Zaterdag 24/10/2020

Verliefd zijn is als migraine: dat komt en dat gaat

Eenenzestig wordt hij straks. Maar het moet gezegd dat Arno er vandaag jonger uitziet dan vijf jaar geleden. Wat magerder, om te beginnen. Maar ook: dat inmiddels compleet verzilverde kapsel geeft hem opnieuw iets van een kwajongen. Bovendien heeft de jongste golf van geweld in Brussel hem strijdvaardiger gemaakt. ‘Het is niet omdat je allochtoon bent, dat dit je een excuus geeft om geweld te gebruiken. Dat is bullshit, en ik aanvaard het niet meer.’DOOR BART STEENHAUT / FOTO ALEX VANHEE

Arno

over het aroma van Brussel, het failliet van het socialisme, zijn nieuwe cd en, uiteraard, de madams

ier uur in de namiddag. De Archiduc - het bekende art-decocafé in de Brusselse Dansaertstraat - is nog dicht, maar voor Arno, kind aan huis hier, gaat de deur meteen open. We bestellen koffie - voor hem: een decaf - en nestelen ons in de bar die nostalgie naar een ver verleden uitstraalt. Schimmige verlichting, lederen zetels en een piano in het midden die duidelijk al geleefd heeft. Arno woont al meer dan vijfendertig jaar in de buurt, maar met Brussld heeft hij voor het eerst een cd gemaakt waarin de hoofdstad centraal staat. “De onmiddellijke aanleiding was Theater Aan Zee, waar ik vorig jaar een link heb proberen te leggen tussen Brussel en Oostende”, zegt hij. “Ik had eerst een andere plaat in mijn hoofd. Maar uiteindelijk kwam ik erachter dat alle nummers in Brussel geschreven zijn, en ze gaan ook allemaal over mensen die ik daar ken. Bovendien. Ik woon in het centrum van Brussel, wat dus ook het centrum van België is, én het middelpunt van Europa. Een hondje met een vallingsje zou rieken dat het mijn thuis is.”

Terwijl je eigenlijk overal zou kunnen wonen. Een artiest die voortdurend toert, heeft niet meer dan een uitvalsbasis nodig. Dat merk ik ook bij je thuis. ’t Is er heel sober ingericht.

“Dat is waar, maar ik woon hier intussen meer dan dertig jaar. En ik kom ook altijd terug. In ‘72 ben ik hier om de hoek als barman begonnen. In een club die Slumberland heette. Jan De Corte werkte er ook. Die was dj op t-dansants. Op de eerste verdieping had je een concertzaal waar al de Belgische groepen uit die tijd speelden, en daarboven had je de nachtbar waar ik werkte. Ik woonde in de Ruisbroekstraat, toen. In de tuin van Palais des Beaux-Arts. Nadien ben ik een tijdje weggegaan. Naar Antwerpen, Gent, Londen, Amsterdam...”

Waarom wilde je weg?

“Pfff. Ik ben altijd de vrouwen gevolgd met wie ik op dat moment samen was. In de jaren tachtig had ik een Amerikaanse madam in Amsterdam. Maar ik heb altijd mijn stek gehouden in Brussel. Je mag niet vergeten: de Dansaertstraat, waar ik woon, dat was de brousse vroeger. Er was niks. Je had twee cafés: de Archifuck en Le Coq. Dus ik ging heel vaak in Elsene uit, aan de Avenue Louise. Het is pas beginnen veranderen toen er een madam is gekomen, die een boutique met dure chique kleren heeft geopend: de Stijl. Dat mens moet een standbeeld krijgen, want dankzij haar is de hele buurt opengebloeid. Plots ontstond er een scene. Veel mensen denken vandaag nog steeds dat de wijk rond de Dansaertstraat een Vlaamse buurt is. Bullshit. Weet je hoeveel Vlamingen hier wonen? Twaalf en een hond. Voor de rest zijn het allemaal Polen, Russen en Marokkanen.”

