Woensdag 28/10/2020

InterviewWim Lybaert

‘Vertragen is niet zo moeilijk: kijk naar de natuur, dat is ons ritme’

Beeld Bob Van Mol

Op zijn bus neemt Wim Lybaert (51) vanaf vanavond weer BV’s mee naar een bestemming die ze nooit zullen bereiken. Een gesprek met ’s lands bekendste moestuinier, gelovige, natuurliefhebber, jager en wereldverbeteraar: ‘Democratie is mooi, maar op het vlak van klimaat zou een beetje Chinese dictatuur wel mogen.’

De eerste vraag aan Wim Lybaert is een binnenkopper: hoe is het gesteld met zijn moestuin? Blijkt dat hij die danig aan het verkleinen is: ’s zomers, wanneer de meeste groenten plukrijp zijn en zo’n moestuin veel werk vraagt, is Lybaert op de baan met zijn bus, om de reeks van het jaar daarop in te blikken. “Ik heb ook mijn serre afgebroken. Ik vind dat een lelijk ding, maar door de hete zomers heb ik die ook niet meer nodig. Mijn tomaten groeien de laatste jaren in de buitenlucht.”

We ontmoeten Lybaert de dag voor de sluiting van ­scholen, cafés en restaurants aangekondigd wordt. We zitten in de tuin van zijn woning in Brugge, hij heeft een vuurtje ­aangestoken en een fles witte wijn koud gezet. Zijn gezicht is gebruind, alsof hij net terug is van vakantie. “Nee, het is van in de tuin te werken,” zegt hij, “de perkjes schoonmaken na de winterslaap.”

Die namiddag blijkt, achteraf bekeken, een laatste ­zorgeloos moment voor de wereld half stilvalt. Een paar dagen later belt hij: “Ik blijf thuis, maar ik probeer het ­positieve van de situatie te zien. Er is zo veel warmte en solidariteit. Ik heb nog nooit zo vaak met mijn ouders gebeld. En het is een zegen voor de natuur dat we de wagen en het vliegtuig laten staan.”

Maar die dag hadden we het dus vooral over De Columbus, een programma dat Lybaert met zijn eigen productiehuis maakt, en dat in april weer op televisie komt. Reizen dit seizoen mee naar verre landen waar ze nooit ­zullen aankomen: Lieven Scheire, Ingeborg en Maaike Cafmeyer.

Als het van jou afhing, zei je vriend en vennoot Laurens Verbeke, was De Columbus nooit gemaakt. Toen hij je het idee voorlegde, werd je rood en moest je lachen van de zenuwen.

Wim Lybaert: “Ik dacht: je bent goed zot, dat ga ik niet doen. De Columbus ligt totaal buiten mijn comfortzone. Mensen geloven dat niet, maar van nature ben ik niet de meest sociale mens. Ik kon altijd wel makkelijk babbelen met een bakker of een visboer, bij zo’n man weet ik ­waarover te praten. Maar naar een receptie moest je mij niet sturen, dat was pure horror. Ik heb mij echt over die vrees heen moeten zetten: wat als het niet klikt? Het is ook een heel intiem programma. Als je slaapt, ben je op je meest ­kwetsbare. Maar vier dagen met elkaar doorbrengen en samen wakker worden, schept een band.

“Dankzij het programma heb ik ondertussen wel geleerd dat het niet zo moeilijk is om met mensen te praten. Je moet je openstellen voor anderen, niet bang zijn om je kwetsbaar op te stellen. Tegenwoordig ben ik de eerste die op een receptie aankomt, en de laatste die vertrekt.

“Maar nog moeilijker voor mij is het vertrekken zonder plan. Ik ben iemand die graag plant. Twee jaar geleden ging ik met mijn gezin op vakantie naar Mexico. Dan weet ik waar we slapen en eten, en aan elke Mayatempel staat er op een afgesproken uur een gids klaar. Dat vind ik heel tof, dan ben ik op mijn gemak. De Columbus is net het omgekeerde. Ik moet de onzekerheid opzoeken en vertrouwen dat daar iets goeds ligt. Ik heb eerst nog geprobeerd om er van alles in te steken: zelf ons eten zoeken, bij een boer langs, historische sites bezoeken. Maar die ideeën heb ik laten varen.”

