Dinsdag 19/11/2019

Architectuur

Victor Horta, de man die te snel perfectie bereikte

De sfeer van luxe en comfort is prominent aanwezig bij Hotel Solvay, een van de belangrijkste realisaties van Victor Horta. Beeld Kevin Faingnaert

Een Brussel zonder Victor Horta is moeilijk voor te stellen. Maar het probleem van de art-nouveauarchitect was dat hij te vroeg perfectie bereikte. Wat is, 70 jaar na zijn overlijden,  van zijn erfenis overgebleven?

Weinig mensen die de grondlegger van de art nouveau niet kennen. 35-plussers herinneren zich vast wel de afbeelding van Victor Horta op de briefjes van 2.000 frank. In Brussel wandel je langs tal van zijn ontwerpen, zoals het Centraal Station, het Paleis voor Schone Kunsten (nu Bozar), het Stripmuseum dat vroeger een art-nouveauwarenhuis was en de vroegere woning en werkruimte van Horta, dat omgebouwd is tot het Horta­museum. Dat laatste staat samen met drie andere woningen – Huis Tassel, Hotel Solvay en Hotel van Eetvelde – op de Unesco-werelderfgoedlijst.

Brussel zou er helemaal anders uitgezien hebben zonder Horta, die zeventig jaar geleden stierf. Hij bracht een nieuwe vormentaal vol elegantie, frisheid, lichtheid en transparantie in de negentiende-eeuwse interieurs die voorheen veelal zwaar en duister waren. “Zelfs wanneer je niet van art nouveau houdt, moet je toegeven dat zijn woningen een nieuw tijdperk inluidden”, zegt architecte Barbara Van der Wee, gespecialiseerd in het renoveren van art-nouveauhuizen. “Horta was revolutionair op het gebied van planopbouw en ruimtewerking, verlichting, materiaalkeuze en verwarming. Door open ruimtes die in het licht baden en nauw aansluiten op de persoonlijkheid van de bewoners, breekt hij met elke vorm van architecturale traditie. Alles wat een bekwame architect nu is, had hij in zich.”

Portret van de klant

In zijn memoires schreef Horta dat een woning het portret van zijn klant is. “Geen enkele woning is daarom dezelfde”, legt Van der Wee uit. “Horta stond altijd ten dienste van de opdrachtgever.” Dat zie je ook wanneer je het Solvay-huis bezoekt, een van zijn belangrijkste realisaties. Van bouwheer Armand Solvay kreeg hij carte blanche. Horta ontwierp het interieur en het meubilair tot in de kleinste details. De sfeer van luxe en comfort is prominent aanwezig. Dat vind je bijvoorbeeld niet bij het strenge, rationele karakter van Hotel van Eetvelde waar het gebouw volledig in een metaalstructuur is opgebouwd. Zelfs voor de volledige gevel werd uitzonderlijk gebruik gemaakt van ijzer.

Huis Tassel, gebouwd in 1893, wordt algemeen beschouwd als het eerste art-nouveauhuis. Beeld Kevin Faingnaert

Huis Tassel, gebouwd in 1893, wordt algemeen beschouwd als het eerste art-nouveauhuis. “Het interieur is typisch Horta: veel licht en ruimte en aanpasbaar aan de wensen van de bewoners”, zegt Van der Wee. “Het meest vernieuwende element is de centraal geplaatste voordeur en de centrale hal met trappenhuis. Wij schrikken daar niet meer van maar in die periode was dit revolutionair. Tijdgenoten keken dan ook met gemengde gevoelens naar dit type stadswoningen.”

Ongezien probleem

In het Solvay-huis (1898) bereikt Horta met zijn interieurdecoratie en meubelkunst een ongezien hoogtepunt. “En dat is tegelijk zijn probleem”, legt Werner Adriaenssens, curator bij Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG) en professor aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) uit. “Relatief vroeg in zijn loopbaan bereikt hij de perfectie waardoor verbetering bijna onmogelijk is en vernieuwing door het publiek moeilijk wordt aanvaard. Dit in tegenstelling tot Henry Van de Velde die doorheen de jaren blijft evolueren en dus kan vernieuwen. Van de Velde leert uit zijn imperfectie waardoor hij zich blijvend ontwikkelt. Dat leidt tot een polarisering tussen de twee pioniers van de moderne architectuur.”

