Zaterdag 19/10/2019

Vier vragen

‘Vereenzaming seksuele delinquent verhoogt gevaar voor nieuwe feiten’

Stille mars na de gewelddadige moord op Julie Van Espen. Beeld Tim Dirven

Populair is het niet. Dat beseft Steve Van Veldhoven, coördinator van het Antwerpse COSA-team (deel van het CAW), wel. Maar het is zinvol, stelt hij, en dus vraagt hij structurele aandacht voor een begeleidingsproject tegen recidive door seksuele delinquenten. 

‘Cirkels van Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid’, heet jullie aanpak. Dat is vrij vaag. Wat doen jullie concreet?

“Zeer alledaagse dingen. Samen met de pleger van zedenfeiten die na zijn detentie of opname opnieuw in de samenleving wil worden opgenomen en daartoe vrijwillig ons traject volgt. Wij stellen bijvoorbeeld samen een sollicitatiebrief op, oefenen samen een sollicitatiegesprek in. Wij gaan gewoon samen eens iets drinken, om aan de persoon in kwestie te laten zien dat er op zijn voorhoofd níét ‘seksuele delinquent’ getatoeëerd staat – vergeet niet dat voor zulke mensen veelal de vereenzaming dreigt, en die vereenzaming houdt een ernstig gevaar voor recidive in. Net daarom is het nuttig dat zo’n man enkele mensen om zich heen krijgt. Wij bespreken samen de stappen die hij wil zetten, bekijken samen of zijn plannen wel realistisch zijn. Als zo’n man bijvoorbeeld zegt dat hij iets wil doen om fit te blijven en graag zou gaan zwemmen, dan bespreken wij samen of er geen verstandigere sportmogelijkheden zijn, gezien zijn verleden waarin minderjarigen het slachtoffer waren.”

Wie zijn die ‘wij’?

“Mensen zoals u en ik. Gepensioneerden, studenten, zakenlieden, huisvrouwen. Vrijwilligers, zonder specifieke vooropleiding. Gewoon mensen met wat gezond verstand. Waarmee ze, bijvoorbeeld, snel in de gaten hebben als ze door hun ‘kernlid’, zoals wij de pleger noemen, dreigen te worden gemanipuleerd. Ze krijgen een basisvorming van twee dagen, nemen enkele dagen per jaar deel aan bijkomende vorming en worden continu door ons gecoacht. Ik wil benadrukken dat wat wij doen geen vervanging is voor professionele therapie. Wij staan los van alle andere elementen in zo’n zaak. Net zoals wij ook niet wensen opgenomen te worden in opgelegde voorwaarden voor vrijlating. Wie in zo’n traject stapt, moet dat vrijwillig doen. Anders heeft het geen zin.”

Zet zo’n initiatief zoden aan de dijk? Is het wel meer dan wat tijdverdrijf?

“In ons land is het nog heel kleinschalig. Er zijn twee centra: dat van ons in Antwerpen, en dat in Brussel – waarmee wij goed samenwerken. We zijn nu ongeveer tien jaar bezig, en in die periode hebben we zo’n tien, twaalf mensen begeleid. Met absoluut een meerwaarde, ja. Je moet ook niet vergeten dat een traject anderhalf tot twee jaar duurt. In andere landen staat men al veel verder. In Nederland en Engeland zijn de programma’s succesvol, in Canada heeft onderzoek aangetoond dat zo’n traject de kans op recidive met 70 procent verlaagt.”

Kleinschalig, zegt u. Hoe kleinschalig?

“Wij krijgen nu subsidies voor 0,8 voltijds equivalent (VTE), dus voor vier werkdagen per week. We zouden dat graag opgetrokken zien tot een voltijdse medewerker per centrum en ook centra in de andere provincies. Nu, onze doelgroep is er sowieso al geen evidente en in deze tijden vinden we, mede door de verkiezingen, geen gehoor bij politici. Er wordt te weinig structureel ingezet op preventie. Elk initiatief om het risico op recidive kleiner te maken verdient meer aandacht.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234