Dinsdag 24/11/2020

Buitenland

Vier jaar na genocide zijn jezidi's nog steeds bannelingen: "We willen niet terug, het is onze thuis niet meer"

Een yezidi-familie die het geweld is ontvlucht en nu schuilt in autonoom Koerfisch gebied.Beeld afp

Honderdduizenden jezidi's zitten nog in tentenkampen, vier jaar nadat Islamitische Staat hen verdreef. Ze willen niet terug naar wat hun thuis was. Het is hun thuis niet meer.

Een paar maanden geleden was Jameel Ghanim voor de tweede keer terug in de jezidi-provincie Sinjar. Om een hek te zetten rond het massagraf in zijn dorp Talazir, waar zijn broers en neven liggen - vermoord door de islamitische groep IS. Zodat het bewaard blijft, en er geen dieren meer bij kunnen. Hoewel de regio alweer een jaar is bevrijd, peinst Jameel er niet over om Duitsland - waar hij nu woont - te verlaten om er weer te gaan wonen. "Als ik terugga, huil ik."

Vier jaar geleden, op 3 augustus 2014, trok IS de provincie Sinjar binnen en kidnapte zo'n zevenduizend mensen, onder wie vooral vrouwen en kinderen, en doodde er zo'n vijfduizend, vooral mannen. De ontvoerde vrouwen en meisjes werden seksslaven voor de strijders en hun leiders. Ruim drieduizend van hen worden nog vermist. IS beschouwt de jezidi's als duivelsvereerders, want zij hebben hun eeuwenoude monotheïstische geloof nooit ingeruild voor de islam. De Verenigde Naties hebben de tragedie mede daarom bestempeld als genocide.

Zo'n 200.000 jezidi's sloegen op de vlucht en kwamen terecht in tentenkampen in de Koerdische regio van Irak. De meesten van hen zitten daar vier jaar later nog. Op Ghanims lijst van 26 vermiste familieleden staan nu nog zes namen. De andere twintig, onder wie zijn vrouw en kinderen, wisten te ontsnappen - of hij wist hen te redden. Meestal door hen vrij te kopen. "In begin ging het om 1300 of 2500 dollar. Mijn dochter heb ik voor zesduizend dollar uit Mosul vrijgekocht. De laatsten kostten 10.000 tot 20.000 dollar. In totaal heb ik zeker 60.000 dollar besteed. Geld dat ik heb moeten lenen."

Trouwfoto

Sommige familieleden kon hij uit IS-gebied halen met hulp van Arabische kennissen en meestal tegen betaling. Als chauffeur op lange routes naar Sinjar had hij een netwerk dat hem hielp zijn verwanten te traceren. Hij toont een foto van een Irakees met de traditionele mannenhoofddoek: "Hij hielp, en zelfs zonder geld te vragen." Maar dat was een uitzondering: ook Arabieren uit Sinjar sloten zich aan bij IS. "Ik hou niet van moslims," echoot Ghanim de mening van veel jezidi's na 2014, "maar we hebben hun hulp nodig."

In het koele huis van een kennis nabij het kamp waar Ghanim tijdelijk een tent bewoont naast die van zijn dochter en haar gezin, haalt hij een trouwfoto tevoorschijn. Van zijn zoon en schoondochter, in gelukkiger tijden.

Twee maanden na haar ontvoering pleegde ze in Mosul zelfmoord. "Dat is beter dan wat ze allemaal moest meemaken", zegt Ghanim sober. Na de bevrijding van Mosul kreeg hij een telefoontje waar ze begraven was. "We hebben haar in Lalesh kunnen herbegraven."

Een jezidi-vrouw in een vluchtelingenkamp in Noord-Irak.Beeld epa

Ook zijn broers wil hij naar dit jezidi-heiligdom in Iraaks-Koerdistan overbrengen, maar hij wacht tot de lijken worden vrijgegeven. Van de ruim zeventig massagraven die in Sinjar zijn aangetroffen, is er door geldgebrek nog geen één door forensisch experts onderzocht. De uitkomsten zouden een rol moeten spelen bij berechting van IS-leiders.

Dat is het enige waarvoor hij terug wil komen uit Duitsland, waar zijn vrouw en meeste kinderen nu wonen. Hij wil niet terug naar Sinjar, omdat die provincie een speelbal is geworden tussen de Koerden en Bagdad en beheerst wordt door milities, maar ook vanwege de herinneringen en de angst voor de Arabische buren 'die onze kinderen verkochten'.

Een deel van de gemeenschap is naar Europa gevlucht, 'die komen nooit meer terug'. Anderen zouden na vier jaar hun tentenkamp graag ombouwen tot een dorp - maar de Koerdische regering staat dat niet toe. Die wil dat ze teruggaan naar een Sinjar onder Koerdisch bewind. Slechts enkele duizenden keerden tot nog toe terug. Maar het is toch jezidi-grond? "We willen dat land niet meer," zegt Ghanim beslist.

Gered

Twee jaar geleden kocht Jameel Ghanim zijn achternichtje Aisha Bakat (25) vrij van IS. Ze was in het Syrische Raqqa, toen ze toestemming kreeg haar moeder te bellen, vertelt ze in een tent in Shariakamp in Iraaks Koerdistan. "Ik belde stiekem mijn broer, en die zei: als ze willen, kopen we je." De Syrische strijder had er wel oren naar, "hij wilde geld om IS te ontvluchten." Er kwam een deal, waarna Aisha nog een maand moest wachten tot het geld was gevonden en betaald. "Pas toen ik echt vrij was, wilde ik het geloven." Ghanim betaalde 15.000 dollar voor haar. 

"Ik ben zo blij, ik voel me zo gewaardeerd," glimlacht Aisha. Ze wacht op toestemming om naar Australië te gaan. "Misschien kan ik daar vergeten wat er met me is gebeurd."

Vrouwen en kinderen

Volgens de strenge regels van hun geloof worden jezidi's die een gemengd huwelijk aangaan uitgestoten. Maar de geestelijke leiding bepaalde dat ontvoerde vrouwen die uit IS-handen wisten te ontsnappen, weer moeten worden opgenomen in de gemeenschap.

Vrouwen met kinderen van IS-strijders kregen echter wel problemen. Als zij hun kind niet willen afstaan, weigeren families hen terug te nemen, en om die reden willen sommige vrouwen niet vrijgekocht worden. Jameel Ghanim: "We willen geen IS-kinderen, omdat ze van gemengd bloed zijn. Laten de moslims hen maar houden."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234