Ben je verrast door het succes?

“Ja, omdat het een programma is dat eigenlijk over niets gaat en geen duidelijk concept heeft. Niet gemakkelijk om zo’n idee voor te stellen aan de VRT. ‘Waar wil je naartoe?’ Weten we niet. ‘Wat ga je doen?’ Weten we niet. Het is geen reisprogramma en geen pure human interest. De Columbus is een programma waar je met je gevoel naar moet kijken, je verstand uitschakelen en je eraan overgeven.

“Vorige week ging ik naar het voetbal, en de meest ­uiteenlopende mensen kwamen me zeggen, in het West-Vlaams: ‘Ik kiek dan no me vrouw, en we zin weg van de weireld’. Het biedt een soort escapisme. De druk die we in ons leven voelen, en die we vaak meenemen op vakantie, valt in ons programma weg. We weten dat we toch nooit aankomen op onze bestemming, dus we hoeven enkel te zorgen voor de basisbehoeften, eten en slapen. En het programma ontvouwt zich voor de mensen hun neus: ze zien hoe we een slaapplaats zoeken en hoe die soms meevalt, en soms minder. En ook dat is niet erg, dan maken we er het beste van.”

Beeld Bob Van Mol

Wat mensen die hem al jaren niet gezien hebben hem nu ook vaak zeggen, zoals vorige week nog een elektricien die ooit in zijn huis werkte en die hij ook tegenkwam op het voetbal: “Je bent nog net dezelfde als vroeger. Alles steek je in je mond, en ik moest ook meeproeven.”

Lybaert zal altijd de man zijn die met veel smaak zijn volk leerde moestuinieren. “Ik heb niet veel talenten, maar ik kan wel mensen samenbrengen rond eten en drank, en ze zo laten openbloeien.”

Minder bekend is dat de man die als passioneel en genereus wordt omschreven, als twintiger van het ene baantje naar het andere hopte, om in 1993 als monteur bij de regionale tv-zender Focus TV te belanden. Later verkaste hij naar VT4 en Woestijnvis, waar hij zeventien jaar lang werkte. “Ik wilde toen per se in Brussel werken, omdat ik dacht dat ik er elke middag in een goed restaurant kon gaan lunchen. Dat heb ik ook gedaan, op mijn eerste dag. Pas drie uur later was ik weer op de redactie, omdat ik hopeloos verloren was gereden. Dat was meteen ook de laatste keer.”

Hij maakte programma’s als Man bijt hond, Weg naar Compostela en Mijnheer Doktoor, en ging mee naar China met Martin Heylen, die voor zijn bekende rubriek bij willekeurige mensen aanklopte. Stoemelings werd Lybaert zelf een schermgezicht: bij regisseur Jan Eelen pitchte hij een rubriekje over moestuinen, met Wim Opbrouck als presentator. Eelen zei dat de man die elke middagpauze taterde over het genot van zelfgekweekte groenten en die zijn ­overschotten prei en sla aan de receptie legde, evengoed zélf dat programma kon presenteren. En zo geschiedde.

In de woelige jaren na de overname van VIER, zwaaide Lybaert af bij Woestijnvis. Vandaag heeft hij met Laurens Verbeke zijn eigen productiehuis ‘liefhebbers’, dat naast Het goeie leven ook Van algemeen nut met Steven Van Herreweghe maakte.

Lybaert: “Of dat wil zeggen dat ik ook een goede commerçant ben? Dat niet per se, al kan ik wel goed organiseren. Maar ik ben ook een schijtluis. Binnenkort gaan we weer op antenne en ik zit er nu al mee in. Gaan de mensen kijken? Zullen ze het goed vinden? Ik heb al met zo veel mensen gewerkt die grote successen behaalden en twee jaar later niet meer aan de bak kwamen. Je weet ook niet waarom, hè. En tegenwoordig zijn er driehonderd tv-kanalen en is er Netflix. Ik denk dat je heel nederig moet zijn, en content dat mensen naar je programma willen kijken.”

