Zaterdag 29/01/2022

VERENIGDE STATEN GEWAPEND TEGEN CRISIS

De cijfers liegen er niet om. De Verenigde Staten hebben hun rol van marktleider in de wereldwijde wapenhandel in 2008 niet enkel geconsolideerd, maar ook duchtig uitgebreid. De stijging van het totaalbedrag voor wapenverkoop door de VS - van 25,4 miljard dollar (17,7 miljard euro) naar 37,8 miljard dollar (26,4 miljard euro), een verschil van 12,4 miljard - valt op, alleszins in een jaar waarin het wereldwijde handelsvolume voor wapens door de economische recessie een daling met 7,6 procent optekent, van 41,4 naar 38,5 miljard euro. Vandaag zijn de VS goed voor 68,4 procent van alle contracten, waardoor zij bijna tweederde van de wereldmarkt in handen hebben.De gegevens komen uit het rapport Conventional Arms Transfers To Developing Nations, dat veiligheidsspecialist Richard F. Grimmett in opdracht van de studiedienst van het Congres samenstelde. Die ‘Congressional Research Service’ is niet partijgebonden maar ressorteert onder de Library of Congress, de bibliotheek van het Amerikaanse Parlement. Haar jaarlijkse wapenrapport geldt als een van de beste voor het publiek toegankelijke studies ter wereld. Vrijdag, aan de vooravond van Labour Day, werden de data aan de twee kamers van het Congres, het Huis van Afgevaardigden en de Senaat, voorgelegd. Hoe onomstotelijk de positie van de VS wel niet is, mag blijken uit de positie van nummer twee en nummer drie. Italië, ‘s werelds op één na grootste exporteur, kreeg vorig jaar voor 3,7 miljard dollar (2,6 miljard euro) contracten op zijn naam. Rusland verhandelde in 2008 dan weer voor 2,4 miljard euro - tegenover 7,5 miljard een jaar eerder. Volgens Grimmett valt de spectaculaire stijging in het Amerikaanse aandeel “niet enkel toe te schrijven aan enkele grote nieuwe orders van klanten in het Nabije Oosten en in Azië, maar ook aan de voortzetting van een reeks zeer veelbetekenende toerustings- en ondersteuningscontracten bij een brede basis van internationale klanten van de VS in de wereld.” Daartegenover staat dat de globale terugval dan weer te maken heeft met “de terughoudendheid van heel wat landen om nieuwe orders te plaatsen, dit in het licht van de erg zware internationale recessie.” Juist door die crisis vindt Grimmett de verkoopscijfers van de VS “buitengewoon”, zij het dat er een zekere vorm van gezichtsbedrog meespeelt: een aanzienlijk deel van het handelsvolume bestaat niet uit wapens as such, maar uit uitgaven voor onderhoud, reparaties, moderniseringen, wisselstukken en, niet in de laatste plaats, munitie. Landen die in het verleden contracten sloten met de VS voor specifiek materieel, blijven in de meeste gevallen bij hun leveranciers, zodat er een niet te onderschatten schaaleconomisch element meespeelt.Alles wijst erop dat de trend zich ook in 2009 doorzet. De Amerikaanse wapenverkopen van regering tot regering duiden er nu al op dat het cijfer straks flink boven de 40 miljard dollar zal uitstijgen. Op het jaarlijkse rendez-vous dat de Airshow van Le Bourget is, in Parijs, klonk de eerste handelsvertegenwoordiger van het Pentagon, viceadmiraal Jeffrey Wieringa, deze zomer net niet euforisch: “De wapenverkoop bevindt zich op een volume dat zijn voorgaande niet kent”, zei hij. Wieringa had in Parijs meer dan 40 vergaderingen bijgewoond, waar VS-firma’s met fonkelnieuwe hardware uitpakten en een bittere strijd uitvochten met hun wereldwijde concurrenten, nu eens voor commerciële, dan weer voor militaire orders. Met name het feit dat veel landen hun militair materieel dringend moeten moderniseren willen ze hun veiligheidsbeleid verder gestalte kunnen geven, opent - althans vanuit het standpunt van de fabrikanten - aantrekkelijke perspectieven.Wieringa, van het Defense Security Cooperation Agency (DSCA), haalde het klassieke argument aan dat “militaire verkopen aan het buitenland een stabiliserende factor zijn die zowel banen als productielijnen vrijwaren”. Met andere woorden: de drastische besparingen die het VS-ministerie van Defensie zichzelf oplegt inzake traditionele wapensystemen (vooral in de programma’s om intercontinentale raketten uit de lucht te schieten is de schaar gezet) sorteren al bij al maar een bescheiden effect op de Amerikaanse wapenindustrie, met dank aan de verkoop aan het