Was Brussel even internationaal als nu toen je hier je intrek nam?

“Nee. Nu spreken ze hier meer Engels dan Frans, en er is veel meer kleur gekomen. Maar de stad heeft altijd al een enorme aantrekkingskracht gehad op creatieve mensen. Karl Marx heeft hier zijn Manifest geschreven. Arthur Rimbaud en Victor Hugo hebben hier gewoond. En Lemmy van Motörhead. Ik heb een biografie van Edith Piaf gelezen, en die kwam altijd naar Brussel om uit te gaan. Ian Curtis van Joy Division had hier een lief, dus die kwam ook vaak langs. Ik heb hier David Byrne nog zien fietsen, en zelfs Madonna heeft hier nog rondgehangen. En Jezus Christus. (lacht) Het schijnt dat alle extremistische groeperingen van eender waar naar Brussel komen om te vergaderen. Van de ETA tot de IRA. De gasten die de Twin Towers hebben opgeblazen, hebben hun paspoort in België gehaald.”

Brussel is de stad waar ze spruiten en rauwe mosselen eten, zing je op ‘Brussels’ ergens. Alsof dat een invloed heeft op het karakter van de Brusselaars.

“Maar dat is ook zo. In ieder restaurant aan de Vismarkt kan je moules parqués eten. Om 7 uur ’s ochtends staan de mensen daar al te drinken. Niet in een bar, hé. In een viswinkel. Ik was er onlangs met een Brit naartoe gegaan. Die keek zijn ogen uit. Dat vind je nergens anders. In Brussel kan je vierentwintig uur per dag alcohol krijgen. Ik ken bars waar ze al jaren de sleutel van de voordeur niet meer vinden.”

Kan je oprecht zeggen dat je Brussel een mooie stad vindt?

“Nee. ’t Is een bordel. Het moet zowat de lelijkste stad ter wereld zijn. En ze stinkt naar stront. Maar het is wel goeie stront. Ik herinner me nog dat toen ik hier kwam wonen, er soms een barstende pijn door mijn kop kon schieten. En dat had niks met de drank te maken, want in die periode dronk ik nog niet. Het kwam louter door de reuk. Voor mij is Brussel a dirty beauty, al loopt er toch wat te veel fout, de laatste tijd. Pas op: ik besef dat elke grootstad zijn problemen heeft, maar hier loopt het nu echt wel uit de hand. Sommige mensen zullen dat wellicht op de werkloosheid steken - en ze hebben een punt - maar dat is nog geen reden om agressief te zijn. Kijk: voor mij is de straat van iedereen met twee gaten in zijn neus. Het doet er niet toe of je Afrikaan, Zweed, Arabier of Jood bent.”

En je hebt niet de indruk dat je datzelfde respect terugkrijgt?

“Soms niet, nee. En ik vind: het is niet omdat je allochtoon bent, dat dit je een excuus geeft om geweld te gebruiken. Dat is bullshit, en ik aanvaard het niet meer. Iedereen moet respect hebben voor elkaar. Punt uit. Voor mij mag de ene mens een sandwich met jambon eten, de andere couscous en nog een derde krokodillenvlees. Zolang ze elkaar de kop niet inslaan, heb ik daar geen probleem mee. Als je dat luidop zegt, ben je zogezegd een racist. Terwijl: het racisme zit overal. Bij de blanken. Maar net zo goed bij de Arabieren en de Afrikanen.”

Ik ben het helemaal met je eens. Alleen: mochten we tien jaar geleden dezelfde discussie hebben gehad, weet ik zeker dat jij en ik niet eens zouden gedacht hebben wat we nu luidop zeggen.

“Dat is waar. Toen zou links me op basis van wat ik net vertel gegarandeerd voor een rechtse extremist hebben uitgekafferd.”

Terwijl ik je daar niet van verdenk.

