Woensdag 16/10/2019

Interview

Verkiezingen op de VRT: ‘Wie cynisch wordt, overleeft niet in dit beroep’

Beeld Thomas Sweertvaegher

Doen onze politici het slechter dan vroeger? Drinken ze achter de schermen weleens samen een pint? En vooral: wat mogen we verwachten van 26 mei, de dag waarop u beslist wie het in Vlaanderen, België én Europa voor het zeggen krijgt?

Phara De Aguirre zit vanaf zondag 12 mei opnieuw Iedereen kiest voor, het programma dat bij de gemeenteraadsverkiezingen in oktober – met een reportage over de schabouwelijke sociale huisvesting in Gent – burgemeester Termont deed wankelen. Een dag later worden Zinzen en Van Cauwelaert door Ivan De Vadder nog eens van stal gehaald. En Michaël Van Droogenbroeck is één van de presentatoren van De ochtend op Radio 1, dat als Kies 19 helemaal in verkiezingsmodus gaat: vanop het dakterras van het Vlaams Parlement gooit het elke dag twee debatten over thema’s als klimaat, financiën en mobiliteit in de ether.

Samen hebben jullie een halve eeuw ervaring in de politieke journalistiek. Hebben de jaren jullie milder gemaakt voor de politici die jullie interviewen?

Ivan De Vadder (fijntjes): “Dat hangt af van wie ik voor me krijg.”

Michaël Van Droogenbroeck: “Ik denk steeds vaker: ik zou zelf nooit politicus willen zijn. Het wordt niet extreem royaal beloond, je moet tegen veel kunnen en het is ook al lang geen job meer die bijzonder hoog staat aangeschreven.”

Phara De Aguirre: “Ik weet niet of ik milder ben geworden, maar ik merk wel dat ik steeds ongeduldiger word. Ik wil antwóórd op mijn vragen.”

Is dat moeilijker geworden, nu politici interviews aanvatten met een debatfiche op de schoot?

De Aguirre: “De kunst is: ervoor zorgen dat ze niet de gelegenheid krijgen om met iets van die fiches te antwoorden.”

Van Droogenbroeck: “De vraag blíjven herhalen: dat werkt nog altijd.”

De Vadder: “Het idee van De afspraak op vrijdag is: politici confronteren met andere mensen dan ze gewend zijn, en hen zo uit hun comfortzone halen.”

Van Droogenbroeck: “Het viel op dat politici, toen de regering een paar maanden geleden in moeilijkheden zat, er plots beter in slaagden om helder en duidelijk te antwoorden (lacht).”

De Vadder: “Er circuleert een gifje (kort videofragment, red.) van mij uit De afspraak op vrijdag. Wanneer Kristof Calvo op een vraag over salariswagens maar niet tot een duidelijk antwoord komt, zie je mij ostentatief met de ogen draaien (lacht).”

 Een ander fragment dat de ronde doet – van Jambon die tegen Calvo ‘Maar zwijg nu toch eens’ zegt – werd meteen door heel wat N-VA-parlementsleden gedeeld, met telkens hetzelfde commentaar erbij: ‘Ja, dat denk ik ook vaak’.

De Aguirre: “Ik zou, als een vlieg op de muur, graag eens zo’n training meemaken waarop alle partijsoldaten gedrild worden. ‘Dit zeg je zó!’ (lacht)”

Van Droogenbroeck: “Elk debat kun je door verschillende brillen bekijken. Iedere partij haalt er het zinnetje uit dat haar het beste ligt, en gaat dat vervolgens massaal retweeten.”

Zien jullie nog authentieke politici? Mannen en vrouwen die nog spontaan antwoorden op de vraag en geen ingestudeerd lesje afdreunen?

De Aguirre: “Karel De Gucht. Mark Eyskens. Jan Peumans.”

De Vadder: “Bart De Wever kán het ook. Maar in de praktijk weet hij vooraf al heel goed wat hij gaat zeggen.”

Jan Leyers mopperde in een recent interview: ‘Ik blijf in de bestaande debatprogramma’s te vaak op mijn honger zitten. Nooit is er tijd om ergens over door te praten. Je ziet de interviewers nerveus worden als iemand een moeilijk woord gebruikt.’

