Dinsdag 12/11/2019

Verrassingen in het vertrouwde

Alles is voortdurend in verandering. Miriam Van hee toont er zich gefascineerd door in haar nieuwe bundel als werden wij ergens ontboden. De dichter is 65 geworden, maar ze blijft zich verwonderen.

Poëzie.

De zintuigen van de dichter worden gescherpt door de nieuwe indrukken op de plaatsen waar ze komt. Maar ze houdt net zo van vertrouwde plekken en landschappen. Want ook die kunnen vragen oproepen en je alles opnieuw doen overdenken. Want, zoals ze schrijft in 'reis en bestemming': 'het is waar,/ in andere steden doen wij meer moeite, kijken/ naar peuken en stof op de weg'.

Van hee koos niet toevallig een motto van de bijzondere Oostenrijkse schrijver Robert Walser, voor wie het wandelen zo belangrijk was: 'Je hoeft niet veel bijzonders te zien. Je ziet al zo veel.' Dat sluit ook aan bij de manier waarop ze schrijft. Alles in haar poëzie lijkt op het eerste gezicht vredig en vertrouwd. Het rustige ritme van haar gedichten, de herkenbare situaties en de heldere zegging dragen daartoe bij.

Maar altijd weer worden we als lezer op het verkeerde been gezet. Door Van hee's poëzie zoeken we het verrassende in het vertrouwde op, het ontwrichtende in het gewone, het duister in het licht, het elders in het nu.

Zoals in het gedicht 'boottocht' dat ik koos. Dat kunnen we niet alleen lezen als een tocht vanuit het volle leven naar de vergankelijkheid, maar ook als een blik op de onvatbare kanten van de werkelijkheid, alsof het leven zich elders bevindt. In de poëzie van Miriam Van hee wordt er dan ook vaak van achter glas gekeken. Er zijn een hier en een daar. In 'paviljoen bij paal 17' lezen we: 'je/ doet je ogen dicht en het is al naar de raamlijst toe geschoven'. Ook in 'boottocht' en op meerdere plaatsen in de bundel is dat het geval. En er is dat licht waardoor Van hee in heel haar dichterlijke oeuvre gefascineerd is: het bepaalt alles, maar je kunt het niet vatten.

Lichtvoetigheid en hoop

Over haar werk is wel vaker gezegd dat het verstild is. Dat klopt als je verwijst naar de rustige toon. Haar gedichten schreeuwen nooit om aandacht. Alleen al het weglaten van hoofdletters versterkt dit beeld.

Maar er is zeker geen sprake van bewegingloosheid. In een vroegere bundel gebruikte ze het beeld van 'ingesneeuwd' te zijn. Nu is er vooral sprake van dynamiek. Er gaat zelfs, ondanks de melancholie, een zekere lichtvoetigheid mee gepaard. En hoop. Het slotgedicht gaat bijvoorbeeld over gemis, maar ook over hoe je 'voor het eerst een kuifmees zag die/ zich bewust leek van je afwezigheid/ en bereid je de weg te wijzen, springend/ van twijg naar twijg, het bos uit'.

Van hee is sterk gefascineerd door het veranderlijke. Ze zou de dingen wel willen vastleggen, als een verweer tegen de tijd, maar ze beseft dat het niet kan. Heeft dat allemaal wel zin en hebben de dieren niet eerder gelijk, vraagt ze zich in 'wandeling op texel' af, wanneer ze de hooglanders ziet grazen: 'we gissen naar betekenis,/ zij niet en wij vergissen ons'.

Ook de maatschappij verandert. In de afdeling 'een maand aan het meer' beschrijft ze het schrille contrast tussen diegenen die rondvaren met hun luxeboten op het meer en de asielzoekers, 'de niet verdronkenen, waar/ praten ze over, wat zullen ze morgen eens doen'.

De muzikaliteit in als werden wij ergens ontboden is sterk. Ze wordt in de hand gewerkt door het ritme en de vorm, alsof ze de grip op wat ze wil zeggen niet wil verliezen, ondanks de onvatbare veranderlijkheid.

Dit is een bundel waarvan je pas geleidelijk aan voelt wat hij met je doet, als het effect van de zon op je huid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234