Jullie programma’s worden heel traag gemaakt: in plaats van een mobilhome te huren, laat je voor De Columbus een oude schoolbus ombouwen met materialen die je eigenhandig kiest. Tijdens de opnames van Het goeie leven reed je elke dag zelf naar het veld in Drongen om de varkens eten te geven.

“Ze zeggen mij wel vaak: huur toch iemand in voor die beesten, of om die moestuin te onderhouden. Ik heb het geprobeerd, maar dat ging niet. Ik had daar geen controle over. En we hebben een proefaflevering gemaakt met een mobilhome. Ik werd zot: ik botste de hele tijd met mijn hoofd tegen de kasten en ik haat dat plastieken interieur. Voor mij moeten de dingen kloppen. Als ik in een programma zeg dat ik die varkens zelf heb opgekweekt, dan moet dat ook waar zijn. En ik wil een bus die strookt met mijn persoonlijkheid.”

BIO

geboren op 20 augustus 1968 in Brugge

begon zijn tv-carrière als tv-monteur bij productiehuis Woestijnvis

belandde uiteindelijk zelf voor de camera met een eigen moestuinrubriek in het ecomagazine Plan B op VIER

groeide in geen tijd uit tot de man die Vlaanderen (opnieuw) leerde tuinieren en koken met o.a. De moestuin volgens Wim en Het goeie leven

ontvangt vanaf medio april weer bekende reisgezellen in zijn rijdend huis met een nieuw seizoen van De Columbus

We hoorden: dat hij dan met zo’n grote bus afkomt, dat is Wim ten voeten uit.

“Toen ik een jaar of twaalf was, bouwde ik met vrienden kampen in de bossen. Zij zetten wat stokken tegen elkaar, ik bouwde een villa met drie, vier verdiepingen. Dat was er helemaal over en het is nooit afgeraakt, maar ik had het zo in mijn hoofd en dan moest het zo gebeuren. Mensen vragen me waarom ik in godsnaam een diepvries met die schuiven in de bus heb? Dat is voor ijsblokken voor in onze drankjes, want ik wil echt niet zonder vallen. Ik denk daar zelf niet over na, maar anderen wijzen mij erop dat dat niet normaal is.

“Ik vervloek mezelf ook weleens hoor. Elk seizoen van De Columbus is een jaar van mijn leven. Het goeie leven was vijftien maanden werken, met vijf dagen congé. Elke zaterdag en zondag reed ik naar die wei om te checken of alles in orde was. Als de natuur je studio is, dan is dat een onzekere factor.”

Is het eigenlijk nog betaalbaar, zo televisie maken?

“Als je 1.000 euro krijgt om een programma te maken, dan beslis je zelf hoeveel je in je zak steekt, en hoeveel je in het programma investeert. Ik kom van Woestijnvis, waar we ­bleven testen en schaven tot het klopte. Pas toen ik daar wegging, besefte ik dat veel tv-makers gewoon hun job doen: ze kopen een bestaand format en vullen dat in. Ik heb daar geen waardeoordeel over, maar ik heb dat nooit gedaan en ik zie het mezelf ook niet doen.”

In het vorige seizoen van De Columbus, vlak voor de verkiezingen, hebben jullie CD&V-politica Hilde Crevits uitgenodigd. Was dat wel kies?

“Ik heb niet naar de partij gekeken, maar naar de mens. Ik zag haar als een sterke vrouw, rechtdoorzee en toch met een zekere kwetsbaarheid. Ik was geïnteresseerd in hoe zij zich elke dag staande houdt in die zeer harde wereld. Natuurlijk wil je geen De slimste mens-effect, zoals met Bart De Wever destijds. Maar je mag dat allemaal niet overschatten, hè: CD&V heeft amper 13 procent gehaald.

