Zondag 23/01/2022

OnderzoekVerkrachtingsdrugs

Verkrachtingsdrugs overspoelen ons land: ‘Ik zag hem vertrekken en hoorde dat ik best om een morning-afterpil ging’

‘Ik had de dader nooit eerder gezien, maar hij bleek mijn overbuur te zijn.’ Beeld Saskia Vanderstichele
‘Ik had de dader nooit eerder gezien, maar hij bleek mijn overbuur te zijn.’Beeld Saskia Vanderstichele

Een golf van getuigenissen over seksueel geweld overspoelt ons land, en opvallend vaak is er sprake van verdovende middelen. Verkrachtingsdrugs zijn in opmars, weet toxicoloog Jan Tytgat. Steeds vaker duiken verhalen op van rohypnol of GHB in drankjes, jongeren krijgen tips om hun glas af te schermen, in Engeland is er zelfs paniek over verdovende injecties. We onderzochten het fenomeen en reconstrueren de lijdensweg van een slachtoffer.

Katia Vlerick

Antwerpen, september 2021: de terrasjes op de Dageraadplaats zitten vol, en ook Sarah*, een vrouw van 32, geniet met twee vriendinnen van de heropende horeca.

Sarah: “Rond kwart voor drie ’s nachts bestelde ik mijn laatste drankje, rond halfvier ben ik vertrokken, ik was moe. Ik heb mijn glas naar de toog gebracht en dat is het laatste wat ik me herinner – daarna is mijn licht volledig uitgegaan. Van de wandeling naar mijn appartement, een tocht van tien minuten, weet ik niets meer. Het eerste wat ik me herinner, is dat ik wakker werd op de vloer van mijn appartement. Ik weet niet hoe laat het was. Er lag een man met halflang zwart haar in mijn zetel. Hij sprak het woord ‘buurman’ uit, maar ik weet niet in welke zin. Ik heb hem ook zien vertrekken en horen zeggen dat ik best ‘om een morning-afterpil ging’. Erna ben ik weer knock-out gegaan.”

“Om halfacht ’s avonds werd ik écht wakker. Pas toen besefte ik dat ik geen slipje meer droeg, dat lag op de grond. Ik merkte ook dat de bovenste knopen van mijn jurk weg waren. Er lag een zak op de grond, met daarin een T-shirt en een brillendoos, spullen die niet van mij waren.”

“Het eerste wat ik heb gedaan, was douchen. Achteraf gezien was dat stom, je wist er sporen mee, maar het drong toen nog niet echt tot me door wat me was overkomen.”

Sarah belt naar de vriendinnen met wie ze de avond tevoren op de Dageraadplaats zat.

Anna* (vriendin) “Ze klonk ontzettend verward, ‘er was iets gebeurd’, iets ‘met een man’. Ze is tot bij mij gefietst, waarna we besloten om naar de spoedafdeling van het Middelheim-ziekenhuis te gaan.”

Sarah: “Ik wilde laten vastleggen dat er iets in mijn drankje was gedaan: dat was mijn enige verklaring voor die black-out. Ik had die avond een paar biertjes gedronken in zes uur tijd: het kan niet dat ik daarvan knock-out ben gegaan. Toen ik vertrok aan de Dageraadplaats, was ik helder, maar meteen erna was alles wég. Alsof iemand mijn brein had uitgeschakeld.”

Anna: “Als ze te veel had gedronken, hadden we Sarah ook nooit alleen naar huis laten wandelen.”

Sarah: “Om kwart over tien kwamen we aan op de spoed. We hebben er nog twee uur in de wachtzaal moeten zitten, en toen het mijn beurt was, heb ik nog een uur apart moeten wachten.”

Het was op dat moment kwart over één ’s nachts, bijna 22 uur na je laatste slok van je drankje om halfvier. De verkrachtingsdrug GHB is maximaal negen uur te traceren in het bloed en tot 21 uur in de urine. Daarvoor was je dus te laat. Rohypnol is zo’n tweeënhalve dag zichtbaar in het bloed en tot vier dagen in de urine.

Sarah: “Maar er is geen enkele drug in mijn bloed of urine gevonden. De eerste verpleegster die ik zag, was heel lief. Ze moedigde me aan om naar de politie te gaan en zei: ‘Als je aangifte doet, dan is dat van verkrachting.’ Pas toen zij dat woord gebruikte, drong het tot me door wat me was overkomen.”

