Zaterdag 24/09/2022

Vijf conclusies na één winter in het veld

Kampioen-zonder-titel Sven Nys becommentarieert het (bijna) afgelopen seizoen 2006-2007

Nog twee keer mogen de veldrijders in dit slotweekend op de fiets. Nog twee keer dat Sven Nys kan winnen en records breken. Maar het staat nu al vast: hij is de beste, ook zonder kampioenentrui. Die conclusie en vier andere trekt De Morgen na het veldritseizoen. Nys zelf geeft commentaar.

DOOR SVEN SPOORMAKERS

1 Sven Nys is de beste van allemaal maar hij pakt geen enkele titel

Twee keer was Sven Nys de gedoodverfde favoriet. Maar in Hamme-Zogge liep Bart Wellens harder door de zompige velden naar de Belgische driekleur. En in Hooglede waren drie valpartijen genoeg om Nys mentaal te destabiliseren en Erwin Vervecken zijn wereldtitel te laten verlengen.

Sven Nys: "Ik heb het hele jaar gedomineerd. Als je dertig koersen wint - ik ga ervanuit dat ik zaterdag of zondag nog win - dan is het indrukwekkend. Want het zijn stuk voor stuk kleine wereldkampioenschapjes. Akkoord, ik ben geen wereldkampioen geworden. Maar drie keer vallen, kort na mekaar, was er te veel aan."

Nys' trainer Paul Van den Bosch had het na Hooglede over de mindere mentale weerbaarheid van Nys in zo'n wereldkampioenschap. "Er was iets gebroken in mij, ja. In een andere koers kwam ik misschien nog terug. Want dan denk je aan het punt dat elke plaats dichter oplevert. En dan stel je vast, op een ronde of twee van het einde, dat je tóch nog kunt winnen. Misschien is dat het grote verschil: voor een klassement is ieder punt belangrijk, in een WK telt alleen maar winnen. Ik zag na drie keer vallen het nut er niet meer van in om terug te knokken. Op kampioenschappen heb ik dat wel vaker, dat ik niet meer diep kan gaan als ik voel dat ik niet meer kan winnen."

Nys en wereldkampioenschappen: het blijft een probleemrelatie. Vooral omdat carrières van veldrijders altijd afgemeten worden aan het aantal titels. De Clercq, drie keer wereldkampioen. Liboton, vier keer wereldkampioen. De Vlaeminck, zéven keer wereldkampioen. En Nys? Eén keer, voorlopig.

"Dat kan mij niet schelen. Ik ben Sven Nys en misschien ben ik maar één keer wereldkampioen. Maar ik heb een persoonlijkheid opgebouwd die met niemand in het veldrijden te vergelijken is. Komt er nog een titel bij: mooi. Maar ondertussen heb ik sinds 1997 het veldrijden toch op een punt gebracht dat tientallen keren hoger ligt - qua media-aandacht, qua sportief niveau, qua professionalisme - dan in de tijd van De Vlaeminck en Liboton. Daar ben ik trots op."

2 Het veldrijden blijft een sport met twee versnellingen: vooruit in Vlaanderen, achteruit in de rest van Europa

Het is koppen lopen op Vlaamse veldritten. Organisatoren leggen pákken geld op tafel om de toppers aan de start te krijgen. De tv-zenders vechten een bikkelharde strijd uit om zoveel mogelijk crossen live uit te zenden. Maar steek de grens over en veldrijders worden 'gemankeerde wegcoureurs' genoemd of moeten in hun teams Giro's, Vuelta's en klassiekers rijden. Televisiecamera's zijn er zeldzaam. Publiek is er nauwelijks.

"Daar kunnen wij toch niets aan doen? Er is in het buitenland momenteel geen geld. En waarom niet? De jeugd investeert er niet genoeg in een carrière als veldrijder. Ze komen niet naar hier om het te leren en hier een vedette te worden. Niemand in Nederland of Italië of Tsjechië of Spanje zit te wachten op Sven Nys of Bart Wellens. Pas als Boom of Stybar of Franzoi wereldkampioen wordt, zal er in hun land iets bewegen. Zonder vedetten zal het nooit lukken."

Het veldrijden leeft nog altijd, en meer dan ooit, bij gratie van de televisie. Dat beseft Nys ook.

