Vrijdag 25/06/2021

Verdwaald in eigen verdriet

Claudel demonstreert met groot stijlvertoon hoe intense rouw een zelfbeeld geheel aan diggelen kan gooien

Roman van Philippe Claudel

Een man verliest zijn geliefde en blijft achter met hun dochtertje van eenentwintig maand. In een bitsige monoloog, waarin verdriet en woede verstrengeld raken, gaat hij tekeer tegen de grauwe banaliteit van al wat hem omringt. Philippe Claudel, auteur van het succesboek Grijze zielen, toont met Zonder mij dat hij alle registers tot in de puntjes beheerst.

Philippe Claudel

Zonder mij

Oorspronkelijke titel: J'abandonne

Vertaald door Manik Sarkar

De Bezige Bij, Amsterdam, 109 p., 14,90 euro.

'Het ergste wat me zou kunnen overkomen is: degene verliezen van wie ik houd. Alsof ik, door erover te schrijven, mezelf ertegen bescherm, alsof het een amulet is", zo vertelde Philippe Claudel (°1959) onlangs aan de Volkskrant. Is het daarom dat zijn boeken voortdurend langs de iele grenzen van leven, liefde en dood drentelen? Stelselmatig verkent Claudel de schaduwzijdes van het bestaan. In het alom bejubelde Grijze zielen (2003) gebeurde dat met voorzichtige pen, in eindeloos genuanceerde grijstinten. Niets is immers zwart-wit: "de mens is tot het ergste in staat, maar ook tot het beste", aldus de Franse schrijver uit de buurt van Nancy. Het nu vertaalde Zonder mij (2000) is veel scherper van toon en kan gelden als een openlijke bezwering van Claudels angstvisioen: achterblijven met rouw die alles op losse schroeven zet. In Zonder mij wint zwart-wit het duidelijk van grijs en staan lelijkheid en zuiverheid met getrokken messen tegenover elkaar.

De noodkreet van de machteloze verteller klinkt ons vanaf de eerste pagina's schril in de oren. Pal na de dood van zijn geliefde bevindt deze drieëndertigjarige verpleger-psycholoog zich in het epicentrum van zijn ellende. "Het bericht van de dood maakt ons simpelweg tot onszelf. Het wist het patina van maniertjes weg waarmee we ons bedekken om gemaskerd door het leven te kunnen gaan", luidt het. Zijn onwetende dochtertje met haar kraaiende brabbeltaaltje is nog zijn enige, zij het hoogst dunne, houvast. Verder is alles gruizig, hard en pijnlijk: het leven is "een grote vuilstortplaats" geworden. Vooral de opdringerige buitenwereld vormt een bijna ketterse aanslag op zijn ongefilterde verdriet. In doordravende monologen ergert hij zich blauw aan schreeuwerige, erotiserende publiciteitsaffiches in de metro. Hij vervloekt zijn zesvoudig gepiercete baby-oppas, die constant met een walkman op het hoofd loopt en zijn dochtertje sloten cola leert drinken. Hij maakt verbaal brandhout van de ongevoeligheid van zijn medemensen en hekelt het hypocriete humanitaire discours van de Bernard Kouchners van deze wereld. Zelf schijnt hij als een witte ridder boven de hem omringende vunzigheid uit te torenen en rond te dolen "in een donker bos vol wolven". De rouw heeft een frenetiek en cynisch waas over zijn blik gelegd. Het besef rijpt dat hij de trappers kwijt is: "De laatste tijd zie ik niet meer dezelfde dingen als andere mensen en leg ik ze niet meer hetzelfde uit. (...) Ik zei tegen mezelf dat ik niet verder kon. Het affiche maakte me duidelijk dat deze wereld de mijne niet meer is, dat er hier geen plaats meer is voor mij."

Het spervuur van uitvergrote beelden stemt af en toe erg ongemakkelijk en leidt tot een menselijk defensief automatisme: bij al te openlijk geëtaleerd verdriet heb je de neiging stilzwijgend en bedremmeld je gezicht af te wenden. Het pleit voor Claudels talent dat hij dit onbehagen feilloos weet over te dragen. Elk detail stuurt er intussen op aan dat de verpleger zelfmoord zal plegen. Want ook zijn werk als 'handlanger' van de dood komt hem nu uiterst onwaarachtig voor. In feite is hij een 'hyena': zijn job bestaat erin familieleden van pas overledenen in te lichten en toestemming te krijgen om organen uit het afgestorven lichaam te nemen. Kernachtig vat hij zijn taak samen: "Hyena's hebben nooit haast. Urenlang draaien ze om hun prooi heen, in afwachting van het moment dat die zwak wordt en gaat liggen. We moeten ons verzoek doen als de 'cliënt' het einde heeft bereikt, het absolute einde van het pad dat de dood van zijn of haar beminde voor zijn voeten heeft ontsloten."

Paradoxaal genoeg is het net de confrontatie met een van zijn nieuwe 'slachtoffers' die het inzicht laat doorschemeren dat zijn verdriet omkeerbaar is én dat hij zijn dochter niet aan haar lot mag overlaten. "Ik moet leven, voor jou. Dat heeft deze vrouw me de hele tijd duidelijk gemaakt, zonder dat ze het doorhad en zonder een woord te zeggen. Ze heeft veel meer voor me gedaan dan ik ooit terug kan doen. Haar dochter kan ik haar niet teruggeven. Je kijkt me aan. Je moeder kijkt me ook aan."

Zo samengevat lijkt het of we blindelings afstevenen op een portie misplaatste en voorspelbare pathetiek. Toch slaagt Claudel er moeiteloos in je mee te laten ijlen naar dat beetje verlichting dat het boek van zijn loodzware rouwkrans ontdoet. Het is alsof er aan het eind een waterige snee voorjaarszon door een dreigend wolkendek breekt. In Zonder mij demonstreert Claudel met groot stijlvertoon hoe intense rouw een zelfbeeld geheel aan diggelen kan gooien en de kijk op de wereld volkomen vertroebelt. Dat hij zijn hoofdpersonage daarbij soms een gratuit cultuurpessimisme in de mond legt, zij hem vergeven.

Zonder mij blijft ook zonder die uithalen een monoloog die lang aan de ribben kleeft.

Dirk Leyman

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234