De Vadder: “De vraag naar meer diepgang zal er altijd zijn. En terecht. In De afspraak op vrijdag hebben we wat meer tijd om te praten. Daarmee bereiken we dan 200.000 à 250.000 mensen, maar natuurlijk nooit 500.000 of een miljoen.

“Het is onzin te denken dat je op tv ooit complete diepgang zult bereiken. Toen ik pas bij de VRT kwam werken, kreeg ik voortdurend de boutade te horen: ‘Een volledig uitgetikt journaal is even lang als één krantenpagina.’ Anders gezegd: op tv evenveel diepgang als in de schrijvende pers? Vergeet het. Daar is tv, ondanks al haar andere kwaliteiten, het medium niet voor.”

Bracke & Crabbé staat, bijna twee decennia na uitzending, nog steeds symbool voor de verkleutering van het politieke debat.

De Vadder: “Bracke & Crabbé was een onderdeel van een evolutie waar we door moesten. Qua politieke duiding waren de jaren 90 de donkere middeleeuwen. Wat was er toen? Een paar confrontaties tussen kopstukken en De zevende dag. That’s it. Het móést breder.

“En soms sloeg de slinger nog veel verder door. Ik herinner me een tijd dat Luk Alloo de liberalen in blauw kostuum op tafel liet dansen. Volgens mij is zoiets nu niet meer mogelijk.”

Een half jaar geleden doste Sven Gatz zich in Gert Late Night uit als Kabouter Lui.

De Vadder (haalt de schouders op): “Als je daar uitleg over wilt, moet je bij Gert Late Night zijn.”

Is het moeilijk om níét cynisch te worden?

De Vadder: “Ik geloof nog altijd in politici. Ik wéét dat de meeste van hen uit idealisme in de politiek zijn gestapt, en ik zal tot de laatste snik blijven hopen dat ze dat idealisme na enkele jaren in het parlement nog steeds hebben. Ik mág niet cynisch worden, anders overleef je het niet in dit beroep.”

De Aguirre: “Ik geef eerlijk toe dat ik soms denk: waren de politici vroeger niet van een hoger niveau? (Denkt na) Het klinkt vreselijk hautain als ik dat mezelf nu hoor zeggen. Het kan ook met mijn leeftijd te maken hebben: toen ik jonger was, raakte ik misschien makkelijker onder de indruk.”

Aan wie denk je dan?

De Aguirre: “Aan Jean-Luc Dehaene, natuurlijk.”

De Vadder (stellig): “Dehaene zou in het huidige politieke landschap geen dag overleven. Daar ben ik van overtuigd: we hebben de politici die...”

De Aguirre: “...we verdienen?”

De Vadder: “Nee, we hebben politici die uitgerust zijn om te kunnen meedraaien in dit tijdvak. Net zoals Gaston Eyskens ook niet had meegekund in de jaren 80 en 90.

“Sociale media zorgen ervoor dat je als politicus nu te allen tijde alert moet zijn om snel te reageren op nieuws. We verwáchten dat tegenwoordig van onze politici. Het is zoals met dat bekende televisiedebat tussen Nixon en John F. Kennedy. De ene pakte op televisie, de andere níét. En van de ene dag op de andere werd Nixon als ouderwets beschouwd. Op dezelfde manier zouden we Dehaene nu ouderwets vinden. Hetzelfde geldt voor vader Tobback. Het spijt me, Louis.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Yves Desmet schreef vorige week op Facebook: ‘In mijn tijd zou de headline geweest zijn dat Crevits kandideerde voor minister-president, en niet de reactie van De Wever daarop. Dat zou pas daarna komen.’

Van Droogenbroeck: “Ik heb dat ook gelezen, maar Desmet vergist zich: de kandidatuurstelling wás eerst. We zijn De Wever pas achteraf om een reactie gaan vragen.”

De Aguirre: “Wat bedoelt Yves Desmet? Dat we Bart De Wever te veel achternalopen?”

Van Droogenbroeck: “Dat zegt hij de facto, ja.”

De Aguirre: “We kunnen er nu eenmaal niet omheen dat De Wever voorzitter van de grootste partij van het land is.”

De Vadder: “En al wat langer kandidaat voor de rol van minister-president. Als er een nieuwe kandidaat opstaat, lijkt het me niet zo gek hem om een reactie te vragen.”

