Woensdag 08/12/2021

Verstrikt in eigen gestuntel

Onacceptabel, noemde hij het afluisteren van 1,8 miljoen Nederlanders door de Amerikaanse inlichtingendienst NSA. Tot bleek dat de Nederlanders zelf de gegevens hadden overhandigd en minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk steeds meer verstrikt geraakte in zijn eigen gestuntel.

Toen Der Spiegel in augustus vorig jaar documenten publiceerde die door Edward Snowden waren gelekt, stond in het Duitse tijdschrift ook een grafiek met onderschept telefonisch verkeer vanuit Nederland. Het ging meer bepaald om 1,8 miljoen sets aan zogenaamde metadata. Daarbij was niet de inhoud van een gesprek afgeluisterd, maar waren het nummer van zowel beller als ontvanger, de datum en de duur van het gesprek in handen gekomen van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA.

Maar terwijl de Duitse bondskanselier Angela Merkel de afluisterpraktijken onaanvaardbaar noemde en Frankrijk woedend de Amerikaanse ambassadeur op het matje riep, was de reactie bij de Nederlandse regering opvallend lauw.

Toen vanuit het Nederlandse parlement steeds meer kritiek kwam en om uitleg werd gevraagd, schreef minister van Binnenlandse Zaken Plasterk (PvdA) in oktober in een brief aan de Kamer dat het kabinet, gezien de Amerikaanse wetgeving, "zich bewust is van de mogelijkheid dat de Amerikaanse NSA telefooncommunicatie kan onderscheppen". Als dat gebeurde binnen de daartoe bestemde wetgeving, was er geen bezwaar. "Maar iedere andere vorm is niet acceptabel", schreef Plasterk.

Geheime praktijken

Het was een reactie die niet meteen grote duidelijkheid verschafte. Had de NSA de Nederlanders nu afgeluisterd of niet? Eind oktober, tijdens een uitzending van het actualiteitenmagazine Nieuwsuur, toonde Plasterk zich kritischer tegenover de Amerikanen. Dat hij bevestiging had gekregen van de NSA over de 1,8 miljoen geregistreerde metadata die in december 2012 waren verzameld. En dat het wel duidelijk was dat het ging om geheime praktijken van de NSA zonder dat Nederland daarvan op de hoogte was.

Het ging niet, zo beklemtoonde Plasterk, om gegevens die door een Nederlandse inlichtingendienst waren verzameld. "Dit is niet acceptabel", zei Plasterk nog.

Wist minister Plasterk toen al dat er een haar in de boter zat? Dat noch hij, noch de minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD),eigenlijk het fijne van de hele zaak kende? In ieder geval is duidelijk dat beide ministers, respectievelijk verantwoordelijk voor de algemene inlichtingendienst AIVD en de militaire tegenhanger MIVD, op 22 november vernamen dat de 1,8 miljoen gegevens niet door de NSA waren gestolen maar door de Nederlandse inlichtingendiensten zelf aan de Amerikanen overhandigd. Dat draaide de zaak helemaal om.

Toch oordeelde Plasterk noch Hennis dat ze die nieuwe kennis moesten delen met de rest van het land. Dat gebeurde pas meer dan twee maanden later, toen ze daartoe werden gedwongen.

Vorige week onthulde minister Ronald Plasterk plots dat de Nederlandse inlichtingendiensten de 1,8 miljoen metadata hadden verzameld en doorgespeeld aan de NSA. Een spontane onthulling, zo leek het eerst. Maar even later bleek die plotse openheid het gevolg te zijn van een rechtszaak, aangespannen door de vereniging 'Burgers tegen Plasterk', een actiegroep met onder meer burgers, strafrechtadvocaten en organisaties als de Nederlandse Journalistenvereniging (NVJ). Zij eisten dat de Nederlandse inlichtingendienst AIVD stopte met het gebruiken van door de NSA illegaal verkregen gegevens.

Tijdens een rechtszaak, zo werd snel duidelijk, zou de actiegroep naar buiten brengen dat de Nederlanders achter de registratie van 1,8 miljoen gegevens zaten. Want al hield Plasterk de lippen stijf, intussen waren ook anderen erachter gekomen hoe de vork in de steel zat.

De brief die Plasterk vorige week schreef aan de Tweede Kamer was een pak langer dan zijn eerste brief van oktober vorig jaar. "De bedoelde grafiek (in Der Spiegel, AE) wijst op circa 1,8 miljoen records metadata die door de Nationale Sigint Organisatie (NSO) zijn verzameld in het kader van terrorismebestrijding en militaire operaties in het buitenland", schreef Plasterk deze keer. "Het betreft dus uitdrukkelijk data verzameld in het kader van de wettelijke taakuitoefening. De gegevens zijn rechtmatig gedeeld met de Verenigde Staten in het licht van internationale samenwerking op de hierboven genoemde onderwerpen."

Rammelen

Voorts heette het dat "aanvullende informatie" en "nader onderzoek" tot die conclusie hadden geleid. En de reden waarom hij niet eerder naar buiten was gekomen met die wetenschap, was om de nationale veiligheid niet in gevaar te brengen.

Een uitleg die rammelde van alle kanten, zo oordeelden leden van de Tweede Kamer. Na de brief werd Plasterk overstelpt met kritiek. Waarom de Tweede Kamer niet eerder op de hoogte was? En waarom zweeg de minister toen de ware aard van de feiten duidelijk werd? En: weet Plasterk wel wat er zich binnen zijn inlichtingendiensten afspeelt? Is hij wel de juiste man op de juiste plaats?

Hennis werd minder zwaar aangepakt omdat het Plasterk was geweest die tijdens Nieuwsuur zo stellig had ontkend dat de Nederlanders de gegevens hadden verzameld. Waarnemers zeggen dat de kwestie misschien nooit tot dit huidige hoogtepunt zou zijn gekomen als Plasterk van in het begin open kaart had gespeeld. Want dat de Nederlandse inlichtingendiensten in het buitenland metadata verzamelden, hadden ze zelf al erkend.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234