Dinsdag 31/01/2023

Vernieuwer van de toneelkunst

Met het Berliner Ensemble probeerde Brecht zijn theorieën in de praktijk om te zetten

Met hoge hoeden stonden zij verlegen Als om een adelaarskreng: geschrokken raven En hoe ze ook (tranen zwetend) moeite deden: Ze konden deze goochelaar niet begraven. (Bertolt Brecht voor de overleden Frank Wedekind, maart 1918.)

Bertolt Brecht (Augsburg 1898 - Berlijn 1956) wordt beschouwd als een van de belangrijkste theatervernieuwers van de voorbije eeuw, met eigenzinnigheid als slechts een van zijn handelsmerken. Geboren in een welgestelde bourgeoisfamilie kiest de jonge Bertolt al vroeg zijn eigen weg in de literatuur en in het leven, en debuteert als twintigjarige met het toneelstuk Baal (1918). In deze reeks losse taferelen uit het leven van een vagabonderende dichter, die de vrijheid zoekt maar uiteindelijk de dood vindt, komen Brechts soms gewelddadige fantasieën reeds tot uiting, hoewel de auteur in het dagelijkse leven bekend staat als een overtuigd pacifist. Het 'toneelgedicht' Baal wordt bovendien voorafgegaan door een spottende ballade, wat de kans op een opvoering zo mogelijk nog kleiner maakte.

Brechts reputatie groeide echter nadat hij Lion Feuchtwanger ontmoette, die hem overtuigde lid te worden van de sociaal-democratische partij. De jaren daarop schrijft Brecht Trommeln in der Nacht (1918-'20), een drama voor koor over de opstand van Spartacus, en in 1920 wordt hij dramaturg aan de Kammerspiele van München. Het vormt het begin van een indrukwekkende theatercarrière, waarin Brecht - behalve als auteur en regisseur van opgemerkte stukken als Mann ist Mann, Die Dreigroschenoper, Die Gewehre der Frau Carrar, Mutter Courage und ihre Kinder, Der Gute Mensch von Sezuan en Galilei - ook als theoreticus van zich doet spreken.

Met name Mann ist Mann wordt gezien als een voorloper van het "episch theater", wat zoveel wil zeggen als een stuk zonder psychologische analyse, waarbij elke morele beoordeling aan de toeschouwer wordt overgelaten.

Brechts visie op het theater krijgt vastere vorm wanneer hij in 1948 terugkeert naar Duitsland, na een lange verblijfperiode in het buitenland (Zwitserland, Frankrijk, Denemarken, Zweden, Finland...), een periode die begon toen in 1930 het stuk Die Ausname und die Regel door de Duitse politie verboden werd. Bij zijn terugkomst in Oost-Berlijn geeft Brecht uitleg bij zijn voornemen om het theaterpubliek "kritisch en waakzaam" te houden. Samengevat komt het erop neer dat de gebeurtenissen en karakters op de planken zó moeten worden gerelativeerd dat zij hun traditionele vanzelfsprekendheid verliezen, waardoor de toeschouwer zich vragen gaat stellen - in plaats van op te gaan in de magische roes van het theater - en er een effect van "vervreemding" optreedt, een van de sleutelwoorden in Brechts ontwikkeling.

Een jaar later, in 1949, wordt Brecht leider van het Berliner Ensemble, een gezelschap waarmee hij zijn theorieën in de praktijk kan omzetten. Toch blijven voor veel theaterliefhebbers de vroege toneelstukken de hoogtepunten in het Brecht-repertoire, waarbij Die Dreigroschenoper (1928), een satirische 'opera' op muziek van Kurt Weill, als veruit het bekendste werk geldt.

Ook bij ons werd De Driestuiversopera de voorbije decennia regelmatig opgevoerd, met een vroege Nederlandse vertaling in 1929 door Het Oost-Nederlands Toneel, in een bewerking en regie van August Defresne. In Vlaanderen toont vooral de Koninklijk Nederlandse Schouwburg (KNS) in Antwerpen zich een trouw gezelschap om het duo Brecht/Weill op de affiche te zetten, met opvoeringen van De Driestuiversopera in 1938, 1956 en 1978.

Tot het begin van de jaren zeventig zijn het sowieso vaak de drie Vlaamse stadstheaters (KNS, KVS en NTG) die stukken van Brecht opvoeren, met in het woelige jaar 1968 de controversiële interpretatie door regisseur Walter Tillemans van Man is Man, verbonden met de actualiteit van de al even omstreden oorlog in Vietnam. Een recenter voorbeeld van een Brecht-interpretatie is de Bedelaarsopera door Het Zuidelijk Toneel (1994), gebaseerd op de Beggar's Opera van John Gay, door wie ook Brecht zich liet inspireren.

De laatste jaren lijkt Brecht weer iets afweziger op de Nederlandstalige podia. Vandaar Wie is er bang van Bertolt Brecht? als titel voor een workshop over 'theater en politiek', een initiatief voor jongeren onder leiding van Paul Carpentier in het kader van het Theaterfestival vorig jaar.

(SH)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234