Pinten pakken

Hoe evident was het om Dries Van Langenhove onlangs uit te nodigen in De zevende dag? Over diens passage in Terzake – het beruchte interview met Kathleen Cools – zei Jan Leyers: ‘Dat was de dag waarop de waarheid als overtuigend concept heeft afgedaan.’

De Aguirre: “In De zevende dag zat hij er voor het Vlaams Belang. Dat is iets anders.”

De Vadder: “In Terzake kon hij nog een spel spelen: ‘Ik leef in een ander universum, en de regels van dat universum beheerst niemand beter dan ik.’ In De zevende dag moest hij als partijvertegenwoordiger het gesprek aangaan met ervaren politici als Theo Francken en Maggie De Block. In die context zag ik een jongeling die nog vrij groen is in het politieke debat. Al stond hij wel voorbereid aan de start.”

Van Droogenbroeck: “Bij momenten wist hij Theo Francken zelfs wat pijn te doen, vond ik.”

Politici die van hun dedain voor ‘het rode rattennest genaamd de VRT’ een programmapunt maken, hoe gaan die achter de schermen met jullie om?

De Vadder: “De meeste gesprekken zijn hoffelijk. Dat méén ik.”

De Aguirre: “Ik heb Van Langenhove eens ontmoet – níét op de VRT, maar elders. Het contact was koeltjes (lachje).”

Het is een vreemd contrast: politici die in de studio bits kibbelen, maar drie seconden na de uitzending plots heel aimabel met elkaar omgaan.

De Aguirre: “Dat mag toch?”

De Vadder: “Democratie is een georganiseerd meningsverschil. Ik vind het logisch dat de meeste politici goed met elkaar kunnen opschieten. De discussie in de studio gaat over een inhoudelijk standpunt. Dat heeft geen raakpunten met hoe ze elkaar in het echte leven behandelen. Ik ken politici die elk bij een andere partij zitten, maar buiten het zicht van de camera letterlijk de beste vrienden zijn.”

De Aguirre: “Maar geef toe: in de foyer voel je soms een geweldige afstand tussen uitgenodigde politici.”

De Vadder: “Je hebt altijd mensen die elkaar niet mogen, en dat heeft in mijn ervaring meestal weinig te maken met wat net in de studio is besproken.”

Vroeger pendelden Meyrem Almaci, Kristof Calvo en Zuhal Demir samen naar Brussel. Zouden ze dat nog doen?

Van Droogenbroeck: “Onlangs hadden we Almaci, Demir, die haar dochtertje bij zich had, en Yasmine Kherbache samen te gast. De manier waarop ze alle drie met dat meisje speelden, was uitermate schattig.”

De Vadder: “Ik zie dat wel vaker bij de jongere generatie parlementsleden. Leeftijdsgenoten als Theo Francken, Lorin Parys en Peter Van Rompuy gingen vroeger na hun parlementaire uren samen pinten pakken. Dat is toch maar normaal?”

Van Droogenbroeck: “De radiostudio waarin we De ochtend opnemen, is heel klein. Als we twee politici uitnodigen voor een dubbelinterview, moeten ze bijna op elkaars schoot zitten (lacht). Als de afstand ongemakkelijk klein is, en je hebt sowieso al weinig sympathie voor elkaar, leidt dat automatisch tot heftigere confrontaties.”

Verslaafd

Wat vinden jullie tot nu toe van de kiescampagne?

De Vadder (twijfelt): “Ze komt in elk geval traag op gang.”

Van Droogenbroeck: “Vóór de paasvakantie dachten velen: het is nog lang, we zullen nog maar even wachten. Daar is intussen eigenlijk nog niet veel verandering in gekomen. Zelfs in het straatbeeld lijkt het nog erg beperkt. Opmerkelijk, enkele weken voor zulke grote verkiezingen.”

De Vadder: “Dat het niet echt leeft, heeft volgens mij twee redenen. Ten eerste zijn het nog maar net verkiezingen geweest, en die campagne heeft toen maandenlang geknetterd – onder meer door de transmigranten. En daarna was er de regeringscrisis, waarin we de politiek drie weken lang niet in het beste daglicht zagen. Dat zindert misschien nog na.”