“Als ik rechts ben, is de maan van groene kaas. Ik vind net dat de politici in de kaart van extreem rechts spelen door alles maar op hun beloop te laten. Die pipo’s van Vlaams Belang gaan vanuit hun zetel de volgende verkiezingen winnen. Kijk naar Nederland, waar Wilders de traditionele partijen van de kaart heeft geveegd. En dat is allemaal de schuld van links. Want waar staat links nog voor, verdomme? Er zit meer links in een coiffeurssalon dan in de hele sp.a.”

Hoe komt dat, denk je?

“(fel) Ze zijn bang om de waarheid te zeggen. Terwijl je dat net moét doen, als je iets wil veranderen. Wat we nodig hebben, is een nieuw socialisme. Je gaat me toch niet zeggen dat iemand die vandaag in de fabriek werkt zich echt vertegenwoordigd voelt door de sp.a? Als ik die bezig hoor, word ik daar impotent van. (denkt lang na) De politiek heeft Brussel jarenlang laten verrotten. Ik vind Freddy Thielemans een toffe gast, maar een gewelddadige moord afdoen als een faits divers, daar kan ik niet mee akkoord gaan. Ik heb hier al een paar keer buitenlanders mee naar een appartement helpen zoeken in Brussel. Maar die raken niet aan onderdak omdat ze een andere kleur hebben. Ook niet wanneer ze een job hebben en proper op hun eigen zijn. Dat is ook niet oké, vaneigens. En ik snap perfect dat dat voor frustratie zorgt. Maar opnieuw: het is geen geldig excuus om op straat de eerste de beste voorbijganger in elkaar te slaan. Daar komen alleen maar meer slachtoffers van.”

Sinds de sluiting van de school in Anderlecht en het ontdekken van een partij kalasjnikovs wordt er druk naar oplossingen gezocht om het geweld in Brussel aan te pakken. Stel eens wat voor.

“(blaast) De mensen zouden op straat moeten komen. Niet met vlaggen van een of andere partij. Maar om te laten zien dat ze solidair zijn. Al besef ik tegelijk heel goed dat daar ook gevaren aan verbonden zijn. Want de kans is groot dat alles wat rechts is daar achteraf toch weer het meeste garen bij spint. (denkt lang na) Ik doe niet aan politiek, joeng. Ik ben a-politiek. Ik wil die verantwoordelijkheid ook niet. Maar het is wel spijtig dat er zo weinig mensen zijn die hun mond durven opendoen. Wat dat betreft: chapeau voor Cas Vander Taelen. Die komt uit onverdachte hoek, en heeft onlangs eens duidelijk gezegd waar het op staat.”

Voel je je onveilig in Brussel?

“Ik niet. Omdat ze me kennen. Maar iedere jonge gast heeft hier last, hé. Geweld is een deel van het leven als je in een grootstad opgroeit, maar in een paar jaar tijd vind ik het wel veel gevaarlijker geworden dan vroeger. Als je nu een tiener bent en je neemt in Brussel de metro, dan moet je op je hoede zijn. Want de metro, dat is de realiteit, hé? Daar heerst de wet van de straat. Ik vind het erg dat er zoveel jonge mensen uit Brussel wegtrekken. Vorige week kreeg ik een brief van een flik. Een gast van een jaar of dertig, die beschoten is en daar een trauma aan heeft overgehouden. Hij zit aan de pillen. Die vent is bijna gefusilleerd geweest, en hij trekt zich op aan mijn muziek. Ik werd stil toen ik dat las. Ik snap dat de flikken gefrustreerd zijn, want die botsen voortdurend tegen wetten uit de jaren stillekes. De wet wordt niet aangepast aan de realiteit van vandaag. Als ze je ’s ochtends oppakken, ben je ’s middags alweer vrij. Dat creëert frustratie en racisme aan beide kanten. Voor mij is dat niet rock-’n-roll.”