“Ik hoopte dat de kijker haar kon zien als een interessante vrouw die ergens voor staat. Want ­– en hier komt de wereldverbeteraar in mij naar boven – ik kan het niet hebben dat mensen kakken op politici. Ik wil laten zien dat het niet allemaal zakkenvullers zijn. De meesten zijn getalenteerde mensen van vlees en bloed die hun nek uitsteken voor de maatschappij en voortdurend moeten antwoorden op lastige vragen, waar ze het antwoord ook niet altijd op kennen.

“Jan Peumans (N-VA) hebben we ook gevraagd. Hij was een atypisch politicus die net voor zijn pensioen stond. Dat was een relevant thema: er zijn zoveel mensen die een of andere positie hebben gehad en boef, opeens is dat voorbij.”

Beeld Bob Van Mol

Je vennoot omschrijft jou als een man van vele paradoxen. “Kris en Yves ineen”, zegt hij.

“Hij verwijst naar die rubriek in Man bijt hond. Kris had een chromosoom te veel en vond alles goed, Yves had bij de geboorte een zuurstoftekort en was altijd heel voorzichtig en bang. Die twee zitten in mijn kop. Ik kan mij heel hard smijten in iets en halverwege denken: shit wat heb ik gedaan, en dan terugkrabbelen. Ik kan beslissen dat ik de moestuin ga afbouwen, tot ik die lege potten zie staan en voor ik het weet, heb ik een pallet potgrond besteld. Dat is een constant gevecht, vermoeiend hoor. Ook voor de mensen rond mij. Soms vertrek ik om boodschappen: ik ga langs de bakker, de beenhouwer, de groentewinkel. Normaal duurt dat een uur, maar ik blijf overal kletsen, ga mee het veld op of hun atelier in. Voor ik het weet zijn we vier uur verder.”

De Columbus gaat over vertragen. Hoe goed kun je dat zelf?

“Helemaal niét. Ik ben een van de ergste. Tijdens de opnames kan ik mijn telefoon wegleggen, omdat het moet. Maar er is altijd die natuurlijke reflex om daarnaar te kijken. Wat belachelijk is, want dat is niet natuurlijk. We zijn een wat artificiële mens geworden, maar ons brein is helemaal niet gemaakt voor dit snelle leven. We denken dat we dat ­aankunnen, maar dat is niet zo. Hoeveel mensen zijn er niet ongelukkig, of zitten bij psychologen?

“In wezen is vertragen niet zo moeilijk: je moet kijken naar de natuur, dat is ons ritme. Ik kan urenlang in de moestuin werken zonder dat ik er erg in heb. ‘Dat is een soort meditatie’, zegt Ingeborg. En het doet me ook deugd dat er vandaag veel interesse is in wandel- en vogelclubs.

“In de zomer rijden we ’s avonds weleens naar de kust. Ik kan dat iedereen aanraden: het water is warm, er is geen kat op het strand, de zon gaat onder in de zee. Je voelt dat alles in orde is. Als ik mijn laptop openklap, is niets in orde. Dan zijn er nog tien mails die ik moet beantwoorden.”

Bots je soms tegen je grenzen aan?

“Ik heb vorig jaar drie weken met hoge koorts in bed gelegen en de dokters wisten niet wat er scheelde. Ik bleek uiteindelijk het CMV-virus te hebben, een soort klierkoorts. Na de lange opnameperiode van De Columbus moest ik van de ene vergadering naar het andere evenement, ik stopte niet. Toen ging ik even de dieperik in. Daar ben ik wel van geschrokken, maar ik kan niet zeggen dat ik erg veel heb ­bijgeleerd. Ik heb het heel druk om De Columbus af te werken voor het op antenne gaat en ik organiseer mee Kookeet, een foodevent in Brugge.”

Valt er veel te schnabbelen als bekende moestuinier?

“Ik heb een tijdje veel lezingen gegeven over moestuinen. Voor het geld hoef je dat niet te doen. Ik krijg wel voldoening als ik mensen daarmee op weg kan helpen. En als ik gevraagd word om mee te werken aan het cultuurjaar dat als thema biodiversiteit heeft, dan doe ik dat, want dat ­interesseert mij. Maar ik ga niet alle tuincentra afschuimen; 95 procent van alle aanvragen weiger ik.”