“Die verpleegster vroeg me ook of ik mijn verkrachting wilde laten vaststellen. Ik zei ‘ja’, maar men heeft me enkel een wattenstaafje gegeven dat ik zelf in mijn vagina moest steken. Pas achteraf besefte ik dat er zelfs geen gynaecologisch onderzoek is gebeurd. Als ik aangifte wilde doen, dan kon ik nog naar het politiekantoor in de Oudaan fietsen, zeiden ze mij. Het was intussen kwart over twee ’s nachts: ik zag dat niet meer zitten. Daags nadien is de politie naar mij gekomen en heb ik aangifte gedaan. Het labo is bij mij thuis ook sporen komen zoeken.”

Je hebt intussen ook een klacht ingediend tegen ZNA Middelheim?

Sarah: “Op aanraden van mijn huisarts, wegens nalatigheid. Toen ik op de spoed zei dat ik aangifte wilde doen, hadden ze blijkbaar naar de politie moeten bellen in plaats van te zeggen dat ik naar de Oudaan kon fietsen. De verpleegster die me dat zei, was niet dezelfde als de verpleegster die me had aangemoedigd om aangifte te doen.”

“De politie had ter plaatse moeten komen en ze hadden een Seksuele Agressie Set moeten gebruiken om me te onderzoeken. Dat wattenstaafje diende enkel om soa’s te testen, niet om DNA op te sporen. Ik heb dus geen enkel fysiek bewijs van verkrachting.”

“Het feit dat ze ook niets in mijn bloed hebben kunnen traceren, maakt het dubbel frustrerend. Daardoor begin ik te twijfelen aan mezelf, zo’n rot gevoel. Op de laatste camerabeelden die de recherche van me vond, zie je me nog mijn glas wegbrengen. De rechercheur zei zelf: ‘Daar ben je nog oké.’ Ik heb gelukkig veel vrienden, op wie ik kan rekenen, maar ik was zo bang om niet gesteund te worden. Om te horen: ‘Had je niet gewoon te veel gedronken?’ (Krijgt het moeilijk) Maar ik of gelijk welke vrouw merkt zelf wel wat juist aanvoelt en wat niet. En dit voelt helemaal niet juist aan.”

Zwijgcultuur

Op 10 november van dit jaar opende in Antwerpen een Zorgcentrum na Seksueel Geweld (ZSG), waar je als slachtoffer psychologische opvang krijgt, onderzocht wordt met een Seksuele Agressie Set en ter plekke aangifte kunt doen bij speciaal opgeleide politieagenten. Gent heeft al sinds 2017 zo’n Zorgcentrum na Seksueel Geweld, maar ook na aangifte in een ZSG lopen slachtoffers nog vaak verloren, zeggen Eva Destoop (26) en Lise Goossens (33) van café Blond. Begin dit jaar lanceerde dat Gentse café de website meldet.org, waar je op de kaart van België een locatie kunt ‘prikken’ om een geval van (al dan niet seksuele) agressie of discriminatie te melden. Sinds verschillende vrouwen vertelden in welke cafés ze gedrogeerd werden, stromen nog meer identieke getuigenissen binnen bij meldet.org. In café Blond vangen de activisten van Meldet nu ook slachtoffers van verkrachting op.”

Eva Destoop: “Na de opvang in het ZSG Gent is het vaak twee weken wachten voor iemand van slachtofferhulp belt. Eén slachtoffer vertelde me dat ze zelfs nooit is gebeld. Wij stellen het gebrek aan tussenorganisaties aan de kaak, en intussen fungeren we als opvangplek, vrijwillig. Ik ben zelf verkracht toen ik 13 was. Ik heb er destijds twee jaar mee rondgelopen en durfde aan niemand iets te zeggen, zelfs aan mijn lieve ouders niet. Door toen in de verste uithoeken van het internet op zoek te gaan naar lotgenoten, vond ik rond mijn 15de éíndelijk de kracht om het te vertellen. Vandaag zien we dat op grote schaal gebeuren: slachtoffers voelen zich gesterkt door de golf van online getuigenissen om ook met hun verhaal naar buiten te treden. Dit is géén plotse golf van verkrachtingen, maar een golf van getuigenissen.”

