Zondag 23/02/2020

Verzen waar kinderen van groeien

Poëzie-prentenboek. Intelligente en toch toegankelijke kleuterpoëzie is zeldzaam, maar Hans en Monique Hagen hebben er hun handelsmerk van gemaakt. Hun nieuwste dichtbundel, Nooit denk ik aan niets, is weer een schot in de roos.

Het is van 2007 geleden dat de Hagens zich aan het moeilijke genre van potige poëzie voor de kleinsten waagden. Toen verscheen hun Van mij en van jou, dat de shortlist van de toenmalige Gouden Uil haalde. Op basis van hun jongste bundel mogen we besluiten dat ze zo slim zijn om voldoende tijd te nemen alvorens te publiceren, en om niet de eerste de beste rijmelarij op het jonge volkje los te laten. Bijna alle gedichten in Nooit denk ik aan niets getuigen dan ook van grote kwaliteit, zij het in inhoud of in vorm. En in sommige gevallen natuurlijk in allebei.

Filosoferen, zich verwonderen, voelen, leven..., dat zijn grosso modo de belangrijkste thema's waaruit ze hun sprankelende taalspel distilleren. Grote, existentiële vragen omtrent tijd, het niets, de hemel of zelfs God komen aan bod. Het dichtersechtpaar weet schijnbaar moeiteloos in de huid te kruipen van een zesjarige die pertinente vragen stelt, en die uiteindelijk universeel zijn: 'kan god mij helpen/als ik iets moeilijks doe/maar hoe weet god dan hoe/lijkt hij op een mens/is god gemaakt van lucht/of/is god gemaakt van wens.'

De eerder filosofische verzen wisselen mooi af met gedichten waarin sterke, herkenbare emoties als bang of boos centraal staan, of waarin het vooral om een bijzondere ervaring draait. Zoals in het heerlijke 'De Zweef', waarbij de associatieve zinnen als het ware de duizeling van de draaimolen evenaren. Ritme en rijm, klank en formulering, bij de Hagens valt het doorgaans perfect in de plooi zonder aan ogenschijnlijk spontane directheid te verliezen.

Door de uitgesproken muzikaliteit is deze bundel ook bijzonder geschikt om uit voor te lezen. Het taalplezier druipt ervan af, en de sfeer varieert van ingetogen naar uitbundig, van hoogst verwonderd naar zelfverzekerd. En soms gaan de remmen helemaal los, zoals in het nonsensikale 'Lam Ram Ooi', heerlijk!

De prenten van Charlotte Dematons voegen bovenop dat moois nog een extra betekenislaag toe. Wie goed kijkt, ontdekt onder meer dat enkele personages op verschillende momenten terugkeren, waardoor ze een subtiele eenheid schept over de gedichten heen. Haar beeldtaal, ergens tussen hyperrealistisch en dromerig in, tilt sommige verzen ook op: zoals bij het droeve 'Beer', waar een teddy moederziel alleen in een besneeuwd desolaat landschap zit, waardoor het gevoel van gemis wordt vergroot. Jammer dat haar kleurenpalet soms wat kitscherig oogt, maar dat is detailkritiek.

Nooit denk ik aan niets is een verrukkelijk en uniek poëzie-prentenboek, eentje waar een kind van groeit, en een volwassene zich een blij kind bij voelt.

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234