Woensdag 22/05/2019

Reportage

"Vergis u niet, dit is wel degelijk een revolutie": een dag tussen de gele hesjes

In Havay, aan de Frans-Belgische grens, zijn de actievoerders vastberaden. ‘Het is de revolutie van de kleine man.’ Beeld Eric De Mildt

Een woordvoerder hebben ze niet, en een strategie nog veel minder. Maar hun protest is wel een regelrechte revolutie, zeggen alle gele hesjes die we spreken aan de Frans-Belgische grens. “Er is een afpersing van de kleine man aan de gang. We zijn nog maar net begonnen.”

Op dat kleine stukje weg waar de Belgische Route nationale 6 ter hoogte van Bois-Bourdon de Franse Route nationale 2 wordt, heb je over een halve kilometer twee sigaretten­winkels, twee tankstations, bakkerij Aux Millefeuilles, een Leonidas, een Golden Palace, een Casino Games en een Circus Jeux.

Alles wat in Frankrijk duurder of verboden is, is aanwezig. Alleen voor het eerste bordeel moet je een minuut of drie verder België in.

“Sinds deze ochtend heb ik nog geen taart of brood verkocht”, zegt het meisje ­achter de toonbank bij de bakker. “We hebben de broden dan maar aan die mensen gegeven.”

Het is woensdagnamiddag. Volgens de politie blokkeren de gele hesjes net voor de Franse grens zo’n 150 vrachtwagens, maar als je zelf begint te tellen, lijkt het alsof de politie maar de helft heeft geteld.

“Af en toen laten we een paar vrachtwagens door”, zegt Olivier. “Om ze een beetje hoop te geven. (lacht) En omdat plaatsgebrek dreigt.” Olivier heeft tattoos op z’n gezicht. Op zijn gele hesje heeft hij met een viltstift geschreven: “Pas de mouton.”

Hij is geen schaap.

Overal hoor en lees je dat de gele hesjes tot hun actie zijn overgegaan vanwege de hoge brandstofprijzen, maar volgens Patrick is dat een zoveelste geval van fake news, bedisseld en geframed rond vergadertafels op een tv-redactie in Parijs, ergens hoog en ver weg van de realiteit. Het is geen toeval dat cameraploegen niet erg welkom zijn tussen de hesjes.

Een journaliste van de RTBf ziet woensdagavond in Féluy haar cameraman gemolesteerd worden, 10 seconden voor ze live moet. Haar item in het avondnieuws is een zwart vak, met daarachter een doorzopen mannenstem.
“J’ai dit: dégage!”

De gele hesjes zijn niet zo bezig met het nalaten van een goede indruk of het brengen van een ­constructief verhaal.

“Daarstraks hebben ze op BFM TV gezegd dat wij de truckers geen eten geven”, zegt Patrick, benadrukkend dat hij niét de woordvoerder is van de gele hesjes. “Kijk hier. Zakken met broden. Wafels. Blikjes cola. Koffie. Het wordt allemaal constant aangevoerd. De truckers krijgen van ons meer te eten dan dat ze een fatsoenlijk loon krijgen van hun firma. En nu denkt men dat dit iets impulsiefs is, iets dat vanzelf is gekomen en vanzelf weer zal overgaan. We zijn nog maar net begonnen.”

Géraldine met haar dochter en kleinkinderen: ‘Wij willen leven. Wat niet hetzelfde is als overleven.’ Beeld Eric De Mildt

Patrick verloor twee jaar geleden zijn baan, die zijn leven twintig jaar lang structuur en onderbouw bracht. Hij zegt te zijn vervangen door een robot. “Je hebt van alles hier”, zegt hij. “Mensen die na het werk naar hier komen om even mee de ­handen uit de mouwen te steken, wat te babbelen. Er is geen structuur. Daar, langs de Belgische kant, hebben we dranghekken gezet. We laten alle auto’s met gewone burgers zoals wijzelf door. Ook bij vrachtwagens doen we teken: rij maar verder. En dan zetten we die aan de kant. We zijn de ­economie aan het platleggen.”

De meeste automobilisten die voorbij de blokkade rijden, hebben daarvoor meestal een minuut of tien vastgezeten in de daardoor ontstane file. Anders dan je zou verwachten, is er geen sprake van chagrijn. Er wordt enthousiast getoeterd, ­vanuit autoraampjes gaan duimen omhoog. Af en toe stopt er wagen om vers aangevoerd brandhout of een karton Leffes uit te laden.

