Maandag 08/03/2021

Vervloekte toeristen

Vergeet die Hamlet, aldus filosoof Ruud Welten, de toerist is de tragische figuur bij uitstek. Zijn zoektocht naar een twee weken durende invulling van zijn lege leven loopt immers steevast uit op een flinke desillusie. Marnix Verplancke

Wie heeft het nog niet meegemaakt? Je bent na lang aanschuiven het Uffizi binnen geraakt. Je hebt eindelijk de zaal gevonden waar Filippo Lippi's Madonna met kind en engeltjes hangt. Je staat voor het schilderij, observeert en bent gelukkig... tot een stel zulthoofden in korte broek en witte sportkousen zich voor je installeert en het uit is met de pret. "Bloody tourists", vloek je binnensmonds, het zijn kuddedieren die niet weten wat ze voor ogen krijgen, terwijl jij een echte reiziger bent, iemand die cultuur wil proeven en door het opdoen van hoogstaande sensaties zijn geest wil ontwikkelen en verruimen.

Waarom doen we onszelf dit ieder jaar weer aan, kun je je afvragen, en waarom zijn we niet als Immanuel Kant, een van de pienterste filosofen aller tijden, die tijdens zijn leven nooit verder dan 30 kilometer buiten zijn geboortestad kwam? In Het ware leven is elders probeert Ruud Welten daar een antwoord op te geven. Schuldige bij uitstek voor alle ergernis die we tijdens de zomermaanden beleven is Michel de Montaigne, de zestiende-eeuwse filosoof die als eerste vol lof schreef over het reizen. Wie op reis gaat, leert iets bij, lezen we in zijn Essays, je ontmoet andere mensen, verdwaalt en maakt je nieuwe gebruiken eigen. Je ontdekt iets wat je nog niet wist, en vooral: je bent verlost van de dagelijkse sleur. Weg met de bekommernissen over het beheer en het onderhoud van je landgoed, want alles wat je nodig hebt, zit in je koffer. Al was dat in Montaignes geval niet echt weinig, want meermaals klaagt hij erover dat het transport van zijn reisbenodigdheden zo veel geld zou opslorpen dat hij uiteindelijk toch maar is thuisgebleven.

Van het Colosseum...

Volgens Welten is vooral dit ontsnappen uit het dagelijkse leven belangrijk voor de hedendaagse mens. Net zoals de pelgrim in de middeleeuwen op weg ging om een glimp op te vangen van het goddelijke, pakken wij onze koffers en willen we ervaren dat er in het leven meer is dan huisje, tuintje, keukentje. We willen zijn als Stendhal, de man die in 1838 het woord toerisme op de kaart zette met zijn reisverslag Mémoires d'un touriste, waarin hij een ijzerhandelaar Normandië en Bretagne laat bezoeken. Omdat de man soms dagenlang moet wachten begint hij met de lokale bevolking te praten en beschrijft hij wat hij ziet. Of beter, wat hij daarbij voelt. Want in tegenstelling tot bijvoorbeeld Goethe, die in het verslag van zijn reis naar Italië objectiviteit nastreefde en wou tonen wat voor moois er allemaal te zien was in Europa's laars, wou Stendhal zich vooral amuseren. Ook hij trok naar Italië, maar hij wou het Colosseum niet beschrijven, hij wou zijn lezers laten ervaren hoe het voelde om er middenin te staan.

En dat was iets heel anders dan hetgeen wij vandaag ervaren bij een bezoek aan het Colosseum. Van bloody tourists had Stendhal immers nog geen last. Vergeet die eerste toeristen die een grand tour door Italië maakten, op zoek gingen naar het sublieme van de Mont Blanc en daar romantische gedichten over schreven. Die tijd is voorgoed voorbij, aldus Welten. Vandaag kun je toerisme alleen nog zien als iets collectiefs, als een sociaal gebeuren dat van de term massatoerisme een pleonasme maakt en van de toerist de tragische figuur bij uitstek. Op de vlucht voor de leegte in zijn dagelijks bestaan gaat hij ieder jaar een paar weken op zoek naar dat andere, utopische leven, maar eens op zijn bestemming merkt hij dat hij altijd een buitenstaander zal zijn. Hij hoort niet thuis in de historische setting, heeft geen contact met de lokale cultuur en wordt zo nog eens extra op zijn existentiële leegte gewezen.

In feite is het allemaal fout beginnen lopen eind negentiende eeuw, toen de rijke burgerij haar identiteit niet langer ophing aan haar economische waarde, maar wel aan de vrije tijd die zij zich daardoor kon veroorloven. Opeens werd het poepchic om een paar weken op het Venetiaanse Lido door te brengen, niet omdat men er zo goed tot rust kon komen, maar wel omdat dit de plaats was waar je gezien diende te worden. Meer dan een eeuw later is deze gedachtegang gedemocratiseerd en daarom dragen wij de juiste broek, rijden we in de juiste auto en gaan we op vakantie naar de juiste bestemming. Reizen is een symbool voor succes geworden en wie kan zeggen dat hij een paar weken naar Hawaï is geweest om met zijn dikke reet in het zand van Waikiki Beach te liggen maakt daarbij vanzelfsprekend een geslaagdere indruk dan de sukkelaar die niet verder geraakt is dan de Plage Tatoeage van de Gentse Blaarmeersen. We jagen symbolen na en niet de ervaringen waar deze voor staan, beweert Welten die hier lekker op dreef is, en daarom beginnen we reisbestemmingen te ambiëren waar we in feite geen affiniteit mee hebben. Wat ons inziens de enige verklaring kan zijn waarom zoveel tieners tegenwoordig dromen van een cruise. Dure reis ongetwijfeld, maar wat die vijftienjarigen tussen al die ouwe knakkers gaan doen, blijft een raadsel.

... naar de sloppenwijk

Welten is goed op de hoogte van de nieuwste reistrends en heeft het onder meer over de meet the locals-rage. Authenticiteit is in het hedendaagse consumententoerisme ver te zoeken. Mensen willen het echte Brazilië of Nigeria zien, maar krijgen alleen een show opgevoerd. Dus spelen touroperators daarop in en worden uitstapjes naar lokale gemeenschappen opgezet, wat natuurlijk ook weer volkomen nep is, en ga zo maar door, tot we bij het vandaag hippe slumtoerisme uitkomen. Pas in de sloppenwijk zie je het echte Bangkok, en misschien is dat ook wel het laatste wat je überhaupt ooit nog te zien krijgt, want als rijke westerling steek je daar de ogen van de locals uit natuurlijk. Vandaar dat het zo goed is dat Welten zijn boek besluit met een hoofdstuk over de ethiek van het toerisme, waarin hij ons oproept geen neokoloniaal, maar wel een kosmopoliet te zijn.

Welten bewijst dus van meer dan één markt thuis te zijn. Omdat Het ware leven is elders zo'n ongemeen rijk boek is, mag het in geen enkele reiskoffer ontbreken. Je kunt het lezen op het vliegtuig, er in grasduinen op een zonnig terrasje en er desgewenst zelfs dat zulthoofd in het Uffizi een oplawaai mee verkopen.

Ruud Welten, Het ware leven is elders. Filosofie van het toerisme, Klement/Pelckmans, 199 p., 19,95 euro.

Lees ook:

Antoni Maczak, De ontdekking van het reizen, Het Spectrum.

Kevin Rushby, Het Paradijs,Athenaeum - Polak & Van Gennep.

Albert Beintema, Eilanden, Atlas Contact.

Ton Lemaire, Filosofie van het landschap, Ambo.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234