buitenland. Niet voor niets gelden de wapenverkopers als de meest gehaaide lobbyisten die het Congres elke dag weer over de drempel krijgt, en worden zowel Democraten als Republikeinen duchtig gefinancierd door de betrokken industrie. Een van de grootste militaire deals die in Le Bourget in de steigers werden gezet, betreft een Israëlisch order voor F-35 Joint Strike Fighters (gevechtsvliegtuigen) bij Lockheed Martin. Aan de pers zei David Heinz, de hoofdverantwoordelijke voor de F-35’s op het Pentagon, dat de VS op termijn 6.000 dergelijke toestellen willen verkopen, nu de decennia oude F15’s, F16’s, F18’s en consoorten stilaan goed zijn voor de schroothoop. Naast Israël zouden ook Griekenland, Singapore, Zuid-Korea, Japan en Finland al likkebaarden bij deze bommenwerpende snufjes. Meerdere Europese landen tonen voorts interesse voor de C17-cargovliegtuigen van Boeing, voor de C130J, nogmaals van Lockheed, of nog, voor de kleinere C-27J van hetzelfde bedrijf. Sinds juni is het hard gegaan. Soms vertelt een blik op de webpagina van het DSCA meer dan een heel vertoog. Kijk naar afgelopen 6 augustus, toevallig het moment waarop het nucleaire bombardement op Hiroshima wordt herdacht. Die dag alleen al kondigde het Pentagon het Congres de “mogelijke” verkoop aan van F/A-18E Super Hornets aan Brazilië, van CH 47D Chinookhelikopters aan Egypte, van moderniseringskits voor Apachehelikopters aan Nederland, voor All-up-round AIM-9X Sidewinderraketten aan Zuid-Korea, van een pakket opleiding en logistieke ondersteuning voor F16-gevechtsvliegtuigen aan Nederland, nogmaals, voor UH-60L Black Hawkhelikopters aan Thailand en van upgradesystemen voor luchtcontroletechnologie aan Saoedi-Arabië. Dertien maart, 23 april, 18 mei, 26 mei, 15 juni, 7 juli, 10 juli, 14 juli, 20 juli, 22 juli, 3 augustus, 4 augustus, 5 augustus: om de zoveel dagen of weken doet het Pentagon de wereld een nieuw orderlijstje kond.Adjunct-onderminister van Defensie Bruce Lemkin liet er in Parijs geen twijfel over bestaan: de VS willen zich dieper in de wereld verankeren door middel van strategische partnerschappen inzake wapencontracten. “We hebben vrienden en partners nodig die de juiste capaciteiten bezitten om hun eigen veiligheid te verzekeren en bij te dragen aan de stabiliteit van hun regio”, aldus Lemkin. “Landen die op die wijze onze partners zijn kunnen ons, als dat gepast blijkt, bijtreden in operaties tegen gemeenschappelijke vijanden en dreigingen.”“De politieke invloed die een land door wapenverkoop verwerft, is een zeer belangrijke drijfveer,” zegt Simon Wezeman van het wereldvermaarde Stockholm International Peace Research Institute (Sipri). “De VS hadden terzake al een erg ruime klantenbasis, die is de jongste jaren alleen maar verder uitgebreid.” Neem India, dat zijn wapens traditioneel in de Sovjetunie en Rusland kocht, maar intussen een cruciale klant van de VS geworden is. Of nog, Irak, dat zich exclusief in de VS bewapent. En zo valt er een hele rist nieuwe klanten in het bestand op te noemen. Toch meent Wezeman dat het vorige vrijdag aan het VS-Congres voorgelegde rapport de werkelijkheid maar ten dele vertelt. “Persoonlijk lijkt het mij overdreven te stellen dat 68,4 procent van de wapencontracten via Amerikaanse bedrijven gebeuren. Natuurlijk, de VS kun je niet met Frankrijk vergelijken, maar reken de landen van de Europese Unie bij elkaar op en je krijgt al een heel ander plaatje.”En er is nog een ander element dat voor een mogelijke scheeftrekking van de perceptie zorgt: het feit dat maar weinig landen zo transparant met wapenaankopen omgaan als de VS. Wezeman: “We hebben veel data voor de VS, weinig voor andere landen. Daardoor komen de licenties door Washington wel in beeld waar dat elders niet of veel minder het geval is. Bij de meeste landen kun je bijvoorbeeld de kleinere contracten niet uit de officiële statistieken aflezen, in de VS wel, omdat het Congres dat zo geëist heeft. Voor ieder wapencontract dat boven een bepaalde waarde uitgaat, moeten Huis en Senaat op de hoogte worden gebracht. Welnu, in de VS ligt die waarde vrij laag, waardoor kleinere deals minder tussen de mazen van het net glippen.”Maar zelfs dan is het globale cijfermateriaal moeilijk te interpreteren. “Gaat het om afgesloten contracten? Zijn het