Maandag 19/04/2021

Versteend in het verleden

Wie de ruimte gebruikt voor een ander doel dan waarvoor ze bestemd is, riskeert een GAS-boete. Wie plompverloren de ruimte passeert, riskeert een acute opstoot van nostalgie. Een dankbetuiging aan de telefooncel, restletsel van een tijd die voorbij is.

De vader peinst, fronst, lacht. De 79-jarige man weet nog goed wanneer ze 't kotje aan de kerk hebben gezet. Tot dan moest hij gaan bellen bij Damman, de buur van rechtover. Die had een telefoon in huis. Als enige in de straat. Maar na een tijdje vond hij het moeilijk om die mensen lastig te vallen, telkens je naar mijnheer doktoor moest bellen. Met de komst van 't kotje werd dat allemaal een stuk gemakkelijker. De telefoon was nog steeds niet veraf, amper vijf minuten wandelen, en zo zag hij de buren nog eens. Daar aan de kerk.

Hij herinnert zich ook dat hij in 't kotje dikwijls heeft staan schuilen voor hij naar zijn werk trok. Zwoegen aan de weefgetouwen. De enige collega met een auto kwam hem daar oppikken. Hij kon er schuilen voor de regen, en in 't kotje was het altijd warm.

De 51-jarige zoon van de vader lacht, fronst, peinst. In de straat waar hij vroeger woonde, stond ook een telefooncel. Veel heeft hij die wel niet gebruikt, nuanceert hij meteen. In het begin vooral om naar zijn baas te bellen, met de vraag of hij 's anderendaags mocht gaan werken. En ook wanneer er een van de drie kinderen zo ziek was dat de huisdokter er aan te pas moest komen. Soms stond er een lange rij wachtenden, als de eerste maar bleef bellen. Maar na verloop van tijd kreeg hij, zoals iedereen in de straat, een vaste telefoon. In huis. En dan hadden ze 't kotje niet meer nodig.

De 27-jarige zoon van de zoon van de vader zwijgt. In het hoofd 'les feuilles mortes' (populair Frans chanson, red.). In de broekzak de gsm, als een hulpeloze hartpatiënt wachtend op een volgende elektrische schokgolf. Hoe in te beelden, het leven zonder mobiele telefonie. Toen Nokia en Samsung nog namen uit een parallel universum leken. Hoe in te beelden, het leven zonder fantoomtrillingen. Toen 'Good Vibrations' nog beelden van strand en surfplank deed opwellen, en vibranxiety hoongelach bij Scrabbelaars. Hoe in te beelden, het leven met een telefooncel. Toen bereikbaarheid nog deuren had.

De zoon van de vader antwoordt dat niemand van hem verwachtte dat hij altijd bereikbaar was. Heel rustgevend, zegt hij. Tot de eerste biepers plots opdoken, en men ook na de werkuren opgebiept kon worden. In het begin wel eens leuk, maar op den duur vond men dat toch vooral heel vermoeiend.

Stilaan werd de zoon zelf vader, en de bieper gsm. Achteloos verdween de telefooncel uit de dagelijkse handeling. Niet uit het straatbeeld. Overal ziet men ze nog. Als houten pashokjes op het perron van Brussel-Noord, op slot maar met de telefoon nog steeds paraat. Door klimop ingelijfd in de velden van Volkegem, voorgeborchte van Oudenaarde. Met reclameposters verpakt aan de kerk van Middelkerke.

Bevallig kan men de telefooncellen bezwaarlijk noemen. Te grijs. Te eenvormig. Te fantasieloos. Toch zijn ze haast even landschapsbepalend als de kromme regenpijp aan de trapezium zijgevel, de grijze badkuip in het koeienveld, of de felgekleurde kabouter in het gras. Verankerd in het vlakke land. Versteend in het verleden.