Heeft het ook niet met de tijdsgeest te maken? Jij hebt er als welgestelde rockster allicht geen last van, maar het is flink crisis nu. Niet meteen een klimaat dat veel ruimte laat voor tolerantie. Je zei het net zelf al: in Nederland heeft de ruk naar rechts zich al voltrokken.

“Zwijg me daarvan. Tot voor het einde van de vorige eeuw kon 85 procent van de mensen twee keer per jaar op vakantie gaan. De mensen leefden goed, en er was luxe. De realiteit is nu wel anders. Ik lees elke dag in mijn gazet dat er weer mensen zijn ontslagen. Je hebt vierhonderd kookprogramma’s op tv, maar Babylon is falling. Europa gedraagt zich als het kleine broertje van Amerika. Alleen hebben de States ook niet meer de macht van tien jaar geleden. Dat is gedaan. ’t Is nu aan de Chinezen, en die vagen aan alles ulder zak. Pollutie? So what. Mensenrechten? Fuck off. Die produceren maar. En India is ook aan een inhaalmanoeuvre bezig. ’t Is gedaan met het westen. Terwijl wij de vette jaren hebben meegemaakt. Mijn vader heeft één oorlog meegemaakt, mijn grootvader twee. Dat is de fucking realiteit.”

Iets anders. Het valt me op - en mij niet alleen - dat je er de jongste tijd een stuk beter uitziet dan een paar jaar geleden. Wat afgevallen, zelfs. Er doen zelfs geruchten de ronde dat je veel minder drinkt dan vroeger. Gezondheidsfreak geworden?

“Dat is veel gezegd, maar ik kan veel minder tegen de drank dan vroeger. Daar gaat ‘Black Dog Day’ op de nieuwe cd over. Als ik nu een kater heb, zit ik met mijn kop in het surrealisme. Dan zie ik daar serieus van af. Babylon is falling, ook op dat vlak. (lacht) Meestal kan ik me nu achtentwintig dagen op de maand beheersen. Maar het helemaal laten is geen optie. Pour se cultiver, on doit se mouiller. En dan kom ik de volgende dag mijn bed niet meer uit. Le lundi, on reste au lit. Veel mensen dromen van dat soort vrijheid, dus wat dat betreft, heb ik een fantastisch leven. Als ik zou beginnen klagen, verdien ik slaag op mijn blote kont.”

Hoe zie je het archetype van de vrouw waar je altijd over schrijft? Ik vraag het maar omdat een van de mooiste nummers op de nieuwe cd ‘Elle pense quand elle danse’ heet, opnieuw zo’n serene ballad waar je inmiddels een patent op hebt.

“Dat heb ik geschreven voor mijn oudste zoon. Hij is een jaar smoorverliefd geweest op een madam, en ik merkte dat hij daar serieus van afzag. Wreed ambetant. We hebben daarover gepraat. Ik zei nog: er zijn meer vrouwen dan Chinezen. Maar als je verliefd bent, zie je dat zo niet. Toevallig heb ik haar nadien eens gezien. Maar ze danste niet met haar lijf. Ze danste met haar kop. En dat is niet goed. Dat nummer is mijn manier om tegen mijn zoon te zeggen dat hij zichzelf in bescherming moet nemen. Dat hij er iets moet tegen doen voor hij oud en versleten is. ‘Quelqu’un a touché ma femme’ heb ik - onbewust, denk ik - over mijn moeder en haar twee zusters geschreven. Dat zijn de belangrijkste vrouwen in mijn leven geweest. Ik ben opgevoed door die madams.”

Hebben ze ook het beeld bepaald van wat je zelf in een vrouw zoekt?