"Als de laatste vijf, zes jaar de tv niet mee op de kar was gesprongen, was ik nooit Sportpersoonlijkheid van het jaar geworden. Dan was de interesse voor het veldrijden nooit zo groot geweest. Vijf jaar geleden dachten we al dat het veldrijden op zijn hoogtepunt zat. Maar wat is er gegroeid: het vip-gebeuren. De sponsors komen eten in een chic kostuum en staan niet meer met hun laarzen aan in de modder. Het stopt niet, integendeel. Het veldrijden zal enkel groeien in Vlaanderen."

Consequentie van dat verhaal: de kloof tussen Vlaanderen en de rest van de wereld zal enkel groter worden. En daar zal een wereldbekercross in de Verenigde Staten of een WK in Bahrein niets aan veranderen.

"Zal dat in het veldrijden iets teweegbrengen? Ik denk het niet. Voor mij móét dat allemaal niet. Op dat vlak ben ik nogal een conservatieve: laat de cross zoals ze is. Ik ben daar allemaal niet voor, voor die 'specialekes'. Net zomin als ik het tof vind om een tijdrit te rijden (zoals in Niel, SSL)."

3 De jonge garde Boom-Albert-Stybar heeft het middenveld al weggeveegd en trappelt van ongeduld om Nys en Wellens van de troon te stoten

Sven Nys, Bart Wellens en - in mindere mate - Erwin Vervecken zijn voorlopig nog onaantastbaar in de veldrithiërarchie. Sportief hebben ze het niet onder de markt met de jonge, opkomende talenten, maar publicitair staan ze nog steeds een trapje hoger.

"Ze zijn nieuw, hé. Dat maakt hen 'hot'. Ik heb dat ook meegemaakt: alles wat ze doen, is goed. Winnen ze één keer tegen Nys: proficiat. Verliezen ze negen keer: sterk gereden, maar dat is normaal.

"Bovendien zien Albert, Boom en Stybar er nog goed uit ook. Dat spreekt het publiek ook aan. Maar er komt een dag dat ze méér moeten doen dan zich eens laten zien. Wereldbeker, Superprestige, GvA-trofee: vlieg er maar tussen. En bewijs maar eens dat je dat week na week na week ook kunt. Ik ben intussen in de derde periode van mijn carrière. Eerst is er de 'wauwtijd', dan komt het moment dat je dat hoge niveau jaar na jaar moet bevestigen. En nu moet ik vechten tegen mensen die me liever zien verliezen dan dat ik win. 'Weeral Nys, wat is dáár nog aan te zien?'."

Anders is het voor het 'middenveld'. Jongens die onder de heerschappij van Nys en Wellens de tweede viool speelden - genre Vanthourenhout, Vannoppen, Commeyne, Groenendaal -, zijn nu naar het achtergrondkoortje verbannen.

"Zij hebben er al serieus problemen mee. Ze spreken er niet over, maar ik ben zeker dat er al veel frustratie in zit. Het is onmacht, hé. Ze hadden altijd de droom om zélf eerste man te worden op de dag dat Nys er niet meer zal zijn. Dat gaat niet meer. Er zijn al betere jonge gasten. Dat wringt, denk ik.

"Maar wat nog meer wringt, is hoeveel aandacht Ben Berden dit jaar gekregen heeft. Geen enkele cross heeft hij gereden, en toch stond hij elke week in de kranten. En de paar crossen die hij reed, is hij afgegaan. Mij stoort dat niet, maar wel jongens als Vanthourenhout en Groenendaal, die wel elke week het beste van zichzelf geven en nooit meer in de aandacht komen."

4 Het veldrijden heeft nu zijn eigen kleine oorlogje: de UCI met Peter Van den Abeele tegen Fideamanager Hans van Kasteren, die het allebei voor het zeggen willen hebben

De UCI zet alle mogelijke middelen in om het veldrijden te mondialiseren. Voor het seizoen 2007-2008 wordt de volledige kalender heropgebouwd om de macht van het veldrijden in Vlaanderen zoveel mogelijk te beknotten. Maar tegelijk probeert Hans van Kasteren behalve het management van Fidea ook de macht over de Superprestige in handen te krijgen, door scheep te gaan met VT4, dat Kanaal Twee als tv-partner vervangt. Bovendien probeert de Nederlander zijn ideeën over hoe het veldrijden van de toekomst er moet uitzien, erdoor te drukken.

