Zaterdag 16/01/2021

Verloren liefde

Als de liefde het enige is wat telt, zal er maatschappelijk niet veel bewegen

Door Jeroen Theunissen

In een klein, fosforescerend roze boekje met de wat prikkelende, maar voorts onschadelijke titel Bull sh!t. Waarom er zoveel wordt geluld, van ene Harry G. Frankfurt, vond ik een definitie van gelul. Een leugenaar probeert ons weg te voeren van een juiste weergave van de realiteit, maar net daarom is hij onvermijdelijk nog bezig met het werkelijkheidsgehalte van zijn woorden. Iemand die lult, daarentegen, kan het helemaal niet schelen of wat hij zegt de realiteit correct of incorrect weergeeft, de realiteit doet er gewoon niet toe. Vreemd genoeg is deze definitie, met de nadruk op het gebrek aan interesse voor hoe de zaken werkelijk zijn, niet enkel van toepassing op gelul, maar ook op verliefdheid.

In de lente van 1797 schreef de romantische dichter Novalis: "Mijn verstand heeft eerder gewonnen dan verloren - maar de liefde ontbreekt - en met haar ontbreekt alles - want zij geeft alles - maar zij neemt ook alles." Alles? Zeker brengt het einde van een relatie een sterke psychische druk mee, maar zijn het bericht dat je kanker hebt, de dood van een ouder of een atoomproef in Noord-Korea niet evengoed ernstige kwesties? De uitspraak van Novalis is gelul.

En toch, voor een keer wil ik de terechte eis van kritiek vergeten, het verschrikkelijke woord 'alles' laten staan, en eenvoudig akkoord gaan: waar de liefde weg is, is inderdaad alles weg. Waarom? Het is niet zo dat de realiteit buiten de liefde plots niet meer bestaat, maar dat ze van het ene op het andere moment alle zin verloren heeft. Stel dat op die dag begin oktober het Bepaald Verkeerde Belang stevig de macht in Antwerpen veroverd had, en dat uw partner er diezelfde dag met een ander vandoor gegaan was. Als bewuste, verantwoordelijke burger had u het eerste probleem veel erger moeten vinden dan het tweede, maar als u werkelijk van uw partner hield, was uw wereld zodanig ingestort dat een beetje catastrofe in Antwerpen u geen zier meer kon schelen.

"Liefde is het enige wat telt in het leven." Hoe zo? Laten we eerlijk zijn: als de liefde het enige is wat telt, zal er op het maatschappelijke vlak niet veel bewegen. Als de klassieke held Aeneas bij Dido gebleven was in plaats van koers te zetten naar de kusten van Latium, was Rome niet gesticht (en had Dido geen zelfmoord gepleegd door in de vlammen te gaan liggen: ook dat is verloren liefde, natuurlijk). Als Ernesto Che Guevara ervoor geopteerd had bij vrouw en kind te blijven, in plaats van in Cuba (en later in Congo en Bolivië) voor zijn idealen te gaan vechten, was hij nooit uitgegroeid tot de iconische held van de revolutie.

Maar misschien is het verschil tussen liefde en revolutie niet eens zo groot. Wat ze gemeen hebben, kunnen we met de Franse filosoof Alain Badiou beweren, is dat beide beginnen met een 'evenement', een ontwrichtende (achteraf moeilijk precies te lokaliseren) gebeurtenis, die de normale gang van zaken grondig verstoort: men wordt verliefd, of een jonge, zoekende Argentijn leert midden de jaren vijftig de idealen en de revolutionaire beweging van Fidel Castro kennen. Uit dit 'evenement', dit 'gegrepen-zijn', deze breuk in het gewone leventje, ontstaat een nieuw besef, een ideaal, een geloof, laten we maar zeggen een 'waarheid'. Hoewel het woord 'evenement' op een soort passiviteit wijst (men wordt gegrepen, 'iets' gebeurt), komt het er achteraf op neer actief trouw te blijven aan het gebeurde. Men zet de verliefdheid om in liefde. Of toegepast op Che: toen de rebellen Cuba na enkele jaren guerrilla bevrijd hadden, zei een van hen: "We hebben de revolutie gewonnen", waarop Che antwoordde: "Nee, we hebben de oorlog gewonnen, de revolutie begint nu."

