Zaterdag 11/07/2020

Verkondigers van de waarheid van gisteren

Intellectuelen zeuren vaak dat de wereld naar de verdommenis gaat. In zijn essaybundel De schaduw van de vooruitgang stelt literatuurcriticus Arnold Heumakers dat intellectuelen de verandering niet aankunnen. Ze verwelkomen zelden nieuwigheden, maar zien ze vaker als verlies. En soms niet ten onrechte.

Arnold Heumakers

De schaduw van de vooruitgang

Amsterdam, Querido, 224p., 18,50 euro

Slimme mensen vind je overal, maar bij de intellectuelen toch iets minder. Dat zegt onze populairste politicus. Hij moet wel een gevoel vertolken dat bij vele mensen leeft: intellectuelen zijn verwaande lastpakken. Ook als niemand ergens een probleem in ziet, slagen ze er nog in er eentje te vinden. Sommige mensen vinden dat hoogst onverstandig: het brengt alleen maar ellende naar boven. Intellectuelen zeuren verder altijd dat alles naar de knoppen gaat. Terwijl er toch internet is. Echt slimme mensen, zo wordt wel eens gezegd, schrijven geen essay over de wereldproblemen. Ze zorgen er eerst voor dat ze het zelf prettig hebben. En storten dan misschien eens 100 euro op de rekening van Unicef.

De kritiek op intellectuelen is niet altijd onterecht. Ook ik word soms moe van de topzware retoriek die onze scherpste geesten in verschillende bijlagen en tijdschriften over ons heen blijven kieperen. Larmoyante slotzinnen als 'het zijn donkere tijden' zijn bovenmatig irritant omdat ze in hun algemeenheid vrijwel betekenisloos worden. Soms zijn de schrijvende denkers inderdaad zo verzuurd dat hun aanklacht tegen de verzuring nogal amechtig overkomt. De intello's lijken het bovendien vaak gewoon fijn te vinden om een pain in the ass te zijn - het is de pijn die bewijst dat ze zijn, maar het is wel de ass van iemand anders. Ze doen alsof ze enkel schrijven om de maatschappij te verbeteren, maar uiteraard zijn ook hun handelingen niet van machtswil gespeend. Zie ze eens klagen over hun marginaliteit. Maar als ze zeggen dat de media te-loorgaan aan populisme bedoelen ze niet zelden: geef mij die krantenkolom. Niettemin wil ik me geen samenleving voorstellen zonder wijzen. Als intellectuelen al minder slim zouden zijn, dan louter in de Stevaert-betekenis van het woord: ze gaan meestal niet op zoek naar aantrekkelijke kortetermijnoplossingen die goed overkomen bij zo veel mogelijk mensen. Voor hen is waarheid meer dan een exit-poll. Het zijn denkers die op hun beste momenten de andere zijden van ons bestaan tonen. Ik heb het dan over mensen van allerlei slag, die enkel de intensiteit, nauwgezetheid, originaliteit, authenticiteit en degelijkheid van het denken gemeen hebben. Zij openen ogen en daarom zijn ze nodig. Om de eenvoudige reden dat de wereld met betekenis moet worden opgeladen - het liefst met steeds verschillende betekenissen, zodat men zich ervan blijft vergewissen dat het altijd ook anders kan. En dat een perspectief kiezen een ernstige zaak is. De schaduw van de vooruitgang, de nieuwe essaybundel van NRC-literatuurcriticus Arnold Heumakers (1950), gaat uitvoerig, zij het vooral impliciet, in op het obligate geweeklaag van intellectuelen. Er staat te lezen dat de moderne westerse cultuur het chronisch met zichzelf oneens is. Heumakers is niet aan zijn proefstuk toe: in zijn debuut als essayist (hij is ook coauteur van een eerder verschenen roman over het Rijksinstituut voor Oorlogs-documentatie) ging hij uitvoerig in op de plaats van de criticus. Onleefbare werelden (1990) bundelde drie lezingen die Heumakers aan de letterenfaculteit van de Groningse universiteit had gehouden. Jo Tollebeek vatte een viertal jaar geleden in Ons Erfdeel het denktraject van Heumakers samen. Van de achttiende-eeuwse hommes de lettres, over de romantische dichters tot en met de negentiende-eeuwse dreyfusards hadden de intellectuelen een min of meer duidelijke plaats weten te veroveren. De lezer-schrijver van vandaag wordt echter beknot door de commercie, zowel bij uitgevers als bij kranten. Heumakers bracht toch een positieve boodschap aan de letterenstudenten: literatuur en filosofie biedt vrijplaatsen aan. Dat zijn onleefbare waarheden waartoe de lezer of schrijver, voorbij een imaginaire drempel, toegang krijgt in een wereld waarin nut, rendement en een nivellerende democratie buitenspel staan. Literatuur zou dan een autonoom, parallel universum aanbieden, waarin het heerlijk wegdromen is. In een overtuigend stuk uit zijn bundel De inwijkeling toonde Marc Reugebrink meteen de grenzen van zo'n literatuuropvatting aan: de band tussen literatuur en werkelijkheid wordt radicaal doorgeknipt. Door te stellen dat de waarheden van filosofie en literatuur onleefbaar zouden zijn of zelfs moeten zijn, gooi je de handdoek in de ring: "De onmogelijkheid om voor een totaal andere wereld te kiezen, komt neer op het chanteren van de burger met ideologische ontsporingen uit het verleden vanuit de gedachte dat het huidige politieke klimaat ideologisch neutraal, en vooral ook: redelijk zou zijn." Het staat gelijk met de verheffing van één perspectief tot de waarheid, de afschaffing van de mogelijkheid om een standpunt te kiezen en daarnaar te handelen.

