Woensdag 27/01/2021

Vergeten: het venijn zit in de 't'

Sinds Stefaan De Clerck zondag in een debat over de collaboratie het woord 'vergeten' in de mond nam, zit hij in het oog van een storm. Marnix Beyen legt uit hoe dat kon komen. Beyen is historicus, verbonden aan de Onderzoeksgroep Politieke Geschiedenis van de Universiteit Antwerpen.

Eén letter kan een wereld van verschil maken. Dat heeft het opflakkerende amnestiedebat van de laatste dagen duidelijk getoond. Had Stefaan De Clerck (CD&V) voor 'vergeven' gepleit, dan zou zijn interventie door velen zijn toegejuicht. Maar hij sprak van 'vergeten', en dus wordt hij momenteel uitgespuwd door welmenende burgers in binnen- en buitenland. Het zal hem nu wel duidelijk zijn dat er een verschil bestaat tussen 'amnestie' en 'amnésie' - ook in het Frans zit het venijn blijkbaar in de 't'.

De storm van verontwaardiging over dat woordje 'vergeten' is opmerkelijk. Respectabele filosofen, psychologen en relatietherapeuten hebben al boeken vol geschreven over het belang van vergeten voor kleinere en grotere gemeenschappen. Schrijvers en filmmakers hebben de kwestie treffend in beeld gebracht. Maar als een justitieminister het woord uitspreekt naar aanleiding van een amnestiedebat, gaan de poppen aan het dansen.

Hoe dat komt? Een eerste verklaring kan worden gezocht in de concrete politieke context van de uitspraak. Met zijn oproep tot vergeten verleende De Clerck een zekere legitimiteit aan een wetsvoorstel dat er nadrukkelijk op gericht was niet te vergeten. Indien het Vlaams Belang deze kwestie jaarlijks opnieuw op de parlementaire agenda plaatst, dan wil zij daarmee de zogenaamde onrechtvaardigheid van de Belgische staat tegenover Vlaanderen ritueel in herinnering brengen. Onrechtstreeks kon De Clercks oproep tot vergeten dus ook worden gelezen als een pleidooi om een stukje Belgische politieke geschiedenis op een specifieke manier te onthouden.

Op zich verklaart dit gegeven de storm van protest echter niet. Dat is zeker niet het geval in Vlaanderen, waar velen deze visie op het oorlogsverleden delen. Fundamenteler is het gegeven dat in de hedendaagse Westerse cultuur 'vergeten' vrijwel spontaan wordt vertaald als 'Auschwitz vergeten'. Die vertaalslag werd alvast gemaakt door Patrick Dewael in zijn opiniestuk 'Wat België kan leren van Mandela' en hij verklaart ook de felle reacties van het Simon Wiesenthal Center en van de Israëlische media. De vanzelfsprekendheid waarmee dat gebeurt, toont aan hoezeer de Holocausteducatie van de laatste decennia vruchten heeft afgeworpen. Een van de eerste geboden van de westerse cultuur luidt vandaag zonder meer: 'Gij zult de Holocaust niet vergeten!'

Tegelijk toont de heisa rond De Clerck ook de schaduwzijde van deze fixatie op de Holocaust. Het idee dat iemand met de term 'vergeten' misschien iets anders kan bedoelen dan 'Auschwitz vergeten', wordt er bijna ondenkbaar door. Maar belangrijker nog: door zo hardnekkig te proberen de Holocaust niet te vergeten, lopen we het gevaar een heel eenzijdig en anachronistisch beeld te krijgen van de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. We dreigen erdoor te - jawel! - vergeten dat de jodenvervolging voor de meeste Belgische burgers tijdens de oorlog geen centrale bekommernis was. Nochtans zou juist een beter historisch begrip van de Tweede Wereldoorlog ons kunnen helpen om te begrijpen waarom het debat over amnestie vandaag de dag zozeer langs communautaire breuklijnen verloopt. Dat heeft zeker niet alleen te maken met de zogenaamde 'mythes' die na de oorlog over het collaborerende Vlaanderen en het verzetsgezinde Wallonië zijn ontstaan.

Eenzijdig
Uiteraard waren er ook in Vlaanderen verzetsstrijders en bestond er in Wallonië een zeer radicale collaboratie. Maar dat neemt niet weg dat de Vlaamse publieke opinie al tijdens de bezetting een relatief grote legitimiteit verleende aan collaboratiedaden, terwijl de Waalse collaborateurs outcasts waren in eigen land. Dit had op zijn beurt veel te maken met de Flamenpolitik die door de hoogste nationaalsocialistische instanties was uitgetekend, en waaraan Luc Huyse ons terecht nog eens herinnert in De Standaard. Meer bepaald is het moeilijk de impact te overschatten van de beslissing om de Vlaamse krijgsgevangenen vrij te laten, terwijl een enorm groot aantal Waalse jonge mannen gedurende de hele bezettingsperiode in Duitse gevangenschap verbleven. Wanneer we proberen te begrijpen waarom de Waalse publieke opinie zo weinig bereid is tot vergeven, dan mogen we dat alvast niet vergeten.

Omgekeerd zou men mogen verwachten dat Franstaligen zich proberen in te leven in het concrete leed dat vele mensen in Vlaanderen na de bezetting hebben ondergaan omdat zij actief of passief deel uitmaakten van een cultuur die het nationaalsocialistische regime om verscheidene redenen niet ongunstig gezind was.

Kortom, zowel pleidooien om 'eindelijk te vergeten' als oproepen om 'niet te vergeten' bemoeilijken dit debat, omdat zij eigenlijk pleiten voor een eenzijdige en anachronistische herinnering. Wat deze discussie wél vooruit zou kunnen helpen, is een gecontextualiseerd historisch begrijpen, met een poging tot empathie (wat niet samenvalt met vergevingsgezindheid) voor alle historische actoren. Maar precies dat zijn kwaliteiten die men niet kan of mag verwachten van de politiek. Juist daarom onderschrijf ik Luc Huyses oproep om dit splijtende symbooldossier weg te halen uit het parlement. In een democratie is dat natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan: men kan toch geen parlementsleden verbieden deze materie op de agenda te plaatsen? Maar het zou ongetwijfeld beter geweest zijn als het huidige Vlaams Belang-voorstel simpelweg was genegeerd. Dit zou geen taboe op deze discussie hebben geïmpliceerd, wél een erkenning dat zij niet door het parlement moet worden gevoerd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234