Lise Goossens: “Onze burgemeester, Mathias De Clercq, spreekt over een ‘zorgwekkende evolutie in onze maatschappij’. Bullshit. Die aanrandingen zijn er altijd geweest, alleen zijn de slachtoffers nu opener. Als er in de kranten staat dat er ‘weer’ iemand is aangerand in de Overpoortstraat, dan is dat geen nieuw fenomeen, wél een geval dat nu gelekt wordt naar de media. Op meldet.org hebben wij intussen al zo’n zestig meldingen over de Overpoort.”

Op een manifestatie onder de Gentse Stadshal plakten jullie de slogan ‘End rape culture – start culture of consent’. Wat bedoelen jullie met ‘verkrachtingscultuur’?

Goossens: “Dat diepgewortelde normaliseren én minimaliseren van seksueel geweld, dat ervoor zorgt dat slachtoffers niet gehoord en daders niet gestraft worden. (fel) Je ziet ziet het in ons politiesysteem, onze justitie en in onze hele patriarchale maatschappij. Cafébazen, bijna altijd mannen, zijn bijvoorbeeld boos op ons omdat de naam van hun café op onze site staat: ze denken enkel aan de reputatieschade. Hun eerste reactie zou moeten zijn: ik moet daar iets aan dóén.”

Destoop: “Die zwijgcultuur is ook heel nadelig voor de slachtoffers. Ik heb twee jaar gezwegen over mijn verkrachting, omdat ik als kind al dacht: als je verkracht wordt, zul je er wel om gevraagd hebben. En nu luidt de boodschap van de politie en toxicologen: ’Hou je drankje in het oog.’ Dat is wéér victim blaming, wéér opofferingen vragen aan potentiële slachtoffers om seksueel geweld te vermijden.”

Zijn verkrachtingsdrugs niet in opmars? Cijfers zijn er niet, maar verhalen van drink spiking, waarbij iemand stiekem een verdovend middel in een drankje doet, duiken overal op. Op TikTok circuleert een filmpje waarin jongeren ‘spelenderwijs’ wordt geleerd hoe ze hun drankje kunnen beschermen.

Goossens: “Drink spiking is niet nieuw. Een anekdote uit ons eigen café Blond, van vier jaar geleden: er was hier een vrouw in slaap gevallen, naast haar zat een man. Ik dacht dat het een koppel was. De man sprak Engels, maar toen ik aan die vrouw vroeg of ze oké was, vroeg ze in het Nederlands waar haar handtas was. ‘Ken je hem?’ vroeg ik. ‘Neen,’ antwoordde ze. Ik heb hem buitengezet en ben bij haar gebleven tot haar taxi er was. Toen ik haar een week later terugzag, herinnerde ze zich niks meer van die nacht.

“‘Kén je die persoon?’ Die vraag heeft niemand gesteld aan de vrouw die enkele weken geleden van de Oude Beestenmarkt werd meegenomen naar het Coyendanspark en daar werd verkracht.”

Destoop: “Na die verkrachting zei de Gentse politiewoordvoerder Liesbet De Pauw dat drink spiking ‘een eerder uitzonderlijk fenomeen’ is in Gent, maar in de week erna kregen we op Meldet zeker tien getuigenissen binnen van drink spiking, en dan zijn er nog de mensen die ons via sociale media feiten melden of in ons café hun verhaal komen doen.”

'Slachtoffers voelen zich gesterkt door de vele getuigenissen. Dit is geen golf van verkrachtingen, maar een golf van getuigenissen.' Beeld Saskia Vanderstichele
'Slachtoffers voelen zich gesterkt door de vele getuigenissen. Dit is geen golf van verkrachtingen, maar een golf van getuigenissen.'Beeld Saskia Vanderstichele

De perfecte misdaad

Jan Tytgat (toxicoloog, KU Leuven): “Het aantal Seksuele Agressie Sets dat een procureur laat onderzoeken in mijn labo – en dus het aantal neergelegde klachten – is de laatste tijd opmerkelijk aan het stijgen. De vraag is dan: is er meer seksuele agressie of wordt er meer aangifte gedaan? Van de dossiers die de laatste tijd binnenkomen, zijn er ieder geval veel die positief testen op GHB. Vergeleken met de situatie vijf jaar geleden, zien we duidelijk een opmars van GHB als verkrachtingsdrugs. We zitten dus daadwerkelijk met een probleem.”