Nooit rinkelt er nog de telefoon. In tijden dat het telefoonverkeer soepel in de clinch gaat, blijft de telefooncel opvallend leeg. Vacuüm is haar ruimte, ledig onze gesprekken. Men belt, sms't, kakelt. Altijd onderweg, spurtend tussen waan en zin. Woorden aan schrijver Bernard Dewulf ontleend, die laatste. Alsook: blijkbaar kan tijd door ergens overheen te gaan iets uiteindelijk helemaal nutteloos maken. Bijzonder toepasselijk in deze, want: was ze ooit voorbode van vooruitgang, anno 2012 is de telefooncel met droefenis omhuld. 'Le téléphone pleure' (een hit van Claude François, red.).

Laadpaal voor Proton

Gezien het afgenomen verbruik is het duidelijk dat er geen redelijke behoefte meer bestaat aan publieke betaaltelefoons, zegt Jan Margot, woordvoerder van Belgacom. "We gaan dus door met de afbouw."

In de Telecomwet van 13 juni 2005 is het aantal telefooncellen dat behouden moet blijven, vastgelegd. Dat aantal hangt af van de zogenaamde penetratiegraad van de mobiele telefonie, momenteel 112 procent. Hoe dan ook, elke gemeente moet over ten minste één cel blijven beschikken. Bovendien is Belgacom wettelijk verplicht om tweeduizend telefooncellen geactiveerd te houden. Volgens een laatste stand van zaken telt België vandaag 5.068 publieke telefoons. Eind vorig jaar waren er dat nog 5.251, eind 2008 nog 7.948. Nog verder terug in de tijd, in 1997, 18.000.

Aldus verwijlt de telefooncel tot ongedempte put in de lucht. Restletsel van een tijd die voorbij is. Telefooncel 69.999 in Russeignies, een vlek op de taalgrens, bijvoorbeeld. In de schaduw van de kerk tegen een betongrijze omheining geplakt. Glasbak, bushokje en postbus op de loer. Een sticker echoot een rookverbod. Benjaminheeft er genoeg van. Ras-le-bol. De verzekeringsmakelaar in stijlvol blauw maatpak viert zijn vervroegd pensioen. Maar bovenal is de man blij dat er zich iemand over zijn cabine téléphonique ontfermt. Eindelijk. Tientallen keren al heeft hij zijn beklag gedaan. Maar de burgemeester zegt dat hij niets aan het hoge opstapje van de telefooncel kan doen. Belgacom, mijnheer. Maar dat het zo toch niet verder kan, want hoe moet hij daar nu over stappen, met zijn twee kapotte benen. "En ik laad hier nochtans zo graag mijn Proton op."

Daar dient 't kotje dus vooral voor, vandaag. Laadpaal voor Proton, zelf gretig ingehaald door het draadloze betaalsysteem PingPing. In juli maakte Bancontact bovendien bekend dat Proton eind 2014 verdwijnt. Definitief. Gelukkig voor de telefooncel zijn er nog de buitenlandse toeristen. De leefloontrekkers met een zogeheten Minimexkaart, goed voor een beperkt aantal gratis gesprekken. En, natuurlijk, de mensen zonder gsm. Al of niet tijdelijk. Er zijn ook mensen die om een of andere reden niet willen dat een bepaalde oproep op hun factuur verschijnt, zegt Jan Margot, en dan maar vanuit een telefooncel bellen. Kwetsbare minderheidsgroepen.

Niet zo in Engeland. Daar doen de iconische rode telefooncellen tegenwoordig dienst als vitrinekast voor schoonheidsproducten, of als minibibliotheek met een catalogus van een honderdtal boeken. Of, minder stichtend: als douchecabine. Een klant uit Saoedi-Arabië had er 2.400 euro voor veil. In Japan dan weer toverden studenten een leegstaande telefooncel in een met goudvissen gevuld aquarium om. Bizarre berichten, stuk voor stuk uit kranten van de voorbije weken geplukt.

In België, echter, fnuikt de Gemeentelijke Administratieve Sanctie, als GAS beter bekend, elke artistieke vrijheid. "Het is verboden een telefooncel te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de ruimte bestemd is." Artikel 157. Buitenissig, plots een woord met onontgonnen diepte.

Fragmenten uit de film Phone Booth springen voor de geest, de thriller waarin niet Colin Farrell maar een telefooncel in hartje New York de hoofdrol speelt. Of uit True Romance: Patricia Arquette en Christian Slater in een telefoonhokje langs een Amerikaanse snelweg, hitsig de ruimte voor een ander doel gebruikend dan waarvoor ze bestemd is. En gelijk hebben ze. Waarin anders schuilt nog de toekomst van een telefooncel? Van sociaal cement tot verdwaalpaal?

