Maandag 21/10/2019

Vier laatste stuiptrekkingen van zelfkantschrijver Jean-Marie Berckmans

Ultieme hallucinatie

De vier laatste verhalen van J.M.H. Berckmans (1953- 2008) kregen een luxe-uitvoering, alsof het om een papieren grafzerk gaat. Dat kan niet verhullen dat het nog slechts splinterbommen van een verknipte geest zijn, associatieve akkefietjes die voortijlen naar nergens.

'Als alle tanden zijn uitgevallen, trotseert niemand nog de tand des tijds", zo luidde een berucht aforisme van Jean-Marie Berckmans uit Na het baden bij Baxter en de ontluizing van Miss Grace (2000). Berckmans wist waarover hij sprak, want zijn biotoop was de wereld van de OCMW-ellende, waar drankzucht en depressies met elkaar om voorrang vochten en een gehavend gebit bijna een levensbrevet betekende. "De mens in al zijn miezerigheid, dat is mijn thema", vatte Berckmans zijn lobotomische en in kleine kring danig gecultiveerde geschriften ooit samen in een interview in Vrij Nederland. En diegenen die hem weleens bezochten in zijn Antwerpse appartement aan de Lange Batterijstraat kwamen steevast met potsierlijke verhalen terug van de heersende chaos, de razernij die zich in dat pezige lijf had opgehoopt én de belezenheid van het uitgeteerde Pafke met zijn schrikbaard. Na zijn niet geheel onverwachte dood op zijn schamele sofa gingen Wahrheit und Dichtung onverrichterzake door elkaar wemelen. Nogal wat kunstbroeders uit Barakstad en Grauwzone (zoals hij zijn biotoop noemde) waren er als de kippen bij om de literaire erfenis van Berckmans tot de hunne te maken. Zo gaat dat wel vaker met dode schrijvers en zeker met een makkelijke prooi als een pennenvoerder uit de diepste marginaliteit. Her en der las je zelfs zonder een greintje ironie dat we een genie armer waren.

Men moet toch wel enigszins serieus blijven. Authentiek en onversneden was het literaire werk van J.M.H. Berckmans ongetwijfeld. Zijn boeken waren op hun beste momenten regelrechte "feesten van angst en pijn", springerig en vol improvisatie, als schetterende jazz. En zeker, het is waar wat vriend en cineast Dimitri Van Zeebroeck zegt: "Sommige van zijn teksten moet je staccato lezen, ze zijn een echte jammerklacht die tot op het bot gaat", iets wat Berckmans als performer bij Circus Bulderdrang misschien wel als geen ander wist. Toch holden de lezers voor deze gitzwarte wereld vol kromme wendingen, gevat in een "syntaktische rijstebrij", zelden in kolonne naar de boekhandel. Begrijpelijk? In ieder geval kon Berckmans flink doordrammen - to put it mildly - en schuwde hij de litanie en langdradigheid niet, tot je als lezer beurs was als rot fruit.

Berckmans lezen was altijd al een kwestie van matigheid en dosering. Welke bewonderaar kan beweren dat hij boeken als Het onderzoek begint (2002) en Je kunt geen twintig zijn op Suikerheuvel (2006) in één ruk uitlas? De dreunen van Berckmans' latrineproza en angstkreten drukten je vaak loodzwaar tegen de vlakte. En naarmate de jaren vorderden en Berckmans steeds gehavender raakte, speelde de chroniqueur van de goot nog slechts zijn kapotte riedeltje af. In steeds kleinere kringetjes draafde hij rond de eigen drek en de eigen ellende, aangelengd met een optocht van vermassacreerde creaturen en satellieten uit zijn Barakstad.

Mensensoep

In de vier laatste verhalen (en enige brieven) die nu zijn bijeengezameld - en waarlijk fraai zijn vormgegeven - is dat niet anders. Het zijn ruwe flarden uit de mensensoep, waar kop noch staart aan te krijgen is en enige plotontwikkeling zelfs met het strafste vergrootglas niet te bespeuren valt. Het is in mootjes gehakte taal, die met sparadrap weer aan elkaar is gelast, of veeleer een ultieme hallucinatie, een spervuur van bezeten en bescheten associaties (kijk, nu beginnen we zelf ook al). In het nawoord - curieus genoeg geschreven door uitgever Harold Polis himself - wordt dat dan weer een "geniaal gevoel voor muzikaliteit" genoemd.

De titels van de verhalen mogen er alleszins wezen, zoals steeds: 'Uit het Leven van eenen Wildzang & eene Heftig claxonnerende Vliegende Zottin' of 'Kleine Wandaden. Vijf tabloos bij de Dood van Potske'. Idem voor de namen van krakkemikkige personages als de Fietsenfikser, Pol de Pijpegeest, Jef van Schiplaken en Kasjpoesjeir Krot. En zie, tussen alle particuliere taalgewriemel schrijnt de gevoeligheid soms als een open wonde, zeker wanneer het zijn muze, de actrice Kristien De Proost, betreft: "Vind dus hier tussen deze regels mijn liefde, misschien is het een bloeiende roos in een frêle, sidderende meisjeshand die maar wuift en wuift naar een sombere schaduw in een rozenbos." Daarmee maken het verhaal 'Sorry Naomi, Merci Kristien' en de brieven aan De Proost de scherpste voetafdruk, met gloedvolle lamentaties, waarin ook de komische Berckmans zijn kwakje kwijt kan.

Deze 4 laatste verhalen zullen de diehardfans ongetwijfeld kreetjes van verrukking ontlokken, maar de nuchtere waarnemer noteert slechts flitsen van woeste, ongepolijste en niet langer gestileerde woordenkramerij. De schrijverspijp van Berckmans was stilaan uitgeklopt en dit boekje maakt dat pijnlijk duidelijk. Wie dan ook luid schreeuwt om Berckmans' Verzameld werk, zou weleens van een koude kermis kunnen terugkeren. Want dan zou blijken dat Berckmans grootste literaire kenmerk allicht de wispelturigheid was.

Dirk Leyman

Meulenhoff/Manteau, 126 p., 19,95 euro

J.M.H. Berckmans

4 laatste verhalen en enige nagelaten brieven

De nuchtere waarnemer noteert slechts flitsen van woeste, ongepolijste en niet langer gestileerde woordenkramerij

Het werk van J.M.H. Berckmans komt aan bod op Zogezegd in Gent. radio1.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234