“Tien jaar geleden was het rohypnol, maar GHB is efficiënter: met een druppelteller vijf à tien druppels in een drankje lossen, volstaat. Rohypnol-tabletten moet je eerst fijnmalen, en dat poeder lost niet vanzelf op.”

Het is ook makkelijker om aan GHB te geraken dan aan rohypnol, dat enkel op voorschrift te verkrijgen is. Er wordt ook geëxperimenteerd met het vrij te krijgen GBL, een commercieel product om autovelgen te reinigen.

Tytgat: “Dat is geen optimale methode: GBL is een bijtende stof die veel maaglast veroorzaakt.

“In pure vorm heeft GHB een zoute smaak, maar niemand druppelt het zo in de mond, dat is levensgevaarlijk. In een glas wijn proef je het niet. Als GHB wordt gebruikt als verkrachtingsdrug, is het ook altijd in combinatie met alcohol, die twee middelen versterken elkaar enorm. Ik heb nog nooit een Seksuele Agressie Set in mijn labo gehad waarin ik én GHB vond én een verklaring dat het slachtoffer de hele avond cola had gedronken.”

Is verkrachting met behulp van GHB de perfecte misdaad? Het slachtoffer herinnert zich meestal niks van de verkrachting of de dader, en tegen dat het bloed of de urine wordt getest, is het middel vaak al uit het lichaam verdwenen.

Tytgat: “Daar zeg je het. Voor de slachtoffers is dat zéér erg. Die willen de dader helpen zoeken, maar herinneren zich vaak niks meer.”

Daar is hij weer

Ook Sarah herinnert zich niets van wat er met haar is gebeurd, behalve de man met het halflange zwarte haar die zei dat ze een morning-afterpil moest halen. Twee weken na haar black-out komt ze oog in oog met hem te staan.

Sarah: “Met dezelfde twee vriendinnen als die avond op de Dageraadplaats zat ik in een café. Plots verscheen er een man aan ons tafeltje, met halflang zwart haar. Ik kende of herkende hem niet, tot ik zijn stem hoorde. ‘Ik ben uw buurman,’ zei hij. Ik kreeg een flashback naar het moment waarop ik voor de eerste keer wakker was geworden. Ik verstijfde, draaide me naar Anna en zei: ‘Dit is ’m.’ Zij heeft hem weggeleid van onze tafel, terwijl mijn andere vriendin de politie belde.”

Anna: “Hij wilde zijn zonnebril terug, zei hij. Hij beweerde dat hij Sarah die nacht slapend aan haar voordeur had gevonden. Hij zei dat hij haar sleutels uit haar jaszak had gepakt, de voordeur had geopend en haar naar binnen had gedragen. Vervolgens zou Sarah hem in de gang zijn beginnen te kussen, en is hij ‘daarin meegegaan’. ‘Van het één kwam het ander,’ beweerde hij, en uiteindelijk leek het hem een goed idee om haar ‘naar boven te brengen’ en dan ook maar ‘te blijven slapen’. Dat was zijn verhaal.”

“Intussen troepten vrienden van hem samen rond ons en werd de sfeer agressief. ‘Ze kan maar beter zeker zijn dat hij het is!’ riepen ze. Iemand van het personeel is tussenbeide moeten komen en gaf ons zelfs de raad om een taxi naar huis te nemen. Dat is zo erg: wíj werden met de vinger gewezen.”

Wanneer de politie arriveert in het café, wordt de man meegenomen naar de combi voor verhoor en na een telefoontje naar het parket gearresteerd.

Sarah: “Ik weet niet wat hij heeft verklaard aan de politie, ik mag dat niet weten zolang het onderzoek loopt. Ik herinner me niets van al wat hij beweerde tegen Anna. Hij bleek dus mijn overbuur te zijn, maar ik had hem nooit eerder gezien.”

“Hij heeft zichzelf erbij gelapt door aan ons tafeltje te komen staan. Of had hij gedacht dat ik me niks zou herinneren? Ik weet het niet. Hij toonde in ieder geval geen schuldbesef. Toen ik te horen kreeg dat het parket had beslist om hem te arresteren, was dat een pak van mijn hart. Maar intussen loopt hij weer vrij rond, tot hij moet voorkomen. Of niet. Het hangt ervan af of er genoeg bewijzen zijn.”