Na de Eerste Wereldoorlog neemt de algemene waardering voor Horta bij het publiek ook af. Wanneer hij in 1925 voor de legendarische art-decotentoonstelling in Parijs de opdracht krijgt om het Belgische paviljoen te bouwen, zijn de verwachtigen hoog gespannen. En Horta lost ze niet in. “Hij ontwierp een prachtig art-decopaviljoen, maar niemand associeert hem daarmee”, legt Adriaenssens uit. “Het publiek pint hem nog altijd vast op het wonderlijke en het theatrale waarmee hij rond 1900 onevenaarbaar was. Het is net zoals bij zangers die enkele hits gescoord hebben en altijd daarmee vergeleken worden. Dat was ook het probleem van Horta tijdens het interbellum.” In zijn memoires, die Horta in 1939 schreef, kwam een zekere frustratie naar boven: ‘Ik was een belangrijke figuur maar ik word niet meer zo gepercipieerd.’”

De fenomenale trap in huis Tassel. Beeld Kevin Faingnaert

Ook vandaag is niet iedereen een voorstander van Horta. “Mensen kijken soms niet verder dan het decoratieve, en dat is natuurlijk het eerste wat opvalt”, legt Barbara Van der Wee uit. “De krullen van de art nouveau en de verwijzingen naar de natuur zijn gedateerd. De muurschilderingen zijn niet meer van deze tijd, mensen willen liever kunstwerken aan de muur. Maar je mag niet alleen naar het decor kijken, je moet ook de samenhang tussen de ruimte, het programma en de structuur zien. Velen schatten de fundamentele waarde van Horta’s architecturale visie niet in.”

De architect integreerde bijvoorbeeld zijn gebouwen in de stedelijke context. Elk nieuw gebouw gaf continuïteit aan de bestaande omgeving en maakte deel uit van het patrimonium waaraan het werd toegevoegd. Een mooi voorbeeld daarvan is de kleuterschool die Horta ontwierp in de Marollen, in opdracht van burgemeester Charles Buls. “Horta kreeg een breed perceel toebedeeld in het midden van een woonstraat, maar deelde het schoolgebouw op in aparte volumes”, ”, zegt Barbara Van der Wee. “Het inkomgebouw met luifel boven de deur lijkt op een huis met aan weerzijden twee aparte klassen. Dat is een interessante manier van werken omdat hij de school aanpaste aan de functie. Dat is vandaag niet meer de visie, als je kijkt hoe Brussel vandaag wordt volgebouwd.”

Eigen archief vernietigd

Over de persoon van Horta is niet zoveel bekend. Vreemd toch? “Niet per se,” zegt Van der Wee. “De architect was een gesloten persoon. Hij vernietigde ook veel documenten uit zijn archief. Horta ging er van uit dat de gebouwen op zich voldoende vertelden. En hij verwachtte niet dat sommige woningen afgebroken zouden worden.”

Veel ontwerpen van Horta zijn inderdaad uit het Brusselse straatbeeld verdwenen. Met als dieptepunt het Brusselse Volkshuis, dat tussen de Marollen en de Zavel lag. “Daar lagen vooral politieke en speculatieve redenen aan de basis”, zegt Van der Wee.

Voor de gevel van Hotel van Eetvelde werd ijzer gebruikt, wat het gebouw een streng, rationeel karakter geeft. Beeld Kevin Faingnaert

De afbraak heeft onder andere te maken met een toenmalig voorschrift dat monumenten minstens 100 jaar oud moesten zijn voor ze beschermd werden. Woningen die meermaals verbouwd werden waardoor de originele kwaliteiten niet meer herkenbaar waren, zijn ook afgebroken. “Het heeft ook met een maatschappelijke evolutie te maken”, legt Adriaenssens uit. “De huizen werden te groot en daarom maakten ze er appartementen van. Het is dus niet per se omdat mensen niet van art nouveau hielden.”

Wat de merites van Horta ook zijn, mocht hij nu geleefd hebben dan staken zijn huizen vol hightechtechnologie, besluit Adriaenssens. “Horta wilde altijd de laatste snufjes bijvoorbeeld op het vlak van verwarming. Hij was heel goed op de hoogte van alle nieuwigheden.”

Op 29 november opent in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis het volledig gerestaureerde winkelinterieur dat Victor Horta voor de zilversmid en juwelier Wolfers Frères in 1912 ontwierp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234