. En zij stellen het gebaar op prijs dat de Giro een groet komt brengen aan de mijndoden, de jongens die zich in het heimwee smeten om hun land steenkool te geven.

Het was een frisse oktoberochtend in 1951 toen de kleine, die zichzelf later Frédéric François zou noemen, op de arm van zijn moeder Nina aankwam in het station van Liège Guillemins. Enkele dagen eerder hadden ze hun kleine Siciliaanse dorpje Lercara Friddi verlaten, om het nooit meer terug te zien. De man die de madonna met het kind op het trein stond op te wachten heette Peppino, en was de vader van de jongen die zichzelf later Frédéric François zou noemen. Vader en zoon hadden elkaar nog nooit gezien, ze kenden elkanders geuren niet. Peppino werkte al drie jaar in de Belgische mijnen, een röntgenfoto van zijn longen zou je dat hebben verduidelijkt. Eindelijk was er voldoende geld om het gezin te herenigen.

De kleine heet nu al een tijdje Frédéric François, het is de naam die op al zijn langspelers staat en waarmee hij de legendarische concertzaal Olympia te Parijs plat heeft gespeeld. Vanavond zingt hij op het marktpleintje van Wanze de Giro in. Het had ook Adamo kunnen zijn. Het had ook de schrijver Santocono kunnen zijn die de Giro inlas met werk waarmee hij de Belgische literatuur heeft versterkt. Het hadden er zovelen kunnen zijn. Maar het is onze Frédéric, en wij zullen hem vanavond bijstaan in zijn trots omdat hij de Giro mag inzingen. En meekelen. Funiculi funicula en tralala.

Kijk, de roze bloemen staan al langs het parcours. Mimi heeft haar tricolore in de droogkuis gedaan. De buvettes worden geïnstalleerd, de verlofdagen zijn ingediend. De gemeentewerkers hebben onze straten verproperd en waar nodig enkele gevels opgelapt. Sedert enkele dagen proberen ook de wielertoeristen het parcours eens uit, van Mons naar Charleroi, van Perwez naar Namen. En alle liefhebbers zijn het erover eens: de proloog in Seraing zal de lastigste proloog worden die ooit in wat voor Ronde ook werd gereden. We zijn klaar voor de Giro, en fier.

Jammer dat de Turken en de Marokkanen over het algemeen niet aan koers zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234