Niet langer in verhouding

Er is die titel van een boek van Lieve Joris, ook. Mijn Afrikaanse telefooncel, uit 2010. "Als hij het dorpshoofd wat kende, grijnsde hij, zou hij hem vragen iedere inwoner van Kokry te verplichten ten minste één keer per week te telefoneren", schrijft Joris. "Ondertussen probeerde hij de man over te halen hem een rijstveld te geven." Hoofdrolspeler in Joris' kleine parabel is Bina. Chef van een postkantoor in het Malinese dorp Kokry, en tevens exploitant van de enige telefooncel in de gemeenschap. Joris mag zich sinds haar Malinese passage beschermheilige van die telefooncel noemen. 'Cabine téléphonique Lieve' prijkt in Kokry boven de hoorn. Maar, zo schrijft Joris: "Nee, moest Bina toegeven, de zaken stonden er niet best voor. Iedereen was gewend geraakt aan zijn handsfree telefoon en spijtig genoeg had Kokry geen emigranten zoals de Congolezen."

Het aantal telefooncellen en het aantal oproepen, zowel in Mali als in het Meetjesland, duiken hand in hand richting dieperik. Opnieuw brengt Belgacom-woordvoerder Jan Margot de cijfers achter het sentiment. "Sinds de massale intrede van de gsm, rond 1995, '96, is het aantal oproepen via telefooncellen gedaald", zegt hij. In 1997 haalden de telefooncellen nog een gemiddeld gebruik van vijftien uur per maand. In 2003 zes uur. In 2009 zestien minuten. Duizend cellen werden dat jaar minder dan één keer per maand gebruikt. Intussen zijn er duizenden cellen met maar één gesprek per week. "Of minder."

Minst in stilte verroest zijn de telefooncellen aan de drukke treinstations. Ook bij gemeente- of in ziekenhuizen, op kerkpleinen of aan de kust treft men zeldzaam nog een afgesloten beller. In Limburg bijvoorbeeld waren de meest gebruikte telefooncellen de afgelopen maanden die aan de stations van Hasselt, Genk, Diest en Sint-Truiden. Maar: gemiddeld duurt een gesprek één minuut.

Geen rijen wachtenden meer, bijgevolg. De vader heeft de vaste telefoon in de vingers, de zoon van de vader zelfs de gsm. 't Kotje staat er nog, daar aan de kerk, maar trekt meer vandalen dan carpoolers. Net als in het Henegouwse Anvaing bijvoorbeeld, waar op de hoek van de Rue Lesaffre de wind dwars door de telefooncel giert. Niet gehinderd door glas of geest. Of zoals in telefooncel 68.385 langs de steenweg op Doornik, nabij Ath. "Ce téléphone peut vous sauver la vie. Ne l'endommagez pas", staat er te lezen. Als een schrijn is de telefooncabine in een bakstenen kapelvorm ingekapseld. Binnen geen Maria-kaarsen, echter, maar een leeg blik Jupiler en vergeelde boodschappenlijstjes. Achtergelaten door toevallige passanten die de ruimte duidelijk voor een ander doel gebruikten dan waarvoor ze bestemd is.

Tekenend, want volgens Belgacom lopen de kosten voor het onderhoud van alle telefooncellen jaarlijks tot 2 miljoen euro op. Beseft ook Margot: "De meerkosten voor het onderhoud van deze telefooncellen staan niet langer in verhouding tot het gebruik ervan."

Stap er, dus, eens eentje binnen. Gebruik de ruimte voor een ander doel dan waarvoor ze bestemd is. Om te schuilen voor de regen desnoods, zoals de vader. En voel de kracht van de stilte. Nu het nog kan.

Weet wel: bellen in een telefooncel kan enkel met Proton, een belkaart van Belgacom, of prepaidkaarten, verkrijgbaar in de krantenwinkel. De hulpdiensten, vanzelfsprekend, zijn er gratis te bereiken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234