Dinsdag 12/11/2019

Verse vrouwen Door Paul Demets

Niet alleen voor mannelijke recensenten is dit goed nieuws: eindelijk zijn er in Vlaanderen jonge vrouwelijke dichters opgestaan die op een ontregelende manier durven te schrijven en die de muzikale kracht van taal durven te benutten. Na de erudiete poëzie van Christine D'haen, die met archaïsche taal en intertekstuele verwevenheid de lezer dwingt tot traag lezen en na het beeldend, aarzelend schrijven op de grens van de stilte van Miriam Van hee, is het heel lang wachten geweest op nieuwe durf. Alsof de dichtende dames al te lang in Ons kookboek van voorspelbaar, klassiek en bedachtzaam of filosoferend formuleren van de Grote Emoties hebben gebladerd. Dat is nu wel anders. Eva Cox herinnerde mij met haar debuut Pritt.stift.lippe (Holland, 2004) aan de spitse, speelse formuleerdrift van Fritzi ten Harmsen van der Beek. Haar ervaring als podiumdichter heeft haar het vertrouwen geschonken om associatief te schrijven, te archaïseren én neologismen te hanteren. Haar gedichten zijn muzikaal, verhalend en beeldend. Ik kijk met belangstelling uit naar nieuw werk uit haar garderobe. Ook Herlinda Vekemans vond ik met Versneden (PoëzieCentrum, 2005) een verrassende debutante. Haar tweede bundel Buiging (PoëzieCentrum, 2006) vond ik als poëtische impressie van het werk van Sjostakovitsj minder overtuigend. Het zal wel aan mij liggen, maar bij Versneden moest ik vooral aan het vrouwelijke geslachtsorgaan denken. De titel roept natuurlijk ook andere associaties op: stof kan worden versneden, papier ook. Dat laatste is niet onbelangrijk: in Vekemans' debuut zit een boeiende spanning tussen een esthetische wereld vol referenties en het werkelijke, lijfelijke leven dat even sterk de aandacht opeist. Alsof je eerst alle verwijzingen naar beeldende kunst, muziek, andere dichters of reisbestemmingen voorbij moet om tot de essentie te komen. Versnijden als 'zich ontdoen van', zoals in 'Doosdichting': "scharnier, crêpe en kroes je/ frêle, dooi ruim je ogen/ ruil, rooi je oren/ slaap je/m'n d'sje". Slapen en dood liggen dan natuurlijk dicht bij elkaar. Het debuut van Els Moors, Er hangt een hoge lucht boven ons (Nieuw Amsterdam, 2006) kon mij het meest bekoren. Het zijn gedichten van een aandachtige toeschouwer die de absurde kantjes van de werkelijkheid ziet. Alsof de omgeving het lichamelijke vaak in de weg zit en Moors dynamiek in haar poëzie stopt om lucht te krijgen in deze bevreemdende werkelijkheid. Ingrijpen en alles weer helder maken, hoewel het besef groot is dat dit niet kan: "zonder ons kan niets beginnen/ zonder ons is alles gedaan."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234