Dinsdag 14/07/2020

Very big big bang

'Twee of drie dagen per jaar, niet meer, heb ik demonen op bezoek', zegt Philip (19). 'Maar ik denk niet dat ik daar iemand mee lastig val. De 362 overige dagen ben ik gelukkig.' Twee maanden geleden brak Philip met zijn universitaire studie. Na de zomer verruilt hij biologie voor film, unief voor hogeschool. Tot dan werkt hij (hard) in de tuinbouw. Verstand op nul, maar wél leven op volle toeren. 'Ik adem', zegt hij, vanachter zijn roze drinkyoghurt.

Filip Rogiers / Foto Filip Claus

"I could have released myself from the marble of myself."

Die prachtige zin las ik in een dito prachtig boek, Extremely Loud & Incredibly Close van Jonathan Safran Foer. Ik pluk hem graag uit zijn context (die van een jongen van negen die zijn vader verloor in de 9/11-aanslagen). Die context doet er hier niet toe, al deed ook die mij wel denken aan Philip. Hij was het die zich hier vorige keer suf piekerde over de vraag hoe je je een beeld moest vormen van het Onvoorstelbaar Verschrikkelijke: holocaust, 9/11, tsoenami. "Ik probeer me het lijden van één mens zo concreet mogelijk voor te stellen, en te vermenigvuldigen tot het totale aantal slachtoffers." En nog weet je 't dan niet, natuurlijk. Je weet 't alleen van jezelf, als 't je ooit overkomt."

Maar dat citaat over dat marmer dus, en hoe je jezelf daaruit te voorschijn haalt of kúnt halen, dat koos ik om een andere reden. Dat koos ik omdat het treffend omschrijft hoe ik Philip het afgelopen jaar naar de twintig heb zien optrekken. Versneld, sinds hij van de universiteit af is.

"De eerste weken was ik 's avonds steenmoe", zegt hij aan de keukentafel na een werkdag. "Het is fysiek hard werken, veel heen en weer sjouwen met stenen. En dat was ik niet gewend, als jobstudent hielp ik in een ziekenhuisapotheek."

Op slag ziet hij er geharder uit. Zijn handen zijn forser geworden, zijn gezicht zie ik voor het eerst ongeschoren, zijn hele zijn oogt ruiger, steviger. Iets meer man, minder jongen. Hij is ruwer gehouwen, maar juist daarom precies affer, voller, bref: volwassener.

Daar zit hij, aan de tafel, tegenover hem aan de muur hangt een familieportret. Philip staat er breed lachend op, tanden gevangen in een beugel, hijzelf in de zon en rond hem de arm van zijn zes jaar oudere zus. Hij is twaalf of dertien jaar, wordt gekoesterd door de hele familie. Hij is gelukkig. Hij staat aan het begin van het middelbaar, Don Bosco Zwijnaarde.

Onlangs kwam hij daar voor het eerst terug, sinds hij er vorige zomer wegging. Hij ontweek ze niet, al die leerkrachten die hem vooraf hadden gezegd dat hij te weinig briljant, te weinig studieus, te weinig si en te weinig la was om universiteit aan te kunnen. En dat ze gelijk hadden gekregen hé, zie je wel, jaja, en niet willen luisteren hé, neenee.

Eén leerkracht had hem wél verdedigd. Jean-Marie S., maar dat is dan ook het achtste wereldwonder van deze school, het soort leerkracht dat je als oud-leerling (en ik ben er één van) nooit vergeet en hij jou niet. Hij gaf ons op ons zeventiende The Art of Loving van Erich Fromm te lezen. Nooit begrepen, wel prachtig gevonden!

Maar Jean-Marie S. dus. En Philip: "Voor hem vond ik het erg, eigenlijk. Hij toonde zich een beetje ontgoocheld omdat ik gestopt ben. Hij is de enige persoon van wie de teleurstelling mij wel treft."

Maar deze jongen is niet verloren. Verre van. Deze jongen ziet er zelfs uit alsof hij nu pas begint te winnen. Want één, hij vindt in september wel een studierichting die hem beter ligt dan academische biologie. Film of desnoods tuinarchitectuur, nu hij toch groene vingers krijgt. En twee en vooral, hij komt dus uit het marmer als een voller mens.

Iets is voorbij, afgesloten. Iets is geboren.

Philip maalt er niet om, om dat vandaag te laten zien. Hij opent een geheime kamer. Maanden geleden vertelde hij ons dat hij soms, al jaren, gedichten schrijft. En dat zijn beste vrienden dat zelfs niet weten, en dat hij dus liever had dat we dit niet schreven. Nu vindt hij zelf dat het zegel gelicht mag worden.

"Twee of drie dagen per jaar, niet meer, heb ik demonen op bezoek", zegt Philip. "Dan zie ik het zwart. Dan ken ik mezelf soms niet meer, daar voor de spiegel. Maar ik wil daar niemand mee lastig vallen. Ik wil de depressieveling niet uithangen. Ik denk niet dat ik dat doe. Ik denk ook niet dat ik dat ben. De 362 overige dagen ben ik gelukkig."

In die twee of drie dagen, - "Niet altijd dán. Soms ook als de zon schijnt." -, ontlaadt hij soms op papier. In een gedicht. Hij heeft er een groot schrift met harde, zwarte kaft voor. Zwart is wat hij dicht, zwart is hoe hij zichzelf al schrijvende dan voelt.

"Ik heb je al eens gezegd dat mijn motto is: que sera sera. En dat probeer ik ook, maar soms lukt het je niet om te relativeren, om het te laten overwaaien. Soms zegt het krak boem."

Bladeren door het boek doet hij zelf, zoeken wat hij wil laten lezen. Ik vraag toestemming om te citeren. Ik lees en pluk drie brokken Philip, regels waarin ik hem zichzelf uit het marmer zie wrikken.

"Ik kijk in de ogen van mijn spiegelbeeld

hij kijkt tevreden maar het beeld is verkeerd"

"Ik haat hem maar ik mis hem vlug"

"Ik leg m'n hand op de wonde, het uur wijst elf

En ik verlies mezelf

ik verlies mezelf."

Het laat zich verjagen, dat zwart. Zegt hij. Het laat zich wegspoelen. Als het tegenzit, houdt Philip ervan om in de stromende regen te lopen. Hij houdt ervan om in het midden van de nacht in het midden van de tuin ruggelings en onbeschaamd de kosmos aan te gapen. Jij of ik, wereld? Tevreden, al is het beeld verkeerd.

"Wat het dan is, die twee of drie dagen? Soms liefdesverdriet, jaja. Zoals vorig jaar, heel erg. Maar sorry, geheime kamer."

Daarom, denk ik, dacht ik aan Philip toen ik die zin las, over dat marmer waar we allemaal in zitten, waar we allemaal vroeger of later, vaker schots en scheef dan in één stuk, uit gehouwen worden. Hier op deze waanzinnig draaiende aardkloot met zijn vreselijke en mooie natuurwetten. Extreem luid, ongelooflijk dichtbij. Very big big bang. Een diploma biologie is aan hem voorbijgegaan, maar met dit soort gedachten mag hij zijn oude school en de betweters daar rustig vaarwel zeggen.

Dag beste Philip, man uit het marmer, vlieg maar, go go go.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234