Zo’n val van de regering: zijn dat hoogdagen voor jullie?

De Vadder: “In zekere zin wel. Maar ik ben in 1994 begonnen als politiek journalist: ik heb dus al veel grotere momenten meegemaakt. De dioxinecrisis. Leterme. De 541 dagen zonder regering. In vergelijking daarmee was dit een kleine crisis.”

Vroeger gingen politieke journalisten vaak op restaurant met partijvoorzitters, ministers en parlementsleden: de Bracke-doctrine. Gebeurt dat nog steeds?

De Aguirre: “In mijn hele carrière heb ik dat hoogstens een keer of tien gedaan, allemaal in mijn tijd bij Terzake. Tegenwoordig is het Ivan die de honneurs voor de hele nieuwsredactie waarneemt (lacht).”

Van Droogenbroeck (wijst naar De Vadders buik): “Dat valt nog goed mee, Ivan (lacht).”

De Vadder: “Ik ga nu ook niet zó vaak met politici eten. Dat is ook niet meer nodig, met dank aan de moderne technologie: ik heb héél veel contact met politici via WhatsApp. Uitgebreide restaurantbezoeken zijn niet meer zo nodig als je elkaar bijna dagelijks hoort.”

De Aguirre: “We hebben ook geen tijd meer om uit eten te gaan.”

De Vadder (knikt): “Er moet meer gepresteerd worden dan vroeger.”

De Aguirre: “Ook door politici. Zij draaien ook mee in een veel snellere molen.”

De Vadder: “De tijden zijn veranderd.”

Wie niet zijn veranderd: Walter Zinzen en Rik Van Cauwelaert. Vanaf 13 mei maken ze, om de politieke waan van de dag te duiden, opnieuw hun opwachting op Canvas.

De Vadder: “Wegens succes verlengd!”

Waar wijt je dat succes aan? Is het de combinatie van iemand met een linkse en iemand met een centrumrechtse stempel?

De Vadder: “Ja, dat is erg transparant en duidelijk. What you see is what you get. Het merkwaardige – of leuke – is dat ze elkaar in onze uitzendingen vaak steunden. Je merkt dat, als de analyse pertinent is, de tegenstelling tussen links en rechts plots helemaal geen rol meer speelt.

De Standaard heeft ons toen ook heel erg geholpen door onze eerste aflevering neer te sabelen.”

‘Met die twee ruziemakers is geriatrisch vuurwerk verzekerd, moet de VRT-nieuwsdienst gedacht hebben. Geriatrisch was het, vuurwerk hebben we niet gezien’, schreef De Standaard.

De Vadder: “Dat heeft geleid tot een grappig wederwoord van Rik, over ‘de jonge redacteur van De Standaard die op ons late uitzenduur misschien concentratiemoeilijkheden ondervond om het programma te volgen.’ (lacht) Toen waren we écht vertrokken.

“Het voordeel van die twee is dat hun geheugen vijftig, zestig jaar teruggaat. Ze kunnen parallellen trekken met vroeger, of een huidige situatie inschatten als onderdeel van een langlopende evolutie. Het is belangrijk om af en toe te kunnen zeggen: ‘Vroeger was het nóg erger.’”

Noem eens iets wat jij van dat geheugen hebt geleerd.

De Vadder: “Door het verwachte succes van de groenen in Brussel zijn we, op aangeven van Rik, in ons archief gedoken. Daar hebben we dat ongelooflijk leuke filmpje van oud-burgemeester Demaret gevonden, waarin hij door zijn Brussel wandelt en foetert: ‘Godverdomme! Dankzij de groenen van Ecolo mogen we hier nu ook al niet meer parkeren. Schande!’”

Bart De Wever zei: ‘Velen van ons zijn zo vergroeid met het ambt dat ze ons naar buiten zullen moeten dragen.’ Hoe is dat bij jullie: is het verslavend om schermgezicht te zijn?

