Dinsdag 17/05/2022

Verontrustende sportieve 'doe-cijfers' voor Vlaamse meisjes

Sportbeleid

Leuven

Eigen berichtgeving

Wim De Jonge

Hoe sportief zijn jongeren in Vlaanderen? Heel wat sportiever dan twintig tot dertig jaar geleden zeggen onderzoekers van de faculteit Lichamelijke Opvoeding en Kinesitherapie van de KU Leuven. Ook al is het globale beeld positief, toch maken de Leuvense onderzoekers zich zorgen over het geringe aantal uren sportbeoefening bij meisjes en oudere jongens. Jongeren tussen dertien en achttien jaar vinden blijkbaar vlot de weg naar de sportclub. In '69 kwam één derde van de jongens in contact met een club, dertig jaar later is dat al iets meer dan de helft. Ook bij de meisjes zitten sportclubs in de lift. In '79 was nog geen derde van de ondervraagde jongeren aangesloten, twintig jaar later zijn dat er meer dan vier op tien. "Wat de sportclubparticipatie betreft, is de kloof tussen jongens en meisjes trouwens bijna gedicht", zegt docente Marijke Taks. "In '89 was er een verhouding van 55 tegenover 35, in '99 is dat 51 tegenover 42 geworden. De veertienjarige meisjes hebben de jongens zelfs voorbijgestoken."

Het Leuvense onderzoek geeft ook aan welke sporten jongeren beoefenen. In '99 waren voetbal, zwemmen en basketbal de drie populairste sporten voor jongens, bij de meisjes waren dit zwemmen, dansen en tennis. Voetbal is de vierde sport bij meisjes. Als opvallende 'nieuwe' sporten komen mountainbiken en skeeleren bij jongens, en muurklimmen bij jongens én meisjes naar voren.

Uit het in '69 gestarte tienjaarlijkse onderzoek vallen vooral wanklanken op wanneer het aantal uren sport per week onder de loep wordt genomen. De Leuvense onderzoekers maakten een onderscheid tussen niet- tot matige actieve (minder dan drie uren sport per week) en actieve (meer dan drie uur sport) jongeren. Professor Taks: "Vooral bij de meisjes is het verontrustend om vast te stellen dat de groep actieven daalt. Ondanks het feit dat meisjes vaker naar de sportclub gaan, heeft dat geen positief effect op het aantal uren sport per week." Ook bij de zeventien- en achttienjarige jongens is het aantal uren sport per week gedaald. Professor Bart Vanreusel belichtte deze cijfers onder andere vanuit een bekommernis om de volksgezondheid: "Sport is een graadmeter van welzijn. Uit andere studies blijkt dat het geen zin heeft om actieven aan te zetten om meer te sporten maar dat we onze pijlen moeten richten op de toenemende groep sedentairen."

Kunnen sprekende resultaten van topsporters dan geen gunstige invloed hebben? Professor Vanreusel denkt het niet: "Topsport en een bekommernis om sport voor allen zijn twee aparte zaken. Uit onderzoek blijkt dat bijvoorbeeld een olympische medaille in het judo slechts tijdelijk effect heeft."

De plek bij uitstek om een effectief sportstimuleringsbeleid op te zetten is de school. Professor Vanreusel: "Mensen die de lessen LO willen afschaffen, vertellen gewoon nonsens. De school is de enige plek waar je alle jongeren kunt bereiken. Wel moeten we denken aan samenwerkingsverbanden tussen school, gemeente en clubs."

Professor Vanreusel: 'Topsport heeft geen gunstig effect op sport voor allen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234