Woensdag 16/10/2019

Vernieuwde lichamen

Dichteres Ellen Deckwitz (1982) doet elke week haar ding met poëzie en proza

Ieder jaar rond Valentijn vragen vrienden me een gedicht uit te zoeken voor degene op wie ze al dan niet heimelijk verliefd zijn. Ze sturen dan een mailtje met wat steekwoorden (blond, 1,80, glutenintolerant, houdt van honden) en verwachten dat ik een vers vind dat hun geliefde ervan overtuigt met hen naar bed te gaan. Toen ik er halverwege vorige week achterkwam dat ik verliefd ben, wilde ik eigenwijs zijn en zelf een liefdesgedicht schrijven.

Na een paar nachten te hebben doorgehaald, gaf ik het op. Verder dan noteren dat een blik van hem bij mij acute bekkeninstabiliteit veroorzaakt, kwam ik niet. Ik had beter moeten weten, ik had onlangs nog Ben Lerners briljante essay Waarom we poëzie haten (prachtig vertaald door Arthur Wevers bij Atlas Contact) gelezen. Hierin zet Lerner uiteen waarom de meeste mensen gedichten haten: het gaat niet om het vers zelf, maar om de verwachtingen die ze ervan hebben. Die zijn vaak zo hoog (het gedicht moet ontroeren, 'mooi' zijn, alles verwoorden wat je zelf nooit in taal kon vatten) dat poëzie, of je haar nou leest of schrijft, in de praktijk regelmatig teleurstelt. Wat dat betreft zijn dichtkunst en liefde identiek.

Maar toch maak ik het (gelukkig!) vaker mee dat een roman of gedicht juist precies die emoties omschrijft die ik zelf niet eerder in taal kon vatten. Ik moet dan denken aan een gesprek dat ik enkele jaren geleden met Rutger Kopland had. Die zei dat je moet dichten over onderwerpen waarmee je op het moment van schrijven niet zo bezig bent. Hij gaf toe zijn meest weemoedige verzen in periodes van volslagen onverschilligheid te hebben neergepend. Schrijven over acute gevoelens leverde volgens hem puinhopen van poëzie op.

Ik vind dat een troostrijke gedachte. Meerdere schrijvers, van Virginia Woolf tot Jonathan Franzen, hebben gezegd dat het schrijven over emoties het beste lukt als je er op dat moment zelf niet al te veel onder gebukt gaat. Ik ga er voor het gemak van uit dat de grootste liefdesgedichten ook zo zijn ontstaan: in een rustiger periode dan die waarin je het in je broek doet van goesting.

En gelukkig hebben we de literatuur nog om ons te helpen begrijpen wat er op zulke momenten in ons omgaat. Zoals er duizenden soorten verliefdheid zijn, zijn er duizenden verhalen en gedichten die je helpen onder woorden te brengen waarom je je dagen het liefst horizontaal wilt doorbrengen. Van de eis om liefde van Jane Eyre die tegelijk een eis is voor gelijkwaardigheid ('Ik spreek nu niet tot u vanuit traditie en conventies, en zelfs niet vanuit het sterflijke vlees; - het is mijn geest die zich tot uw geest richt; als waren beide door het graf gegaan en stonden wij aan Gods voeten, elkaars gelijke - wat we zijn!'), tot het door verliefdheid opnieuw ontdekken van je eigen vertrouwde lichaam, zoals in bovenstaand vers van de Amerikaan e e cummings. Het aanbidden van een nieuw lijf zorgt er ook voor dat de ervaring van je eigen lichaam wordt vernieuwd.

Idem voor het lezen van literatuur: door een nieuw corpus tot je te nemen, zie je opeens hoe de spieren, sapstromen en hartslag van je eigen geest werken. Ik houd van mijn lijf als het met jouw lijf is. Ik houd van mijn hoofd als ik lees, omdat ik daardoor mijn eigen hoofd beter begrijp.

Fijne Valentijnsdag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234