“Ze hebben me de weg getoond naar De Vrouw, alleszins. Ik val altijd op madammen met kloten aan hun lijf. Mijn grootmoeder was ook al zo: een heel sterk karakter. Ze is 96 jaar geworden. Ik heb iemand nodig die me durft tegenspreken. Met mannen heb ik dat ook. Maar vrouwen zijn sterker dan mannen, hé. Ze zijn ook veel slimmer. Of leper, alleszins. Wij kunnen vandaag ruzie maken, en als we elkaar over vijf maand tegenkomen is dat vergeten. Bij een vrouw niet. Daar blijft het plakken als een nat laken rond hun lichaam. Je moet dus voortdurend op je hoede zijn. En dat maakt hen veel gevaarlijker dan mannen.”

Wat zoekt Arno - 61 bijna - in een vrouw?

“Ik denk dat het daarvoor te laat is.”

Dus het toekomstbeeld dat je voor ogen hebt, is dat je op je tachtigste nog steeds alleen op je appartementje zit?

“Ja, dat is nu al zo. Ik heb één maitresse, en dat is de muziek. En ze heeft me nog nooit bedrogen, bovendien. Wat een geluk. Ik voel me nooit alleen, eigenlijk. Ik zie zo vaak mensen rondom mij die in een grote massa toch nog eenzaam zijn. Koppels op restaurant die elkaar niets meer te vertellen hebben. Als het zo moet, dan liever niet. Natuurlijk: ik heb ook vrienden - mannen én vrouwen - die wel gelukkig zijn. Ook met elkaar. En dan is het fantastisch, natuurlijk. Maar volgens mij blijft dat toch meer de uitzondering dan de regel.”

Wordt Arno nog verliefd?

“Dat weet ik niet. Verliefd zijn is als migraine: dat komt en dat gaat. Ik weet intussen ook dat het heel gevaarlijk kan zijn, want voor je het weet, word je er blind van, en dan zit je in de shit. En geloof me: ik héb die factuur al eens betaald. Maar goed: je weet nooit hoe een koe een haas vangt. Voor hetzelfde geld zien we elkaar volgende week opnieuw, en ben ik ondertussen de vrouw van mijn leven tegengekomen. Never say never.”

In één van je nieuwe nieuwe songs zing je: ‘I’m getting older/My heart is getting colder’. Dat is weinig hoopgevend, alvast.

“Dat is een conversatie met mezelf. Ik hou niet van nostalgie, maar dat nummer was een soort therapie. Een tijd geleden - ik had zwaar in de drank gehangen - stapte ik een bar binnen, en ik zag een vrouw zitten met wie ik vroeger bevriend was geweest. Ze leek geen haar veranderd. Na een half uur naar mijn gezaag geluisterd te hebben zei ze: ‘Arno, ik ben de dochter’. Dat kind had dezelfde kleren aan als haar moeder in de jaren zeventig. Ik was meteen nuchter, en de dag nadien heb ik dat nummer geschreven.”

Je maakt intussen veertig jaar muziek. Wat hoop je dat daar van overblijft, later?

“De reuk, maar dat zal niet gemakkelijk zijn. Ik verschiet altijd als ik zie wat ik allemaal al gedaan heb. En ik sta nog steeds te kijken van het effect dat mijn muziek op anderen heeft. Mijn nieuwe single is momenteel het meest gedraaide nummer in Frankrijk. Dat is toch raar voor een Oostendenaar? Ik spreek geen Frans à la conservatoire Française, hé? Ik schrijf in vier maten. Franse chansonniers doen dat niet. Die hebben honderdvijftigduizend woorden nodig voor wat een Vlaming of een Brit in één zin kan samenvatten. Als een Franse journalist een vraag stelt, duurt dat niet alleen vijf minuten, maar dan zit het antwoord ook al in de vraag. Het enige wat je dan nog moet doen, is ja of nee zeggen. In Franse films zie je dat ook: die dialogen blijven maar doorgaan. Terwijl: ik schrijf alles heel kort.”

En ook belangrijk: er zit een Belgisch surrealisme in je teksten. ‘Elle porte toujours un sac en plastique/Avec de la bouffe macrobiotique’. Dat is een rijm dat alleen van Arno kan zijn.