“Mijn hoop is dat die mens wordt gestraft. Maar ik ben heel bang dat hij ermee weg zal komen, vanwege een gebrek aan bewijs. Als een vrouw vertelt dat ze verkracht is, zijn daar bewijzen voor nodig, ik begrijp dat. Maar begrijp ook dat dit iets is waar ik mijn hele leven mee zal rondlopen. Voor iets wat híj heeft gedaan. Een slapende vrouw kan toch geen ‘ja’ zeggen? (krijgt het weer erg moeilijk) Als dat niet voldoende is, wat voor nut heeft mijn aangifte dan gehad? Ik gaf de politie de dader op een schoteltje: hier is hij, de man die mij heeft verkracht, in mijn appartement. Als er al íéts aan zou zijn van zijn verhaal, en ik echt had liggen slapen aan mijn voordeur, dan was ik toch niet in staat om toestemming te geven?”

‘Ik voel me somber tot depressief, en zit vol angst en stress, want overal kan ik mijn verkrachter tegenkomen: in de stad, in de supermarkt...’ Beeld Saskia Vanderstichele
‘Ik voel me somber tot depressief, en zit vol angst en stress, want overal kan ik mijn verkrachter tegenkomen: in de stad, in de supermarkt...’Beeld Saskia Vanderstichele

Dark number

‘Toestemming’: het is het veelbesproken fundament van de hervorming van ons seksueel strafrecht, waarin de strafmaat voor verkrachting wordt opgetrokken – van één maand tot vijf jaar naar zes maanden tot tien jaar – en waarin verkrachting wordt omschreven als ‘elke wetens en willens gestelde daad die bestaat of mede bestaat uit een seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op een persoon of met behulp van een persoon die daar niet in toestemt’. In de nieuwe wet is ook een definitie van ‘toestemming’ opgenomen die duidelijk maakt dat er geen sprake kan zijn van toestemming als het slachtoffer ‘in kwetsbare toestand verkeert ten gevolge van invloed van alcohol of verdovende middelen’. Het is evenwel aan het slachtoffer om alles te bewijzen.

De voorbije vijf jaar werd 52 procent van de zedenzaken geseponeerd. Gebrek aan bewijs is een belangrijke oorzaak van de straffeloosheid: vaak is het woord tegen woord tussen slachtoffer en dader.

Danièle Zucker (psychologe gespecialiseerd in crimineel gedrag en auteur van Le viol): “We zullen het concept ‘bewijs’ moeten herdenken. In plaats van één onderzoek twéé onderzoeken voeren naar de verdachte. Zijn computer, zijn interieur, zijn hele leven uitkammen naar mogelijke bewijzen, niet alleen voor de verkrachting in kwestie, maar ook voor andere mogelijke verkrachtingen, waarvan bijvoorbeeld videobeelden zijn bewaard, of spullen die toebehoren aan de slachtoffers. Daar is een heel nieuw wetgevend kader voor nodig, maar wat is het alternatief? Voortdoen zoals nu en zaken blijven seponeren omdat er niet genoeg bewijzen zijn?”

Onze aangiftecijfers behoren al enkele jaren tot de hoogste in Europa. Geven we enkel meer verkrachtingen aan, of wordt er hier meer verkracht?

Zucker: “Volgens een studie van mij uit 2009 stonden we toen ook al in de top drie van de meeste aangiftes. Maar je kunt daar niet uit besluiten dat hier meer wordt verkracht dan elders. Misschien zijn wij sneller geneigd om klacht neer te leggen? Als dat zo is, kan ik me niet inbeelden dat dat te danken is aan ons grote vertrouwen in justitie, want ook justitie verspreidt de boodschap dat het niet zo erg is om te verkrachten – dat is nog het allerergste. Uit mijn studie uit 2009 bleek namelijk ook dat er op de honderd verkrachters in België slechts vier werden veroordeeld en één een effectieve gevangenisstraf kreeg. Dat zien we nog steeds: kijk naar de groepsverkrachting in Brussel, waarvoor de daders onlangs als ‘straf’ een opstel moesten schrijven.”

Waarom kiest een verkrachter ervoor zijn slachtoffer te drogeren? Om te voorkomen dat er bewijs is – met name de herinnering van het slachtoffer aan de verkrachting?