Ik weet ook wel dat het woord 'revolutie' al lang in diskrediet geraakt is, en dat ook deze meer dan lichtelijk romantische vergelijking tussen liefde en revolutie als best onderhoudend, hoewel wat verwarrend gelul afgedaan kan worden, dat bovendien niet direct helpt om brood op de plank te krijgen. In de woorden van Jorge Luis Borges, de grote literaire landgenoot van Che Guevara: "De wereld, helaas, is echt."

Maar wanneer we het over verloren liefde hebben, wil ik de vergelijking toch nog even aanhouden. We hadden beweerd dat het begin van liefde een 'evenement', 'een gat', een 'breuk' in de gekende situatie was; om die reden, wanneer de relatie later kapotgaat, is het voor velen moeilijk om zomaar toe te geven dat de zaak gewoon mislukt is. Het is anders: de relatie is niet mislukt, maar was vanaf het begin een vergissing, het evenement was geen evenement maar een pseudo-evenement, de ex-partner was sowieso niet de juiste persoon, het is onmogelijk te begrijpen hoe men ooit voor die ander kunnen vallen is. Een vergelijkbare reactie vindt men ook bij ex-revolutionairen die, teleurgesteld, hun oude idealen met evenveel kracht bestrijden als waarmee ze die ooit verdedigd hebben. Nog een voorbeeld: het is bekend dat de meest overtuigde katholieken, als ze hun geloof verliezen, de meest extreme atheïsten worden.

Ik zal u niet te veel lastig vallen met remedies om verloren liefde te verwerken, in elke boekhandel vindt u voldoende materiaal, bijeengeschreven door vriendelijk glimlachende, poen scheppende psychologen. Ik wil u eigenlijk enkel aanraden dat u liever dan die rommel de klassieke auteur Ovidius leest. Zijn Remedia Amoris (Remedies tegen de liefde) is een heerlijk, meer dan tweeduizend jaar oud zelfhulpboek in verzen, bevat een massa handige tips, van 'verbrand haar brieven' over 'besteed aandacht aan haar lichamelijke tekorten' tot 'zorg ervoor dat je altijd twee vriendinnen tegelijkertijd hebt', en in tegenstelling tot die hedendaagse zelfhulptroep is het een plezier, een groot plezier om te lezen.

Laten we eerlijk zijn: de beste manier om de liefde niet te verliezen, is er gewoon niet (of niet meer) aan te beginnen. Dit is overigens net wat de al vermelde Jorge Luis Borges deed, die naar eigen zeggen uit verlegenheid en armoede voor de literatuur koos nadat een ander er vandoor gegaan was met de jongedame waarop hij verliefd was. Trouwens: men zegt dat de vader van Che (een man van twaalf stielen en dertien ongelukken, maar die wel een zeer begeerde partij won), ooit met de kleine Jorge Luis in de klas zat, en uit de les gestuurd werd nadat hij de toekomstige grootmeester een klap verkocht had, waarop deze hem bij de meester verklikt had met de vrij typerende woorden: "Meneer, deze jongen laat mij niet studeren." Voorts beweerde Borges later, dat als het paradijs bestond, hij het zich voorstelde als "een grote bibliotheek".

Dan eindig ik liever waar ik begon, met Novalis: "Ach Armer, du hast noch nicht geliebt." Of nogmaals Ovidius, ditmaal met Ars Amatoria (Minnekunst), waarvan de magistrale eerste verzen volstaan om de hele wereldwijde zelfhulpliteratuur rond het thema te vergeten: "Als er onder het volk iemand is die de minnekunst niet kent, dat hij dan mijn verzen leest, zich erdoor laat leiden, en op die manier leert beminnen." Voilà, zo had ik het ook gezegd. Benieuwd wat Borges hierover dacht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234