Woensdag 27/10/2021

Verkeersongeval van kind heeft veel impact op leven van broertje of zusje

De meeste aandacht gaat uit naar het slachtoffer, waardoor de andere kinderen het gevoel hebben dat ze er maar wat bij hangen

Ongeluk van broer is drama voor zus

Als een kind het slachtoffer is van een verkeersongeluk, verandert voor diens broers en zussen vaak voorgoed hun hele leven. Dat blijkt uit een onderzoek van het Onderzoekscentrum Kind en Samenleving in opdracht van Zebra, een vzw die zich inzet voor jonge verkeersslachtoffers en hun omgeving. Omdat er over de impact op broer of zus zo weinig bekend is, wil Zebra dat er daarover meer deskundigheid ontwikkeld wordt. Zo kan de opvang beter aansluiten op de specifieke noden.

Brugge

Eigen berichtgeving

Thea Swierstra

Broers en zussen van jonge verkeersslachtoffers vormen een vergeten groep. De meeste aandacht gaat uit naar het kind dat op dat moment in het ziekenhuis ligt, revalideert of verder moet leven met de nodige beperkingen. Dat blijkt uit diverse gesprekken die onderzoekers van Kind en Samenleving hadden met vijftien kinderen.

Zebra heeft zich tot doel gesteld om die heersende onwetendheid uit de weg te ruimen. "Wij willen deze groep onder de aandacht brengen van de hulpverleners", zegt Lieve Stappers, afgevaardigd bestuurder van Zebra. "Er moet bovendien nog veel expertise over worden opgebouwd."

Voor de naasten vormt het ongeval van broer of zus namelijk echt een keerpunt in hun leven. Het moment waarop dat gebeurde, herinneren ze zich dan ook vaak nog erg goed, ook al is het al een paar jaar geleden.

Zo ook Louise (20), wiens broer en zus vier jaar geleden een ongeluk hebben gehad. "Ik lag in mijn bed. Ik heb hen horen vertrekken. Ik hoorde ze in de tuin babbelen: 'En wees voorzichtig..." Ik heb toen gedacht: zou ik nu gauw opstaan om nog een goeiedag te zeggen. Maar ik dacht: laat maar. Ik zie ze volgende week wel terug. Iets waar ik achteraf wel heel veel spijt van heb gehad. Nadien ben ik opgestaan en heb ik wat gestofzuigd. Ik moest ook nog iets voor papa doen. Vervolgens kreeg ik telefoon van iemand van het sportteam. Die vroeg: 'Waar zijn je broer en zus? Want we moeten wel vertrekken.' Ik zei: 'Die zijn juist vertrokken, dus ze zullen er wel aankomen.' Tja, op zulke momenten denk je daar niet over na."

De periode vlak na het ongeluk is erg verwarrend voor kinderen. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over de gevolgen van het ongeval, er moet veel geregeld worden en er is veel bezorgdheid en angst. Ouders proberen hun kinderen dan vaak te beschermen. Maar kinderen hebben op dat moment een grote behoefte aan informatie. Gebeurt dat niet, dan raken ze gefrustreerd, verward en onzeker. Alleen uiten ze dat niet zozeer, omdat mama en papa al iets anders aan hun hoofd hebben.

Toch is het niet zo dat ouders helemaal niet met hun kinderen praten. "Het gebeurt wel, maar in een heel verwarde context", zegt Stappers. "Volwassenen zijn ook in paniek. Ze willen bovendien niet altijd in detail gaan. Daarnaast wordt er ook over de hoofden van de kinderen gesproken met een taalgebruik dat ze niet altijd begrijpen. Woorden als 'coma' en 'revalideren' vallen dan bijvoorbeeld."

Het bezoek aan het ziekenhuis is confronterend. Broer of zus ligt plots in een bed, verbonden met allemaal slangetjes. Dat was ook zo voor Emma (11) en Marie (13). Hun broer Tom belandde twee jaar geleden na een ongeval in een coma. "Ik was wel heel gelukkig dat ik Tom kon zien. Maar op het moment zelf viel dat tegen, want ik durfde niet naar binnen te gaan. Toen moest ik wenen. Ik durfde Tom ook niet vast te pakken. Hij had een kaal stuk in zijn haar en er waren allemaal draadjes."

Na de ziekenhuisopname volgt een periode van revalidatie en herstel. Dat is ook voor broers en zussen een belangrijke periode. "Kinderen willen dan meehelpen bij de revalidatie", zegt Stappers. "Lukt dat, dan beschouwen ze dat als een persoonlijk succes." Zoals bij Marie en Emma. Marie: "We deden eigenlijk heel veel om Tom uit zijn coma te halen. Papa had bijvoorbeeld wat benzine in een flesje gedaan omdat Tom dat graag rook. En dan lieten we Tom daaraan ruiken. En ook aan een citroen. Dan trok hij altijd een vies gezicht."

Thuis is de situatie intussen veranderd. De meeste aandacht gaat uit naar het slachtoffer, waardoor de andere kinderen het gevoel hebben dat ze er maar wat bij hangen. "Rationeel kunnen ze dat wel aanvaarden, maar emotioneel niet", zegt Stappers. Bovendien grijpt de gewijzigde toestand in op hun vrijetijdsbesteding. Ze moeten meer inspringen in de huishouding en de hobby's moeten even opzij geschoven worden.

Dat was ook het geval bij Emma en Marie. "Wij kunnen bijvoorbeeld geen sport doen, want op dinsdag komt onze tante. Mama en papa gaan dan naar Tom en dan willen zij niet dat we weggaan. Donderdag gaat ook niet, want dan gaan mama en papa ook naar Tom. Maandag en vrijdag zou dat wel gaan, maar dat is de enige dag dat we eens samen met mama en papa kunnen zijn. Behalve dan in het weekend. Maar dan is Tom ook thuis en dan zijn mama en papa meer met hun aandacht bij Tom."

De samenleving weet vaak niet goed hoe te reageren als iemand een ernstig ongeval heeft gehad. Als onderwijzers aan broers of zussen vragen om daarover publiekelijk te vertellen, komt dat nogal agressief over. Zij vinden dat pijnlijk. Ook medelijden of staren ervaren broers en zussen als erg negatief. Bovendien hebben ze het gevoel het label opgeplakt te krijgen van 'broer of zus van'. Het ongeluk wordt door al die factoren al snel de vijand.

Ook over de impact van een ongeluk op het slachtoffer zelf is trouwens nog niet alles bekend. Daarom wil Zebra daar eveneens onderzoek naar laten voeren. Over enkele maanden zal de vzw die resultaten presenteren.

www.zebraweb.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234