Maandag 20/01/2020

Verplicht spookrijden op de E40

Ze zullen op meer krantenredacties de ronde doen, die ongeloofwaardige maar echt gebeurde verhalen. Vertelsels, nu eens uit een ver, dan weer uit een nabijer verleden stammend. Ze staan nergens gebloemleesd, maar in het collectieve De Morgen-geheugen leven ze graag voort.

Jules Hanot/Marijke Libert

De vrees van elke journalist is de zomer, de komkommertijd. Een rechtgeaarde nieuwsjager is als de dood voor juli en augustus. Hij moet dan politici in tuinbroek interviewen, de eerste mossel proeven, misbruikte jobstudenten aanhoren, nieuwe rages ontdekken. Hij moet oog hebben voor bezigheden in plaats van acties, voor bezienswaardigheden in plaats van brandhaarden. Hij ziet zijn actualiteit verpulveren, stelt krimpende wereldgrenzen vast. Het leven verplaatst zich van Brussel, Belgrado en Burundi naar Knokke, Kos en Cappadocië. Kranten worden gevuld met steeds terugkerende en voorspelbare items.

Op de redactie steeg eind juni 1993 de koorts. Zomer. Bah. Uit de walging groeide evenwel een origineel concept. Waarom geen bijlage maken, dachten we, waarin de te verwachten nieuwsitems van juli en augustus in kaart werden gebracht? Waarom geen pagina's breien rond te verwachten gebeurtenissen? We zochten in de zomerkranten van de jaren daarvoor en ontdekten gemene delers. Zoals: burgemeester Lippens die elk jaar zijn kuststad met een of andere verordening - tegen de frigoboxtoerist of de hondendrol - in het nieuws bracht. Zoals: de naturist die in onbedekte termen om zijn eigen strand riep. Zoals: de rampspoed (busongeval, campingbrand, vernietigend onweer, dood van een bekende) die ons geheid medio augustus overviel.

En dus zetten we ons aan een visionaire miniversie van de krant waarin dat terugkerende nieuws werd aangekondigd, humoristisch van oorsprong maar met een journalistiek sérieux. Een van de tientallen artikels ging over het verkeer. Ook dat bleek een constante in de zomer: files en de originele oplossingen. In de zomer waren tenslotte de alternatieve routes en het blokrijden uitgevonden. Wij schreven dat de overheid dit jaar een nieuwe uitvinding in petto had: het verplichte spookrijden. We schreven (en citeerden een fictieve woordvoerder van Binnenlandse Zaken): "Op bepaalde uren van de bewuste uittochtdag naar de kust zullen op de E40 kust-Brussel alle rijstroken worden opengesteld in slechts één richting. Eind augustus, bij de massale terugkeer, gebeurt hetzelfde in omgekeerde richting. De zes rijstroken worden voorbehouden voor het verkeer dat van de kust naar het binnenland trekt." Afritten zouden gedurende een paar uur worden afgezet en zo zou het fileprobleem in piektijden worden opgelost.

1 juli, ochtendjournaal Radio 1. "Volgens de krant De Morgen zal deze zomer een origineel verkeersconcept worden ingevoerd, het verplichte spookrijden..." De radiojournalist van dienst begreep de bedoeling van de bijlage (nochtans op de eerste pagina omstandig uitgelegd) niet en nam het nepnieuws voor waar. Marijke Libert, coördinator van het ding, stikte die ochtend bijna in een volledig kussen en half dekbed. Vooral toen bleek dat de ijverige BRT-journalist verkeersdeskundige Romain Poté in de studio had gehaald. Hij bewierookte het initiatief als een originele oplossing voor monsterfiles.

Al zeer snel hingen de hoofdredactie van De Morgen, de kabinetten van Binnenlandse Zaken en Verkeer, het Vlaams Instituut voor de Verkeersveiligheid en de BRT aan de lijn. Uitleg, rechtzetting, verontschuldiging volgden en die middag heeft het radiojournaal beverig het nieuwsitem 'teruggeroepen'. Grapjes worden sindsdien bij De Morgen voor alle veiligheid buiten de kolommen gehouden.

Een verdwaalde renner

Het debiet aan rare maar waar gebeurde verhalen is nergens zo groot als op de sportredactie. Zakken zout worden aangesleept als ze verteld worden. De grootste gemene deler in alle vertellingen heet Tony. Wielerverslaggever en schrik van de Tour, de Giro en de Vuelta. Hoeveel ogenschijnlijk verloren avonden werden niet opgefleurd door 'Tony-verhalen'? Met een zeer groot Monthy Python-gehalte. 'Accident-prone', zeggen de Britten. Altijd brokken makend. Als Tony in het station van Keulen op een bankje zit, zal uitgerekend op zijn kale hoofd die ene duif haar ontlasting deponeren. Niet onopvallend, maar vanuit de hoge nok kletste de vogel haar overschot op zijn knikker. Een oude, tandeloze vrouw om wier lippen jarenlang geen glimlach meer had gespeeld, haalde in een keer al haar schade in met een bijna eeuwige schaterlach.