“Dit is wat politici niet begrijpen, en niet kunnen begrijpen”, zegt Patrick. “Dat dit heel breed wordt gedragen. Als je zelf in de situatie zit, als je je zelf elke maand zit af te vragen welke boete en welke factuur het dringendst is, begrijp je ­onmiddellijk waar dit om gaat.”

Maar wat is de finaliteit, willen we graag weten. Wat is het doel?

Er verschijnt een lachje op Patricks gezicht. Hij zegt: “We gaan hiermee door tot Macron opstapt. Wil hij niet opstappen? Heel goed. We hebben tijd.”

Twee weken geleden richtte de Bretoense Jacline Mouraud zich vanuit haar living tot haar smartphone met “deux petits mots” voor Frans president Emmanuel Macron. Haar filmpje is intussen ­miljoenen keren bekeken. Mouraud is een 51-jarige accordeoniste, hypnotherapeute en moeder van drie die jaarlijks zo’n 25.000 kilometer afmaalt en door haar job geen andere optie heeft dan de wagen.

“Wat doet u met ons geld, behalve nieuw servies kopen voor in het Elysée of nieuwe zwembaden aanleggen?”, richt ze zich tot de president. “Wij vragen het ons af. Wij worden alleen nog beschouwd als mensen die de staat kunnen ­betalen. Door te tanken, door pv’s te krijgen.”

Jacline Mouraud was het ontstekingsmechanisme, maar ze ziet zich niet als de woordvoerder van de gele hesjes. Dat is de Belgische actievoerder genaamd Albert ook niet, die woensdagmiddag tegenover de toen nog welgekomen RTBf verkondigde dat les casseurs, zo’n 400 kennelijk uit het Luikse naar het geblokkeerde brandstofdepot in Féluy overgekomen hooligans, dienden beschouwd als “strijders voor onze vrijheid”.

Albert: “Je kunt je niet altijd verdedigen met woorden en gebaren. Op een gegeven moment is er zoals in elke revolutie nood aan mensen die voorop gaan lopen. Wij zijn hen dankbaar om ons te komen verdedigen. Er is een afpersing van de kleine man aan de gang.”

Revolutie. Het woord valt de hele tijd. En zoals bij elke revolutie lijkt een gebrek aan realiteitszin eerder een hulpmiddel dan een obstakel.

Deze man is de diefstal van Frans president Macron spuugzat. Beeld Eric de Mildt

Albert heeft het in het RTBf-fragment over een “nationale petitie” die er eerstdaags gaat komen, gesteund op een artikel in de Belgische grondwet dat onvermijdelijk moet leiden tot de ontmanteling van de regering-Michel. Gevraagd naar wat voor grondwetsartikel dat dan wel zou moeten zijn, antwoordde Albert: “Men heeft mij beloofd om mij daar zo snel als mogelijk de juiste inlichtingen over te bezorgen.”

In Bois-Bourdon zijn er geen casseurs, lijkt er ook eenstemmigheid over te bestaan dat de acties beter zo vreedzaam mogelijk kunnen verlopen.

“Wij gaan niet in op provocaties van de Franse politie”, zegt Patrick.

“Voorlopig niet”, zegt Alex, die naast hem is komen staan. “Maar vergis u niet, dit is wel degelijk een revolutie. Dit is de revolutie van de kleine man.”

Er komt nog iemand bij staan: “Zij hebben wapens, wij niet. Dat is niet eerlijk.”

Hoe, via welke kanalen, kan de Franse of de Belgische regering in dialoog treden met de ­hesjes? Wie is gemachtigd om namens de hesjes een eisenbundel op tafel te leggen? Te beoordelen of wat wordt aangeboden kan volstaan om de acties op te schorten?

Patrick: “Niemand. Wij hebben geen woordvoerder, we hebben ook geen verantwoordelijke. We zijn allemaal samen verantwoordelijk. Iedereen mag het woord voeren. Wij dialogeren ook niet met één iemand in het bijzonder, wij ­dialogeren met heel Frankrijk.”

In alles wat ze doen en in alles wat ze eisen, doen de gele hesjes ongeveer hetzelfde als de ­vakbonden, merken we op. 

Patrick: “Er zijn tussen de mensen die u hier ziet ook mensen die zijn aangesloten bij een vakbond. Heel veel zelfs. Iedereen is welkom. Alleen vlaggen en jasjes van vakbonden zijn ab-so-luut niet ­welkom. Omdat vakbonden deel uitmaken van het systeem waartegen wij in opstand komen.”