precontracten? Wat soort wapens zit er wel in, wat dan weer niet? In de VS krijg je zicht op reserveonderdelen, training en elektronica, maar geldt dat pakweg ook voor Rusland?” Rusland: zo te zien een forse verliezer. Hoewel verhalen als dat van de recent ‘gegijzelde’ spookboot (vermoedelijk betrof het een illegale, en dus niet gedeclareerde wapenlevering) doen vermoeden dat slechts het topje van de ijsberg in de Moskouse statistieken aanbelandt, nemen ze niet weg dat de Russen hun marktaandeel danig hebben zien krimpen. De trend heeft haar wortels in het einde van de Koude Oorlog en de instorting van de Sovjetunie, maar blijkt nog steeds niet gestuit. Zo was China tot voor kort goed voor 40 procent van de Russische wapenverkoop, maar slaagt Peking er intussen in zelf hoogwaardig materieel te produceren, waartegen de meerwaarde van de Russische technologie niet langer opweegt. Ook was er de voorbije jaren veel te doen over de ‘massale’ aankopen door de Venezolaanse president Hugo Chávez, maar vergeleken met andere landen in Latijns-Amerika viel dat al bij al wel mee. Ook heeft Chávez een aantal beloofde aankopen aan Rusland in de koelkast gestopt, daartoe gedwongen door de lagere olieprijzen en de economische crisis die ook Venezuela in de greep heeft.Overigens, schrijft Grimmett in zijn studie, worden vooral ontwikkelings landen danig bewerkt door Amerikaanse wapenfabrikanten. Meer dan 70 procent van alle VS-contracten gingen naar die groep, die in 2008 goed bleek voor een globaal shoppinglijstje van 42,2 miljard dollar. Maar ook daar wil Wezeman nuanceren: “De kwalificatie ‘ontwikkelingsland’ is louter politiek. Waarom geldt Israël bijvoorbeeld wel als een ontwikkelingsland en (het veel armere, ld) Albanië niet?” Ook Zuid-Korea, Taiwan, de Verenigde Arabische Emiraten en noem maar op behoren tot die categorie. Die laatste landencluster was met 9,7 miljard dollar vorig jaar trouwens goed voor de status van grootste wapenkoper ter wereld, gevolgd door Saoedi-Arabië (8,7 miljard) en Marokko (5,4 miljard). Telkens gaat Washington met de hoofdvogel aan de haal.Voor ULB-professor en VS-specialist Eric Remacle kan nog een extra element het groeiende succes van de Amerikaanse wapenverkoop verklaren. “De cijfers voor 2008 gaan over het tijdperk-Bush. Wat we over die regering ook dachten, ze is er kennelijk in geslaagd een aantal verstevigde bondgenootschappen uit de brand te slepen, bijvoorbeeld met India. De VS hebben wapens in de aanbieding die zeer goed aangepast blijken aan de behoeften van middelgrote machten, die Washington door de verkopen verder aan zich bindt. Onder Obama zal die trend vermoedelijk niet verminderen, gezien het gunstige imago dat zijn regering geniet.” Toch wil ook Remacle voorzichtig blijven bij de vrijdag vrijgegeven cijfers. “De Congressional Research Service heeft excellente vorsers in huis, daarover gaat het niet, wel is het zo dat op de wapenmarkt de fluctuaties van jaar tot jaar traditioneel groot zijn, waardoor het beter is de cijfers over een periode van vijf jaar te bekijken. Desondanks kunnen we stellen dat de VS hun zo al belangrijke geopolitieke positionering stevig blijven behouden. Zijn ze op economisch of financieel vlak aan snelheid aan het inboeten, dan lijkt voor wat de wapens betreft het omgekeerde waar.”Een ontransparante wereld, die van de wapenverkoop, waarin ook het -tigste rapport van het Congres weinig verschil zal maken. Of toch? Wezeman ziet redenen voor wat hij “een zeker optimisme” noemt: “Er is de jongste jaren onmiskenbaar vooruitgang geboekt op het vlak van openheid. Landen gaan zich meer verantwoordelijk opstellen. Zo zijn steeds meer regeringen op hun hoede voor de verkoop aan landen die een vijand kunnen worden, met het Irak van Saddam Hoessein als schoolvoorbeeld. Bovendien zijn landen oprechter geworden in het elkaar beconcurreren, omdat niet-eerlijke concurrentie zich uiteindelijk tegen hen keert. Ten slotte is er de zeer sterke druk van de publieke opinie en de niet-gouvernementele organisaties. Als je ziet wat er pakweg op het vlak van landmijnen is gebeurd, kun je niet ontkennen dat er de jongste 15 jaar een positieve evolutie heeft plaatsgevonden. Al blijft er, uiteraard, nog een hele weg te gaan.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234