Zondag 02/10/2022

PortrettenGamende schrijvers

Vier schrijvers vertellen over hun liefde voor videogames: ‘Soms huil ik als een androïde sterft’

null Beeld Timon Vader / Marjolein van Damme / Damon De Backer
Beeld Timon Vader / Marjolein van Damme / Damon De Backer

Zijn gamers de hedendaagse variant van de homo ludens? Ook schrijvers gaan regelmatig los aan de spelcomputer. In het boek Extra levens komen auteurs aan het woord over hun lievelingsgame en de virtuele wereld. ‘Het is zaak om op tijd aan de handrem te trekken.’

Dirk Leyman

Christophe Van Gerrewey: ‘Het verlangen was groot om het spel zelf te bezitten’

Christophe Van Gerrewey: ‘Ik hield van die geminiaturiseerde spellen, die eenvoudige aantrekkelijkheid.’ Beeld Damon De Backer
Christophe Van Gerrewey: ‘Ik hield van die geminiaturiseerde spellen, die eenvoudige aantrekkelijkheid.’Beeld Damon De Backer

“Ik associeer games met mijn kindertijd en jeugd, en ben er sindsdien vrij radicaal mee opgehouden. Ik werk al een paar jaar aan een boek over de jaren 1980 en 1990. En daarin zullen games zeker een plaats krijgen. Er hing toen nog een aura van verbod of gevaar aan het computerspel. Zeker omdat er instanties waren die er afwijzend tegenover stonden, van leraren tot ouders. Het geconcentreerd én met kloppend hart spelen, bekijken en delen van computerspelletjes herinner ik me levendig. Het was een sociaal en bijna collectief object, dat me zowel met vrienden als vreemden verbond. Er was sprake van menselijke aanwezigheid op afstand. Zat daar de grootste aantrekkingskracht in? Ik kan nog altijd zeer goed de plek oproepen waar ik met elke game in de weer was.

“Ik was op de speelplaats geïmponeerd door klasgenoten die een spelletje in hun bezit hadden. Die leenden dat soms uit. Maar nooit heel lang. Zo kwam ik in contact met Game & Watch: The Legend of Zelda, waarin duivelse draken prinses Zelda kaapten en enkel de heldhaftige Link haar kon redden. Het verlangen was groot om het spel zelf te bezitten. Toen mijn grootmoeder me wilde belonen voor mijn uitstekende schoolresultaten, gingen we naar de supermarkt; maar helaas, The Legend of Zelda was niet voorradig. Ik keerde terug met Game & Watch: Lifeboat, mijn eerste game. Ook een vrij rudimentair spel op leven en dood, met een boot die in brand staat. Vervolgens kwam de Gameboy, waar ik onder meer RoboCop, Home Alone en Double Dragon II op speelde.

“De overstap naar grote beeldschermen heb ik nooit gemaakt. Ik hield van die geminiaturiseerde spellen, die eenvoudige aantrekkelijkheid, tot wat zich onder twee handpalmen en tien vingers liet manipuleren. Bovendien liep het thuis altijd mis met spelconsoles of op pc’s: floppydisks raakten besmet, cd-roms bekrast of de software spoorde niet. Wat me fascineerde aan die eenvoudige consoles was juist die simpelheid: je kon tegelijkertijd ook aan iets anders denken, of moeiteloos een gesprek volgen.

“Als volwassene moet je een voortdurende strijd voeren om tijd te vinden en die gunstig te besteden. In die zin lijken games openlijk tijdverlies, maar zomaar wat rondsurfen is dat ook, zonder dat het zo aanvoelt. Het is ook escapisme: ik herinner me hoe Jeroen Brouwers in een interview zei hoe hij zichzelf na het schrijven beloonde met een spelletje Tetris. Het computerspel lag niet op zijn werktafel: spelen mag pas na het werken.

“Games zijn vaak op eenvoudige maar sterke narratieve schema’s gebaseerd, net als een roman. Maar bij het lezen van een roman moet je zelf beelden en ruimtes verzinnen. Die transformatie blijft even magisch als uniek.”