Je brengt wel regelmatig boeken uit over je tv-programma’s.

“Ook niet elk jaar, hè. Bovendien: er kruipt veel werk in zo’n boek en je weet op voorhand niet of het zal verkopen. Mijn moestuin was een succes. Maar dat gaat niet om mijn bekende kop. Het is een handboek van 400 bladzijden, voor duizenden mensen die willen moestuinieren. Ja, dat stelt me wel content.”

Zou je weer achter de schermen kunnen gaan werken, of is dat een stap achteruit?

“Mensen hebben soms het idee dat mijn carrière pas is begonnen toen ik op tv kwam, maar ik ben minstens even fier op wat ik vroeger heb gemaakt. Maar als je je eigen programma hebt, kun je meer gewicht in de schaal werpen. Als mensen door mijn enthousiasme ook eens naar vogels ­kijken, dan vind ik dat heel fijn.”

Je noemt jezelf een wereldverbeteraar.

“Vroeger niet, raar hè? Toen ik jong was, was ik redelijk ­conservatief en trok ik me weinig aan van de wereld. Misschien omdat ik nu kinderen heb, of omdat ik merk dat ik dankzij tv impact heb, maar ik ben heel gemotiveerd om daarin verder te gaan. Ik hoorde van een tuinarchitect dat ze geen tuin meer kunnen aanleggen zonder moestuin. Wie weet is dat toch een beetje dankzij mijn programma’s.”

Jij hebt bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen zelfs overwogen om in de gemeentepolitiek te stappen.

“Ik heb ooit eens gezegd dat ik burgemeester van Brugge wil worden, omdat ik het middeleeuwse stratenplan niet geschikt vind voor autoverkeer. Ik was onlangs in Orvieto, Italië, en daar mogen enkel bewoners met de auto in de stad. Zalig is dat. Waarom van Brugge niet de groenste stad van het land maken? Je moet grote ambities koesteren, dan zie je wel waar je strandt. Enfin, die uitspraak is wat ernstiger genomen dan bedoeld en ik heb wel met verschillende partijen gepraat, maar iedereen heeft dat mij ook wel ­afgeraden. (lacht) Ik ben te gevoelig en ongeduldig.”

Beeld Bob Van Mol

Je was zo’n kind van wie de ouders dachten: als dat maar goed komt.

“O, helemaal. Ik was een slechte student, een koppigaard. Tot ik rond mijn dertigste doorhad dat ik iets kon: verhalen vertellen met beeldtaal. En hoe meer je kunt, hoe ambitieuzer je wordt. Ik heb nooit aan carrièreplanning gedaan, maar ik heb wel altijd mijn buikgevoel gevolgd en de dingen gedaan die ik wou. Toen Woestijnvis ook entertainment en fictie begon te maken, ben ik blijven kiezen voor human interest. Toen ik meer wilde weten over de geschiedenis van Brugge, heb ik drie jaar lang elke zaterdag een gidsenopleiding gevolgd. Voor ik het wist, gidste ik vijf keer per week. En toen vrienden het erg vonden dat ik wild klaarmaakte voor een etentje, ben ik een jachtcursus gaan volgen en heb ik het staatsexamen afgelegd. Ik voelde dat er iets niet klopte aan hun idee over die arme beestjes: iedere verkaveling heeft tegenwoordig een kiekenkot met tien kippen. Dat is een restaurant voor de vossen, die blijven maar groeien in aantal en dat zet druk op de biotoop. Bij everzwijnen net hetzelfde. De mens heeft het natuurlijke evenwicht verstoord, goed jachtbeheer probeert dat enigszins te herstellen.”

Je laat jezelf wel makkelijk meeslepen.

“Ja, ik ga daar heel ver in.”

Hoeveel uren zitten er in je dag?

“Veel mensen vragen mij dat. Ik slaap heel slecht, dus ik sta ’s nachts soms op. Nachtelijke uren tellen dubbel, want dan word je niet gestoord.”

Zou je een goede leraar zijn?