“Mja. Ik schrijf nummers zoals Ensor en Spilliaert schilderen. Ensor kakte op de kerk en op de politiek. Hij schilderde mannen die elkaar een tongkus gaven. Ongezien in die tijd. Heavy stuff. Het zal wat pretentieus klinken, maar ik denk graag dat we op een soortgelijke manier naar de wereld kijken. Straight to the point. Korter. Een Fransman kleedt dat altijd in. En daarnaast schrijf ik alleen over dingen die ik zelf heb meegemaakt. Of gezien heb. ‘Mademoiselle’, dat is een authentiek verhaal. Dat gaat over iemand van mijn kwartier die ik al ken van vroeger. Een artistiek type, en een heel schone madam. Haar lichaam is nog een toeristische attractie geweest, vroeger. En onlangs zag ik haar terug. Nu is ze alleen. Met haar hond en haar glaasje wijn. Ik heb het over de waarheid in mijn nummers. Over de dingen die ik zie.”

Herken je jezelf ook in dat verhaal? Je zit uiteindelijk net zo goed alleen op je appartementje.

“Natuurlijk. Alleen heb ik geen kat. Josse De Pauw heeft me wel ooit eens een kanariepietje cadeau gedaan. Oscaar. Met van die schone, blinkende pluimen. In het begin kon dat beest zelfs de Brabançonne fluiten. Maar na veertien dagen werd hij depressief en begon hij kaal te worden. Ik kwam ’s nachts laat thuis, deed het licht aan, en daardoor raakte hij helemaal uit zijn bioritme. Hij droeg zijn kloten onder zijn ogen, zoals ik nu. Intussen weet ik dat je over zo’n kooi ’s nachts een doek moet hangen, zodat ze kunnen slapen. Maar toen niet. Toen heb ik Oscaar aan de buurvrouw gegeven, waar hij - want straks staat GAIA daar - nog lang gelukkig is geweest.”

Tenslotte, omdat de campagne zo alomtegenwoordig was: ‘I have no car and it’s breaking my heart’. Wat bezielt iemand zonder rijbewijs om reclame voor Lancia te maken?

“Ze sponsoren mijn tournee. Bob Dylan maakt reclame voor Cadillac, Keith Richards voor Louis Vuitton, en de Stones maken een deal met Toyota. Bovendien: ik heb veel kinderen om te onderhouden. Eigenlijk moeten alle journalisten merci tegen mij zeggen, want de gazetten krijgen veel geld om die advertentie af te drukken. En Rodenbach heb ik destijds gedaan omdat die jonge artiesten steunen. ’t Was een goed doel, wat volgens mij de reden is waarom Jan Hoet en Kamagurka ook wilden meedoen. Alleen: die zijn niet zo bekend in Wallonië. Dus daar hing mijn smoel letterlijk op elk bushokje, want ook weer niet de bedoeling was.”

Waarom heb je geen rijbewijs? Uit principe?

“Ik heb het nooit geprobeerd, en het interesseert me ook niet. Bovendien: het zou te gevaarlijk zijn voor de andere mensen. En ik doe niet mee aan de pollutie. Ik hoor dat er links en rechts een paar gesubsidieerde kunstenaars kritiek hadden op die campagne, maar dat kan me niet schelen. Ik maak alleszins geen cd’s op kosten van de belastingbetaler. Voor Lancia heb ik echt niks moeten doen. Zelfs de foto bestond al. Ik klop dus niemand geld uit de zakken. Geef toe: ik ben gewoon met mijn gat in de boter gevallen. Ik weet ook niet waarom ze me gevraagd hebben. Omdat ik een flopstar ben, wellicht. Of omdat ze geen schoon meisje gevonden hebben om reclame mee te maken. Misschien denken ze dat er dankzij mij nu veel mooie meisjes in een Lancia gaan rijden. Dat zou wel schoon zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234