Zaterdag 08/08/2020

Vertel een mop en ik zeg wie je bent

De ene mop is de andere niet. Dus als u van plan bent een mop te vertellen met de bedoeling te scoren, gaat u het best even na in welk sociaal milieu u zich bevindt. 'Hoger en lager opgeleiden hebben een ander gevoel voor humor', zegt Giselinde Kuipers. Ze schreef er een boek over.

Door Stephen Rosé

BRUSSEL l Vooral lager opgeleiden tappen moppen. Bij de hogere klassen zijn moppen zo goed als not done.

Die conclusie mag dan wel blijken uit humoronderzoek bij Nederlanders, dat patroon van volkse en intellectuele humor zullen Belgen ook wel hebben, zegt Giselinde Kuipers, sociologe aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit.

De mop heeft er al een lang leven op zitten. Maar evenzeer ook een bewogen leven. "De mop is in de loop zijner jaren sociaal gezakt", zegt Kuipers. "In de achttiende eeuw was de mop nog heel belangrijk in de hogere kringen. Zelfs in het begin van de twintigste eeuw kwam je er nog goed mee voor de dag. Maar daarna is de mop heel snel van de sociale ladder getuimeld."

Waarom de mop plots is beginnen tuimelen, moet bij een combinatie van oorzaken worden gezocht. "Het heeft enerzijds te maken met het feit dat het bij humor voor hoger opgeleiden belangrijker werd om zelf iets grappigs te bedenken. En met een mop kun je dan niet scoren, want die is niet van jezelf", gaat Kuipers verder. "Een andere reden is dat de uitbundigheid waarmee een mop vroeger werd verteld, met grootse gebaren, door die groep ook niet meer zo geapprecieerd wordt."

En dus is de mop verworden tot iets typisch voor de lagere klassen. Toch is het nog net iets te cru om te stellen dat de hogere kringen opteren voor intellectuele humor en de lagere voor platvloerse. "Laat ik het zo zeggen: als je aan mensen uit hogere kringen vraagt wie gevoel voor humor heeft, zeggen zij dat het iemand is die snel en gevat is. Humor moet voor hen kritisch en ironisch zijn en het mag niet al te duidelijk zijn dat het om humor gaat", zegt Kuipers. "Als je diezelfde vraag stelt aan lager opgeleiden is het voor hen belangrijk dat die persoon het gezellig maakt."

Om er een paar namen op te kleven. Freek de Jonge, Hans Teeuwen en de cartoons van Fokke & Sukke vinden het meeste succes bij de hogere kringen. André van Duin en de Flodders zijn dan de weer humorhelden bij de lagere kringen.

Voor haar onderzoek sprak Kuipers met Nederlandse moppentappers. Toch zijn de conclusies, volgens haar, ook op de Belgen van toepassing. "Nederlanders houden misschien wel eerder van de harde humor van een Paul de Leeuw of een Youp van 't Hek dan Belgen, maar dat verschillende gevoel van humor bij hogere en lagere klassen en die connotatie dat een mop platvloers is, zal ook in België spelen."

En hoe doet de Belgische humor het intussen in Nederland? Kuipers: "Kamagurka doet het bijzonder goed bij hogere klassen omdat zijn humor iets ongemakkelijks heeft. Het wringt en daar houden ze van. Urbanus zou ik als een kruising van Paul de Leeuw en André van Duin noemen: op het ene moment doet hij zo volks aan als Van Duin maar dan plots doet hij, zoals De Leeuw, iets heel onverwachts en krijg je een andere humor. Over het algemeen denk ik dat Vlamingen echt uitblinken in het strikt uitgevoerde absurdisme. Zoals dat duo dat ik onlangs nog zag. Kommil Foo, echt geweldig."

Het grappige aan humor is dat elk zijn eigen humor de beste vindt, maar er zit ook een tragisch kantje aan. "Normaal gezien tracht iedereen de sociale ladder op te klimmen", zegt Kuipers. "Maar eenmaal opgeklommen, stellen ze vast dat hun moppen daar geen plaats hebben. Velen vinden dat sneu en hebben het gevoel dat ze daardoor iets verloren hebben."

Humor kan de lijm zijn tussen mensen. Samen lachen is op eenzelfde golflengte zitten. Maar als dat niet lukt, is een toekomst samen moeilijk. "Denk maar aan hoe moeilijk het is om om te gaan met iemand die niet om jouw grappen kan lachen of die de verkeerde grappen maakt", aldus Kuipers. Als er dus verschillen zijn in het gevoel voor humor tussen de klassen, zal dat ook consequenties hebben voor de omgang tussen die twee.

Niet alleen tussen klassen, ook tussen geslachten en leeftijden blijken er verschillen te zijn. Jongeren hebben een voorkeur voor harde humor. Tussen mannen en vrouwen is er niet zo veel verschil in de waardering van humor, wel in de publieke performance. Moppen zijn een mannengenre. Het vertellen van een mop is een soort machtsgreep en is riskant, want je kunt afgaan. Vrouwen hebben het niet nodig om in competitie te gaan. Kuipers: "Erg om zeggen, maar het is nog steeds zo dat een vrouw met humor een vrouw is die lacht om de grappen die mannen maken."

Giselinde Kuipers, Good Humor, Bad Taste. A Sociology of the Joke, Mouton de Gruyter

Sociologe Giselinde Kuipers: 'In de vorige eeuw is de mop heel snel van de sociale ladder getuimeld'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234