De Aguirre (meteen): “Ja! Niet omdat ik graag met mijn gezicht op televisie kom. Maar ik was oprecht blij toen ik, nadat ik een tijdje achter de schermen had gewerkt, De afspraak mocht presenteren. Ik had dat gemist. Ik hoef niet per se tien maanden aan een stuk met mijn hoofd op televisie te komen – ik vind het ook leuk om documentaires te maken – maar ik zit graag in de studio. Een goed gesprek met vier mensen op gang proberen te brengen in 40 minuten tijd: dat is verslavend. Collega’s die dat ontkennen, geloof ik niet.”

Van Droogenbroeck (knikt): “Ik ben bovenal financieel journalist voor VRT NWS, maar als presentator van De ochtend sta ik tijdelijk als bevoorrechte getuige mee op de eerste rij van het politieke schouwtoneel. En ja, ik denk ook dat ik daaraan verslaafd ben.”

De Aguirre: “Ik heb een jaar De zevende dag gepresenteerd en dat vond ik moeilijker. Ik had al snel door: dit is niet mijn soort programma.”

Hoezo?

De Aguirre: “De zevende dag is praktisch niet te combineren met Iedereen kiest presenteren of reeksen voor Canvas maken, en die dingen wil ik echt niet opgeven. Ik ben iemand die nu en dan de straat op moet.”

Hebben jullie in deze drukke verkiezingsperiode nog een privéleven?

De Aguirre: “Natuurlijk! Voor Michaël is het misschien anders: hij heeft nog kleine kinderen.”

Van Droogenbroeck: “Dat valt geweldig mee. Het helpt dat werk en ontspanning voor mij geen gescheiden werelden zijn. Ik praat met mijn vrienden ook graag over politiek en economie.”

De Aguirre: “Toen onze kinderen nog klein waren, is mijn man een tijdje huisman geweest. Zo hebben we dat toen opgelost. (Snel) Slechts voor een periode van vijf jaar, hè. Sommigen denken dat hij zijn hele leven huisman was.”

Worden jullie op straat soms lastiggevallen over interviews die jullie hebben afgenomen?

De Aguirre: “Lastiggevallen: nee. Aangesproken: ja.”

Van Droogenbroeck: “Je verwacht het niet, maar meestal in positieve zin.”

De Aguirre: “Het gaat dan meestal niet over één bepaalde uitzending, maar over het geheel. Dat in mijn geval stilaan de vorm van een uitgebreid carrière-overzicht aanneemt (lacht). Af en toe stellen mensen verbaasd vast dat ik echt bestá.”

Verbaasd?

De Aguirre (lachje): “In Leuven kijkt niemand nog van me op, maar ga ik naar een andere stad, dan kijken de mensen vaker om. Als we vroeger op stap waren met het gezin, liepen mijn kinderen altijd twee meter achter mij: om te lachen met de reacties van de mensen. Tegenwoordig is dat anders: nu lopen mijn kinderen helemáál niet meer met me mee (lacht).”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Meer vrouwen

Phara, voor de vorige reeks van ‘Iedereen kiest’ ben je de partijvoorzitters op hun vakantiebestemming gaan opzoeken.

De Aguirre: “Ditmaal ben ik alle hoofdkwartieren gaan bezoeken, benieuwd naar wat zo’n plek zegt over een partij.”

Als je ziet hoeveel geld de partijen jaarlijks krijgen, zou je vermoeden dat ze daar gouden kranen hebben.

De Aguirre: “Die heb ik niet gezien (lacht). Nog iets nieuws: vorige keer is Steven Van Herreweghe voor ons in de archieven gedoken, nu laten we onze grote schrijver Herman Brusselmans politieke boeken lezen. Veel kan ik daar nog niet over zeggen. Behalve dat er de afgelopen jaren meer dan genoeg zijn uitgebracht.”

Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen had een Iedereen kiest-reportage over de erbarmelijke sociale huisvesting in Gent een duidelijke impact op het stemgedrag. Zit dat er opnieuw aan te komen, denk je?

De Aguirre (steigert):  “Ho, ho! Is dat ooit bewezen? Ik denk niet dat die aflevering een impact op de verkiezingen heeft gehad. En het is zeker nooit onze bedoeling geweest.

“Nog vóór de zomervakantie hadden we de thema’s van die reportages al bepaald, één voor elke grote stad. We waren op dat thema uitgekomen nadat een collega een interview had gelezen waarin Daniël Termont het sociale woonbeleid van zijn stad als een grote teleurstelling beschouwde. Dat vonden we interessant, waarna één van onze redacteurs maar eens is gaan kijken in de Sint-Bernadettewijk. Hij trok er zijn ogen nogal open. Dat wij daar dan vervolgens een reportage over maakten, betekent toch dat we er boenk op zaten?”