MINNE DE BOECK (criminologe aan het Universitair Forensisch Centrum) «Dat kan. Drogeren kan voorkomen dat het uitkomt. Het dark number voor seksuele delicten is sowieso hoog: ongeveer negen op de tien feiten worden niet aangegeven.

“Een slachtoffer dat buiten bewustzijn of verminderd bewust is, biedt minder weerstand en valt daardoor in de eerste plaats makkelijker te verkrachten. Het kan ook zijn dat de bewusteloze toestand van het slachtoffer de dader net opwindt, maar dan spreken we over een eerder seksueel deviante, soms sadistische dader. Dat is misschien waar veel mensen aan denken als ze het woord ‘verkrachter’ horen, maar in werkelijkheid is dat maar een kleine groep.”

Is het uitgaansleven dé plek waar gedrogeerde verkrachting voorkomt?

De Boeck: “Nee, we zien het gebruik van verdovende middelen ook bij seksuele delicten binnen de vrienden- en kennissenkring en binnen de relatie en familie. Het uitgaansleven is natuurlijk een context die veel mogelijkheden biedt om een slachtoffer te drogeren, en de situatie bepaalt mee of een pleger al dan niet overgaat tot een delict. Het heropende nachtleven kan zo’n extra factor zijn voor een dader om over te gaan tot seksueel geweld, wat zijn onderliggende motieven ook zijn. Dat kunnen seksuele frustraties of een seksverslaving zijn, maar evengoed niet-seksuele motieven zoals boosheid op de wereld, op vrouwen, een ongecontroleerde nood aan behoeftebevrediging…”

Siska Wauters (forensisch psychologe bij CGG Vagga in Antwerpen, waar plegers van seksueel overschrijdend gedrag therapie krijgen): “Sommige plegers doen met voorbedachten rade iets in iemands drankje, anderen maken misbruik van het feit dat ze iemand tegenkomen die al onder invloed is. Een onderbelichte groep slachtoffers zijn zij die zelf illegale drugs namen en in die toestand werden verkracht. Voor hen is de remming om aangifte te doen groter, omdat ze illegale middelen hebben genomen en zichzelf onterecht de schuld geven.”

“We zien in ons centrum plegers zonder schuldinzicht, maar ook plegers die zelf onder invloed van drugs of alcohol waren en zeggen: ‘Er zijn dingen gebeurd die niet hadden mogen gebeuren.’ Sommigen zijn niet goed in het interpreteren van signalen, om welke reden dan ook. Dat praat natuurlijk niks goed, maar het bestaat wel. Om slachtoffers te vermijden, is het cruciaal om geen vals gevoel van veiligheid te creëren door uit te gaan van een te herkennen beeld van ‘dé verkrachter die eropuit trekt om drugs in drankjes te doen’. De realiteit is veel complexer.”

Een miniem prikje

Wie op Google ‘drugged Tinder date rape’ intikt, krijgt zoekresultaten van PornHub-filmpjes waarin gedrogeerde vrouwen worden verkracht. Geacteerde filmpjes, veronderstel ik, aangezien de pornosite zich vorig jaar verplicht zag om video’s van ongeverifieerde gebruikers te verwijderen. Kan verkrachtingsporno tot verkrachting leiden?

Bart Duron (seksuoloog bij Vagga): “Het kan iemand aanzetten tot verkrachting, maar enkel als die persoon al een neiging tot verkrachten had. Er zijn ook mensen die naar verkrachtingsporno kijken om te masturberen en nooit zullen overgaan tot verkrachting. Maar de bereikbaarheid ervan – in twee klikken ben je er – is zeker geen positieve evolutie.”

Het zijn verwarrende tijden voor ouders. Ze horen verhalen van hun kinderen over vrienden die werden gespiket en hun tieners krijgen via TikTok reclame te zien voor dekseltjes om je drankje mee af te schermen. ‘Ik wil mijn 14-jarige zoon niet zeggen dat hij niet mag verkrachten, want dan insinueer ik dat hij een verkrachter is’, zei een vader me. Wat kunnen ouders wél doen?

