Vrijdag 03/12/2021

Verliefd, verdoofd,verzot

Verliefde mensen wagen zich al eens aan uitspattingen die voor de nuchtere buitenstaander naar waanzin neigen. Toch heeft ieder van ons de gekste dingen gedaan uit liefde. Waarom kunnen we de chemische storm die verliefdheid ontketent zo moeilijk weerstaan? Wat drijft ons in de verliefdheidsval?

Als hij ons aanraakt, gaan alle haartjes op onze huid terstond rechtop staan. Als de gsm overgaat en zijn naam verschijnt, maakt ons hart een bokkensprong. Elk samenzijn is euforisch, elke verwijdering een kwelling. We slapen en eten amper, voelen een ongekende energieboost, zijn levenslustiger en creatiever dan ooit. Dat de rest van de wereld ons meewarig aankijkt, kan ons geen zier schelen: het leven is mooier dan ooit tevoren en niemand zal deze idylle verstoren. Wie een panoramisch beeld wil van verliefdheid moet er Uit de taal van een verliefde (1977) van Roland Barthes eens op nalezen. In meer dan tachtig hoofdstukken ontleedt hij met een haarscherp mes de veelgelaagde gedachte- en gevoelswereld van de verliefde ziel. Zelden heeft iemand dit fenomeen zo nauwgezet met een vergrootglas bekeken. In prozaïscher bewoordingen komt verliefdheid echter hierop neer: een gevoel waarbij je aandacht volledig is gericht op één iemand. Je waarneming versmalt en wat zich in je omgeving afspeelt, is van ondergeschikt belang. Bij de aanblik van je geliefde voel je vlinders in de buik. Je hart gaat sneller kloppen, je hebt knikkende knieën en trillende handen. De ander is uniek, onvervangbaar en bovenal ontzettend knap. Je zou elkaar wel elke dag de kleren van het lijf willen rukken. Als je geliefde even niets van zich laat horen, ligt je maag in een knoop en voel je een misselijk makende leegte. Je bent vaak verward en afwezig, en kunt je moeilijker concentreren op je job en andere dagelijkse zaken. Welkom in de hemel en de hel, in het heerlijke maar bedrieglijke universum der verliefdheid.

Sukkel wordt prins

Volgens Ad Vingerhoets, hoogleraar psychologie aan de universiteit van Tilburg, is de evolutionaire functie van verliefdheid misschien de volgende: een tijdelijk stopmechanisme dat ervoor zorgt dat we ophouden met zoeken naar de ideale partner. “Als je op zoek gaat naar de mooiste en liefste kun je wachten tot je een ons weegt”, zegt hij. “Als gevolg van verliefdheid stellen we ons tevreden met minder dan het ideaal en zijn daar toch gelukkig mee. Grofweg gesteld wordt de sukkel getransformeerd in de prins op het witte paard.”Verliefdheid maakt blind. De minder goede kanten van de ander worden wijselijk aan je blik onttrokken. Uit hersenonderzoek blijkt dat deze aantasting van het beoordelingsvermogen een biologische oorzaak heeft. De activiteit van de amygdala, de amandelvormige kern in de hersenen waar gezichtsuitdrukkingen en angst worden verwerkt, blijkt tijdens de verliefdheid sterk geremd. Dat zorgt ervoor dat we onze waakzaamheid verlagen, waardoor we iemand sneller vertrouwen, een essentiële vereiste bij het scheep gaan met een relatief onbekende. Volgens Gert Holstege, neurowetenschapper aan de universiteit van Groningen, is verliefdheid dan ook voornamelijk te duiden als een verlaging van het angstniveau. Het is dezelfde angstverlaging, dezelfde roes die op te wekken is met alcohol en drugsgebruik. Het neurologische beeld in de hersenen van verliefdheid ligt dan ook dichter bij basale verlangens als honger, dorst en drugsverslaving dan bij emoties als opwinding of affectie. Een verliefde is een verslaafde: hij teert op de ander als een drug. Na een paar dagen verwijdering duiken ontwenningsverschijnselen op en dan moet er dringend weer worden gekonkelfoesd om de roes te voeden. Hersenwetenschappers debatteren momenteel over de vraag of verliefdheid neurologisch gezien het dichtst aanleunt bij een manische depressie of een compulsief-obessieve stoornis. Met beide ziektebeelden vertoont verliefdheid veel gelijkenissen: de extreme moodswings van een bipolaire stoornis, de fixatie op de geliefde en het obsessieve checken van e-mails en sms’en van de dwangneuroot.