Halfweg de muur van vrachtwagens op de middenstrook van de N6 treffen we Géraldine Forseaux, haar dochter Jacqueline en haar twee kleinkindjes. Een driegeslacht in geel-oranje hesjes. Jacqueline is een alleenstaande moeder, thuis is er nog een baby. Met z’n vijven moeten ze ­maandelijks zien rond te komen van twee ­uitkeringen, samen goed voor 1.300 euro.

Géraldine somt met weidse gebaren op: “Daarvan gaat 500 euro op aan de huur, 90 euro aan televisietaks, 130 euro per jaar aan huisvuiltaks. En nog een taks hier, een taks daar en een taks ginder. De kinderen moeten eten, moeten schoolgerief hebben en nieuwe schoenen. En kleren. Medicijnen. Alles wordt altijd maar duurder, werkelijk alles. Aan het eind van de maand houden we twaalf cent over. Alcohol drinken we niet eens, we doen alles zo goedkoop als het maar kan. Wij vragen echt niet zo veel. Wij willen leven. Wat niet hetzelfde is als overleven.”

Géraldine veerde vorige week overeind toen iemand de monoloog van Jacline Mouraud met haar deelde. Dát was het, realiseerde ze zich. Ze zegt de voorbije vijf dagen amper te hebben geslapen. Jacqueline brengt dagelijks de kinderen naar school en de baby naar de crèche. Elk vrije uur daartussen is ze samen met haar moeder op post. Met de kinderen, als er geen school is.

“Soms moeten we een menselijke ketting ­vormen omdat er een of andere chauffeur een boze telefoon heeft gekregen van zijn baas en uit de blokkade tracht weg te rijden”, zegt Géraldine. “Zelfs als het even in hen zou opkomen om op de mensen in te rijden, steken we Nanny omhoog. Dat brengt hen direct op andere gedachten.”

Nanny is haar tweejarige kleindochter.

Het gele hesje is een krachtig symbool. Het attendeert de mens achter het stuur van zijn machine op de kwetsbaarheid van het individu. Over de symboliek is voor zover geweten niet nagedacht, zoals er in wezen over helemaal niets is nagedacht. De beweging wordt via sociale media aangestuurd door een soort collectieve intuïtie.

‘We hebben honger, Macron’

“De hele dag door zijn er nu reclamespots op de radio voor Black Friday”, zegt Jean, een niet-woordvoerder aan de Franse kant van de blokkade. “De mensen hier hebben geen boodschap aan Black Friday. De bedrijven die die spotjes betalen en zenders die ze uitzenden – allemaal met het van ons gestolen geld – staan er niet bij stil dat ze nog veel meer mensen mobiliseren. Wij, shoppen? Wij hebben daar geen geld meer voor. Geen enkele vrachtwagen rijdt vandaag zonder onze toestemming langs deze route Frankrijk binnen. Wij brengen de economie stapje voor stapje tot stilstand.

“Het is onze economie. Ze draait op het geld dat van ons is gestolen. De helft van je loon gaat naar de staat. Ook in België, trouwens. U vindt dat ­normaal, of wat? Iedereen ziet dat het naar ­beneden moet, maar het gaat alleen maar verder naar boven.”

Er wordt vooral uitgekeken naar zaterdag. Parijs is het doelwit. Wat er precies te gebeuren staat, kan door geen enkel hesje worden benoemd. Er is min of meer besloten dat er massaal naar Parijs zal worden getrokken, en dat er ook rondom andere grote steden dingen te gebeuren staan.

Tijd voor koffie en koeken. ‘Ook voor de truckchauffeurs!’ Beeld Eric De Mildt

Jean: “Waarom zaterdag? Omdat op zaterdag veel mensen niet moeten werken. We dachten dat er iets zou veranderen nadat François Hollande van het toneel was verdwenen. Wat kregen we in de plaats? Een nog grotere knoeier! Nog hogere taksen. Nog minder geld over aan het eind van de maand.”

Iemand gaat voor fotograaf Eric staan, kennelijk niet helemaal vertrouwd met hoe een tv-camera en een fototoestel zich van elkaar onderscheiden. Hij doet een beetje theatraal: “Het volk heeft honger, mijnheer Macron.”

Roemeense trucker

De Scania van Reginald staat al sinds deze ochtend helemaal vooraan in de muur van vrachtwagens. Met op slechts een meter of drie voor hem, tergend zichtbaar, het blauwe bord. France.