Zucker: “Over toestemming spreken, met jongens én met meisjes – in Denemarken geven ze al lessen empathie op school. Maar we moeten ook beseffen dat een ‘neen’ een verkrachting niet zal stoppen, anders leggen we de verantwoordelijkheid wéér bij meisjes. En we moeten waakzaam leren zijn, en tussenkomen als we vermoeden dat iemand in gevaar is. In cafés pleit ik voor security die surveilleert op seksueel geweld.”

De Boeck: “Wie zijn potentiële daders? Mensen met een vertekend waarden- en normenstelsel en een verkeerd beeld rond seksualiteit lopen een groter risico om seksuele feiten te plegen. Je kunt zulke mensen moeilijk gaan ‘detecteren’: onze samenleving zal verder moeten opschuiven naar meer gendergelijkheid en meer in dialoog gaan over seksualiteit en begrippen als toestemming, vrijwilligheid en gelijkwaardigheid.”

Duron: “Ouders, voed uw zonen op, én uw dochters. Heeft je zoon van 12 op een verjaardagsfeestje naar porno gekeken? Plaats dan kritische kanttekeningen bij wat hij gezien heeft, ga het gesprek aan over seksualiteit. Maak je dochter van 14 niet bang, maar wel bewust: ‘Er bestaan mensen met foute bedoelingen. Pik signalen op. Zorg dat je met vrienden bent. Als je iets ziet, rapporteer het.’ Je kinderen kritisch leren zijn is iets anders dan ze bang maken.”

In het Verenigd Koninkrijk is er sinds twee maanden paniek rond needle spiking: tientallen vrouwen beweren dat ze in een nachtclub een injectienaald in hun been of arm kregen, met black-outs tot gevolg. Maar nog geen enkel geval werd bevestigd. Broodje aap of niet?

Tytgat: “Ik kijk daar ook nieuwsgierig naar. Het kan in ieder geval niet over GHB gaan, daarvan moet je een te grote hoeveelheid inspuiten. Ketamine of fentanyl, de pijnstiller die Prince fataal werd, zouden wel kunnen.

“Van fentanyl, een Belgische uitvinding van Paul Janssen, bestaan er intussen zéér krachtige varianten, die via allerlei obscure internetfora en het darknet te bestellen zijn. Een injectie met een heel kleine hoeveelheid is genoeg om iemand te doen flauwvallen. Fentanyl is na twaalf uur uit het bloed en na twintig uur uit de urine verdwenen. Hoe krachtiger de variant en hoe minder er werd ingespoten, hoe moeilijker om nog sporen terug te vinden. Het is niet onmogelijk dat we dat nu zien in het Verenigd Koninkrijk. Zo’n prik voel je toch, zou je denken, maar zowel fentanyl als ketamine zijn heel pijnstillende stoffen. Een fractie van een seconde voel je een miniem prikje, maar dan treedt direct dat verdovende effect op.”

Op Ostend Beach Festival zakte afgelopen zomer een vrouw ineen. In het ziekenhuis vond men ketamine en xtc in haar bloed. In Het Laatste Nieuws beweerde ze dat iemand ‘die verkrachtingsdrugs’ in haar drankje deed. De reactie van de organisatie: ‘Ketamine en xtc zijn toch partydrugs en geen verkrachtingsdrugs?’

Tytgat: “Ketamine is wel degelijk in opmars als verkrachtingsdrugs, ook bij ons. Het is een roesmiddel met een hallucinogene maar ook een dempende werking. In combinatie met alcohol kan het black-outs veroorzaken.”

★★★

Drie maanden na haar black-out staat het leven van Sarah nog altijd ‘on hold’, zoals ze het zelf uitdrukt.

Sarah: “Ik heb een nieuw appartement gevonden, met hulp van vrienden. De zetel waarin hij heeft gelegen, heb ik verkocht. Maar alles valt me zo zwaar, de impact is enorm. Ik ben niet in staat om zelfs maar de kleinste dingen te doen. Mijn huisarts heeft me thuis gezet tot eind december. Ik voel me somber tot depressief, heb weinig zin in dingen. Ik zit ook vol angst en stress, moet altijd alert zijn, want overal kan ik hem tegenkomen: in de stad, in de supermarkt… Was hij daar, die avond op de Dageraadplaats? Is hij mij gevolgd op straat? Ik heb geen idee. Ik weet gewoon niet wat er met mij is gebeurd, en dat voelt zo slecht.”

*Sarah en Anna zijn schuilnamen.

© HUMO

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234