Alma Mathijsen: ‘Ik was een god van dertien jaar, met puistjes op de kin’

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

“Games betekenen voor mij een vlucht uit de werkelijkheid en soms ook een vorm van identiteitsverlies. Ik ervoer de middelbare school als een lastige plek. Ik vond geen aansluiting, ik was sociaal erg stil. Ik speelde stiekem: zodra ik thuiskwam holde ik de trap op naar mijn moeders computer, knipte de processor aan en schoof de cd-rom in de lade. Ik verdween in de wereld van Theme Hospital, waar je in je eentje een ziekenhuis moest inrichten en runnen. Ik moest ingrijpen, patiënten genezen, mensen beter maken. Daar was ik de baas van mijn eigen universum. Een god van dertien jaar met puistjes op de kin. Op school moest ik handelen als een geest, hier was ik een oppermachtig wezen. Dat voelde krachtig. Theme Hospital zat slim in elkaar, boordevol grappige maar ook lugubere ziektes zoals het Kidney Bean-virus, het opgeblazen hoofd- of Elvis Impersonator-syndroom.

“Ik verloor tijdens het spelen ook elk besef van tijd. Ik was een enig kind, mijn moeder bleef vaak laat werken en mijn vader is overleden toen ik negen jaar oud was. Soms gamede ik van na school tot 21 uur, aan één stuk door. Tot mijn moeder binnenkwam en vroeg: ‘Heb je al gegeten?’ Ook The Sims en Rollercoaster Tycoon speelde ik graag. Ik kon mijn jeugd doorspoelen, tijdelijk verdwijnen. Als ik gamede, voelde ik me onmiskenbaar beter. Het dempte onbehagen. Maar toch raadde mijn mentor aan om meer sociaal contact te leggen op school. En dat heb ik toen ook gedaan. Ik had een poos wel het gevoel de enige te zijn die gamede, maar dat bleek niet zo. Onlangs hoorde ik dat Marieke Lucas Rijneveld precies hetzelfde deed. Ellen Deckwitz is ook erg into games.

“Later bleek gamen een soort indicator: als ik me minder in mijn sas voelde, greep ik sneller naar de spelcomputer. Het is kwestie van op tijd aan de handrem te trekken. Als ik helemaal gelukkig ben, hoef ik kennelijk niet te gamen. Tijdens de pandemie was ik er weer even helemaal ingezogen en ben ik een virtuele boerderij gaan bouwen. Alhoewel ik niet moet dramatiseren. Gisteren nog speelde ik met vrienden . En dat was ongedwongen dolle pret.”

Joost Vandecasteele: ‘Games mogen schaamteloos weird zijn’

null Beeld Damon De Backer
Beeld Damon De Backer

“Ik ben geen gamer, maar een gamehooligan. In plaats van zelf te spelen, verdedig ik het medium tot bloedens toe. Daarom ben ik trotser op de game The Almost Gone, die ik mee gecreëerd heb, dan op al mijn boeken. “In games valt er geen mus van het dak zonder gevolgen voor het spelverloop: er bestaat geen ‘zomaar’ in deze gecreëerde virtuele wereld. Ze zitten volgepropt met ideeën en details. En ik kijk liefst naar de achterkant van het borduursel, naar de mythologie, naar de inspiratiebronnen.

“Een gamemaker mag zijn meest exuberante fantasieën botvieren, zonder dat hij te horen krijgt dat hij te hermetisch, raar of moeilijk is. Bij een schrijver ligt dat toch anders: je moet veel meer uitleggen. En er is niets dodelijker in een roman dan uitleggerig zijn. Iets waar ik als schrijver mee worstel, omdat ik juist niche­onderwerpen wil aansnijden zonder te schoolmeesteren.

“In games wordt weinig uitgelegd, hoe niche het onderwerp ook. Ik zie hoe narratieve games voortbouwen op ideeën van William Gibson, Philip K. Dick en J.G. Ballard.