Vergeleken met zijn vroegere standpunten zijn de essays in De schaduw van de vooruitgang eerder braaf te noemen. Het zijn erudiete, vlot lezende, boeiende maar vooral degelijke stukken over Jean-Jacques Rousseau, Charles Baudelaire, Paul Valéry, Ernst Jünger of zelfs Charlotte Mutsaers en Nicolaas Matsier. Laatstgenoemden vallen op in het rijtje omdat zij de enige zijn die ook vandaag nog schrijven en mede daarom minder gecanoniseerd zijn dan de andere genoemden. Heumakers contextualiseert, herhaalt gevleugelde woorden, deelt zijn lectuurervaring. Zeker in de eerste stukken ligt de meerwaarde van de essays in het gezichtspunt: de focus op de blinde vlek in alle cultuurkritiek. In zijn Rousseau-stuk klinkt het zo: "De pijnlijke vraag die zich opdringt, is waarom al die cultuurkritische diagnoses zo weinig effect sorteren; uit elke nieuwe diagnose blijkt tenslotte zonneklaar dat de oude kwaal niet is genezen." Het antwoord klinkt nogal relativistisch, zelfs een beetje reactionair: intellectuelen kunnen de verandering niet aan.

Natuurlijk is het zo dat de eindeloze stroom opiniestukken vaak overgoten zijn met een flinke geut nostalgie. Nieuwigheden worden zelden verwelkomd, maar veel vaker als verlies gezien. De waarheid die ze verkondigen is, zoals Heumakers stelt, vaak de waarheid van gisteren. Critici doen alsof ze vanuit een archimedisch punt schrijven, maar dat is natuurlijk niet zo: God's eye view is samen met de Beholder zelf allang stervende. Tegelijk is niet elke verandering bij voorbaat een goede, en aangezien iedereen sowieso noodgedwongen vanuit een eigen context moet schrijven, kun je dat intellectuelen niet euvel duiden. Het een en ander verklaart de ambiguïteit van Heumakers positie, een dubbelzinnigheid die hij overigens zelf onderkent: in de inleiding geeft hij graag toe dat hij de cultuurkritiek niet de nek wil omdraaien, daarvoor heeft hij "er te veel genoeglijke uren mee doorgebracht". Maar, zo stelt hij later in zijn stuk over Valéry en Jünger, de cultuurkritiek lijkt onmachtig: "mentaliteitsveranderingen laten zich niet afdwingen". En hij beseft dat hij met een kritiek van de cultuurkritiek in feite op een "ietwat gegeneerde, ambivalente manier" niets anders produceert dan... cultuurkritiek. De beste stukken in de bundel staan in de eerste helft gegroepeerd. Meer naar het einde is er een drietal essays dat niet expliciet vanuit een oeuvre vertrekt. Het stuk over literatuur en de holocaust geeft een goed overzicht van de problematiek, maar veel nieuwe inzichten vallen er niet rapen. Dat de literaire verbeelding niet zou mogen terugdeinzen voor de daders (in plaats van steeds de slachtoffers te belichten), bijvoorbeeld, is een standpunt dat door Vlaamse holocaustspecialisten al jaren wordt verdedigd. Verder is er een stuk over de relatie tussen schrijven en denken en het essay 'Intieme vijanden. Over vriend en vijand in de filosofie'. De