Ach Tony ... Hij stak de stekker van zijn computer altijd net in het verkeerde stopcontact. Hij zette hotels en perszalen in het donker en voetbalstadions zonder stroom. Hij sloot zichzelf op in hotelkamers, liet hele verdiepingen onder water lopen omdat precies in zijn bad een lek zat. Tony viel in putten, toverde steekvlammen uit zijn computer, verloor zijn wedstrijdpasjes in Franse toiletten en kreeg een zonneslag op 1 november.

Alle Spaanse journalisten spreken hem aan als 'señor Van de Valies'. Dat ging als volgt ... In een grijs verleden, toen het niet zo goed ging met deze krant, werd Tony uitgestuurd naar redelijk oninteressante wielerwedstrijden, als daar zijn: de Ronde van het Baskenland of die van Asturië. Tony vertrok. Zoals steeds zonder morren, maar wel aangewezen op de goodwill van anderen die hem naar start en aankomst moesten brengen. Vaak werd hij door de Spaanse chauffeurs op de meest bizarre plaatsen uit de wagen gezet en daar stond hij dan, liftend in the middle of nowhere, met enkel een koffer bij zich. Natuurlijk werdTony altijd opgepikt door Spanjaarden met medelijden, die wisten dat menige Vlaamse familienaam 'Van de' in zich droeg. Zo werd Tony niet alleen 'señor Van de Valies', maar ook een begrip. Zelfs de grote Indurain knikte hoofs telkens als hij voorbijstruikelde.

Ook het ontbreken van een koffer heeft Tony ooit parten gespeeld. Sterker zelfs, het scheelde geen haar of hij was als diamant- en deviezensmokkelaar in een Franse cel beland. Door de krant werd hij naar de Ronde van de Oise en de Midi Libre gestuurd. Na tien dagen gaf hij zijn koffer mee met een ploegleider en stapte hij met niet meer dan een toiletzak onder de arm in Carcassonne de trein op richting Brussel. Na een kwartier dommelde Tony in, vijf minuten later brutaal gewekt door een brigade van de douane. Waar kwam monsieur vandaan en hoe lang had hij daar verbleven?

"Ik kom uit Carcassonne en ben tien dagen van huis", antwoordde Tony.

"Mogen we uw bagage onderzoeken?"

"Zeker", zei Tony en hij haalde zijn minuscule toiletzak boven. "C'est tout?" Of monsieur dan misschien even wilde meekomen naar het speciale compartiment? Tony werd in zijn blootje gezet en grondig, zéér grondig, gefouilleerd. Er werd niets gevonden en de douanebeambten verontschuldigden zich voor het feit dat ze hem ten onrechte van diamantsmokkel hadden verdacht. Tien uur lang werd Tony argwanend bekeken door twee oude dames in zijn coupé.

De wielrennerij is altijd het avontuurlijkste deel van de sportjournalistiek geweest. Neem nu het verhaal van de Vierdaagse van Duinkerke. Jarenlang vroeg de toenmalige sportchef zich af wat Jules Hanot verloren had in deze onbetekenende Noord-Franse rittenwedstrijd. Sportief stelde de Vierdaagse, die overigens vijf dagen duurt en zeven ritten telt, destijds helemaal niets voor. De wedstrijd werd ook helemaal niet gevolgd. De Vlaamse pers maakte er een culinaire uitstap van en rekende op de organisatoren om bij aankomst een korte briefing van het wedstrijdverloop te geven. Jammer genoeg schatten die organisatoren hun wedstrijd op precies dezelfde wijze in als de journalisten en waren ze zelfs bij de start al veel te dronken om accurate informatie te geven. Zo kon het dat Jules samen met een collega van een andere krant het spoor van het peloton bijster raakte en verdwaalde in een grauwe sociale woonwijk. Taal noch teken van de Vierdaagse, tot een eenzame fietser - compleet met rugnummer - werd opgemerkt. Of hij niet wist of de Vierdaagse hier voorbij zou komen. "Ik zou het moeten weten, want ik rijd mee, maar ik ben de weg kwijtgeraakt..." En of hij geen lift kon krijgen?

Jules en collega staken de fiets in de koffer en gaven hun achterbank aan de renner. Na anderhalf uur: drie mensen aan de kant van de weg. "Ja, de Vierdaagse wordt hier verwacht, maar jullie zijn ruim een halfuur te vroeg." De renner werd uitgeladen en zette zijn tocht voort. Hij won de rit met ruime voorsprong ...