“Ik heb even lesgegeven in het RITCS, maar daar heb ik geen geduld voor. De leerlingen werden daar zot van. En ik van de studenten die wat aanmodderden en niet zagen welke mogelijkheden er waren en hoe mooi het beroep van een monteur is.

“Voor het programma De klas heb ik eens lesgegeven over het klimaat. Moeilijk hoor, om dat bevattelijk te maken. Ik heb al overwogen om daar een programma over te maken, maar het is zo moeilijk om daar iets over te ­vertellen, want mensen willen het eigenlijk niet weten.”

Op een schaal van 0 tot 100, hoe bezorgd ben je over de klimaatverandering?

“Honderd. Ik ben heel bezorgd. Ik sprak onlangs met een wijnboer in de champagnestreek die zijn druiven aan het snoeien was. Of hij niet wat te laat was, vroeg ik hem. Hij antwoordde dat het weer te onregelmatig is: hij mag niet snoeien bij vorst, maar plots is het een week lang twaalf graden. Oogsten doet hij tegenwoordig in augustus, in plaats van september. Het grondwater is er eerst niet en dan wel op peil. Die onregelmatigheid is rampzalig voor boeren.

“Ik las een opiniestuk over waarom we wel zo snel ­kunnen handelen tegen het coronavirus, maar waarom de overheid niet zegt: laat je auto eens staan en neem de fiets. Dat zijn maatregelen die pijn doen en er is geen directe ­beloning. Door al die verkiezingen werkt politiek op korte termijn, de investeringen in klimaat lonen pas over decennia. Geen enkele politicus wil zich daaraan verbranden. Democratie is iets moois, maar op het vlak van klimaat zou een klein beetje Chinese dictatuur wel mogen.” (lacht)

Hoe kijk je naar de commentaar op de klimaatspijbelaars?

“Van wie kwam die kritiek? Toch vooral van volwassen ­mannen en politici, die Greta Thunberg een freak noemen en dat als vrijgeleide gebruiken om niets te doen. Ik vind Thunberg ook een raar meisje, maar daar gaat het toch niet over? Ze zegt de juiste dingen. Ik heb aan mijn zoon gezegd: je mag brossen, maar alleen als je overtuigd bent. Zegt hij: ‘Ik ga het niet doen, ik ben niet helemaal overtuigd’. Godverdomme, dacht ik. Toch een kleine domper.” (lacht)

Maar dan rijd je wel rond met een bus die 20 liter per 100 kilometer verbruikt.

“De bus heeft een vervuilende dieselmotor en verbruikt veel, dat is waar. Maar ik hoop ook dat mensen denken: hmm, het is precies wel tof daar in Noord-Frankrijk, op 100 kilometer van hier. Zullen we eens naar daar gaan, in plaats van naar Zuid-Frankrijk te vliegen voor 50 euro? We moeten afstappen van het idee dat we consequent moeten zijn. Als je geen vlees eet, krijg je commentaar omdat je wel nog kaas eet. Dat is belachelijk, want je eet tenminste geen vlees. Mensen zeggen: er mag niets meer. Dat is niet waar, maar je moet wel bewust zijn van wat je doet en daarnaar leven. Als iedereen een beetje minder doet, dan doet het geen zeer.”

We hebben het over daadkracht. In zijn eigen productiehuis wordt Lybaert soms uit een vergadering geweerd omdat hij te snel gas wil geven, ook als een idee daar nog niet rijp voor is. Hij zegt: “Je hebt twee manieren om iets te doen. Je kunt heel snel babbelen en nadenken, maar ik vind het niet slecht om iets te proberen, op je doos te krijgen en dan te corrigeren. Ik geloof dat elke beslissing de juiste is, en dat het erger is om er géén te nemen. Dat eeuwige twijfelen over wel of niet ontslag nemen op je werk, wel of niet bij je lief blijven, wel of geen kinderen... dat vreet aan je, daar word je ongelukkig van. Je weet: ik ben gelovig. Toch geloof ik dat we maar één leven hebben waar we het beste van moeten maken. Om dan al die tijd te verliezen aan twijfel? Hándel, en zie dan.”