laatstgenoemde tekst komt neer op een ietwat incoherente poging om vriend- en vijandschap op het individuele niveau te verbinden met Carl Schmitts begrip van de 'Ernstfall': een moment waarop de diplomatie het verliest van de onverenigbaarheid van twee visies. Het begrip werd oorspronkelijk gebruikt om de oorlog tussen volkeren inzichtelijk te maken. Zolang Heumakers Schmitt bespreekt (met uitstapjes naar alweer Jünger maar ook Kojève) is het allemaal leerrijk, maar wanneer hij met Schmitt ook het hooligangeweld tracht te begrijpen (zonder daar echt diep op in te gaan) levert dat niet meteen een duizelingwekkende analyse op. Uiteindelijk wil hij via Schmitt bij de strijd tussen filosofen belanden, zoals het motto van Heidegger al aangaf: "We vergeten te gemakkelijk dat een denker een grotere invloed heeft waar hij wordt bestreden dan daar waar men met hem instemt." Meer dan een inleidinkje voor het lange essay 'De sprong op de bodem' over het denken van Martin Heidegger kun je dat niet noemen. En wat dat Heidegger-essay zelf betreft: ik raakte er slechts met veel moeite door. Heumakers schrijft dat het onmogelijk is om een beeld te geven van Heideggers denken, al was het maar omdat de filosoof zelf herhaaldelijk heeft aangegeven dat zijn filosofie een weg is, eerder dan een 'systeem' of een 'leer'. Waarop Heumakers precies datgene doet wat niet aangewezen lijkt: een inleiding presenteren op het gigantische werk van Heidegger. In het begin is het allemaal best te volgen, zeker wanneer Heumakers even terugkeert naar zijn hoofdthema en Heideggers rol als 'cultuurcriticus' bespreekt. Maar wanneer hij in het late werk van Heidegger duikt, wordt het me allemaal zeer troebel. Het is me niet helemaal duidelijk of dat aan de Duitser of de Nederlander ligt, maar ik durf toch te vermoeden dat Heumakers Heidegger hier geen goede dienst bewijst. In alle geval was het essay niet van die aard dat ik zin kreeg om de late Heidegger te gaan lezen, en dat moet toch ergens een van de bedoelingen van dit stuk geweest zijn.

Uiteindelijk is De schaduw van de vooruitgang best een lezenswaardig en leerrijk stuk cultuurkritiek, vooral omdat het naast de nuttige besprekingen van specifieke literaire en filosofische werken ook op een subtiele wijze, als het ware tussen de hoofdstukken door, reflecteert over zijn eigen identiteit en positie. Het is jammer dat Heidegger zo'n beetje als antwoord wordt gepresenteerd: als apotheose van de zoektocht stelt dat eerder teleur. Het wekt zelfs de indruk dat de cultuurkritiek alleen haar ambivalente statuut kwijt kan spelen door wazig te worden. Dan lijkt mij de dubbelzinnigheid te verkiezen.

Bert Bultinck

Een lezenswaardig en leerrijk stuk cultuurkritiek dat naast nuttige besprekingen van specifieke literaire en filosofische werken ook reflecteert over zijn eigen identiteit en positie

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234