Een brandend voertuig in Voeren

Alles op vier wielen was bang voor hem. Als hij zijn sleutel in het slot stak, weigerden wagens nog open te gaan. Hij rééd niet met auto's, hij mishandelde ze. Starten in derde versnelling of tot vijftig kilometer per uur in eerste rijden, zo karde hij. Collega's weigerden mee te rijden. Zij die niet anders konden dan met hem terug naar Antwerpen bollen, hielden die middag hun plastic lunchzakje bij zich. Opvallend was ook dat hij in de vijftien jaar dat hij van De Morgen naar huis reed onderweg diverse keren een afrit miste en uren lang verloren reed in eigen buurt.

Niet alleen zijn rijstijl, ook zijn parkeren was legendarisch. Hij ging er prat op dat hij overal voor de deur stond, of toch zeer dicht bij het evenement waarover bericht moest worden. Maar hoe stond hij daar? Hij liet zijn wagen achter als een hond zijn drol. Plompweg verloren. Eén keer is Rudy echt ver gegaan. We schrijven maart 1980. In Voeren hadden taalactievoerders, Walen, waterkanonnen en legertanks een belangrijke afspraak gemaakt. Rudy versloeg. De hele dag vernam de redactie niets van hem, tot het avondjournaal op tv. De journalist van de BRT meldde dat er incidenten waren geweest, zestien gewonden telde men, en er was ook materiële schade. Op de televisiebeelden smeulde in de achtergrond de auto van De Morgen, een Opel City, nog na.

Rudy was een verslaggever pur sang, steeds daar aanwezig waar het nieuws te vinden was. Hij was 's Gravenvoeren binnengereden en had de wagen midden in de oorlogszone achtergelaten. Het was de dag waarop een Luiksgezinde met long rifle de omgeving onder zijn raam onder vuur nam, met traangas en met bakstenen werd gegooid, driehonderd fanatieke Vlamingen een huis bestormden en helemaal vernielden en de straten rookten van het geweld. Rudy stond midden in de brandhaard en zijn/onze bedrijfswagen dus ook. Collega's schreeuwden nog dat hij het voertuig best verplaatste, maar een gedreven Collier heeft stoppen in de oren. Resultaat: citaat in De Standaard van 10 maart 1980: "Naar verluidt zou ook een wagen van het dagblad De Morgen zijn omgedraaid en gedeeltelijk in brand gestoken". In de eigen krant luidde het onder de hoofding 'Wagen De Morgen vernield': "Tijdens de schermutselingen in de Voerstreek werd de personenwagen van De Morgen door manifestanten zwaar beschadigd. Het voertuig werd eerst omgekipt en daarna gedeeltelijk in brand gestoken". Rudy's enige commentaar achteraf: "Slechte wagens zijn het, die Opels City".

En dan is er... Lucien

We kunnen ons niet herinneren wanneer hij precies kwam aanwaaien. Smalle jeans, mouwloos camioneurshemdje over het pezige lijf dat overvloedig was besprenkeld met aan de dokken 'gevonden' eau de toilette. Lucien is er altijd geweest en het is ondenkbaar dat hij er ooit niet meer zal zijn. "Polleke, toevallig geen medewerkerke nodig?" Lucien sprak, spreekt, met verkleinwoordjes. 'Polleke' stond voor Goossens Paul, destijds hoofdredacteur. 'Polleke' verwees Lucien redelijk cynisch door naar 'Bobke'. Voor ons was dat de heer Van de Voorde, destijds de nummer twee van de krant. Niemand ter redactie zou het ooit in zijn hoofd hebben gehaald beide heren op dergelijke manier aan te spreken. Lucien heeft nooit anders gedaan, niemand heeft er ooit wat van gezegd. Hij ontpopte zich tot de snelste uittikker die deze krant ooit heeft gehad. Zonder fouten. Tenzij je ruimte liet voor interpretatie. Zo belde Walter Pauli ooit een bevlogen stuk door vanuit Parijs. "Eerste scène", had de openingszin moeten luiden. In de krant stond: "Eerst de Seine". Walter werd grauw, ging verhaal halen maar vertrok zijn gezicht in een begrijpende plooi toen bleek dat Lucien verantwoordelijk was voor de fout. Wekenlang heeft hij iedereen op de redactie proberen te overtuigen van zijn waarheid. "Juleke, de Seine loopt toch door Parijs, of niet soms?"

Lucien heeft nooit voor het geld bij De Morgen gewerkt. Zelfs nu hij bij Belgacom met vervroegd pensioen is gestuurd blijft hij komen. De Morgen is een beetje zijn krant geworden en hij wil er 's zondags op toezien dat alles goed blijft gaan. Ruim twintig jaar later wordt duidelijk dat de tijd wel degelijk kan stilstaan. Smalle jeans, mouwloos camioneurshemdje over het pezige lijf dat overvloedig is besprenkeld met aan de dokken 'gevonden' eau de toilette.

Over Lucien zijn geen onwaarschijnlijke verhalen te vertellen. Lucien IS, net als de krant, een onwaarschijnlijk verhaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234