Dat bedoel ik ook, hoor. Het was een knap staaltje journalistiek.

De Aguirre: “Die reportage zat toevallig in onze eerste uitzending, op maandag. En op woensdag kwamen Daniël Termont en Siegfried Bracke langs, maar ook dat was al lang vooraf gepland. Gelukkig wilden ze allebei nog steeds komen. Soms valt de puzzel toevallig in elkaar.”

Je vroeg Termont of hij een pint wilde drinken met Bracke. ‘Dat zou me niet smaken, mevrouw,’ zei hij, waarop Bracke hem een gebrek aan klasse verweet en Termont niet anders kon dan zeggen dat hij hem in de foyer eentje zou betalen. Heeft hij dat ook gedaan?

De Aguirre (lachje): “Tuurlijk niet.”

Ter zake, want we naderen het einde van dit interview: wie wordt straks premier, en wie Vlaams minister-president?

Van Droogenbroeck (lachje): “Geen idee.”

De Aguirre: “Ik vind het trouwens ook helemaal niet erg, dat we dat niet weten. Zo blijft het spannend tot de verkiezingen. En ná de verkiezingen, want dan begint het spel pas echt.

”Sowieso vind ik dat de mensen pas mogen beslissen op wie ze gaan stemmen ná onze laatste uitzending. Anders doen we ons werk voor niets (lacht).”

Wat krijgen we in ons land het eerst: een vrouw of een acteur die premier wordt?

De Aguirre (lacht): “Ik ben zo evident feminist dat ik er al niet meer bij stilsta dat er wat dat betreft nog stappen te zetten zijn.

“Ik ben blij dat we bij De afspraak de regel ‘altijd minstens één vrouw aan tafel, de presentatrice niet meegerekend’ hanteren. Maar ik merk ook hoe moeilijk het op sommige dagen is om dat vol te houden. En hoe groot de verleiding dan wordt om met het verstrijken van de uren te opperen: ‘Toch maar allemaal mannen?’

“Er zijn nu eenmaal minder bekende vrouwen, dus je moet beter zoeken. Plus: voor een debatprogramma ga je op zoek naar goede praters. Dus ben je sneller geneigd om bij zekerheden te blijven. Onbekende vrouwen moet je bij wijze van spreken eerst uittesten.”

Hebben vrouwen ook minder de neiging zich en plein public stellig over iets uit te spreken?

De Aguirre: “Vaak zijn ze iets terughoudender, dat klopt. ‘Dit is niet helemáál mijn domein. Nodig liever die of die uit.’ Mannen zullen sneller zeggen: ‘Oké, hoe laat moet ik er zijn?’ (lachje) Maar ik vind het fantastisch dat we die regel bij ‘De afspraak’ toch blijven handhaven.

“Eind jaren 80, begin jaren 90 werkte ik op het koninklijk commissariaat van Paula D’Hondt, waar ik me bezighield met diversiteit in de media. Zoveel jaren later doe ik dat eigenlijk nog steeds.”

Om af te ronden een quote van wijlen Hugo de Ridder: ‘Een journalist zonder engagement is een triestige vent.’

De Aguirre (lacht): “Nog een geluk dat ‘triestige madam’ niet rijmde.”

De Vadder: “Ik pleit heel gepassioneerd voor democratie. Anti-democratie zal ik altijd bevechten. Of wat bedoelde hij met engagement?”

De Ridder was de man van de partijkaart en de duidelijke stempel.

De Aguirre: “Maar hij werkte voor een krant en schreef boeken. Het is een ander verhaal voor werknemers van de openbare omroep.”

De Vadder: “Mag het even, Phara? Ook hier: een ander tijdperk.”

Van Droogenbroeck: “Ik ken Ivan goed, maar ik weet niet voor wie hij stemt. Van Phara weet ik het ook niet, en met alle respect: het interesseert me ook niet.”

De Vadder: “Heel juist. We weten alleen van elkaar hoeveel we verdienen (lacht).”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234