"Van Kasteren zorgt voor veel beroering en stookt graag ruzie. Soms verwezenlijkt hij iets, maar dikwijls overdrijft hij. Je doet dat toch niet, manager van een ploeg en renners zijn en je tegelijk moeien met klassementen en de wedstrijdkalender?

"Nu ook weer: hij wou zo snel mogelijk een vergadering met alle renners en de wielerbond. Er moest zo snel mogelijk op papier gezet worden wat er allemaal misgelopen is. Het is al bijna zo ver dat we startgeld moeten vragen voor het Belgisch kampioenschap. Hij wil ook geld vangen op televisierechten. En dan wil hij mij en de andere renners die niet bij hem onder contract liggen, daarbij betrekken. Dat is mijn stijl niet. Ik heb die vergadering afgeblazen. Ik sta niet achter zijn ideeën en ik heb geen zin om in ruzie te leven met de Belgische wielerbond.

"Peter Van den Abeele wil de kalender herschikken om het wielrennen internationaal interessanter te maken. Dat mag hij, en hij zal daarover wel met de renners overleggen. Maar Van Kasteren hoeft zich daar niet mee te moeien. Theo de Rooij (manager van Rabobank, SSL) moeit zich daar ook niet mee."

Tegelijk is ook Luc Mattens bezig om een nieuw regelmatigheidscriterium op poten te zetten.

"Dat zal er niet doorkomen. Het is genoeg zoals het nu is. Peter Van den Abeele zal dat wel tegenhouden. Het mag voor mij zelfs minder worden. Eén wereldbekerwedstrijd per land, in plaats van drie in België. De mensen weten niet meer wat er aan de hand is: voor welk klassement rijden ze vandaag?"

5 Niemand ontsnapt nog aan dopingperikelen en insinuaties over gebruik, ook Sven Nys en Bart Wellens niet

"Sven Nys wint omdat hij iets beter pakt dan de rest", is een veelgehoorde uitspraak langs menig veldritparcours. Een Nederlandse dokter zei op het eind van 2006 nog dat "alle Vlaamse veldrijders aan de epo zitten".

"Het is ver gekomen. Blijkbaar moet je als wielrenner een olifantenhuid kweken en dat allemaal over je heen laten gaan. We zijn op een punt gekomen dat wanneer je dertig koersen in een seizoen wint, of dat je zoals Wellens met een gebroken pols het WK uitrijdt, je per definitie verdacht wordt."

Vorige week nog linkte het Turnhoutse parket Sven Nys en Bart Wellens in één adem met de dopingzaak rond Dave Bruylandts en amateurwielrenner-zakenman Luc Van den Broeck.

"Ik heb dat nieuws gehoord omdat er een Belgabericht de wereld in werd gestuurd. Ik wist van niets. Ik had zelfs geen brief gekregen van het parket om te zeggen dat mijn naam in dat dossier genoemd wordt. Bart Wellens heeft blijkbaar wél zo'n brief gekregen. De wereld viel op mijn kop, hé. Plots was ik betrokken bij een dopingzaak. Ze hebben het gelukkig snel rechtgezet, door te verklaren dat ik er niets mee te maken heb. Maar toch, je naam is weer eens in één zin met doping genoemd."

Nys verklaart dan wel eens dat hij in deze of gene week in een hogedrukkamer slaapt. Ook dat wekt argwaan.

"Mijn medische dossier mag iedereen komen inkijken. Ik ben daar heel eerlijk in. Maar waarschijnlijk komt iedereen in zijn leven wel eens in aanraking met iemand die iets mispeuterd heeft. Ik ben waarschijnlijk ook al zulke mensen tegengekomen. Als die dan toevallig mij gebeld hebben, of mijn naam genoemd hebben, raak je zélf bij zo'n zaak betrokken. Ik ben daar bang voor, ja. De jaloezie kan ook zo groot worden dat iemand het niet meer verdraagt dat ik zoveel win en mij moedwillig bij zo'n zaak betrekt. Ik durf zelfs van niemand iets te drinken aannemen na de koers. Want voor hetzelfde geld flikken ze je waar je bijstaat."

Een zeven op zeven in de Superprestige en dertig overwinningen in één seizoen, dat is de uitdaging van Sven Nys voor dit slotweekend

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234