Zaterdag 16/01/2021

Verjaardag

De zelfmoordbibliotheek blijkt onthutsend uitgebreid te zijn

Zij slaapt en ik lees. Morgen is het haar verjaardag.

Het uur van onze dood gaf ik haar vorig jaar als geschenk, een meer dan zeshonderd bladzijden dikke turf van Philippe Ariès over de cultuur van de dood, met als ondertitel: Duizend jaar sterven, begraven, rouwen en gedenken. Ze was er zeer verguld mee. Van Ariès stond al een titel te pronken op haar plankje doodsboeken: Het beeld van de dood, een studie over de dood in de beeldende kunst.

Ik lees Door eigen hand van Joost Zwagerman, een boek over "zelfmoord en de nabestaanden". Wat betekent het om een dierbare te verliezen door zelfmoord? Dat onderzoekt Zwagerman in essays en in gesprekken met schrijvers als Arthur Japin, Renate Dorrestein en Jeroen Brouwers. Zelfmoord was al een onderwerp van Zwagermans roman Zes sterren, die hij schreef na een verijdelde zelfmoordpoging van zijn vader.

"Dit was niet de bedoeling", was het eerste wat zijn vader zei toen hij in het ziekenhuis bijkwam uit een coma. De familieleden, zo meldt Zwagerman, dachten even dat hij doelde op de ontzetting die hij bij hen teweeg had gebracht: "Maar we hadden het mis. Het was niet de bedoeling dat hij het had overleefd."

In een essay polemiseert Zwagerman tegen Karin Spaink, die volgens hem in De dood in doordrukstrip (2001) al te lichtzinnig pleit voor vrij beschikbare zelfmoordpillen. Zij verdedigt vurig de mogelijkheid van zelfmoord als een fier levenseinde.

Een levenslustige vrouw om meteen verliefd op te worden, zo beschreef ik Spaink aan mijn vriendin, nadat ik de schrijfster geïnterviewd had over Vallende vrouw (1993), een boek over haar ziekte multiple sclerose. Spaink vertelde toen niet langer te willen leven zodra de spierziekte haar zodanig verlamde dat ze volledig afhankelijk werd van anderen. Zo beschreef ze het in haar boek: "Het liefst zou ik laat op een avond een fatale pil slikken in de aanwezigheid van enkele zeer dierbaren - en zowel de avond als de lievelingsmansen zijn daarbij cruciaal. Ik stel me dat voor als een benijdenswaardige zelfmoord. Een dood om jaloers op te zijn." In De dood in doordrukstrip herhaalt ze het en beschrijft ze haar speurtocht om via het internet dodelijke geneesmiddelen te bestellen. "Ik heb ondertussen voldoende spul in huis om vier keer dood te kunnen, dat stelt mij gerust."

Met de dood is mijn vriendin meer vertrouwd dan ik, alsook met tot zelfmoord neigende depressies en andere ellende. Het hoort bij haar bezigheid als ethica, lezen en denken over depressie en zelfmoord. Zelf kom ik ter zake niet veel verder dan een van de aforismen van de suïcide-apologeet, de filosoof Cioran: "Zonder de gedachte aan de zelfmoord, zou ik mezelf al lang gedood hebben."

Op haar zelfmoordboekenplankje staat naast De milde dood van Maurits Verzele en De hand aan zichzelf slaan van Jean Améry, ook de door Zwagerman aangehaalde studie De nacht is nabij van Kay Redfield Jamison. En verder in de werkbibliotheek prijkt Demonen van de middag van Andrew Solomon, een persoonlijke geschiedenis én het standaardwerk over depressie.

In Door eigen hand publiceert Zwagerman een diepgaand interview met de 'ervaringsdeskundige' Solomon over zelfmoord. Tot instemming van Zwagerman zegt die bijvoorbeeld: "Los van de mogelijkheid tot euthanasie voor terminaal zieken, moeten dokters helen, niet doden." Zwagerman vermeldt tevens de klassieker in de zelfmoordliteratuur: De wrede god van A. Alvarez, een studie over kunstenaars en zelfmoord, waarnaar Brouwers ook verwijst in zijn monumentale werk over zelfmoord in de Nederlandse letteren, De laatste deur.

Alvarez beschreef in zijn epiloog dat hij zelf een mislukte zelfmoordpoging had gedaan. Nadien voelde hij zich vooral teleurgesteld: "Ergens, voelde ik mij door de dood bedrogen. Ik had er meer van verwacht." Zwagerman benadrukt Alvarez' besluit: "Toen ik eenmaal had aanvaard dat er nooit een antwoord zou zijn, zelfs niet in de dood, merkte ik tot mijn verbazing dat het niet meer zo belangrijk was of ik gelukkig of ongelukkig was."

Analoge citaten geeft Zwagerman van de Nederlandse Betsy Udink - in haar verslag van haar depressie, Klein leed: "Wat ik wilde zeggen is dat als ik dood wil, ik nog lang niet dood hoef" - en van zijn vriend Rogi Wieg, die in een interview na de autobiografische roman Kameraad scheermes stelde: "De zelfmoordenaar wil niet dood, hij wil een ander leven."

Om de 'erfelijke belasting' te illustreren bij kinderen van een ouder die een zelfmoordpoging ondernam, verwijst Zwagerman onder anderen naar Ernest Hemingway en de Amerikaanse dichter John Berryman, die de laatste acht jaar van zijn leven werkte aan The Dream Songs, een gedichtencyclus over de zelfmoord van zijn vader, voor in 1972 het voorbeeld na te volgen. Met Renate Dorrestein, die in Het perpetuum mobile van de liefde (1988) schreef over de zelfmoord van haar zeven jaar jongere zus, gaat hij uitgebreid in op de schuldgevoelens bij de nabestaanden: "Jarenlang sloeg het schuldgevoel me vrijwel dagelijks in het gezicht. (...) Haar sprong betekende voor mij één ding: haar laatste mededeling aan mij was: 'Ook jij hebt me niet kunnen helpen'."

De zelfmoordbibliotheek blijkt onthutsend uitgebreid te zijn. In 1971, toen het onderwerp nog veeleer een taboe was, schreef Alvarez al dat hij aanvankelijk dacht dat er niet veel over zelfmoord was geschreven, maar al gauw merkte dat hij zich vergist had.

We hebben nog vele jaren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234