Liefde gaat door de neus

Verliefde mensen zijn goed gek, maar wat precies trekt deze kermis op gang? Waarom zijn de trekken van de ene mens zo bevallig, terwijl de ander ons Siberisch koud laat? Waarom zijn er mensen waar we simpelweg niet omheen kunnen, die op ons een aantrekking uitvoeren die alle rede overstijgt? Daar zijn enkele mogelijke verklaringen voor. In de eerste plaats moeten we openstaan voor verliefdheid. Er zijn nu eenmaal periodes in ons leven waarin we de spanning die een nieuwe liefde met zich meebrengt kunnen missen als kiespijn, en periodes waarin we zuchten naar die specifieke prikkeling. Zonder die zucht, zonder die ontvankelijkheid zal er allicht weinig gebeuren. Waar we niet naar verlangen, dient zich ook niet aan. Daarnaast hebben mooie mensen sowieso een voorsprong: ze hebben een symmetrisch gezicht en symmetrie suggereert gezondheid, dus gezonde genen voor het nageslacht. Maar evenveel keren vallen we op degene die in onze gehelepeergroup geboekstaafd staat als schreeuwlelijk. Wat dan? Allicht past die man of vrouw op de een of andere manier in de ‘liefdesmal’ die we onbewust en sinds onze prilste jeugd hebben ontwikkeld. Die liefdesmal zou worden bepaald door onze vroegste levenservaringen, het karakter van onze ouders en bijvoorbeeld de sfeer in huis. Iemand die precies voldoet aan deze mal vinden we aantrekkelijk en dat vergroot de kans dat we op hem of haar verliefd worden. Een niet te veronachtzamen rol speelt ongetwijfeld ook de geur. Liefde van mannen gaat door de maag, liefde van vrouwen door de neus, zegt men weleens. Vrouwen en mannen scheiden geurende lokmiddelen af (feromonen). Iedereen heeft een unieke set aan feromonen en receptoren. Past een bepaald feromoon bij onze receptor, dan werkt de geur als katalysator op ons zenuwstelsel en is onbewust de keuze voor een partner gemaakt. Volgens Ad Vingerhoets blijken vrouwen aan de lichaamsgeur van een man te kunnen ruiken of het immuunsysteem van de desbetreffende man wel deugt, of hij een afweersysteem heeft dat hun eigen verzameling immuniteitsgenen zo goed mogelijk aanvult, wat er doorgaans op neerkomt dat het zoveel mogelijk van hun eigen immunologisch profiel verschilt. Opvallend is ook dat vrouwen die de anticonceptiepil innemen steevast kiezen voor partners met een gelijkaardig immuunsysteem. Vanuit evolutionair oogpunt is de pil dus geen goed idee.

Een chemische storm

Eenmaal ons oog op de juiste partner is gevallen, vallen we ten prooi aan een wervelende chemische storm. Verliefdheid triggert een krachtige cocktail van hormonen en neurotransmitters in ons brein en lijf. Er ruist tienmaal zoveel adrenaline door onze aderen en het hormoon cortisol helpt deze razernij gaande te houden: ons hart pompt sneller en onze lichaamstemperatuur stijgt. In het deel van de hersenen dat ons instinct en gevoel regelt, zorgt de stof phenylethylamine (PEA) voor een liefdesroes. Deze lichaamseigen stof lijkt op amfetamine en heeft ongeveer hetzelfde effect. Dat we tot midden in de nacht kunnen opblijven en onvermoeibaar zoenen en stoeien, hebben we te danken aan de neurotransmitter dopamine, die door PEA wordt opgewekt. Dopamine is betrokken bij het beloningssysteem in onze hersenen en circuleert als mensen heftig verlangen naar iets, zoals bij drugs- of gokverslaving. De positieve signalen die we van onze partner ontvangen, ervaren we als ‘beloning’. Het heeft een verslavend effect: we willen steeds meer en steeds weer. Dopamine zorgt op haar beurt weer voor de aanmaak van oxytocine, een liefdeshormoon dat behalve seksuele opwinding ook tederheid en intimiteit oproept. Oxytocine en vasopressine (de mannelijke variant) zorgen voor de hechting aan de andere sekse. Onderzoek met muizen wees uit dat de diertjes met het hoogste gehalte aan oxytocine en vasopressine het meest monogaam waren. Muizen met een lager gehalte aan deze hormoonstoffen hadden een meer polygame levenswandel. Deze knuffeldrugs creëren een gevoel van rust, verbondenheid, seksuele bevrediging en onderdrukking van sociale angst.Ad Vingerhoets: “De omslag van verliefdheid naar liefde wordt hiermee gemarkeerd. De stoffen dopamine en noradrenaline zijn dan veel minder aanwezig. In de vroege fase, de eerste twee tot drie jaar, zorgen deze juist voor de bij verliefdheid horende euforie en uitgelatenheid.”Net als bij drugs treedt bij verliefdheid na verloop van tijd gewenning op. Op een gegeven moment is de dosis PEA niet hoog genoeg meer om de passie brandende te houden. Na zo’n achttien maanden tot vier jaar dooft de verliefdheid uit en komen rustgevender stofjes op de voorgrond. Als het goed is, dan gaat verliefdheid over in liefde, maar lang niet altijd. Evengoed rest niets meer van de extase van weleer en gaat elk zijns weegs. Om ernstige beslissingen te nemen over ons liefdesleven (zoals bijvoorbeeld een scheiding) wachten we dus maar beter tot de chemische storm wat is overgewaaid en de waanzin wat geluwd. Want voor je het weet ligt er een schreeuwlelijke sukkel naast je in de bedstee in plaats van die prinsheerlijke partij van eertijds.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234