Beeld Bob Van Mol

Mag ik vragen hoe je geloof eruitziet?

“Ik was deze morgen toevallig in de Heilig Bloedkapel in Brugge. Dan brand ik twee kaarsjes en ga ik even zitten. Ze noemen dat bidden, ik zie het als even nadenken, bij mezelf komen. Ik denk niet dat er een hemel is of een god die ons dirigeert, wel dat er iets onwezenlijks in ons zit, maar ook buiten ons. Iets abstract dat ons allemaal verbindt. Ik denk ook dat we allemaal worden geboren als gelovige mensen: we geloven in onze ouders, we geloven in Sinterklaas, we geloven dat dit een goed gesprek wordt. Alle mensen geloven, maar ze duwen dat weg.

“Ik ben katholiek opgevoed en heb het geloof herontdekt toen ik met Arnout Hauben (bekend van Ten oorlog en Rond de Noordzee, red.) de weg naar Compostela heb afgelegd. Ik heb gezien wat dat doet met mensen, en wat het deed met mij. Je voelt dat je daar niet alleen aan het stappen bent. Het idee dat je niet helemaal alleen bent, daar haal ik veel kracht uit.”

Ga je vaak naar de kerk?

“Soms, in het buitenland. Ik begrijp er geen woord van, maar het geeft me een gevoel van samenhorigheid. Ik heb daar al veel discussies over gehad met mensen die zeggen: ‘Wim, je hebt dat evengoed op de scouts of op een concert’. Wel, ik dus niet. Ik voel me beklemd in massa’s. Een festival, bespaar me dat.”

Voor veel mensen staat geloof haaks op wetenschap.

“Ik ga echt niet discussiëren over de vraag of God bestaat, dat is bullshit. Wetenschap is gebaseerd op feiten, geloof is iets onbestemd, onvatbaar. Voor mij kunnen twee verschillende dingen perfect naast elkaar bestaan ”

Voed je je kinderen gelovig op?

“Ze zijn gedoopt en hebben hun communie gedaan. Of ze zelf geloven, dat moeten ze zelf uitmaken. Maar ik vind het wel belangrijk dat ze onze cultuur kennen, en weten waar we vandaan komen. Je kan het katholieke geloof niet ­wegdenken uit onze geschiedenis.”

‘Onze cultuur’, dat is tegenwoordig een beladen term, niet?

“Daar word ik nu echt onnozel van. Ik kom uit een Vlaams nest, bij ons hing op 11 juli de vlag uit. Als je dat nu doet, ben je een Vlaams Blokker. Maar dat ben ik niet, ik verfoei wat die mannen zeggen. Brugge was al tijdens de middeleeuwen een mengelmoes, op straat hoorde je toen evenveel talen als nu, en net dat heeft ons rijk gemaakt: we kunnen goed samenwerken, kennen onze talen en zijn diplomatisch. Vreemde culturen toelaten is net een verrijking.

“Ik ben fier om Vlaming te zijn. Lezers denken nu misschien: oei, hij past in dat rechtse discours, maar daar word ik chagrijnig van, want dat klopt niet. Ik vind het erg dat ik de Vlaamse vlag niet kan uithangen omdat organisaties zoals Vlaams Belang en Schild & Vrienden zich dat symbool toegeëigend hebben en misbruiken onder de noemer ‘eigen volk eerst’. Er ís geen eigen volk, we zijn uiteindelijk allemaal nakomelingen van migranten. Ik wil dus niet in dat hokje geduwd worden.

“Het is heel comfortabel om mensen in hokjes te steken, want dan hoef je niet na te denken. Ik was vroeger ook een beetje zo, maar De Columbus heeft mij geleerd dat een tv-kok veel meer kan dan koken alleen, dat een blonde Miss België niet dom en oppervlakkig is, dat een N-VA-politicus ook een groene anarchist kan zijn. Ik probeer die hokjes nu echt los te laten. Het leven is niet zwart-wit, maar een regenboog. Goeie quote, hè.” (lacht)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234