Lotgenoten van Reginald hebben van de nood een deugd gemaakt. Ze roken samen sigaretjes, verwarmen soep uit blik op een pitje. Ook dit is het voor de gele hesjes zo onherkenbaar geworden Europa van nu. Uit werkelijk elke vrachtwagen komt een Litouwer of een Pool gekropen. Hesjes en truckers praten niet met elkaar, er is allereerst een taalbarrière. Toch lijkt het blokkeren en geblokkeerd worden in een perfecte harmonie te verlopen.

Reginald is een Roemeen. Hij zegt in gebrekkig Engels dat hij aan zijn baas niet uitgelegd krijgt dat er gele hesjes voor zijn vrachtwagen staan. Zijn baas heeft nog nooit gehoord over gele hesjes, heeft er geen enkele boodschap aan. Hij weet alleen dat de klant al urenlang zit te wachten en dat als hij die kutvrachtwagen niet nu ­onmiddellijk aan het rijden krijgt, hij zelf een andere baan mag gaan zoeken.

Reginald heeft het al een keer aangedurfd om zijn motor aan te zetten en zachtjes op het gas­pedaal te duwen, om te zien of hij de plastic Jersey-blok voor zich uit zou kunnen wegduwen en doorrijden. Zijn cabine werd onmiddellijk ingesloten door gele hesjes, die op het trapje klommen en op zijn ruit hamerden.

Patrick: “We laten nu af en toe vrachtwagens van achter hem doorrijden. Hij moet blijven staan. Had hij maar niks moeten proberen. Hij is de aller-allerlaatste die we zullen doorlaten. Wanneer? Vanavond, misschien. Of morgen. Het collectief beslist.”

Aan de andere kant van de grens is er een rotonde, een relict van het vroegere douanekantoor. De Franse gendarmerie heeft er zelf een ­blokkade opgeworpen en sommeert alle verkeer om een U-bocht te maken. Niets belet de politiezone Bergen-Quévy om iets gelijkaardigs te doen, maar ergens lijkt ook daar in de achterhoofden sympathie te zijn voor de gele hesjes. Agenten staan wat te socializen met de gele hesjes.

Jean: “De Belgische politie steunt ons. Ze zijn hyper-sympa. Ze hebben ons zelfs een walkietalkie gegeven voor het geval er zich ergens een ­probleem zou voordoen met een trucker, of als er casseurs zouden opduiken.”

Inmiddels heeft Reginald honger. Hij heeft feestelijk bedankt voor de hem aangeboden croissants, wafels en mandarijntjes. Hij zit nukkig voor zich uit te staren, laat het raampje even zakken en roept iets dat niet meteen wordt begrepen.

Reginald roept nog eens: “McDonald’s!”

Nutteloze beroepen

Onder een witte partytent, pal op de grens, voeren twee meisjes en een oudere man een conversatie over nutteloze beroepen. Wat is, bijvoorbeeld, het nut van een notaris. Of een politicus. Of een ­ambtenaar van burgerzaken. Wat produceert dat? Wat brengt dat bij? En waarom moeten al die torenhoge salarissen van die groeiende groep ­aantoonbare niksnutten gefinancierd worden met boetes en taksen?

Ze sommen op: “Advocaten. Vakbondsmensen. Secretarissen. Academici.”

Na een actie aan een grensovergang in Couvin, zuidelijk puntje van de provincie Namen, postte een militant van de plaatselijke PTB, de Franstalige benaming voor de PVDA, op Facebook een groepsfoto van zes gele hesjes. De ene helft van de groep was van de PTB, de andere van Nation, het Belgische Front National. Radicaal links en extreemrechts, letterlijk hand in hand.

Het partijbestuur van Nation reageerde met een communiqué: “Uiteraard zullen wij nooit de bloedbaden vergeten die zijn aangericht in naam van de communistische ideologie en hebben wij geen enkele sympathie voor de PTB. Maar geconfronteerd met de vampiers van het hoge financiewezen voelen wij geen enkele schaamte om op te komen tegen de macht van het geld, zelfs aan de zijde van onze politieke vijanden.”

Beeld Eric de Mildt

Als je er gele hesjes op aanspreekt, blijken links en rechts virtuele concepten. Ze kennen slechts één opdeling. Wij, de hardwerkende Fransman of Belg. En zij, het establishment. Hoge heren en dames in dure jurken die de hele dag door ­vergaderen om nieuwe taksen en heffingen te bedenken. Macron moet opstappen en er moet iemand anders in de plaats komen. Iemand die luistert.

“Zoals in ’58", zegt iemand.

“Wat was er in ’58?”

“Revolutie in Parijs, toch?”

“Dat was in ’68.”

“Het was in elk geval revolutie.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.