“Mijn bijdrage gaat over game-ontwikkelaar Davey Wreden, die met The Stanley Parable (2011) en The Beginner’s Guide (2015) twee kleinschalige, interactieve metagames maakte, bijna vanuit de onwil om een echte game te worden. The Stanley Parable is een intelligente parabel over manipulatie, waarbij de speler een personage manipuleert en zelf ook bespeeld wordt. The Beginner’s Guide is dan weer een diep ­persoonlijk game-essay over ambitie en roem. Twee games die gezien kunnen worden als een inside joke, slechts bedoeld voor een select clubje van ingewijden en nerds.

“Met de essays in dit boek tonen we aan hoe games films en literatuur met recht en reden verdringen. Naast de vijftig boeken per week over gender en ras nu eens eentje over games, voor de verandering. Er zit zo veel rijkdom in games. Dit boek doet alleszins een poging om ze intelligent te ontsluiten.”

Lisa Weeda: ‘Ik vind het fijn om mezelf te verliezen’

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

“Ik ben naast schrijver ook virtual-­reality-ontwerper. Het boeit me hoe je van een verhaal een fysieke en lichamelijke ervaring kunt maken, waar je zelf ook ‘agency’ over hebt. Hoe je de story kunt incorporeren en de grenzen ervan oprekken. Maar in een boek heb je minstens drie pagina’s nodig om de lezer de voorwaarden van je roman te laten kennen. In een game gaat dat veel sneller.

“Ik herinner me wel De kat en de generaal van Nino Haratischwili, waarin ze de verkrachtingsscène van een Georgisch meisje beschrijft, dat uiteindelijk sterft. Dat doet ze enorm gedetailleerd. Een ontstellende fysieke belevenis. Dat kan literatuur ook veroorzaken, dus. Veel indruk maakten de performances van Marina Abramovic op YouTube op mij, zoals Rhythm O (1974) waarbij toeschouwers van schrik de ruimte ontvluchtten, nadat zij toestond om 72 objecten op haar lichaam te gebruiken. Er zijn wel auteurs die met gamevormen literair experimenteren zoals Agustin Fernandez Mallo met zijn Nocilla-trilogie: je hebt het gevoel tijdens het lezen meerdere browservensters open te hebben staan, of Patricia Lockwoods No One Is Talking About This. Hier ligt ook The Seven Deaths of Evelyn Hardcastle van Stuart Turton te wachten, waarin een personage zeven incarnaties krijgt om in zeven dagen een misdaad op te lossen. Ook met Aleksandra probeerde ik de gebeurtenissen op een interactievere manier te vertellen.

“Dat immersieve, dat je ondergedompeld geraakt, vind ik belangrijk. Je ziet dat verder bij het participatietheater, zoals bij jullie Ontroerend Goed.

“Op zoek naar vormen van interactie tussen speler en verhaal in games en virtual reality kocht ik in 2017 eindelijk een PlayStation 4. Ik ben gebrand op games waarin door mijn keuzes en speurwerk personages zich ontwikkelen, zoals in Detroit: Become Human. Ik vind het fijn om me te verliezen, louter door iets met mijn handen aan te raken en in beweging te zetten. Soms ben ik echt aan het huilen als een androïde door mijn toedoen sterft. Bij een boek had ik dat nog nooit.

“Ik werk nu aan een kleinere uitgave waarin ik de dans aanwend om gruwelijkheden tegen te gaan, zowel in boekvorm als in een theatervoorstelling, en met diverse levels. Ik wil proberen de lezer over te halen tot een echt fysieke ervaring. Tot je het boek met verzuurd brein en misschien wel verzuurde kuiten dichtslaat. Per level moet het boek heftiger worden, idem voor de voorstelling. Zie het als een zeer ongezellige work-out.”

Arnoud van Adrichem (samenstelling en inleiding), Extra levens, Atlas/Contact, 237 p., 22,50 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234