Zondag 25/08/2019

Brief Bart Steenhaut

Verdomme, Thé. Ik mis je nu al

Thé Lau vorig jaar, tijdens een van zijn afscheidconcerten. Beeld ANP

Muziekjournalist Bart Steenhaut neemt afscheid van zijn vriend Thé Lau.

Dag Thé,

Je had het me vorig jaar al verteld toen bleek dat de kanker in je keel niet meer te behandelen viel: als het moment daar was zou je er zelf een punt achter zetten. Sterven in het harnas.

Het leek onwezenlijk om het er toen al over te hebben. Je voelde je goed, en dat straalde je uit. Ging zelfs weer tennissen. Ik zal niet zeggen dat we toen met de glimlach over de dood hebben gepraat, want we beseften alle twee dat het einde écht nakend was. Alleen: het was zo onwerkelijk, zo abstract.

De dokters hadden je op dat moment nog zes maanden gegeven. Maar de dagen gingen voorbij, en ik vond net dat je méér tot leven kwam. Ik heb je zelden zo ontspannen gezien als toen. Er was de hernieuwde interesse in je werk. Die bloedstollende soloplaat die je tijdens je verblijf in het ziekenhuis had geschreven. Een nieuwe roman die overal onder superlatieven werd bedolven. Er waren de inmiddels legendarische afscheidsconcerten in de AB en de Lotto Arena. Het gloriemoment op Pinkpop ook, al was je daar zelf niet zo tevreden over.

Mensen die je jarenlang links hadden laten liggen, konden zich plots je telefoonnummer weer herinneren. Radiozenders die je jongste platen vaak niet eens uit de hoes hadden gehaald, riepen om het luidst dat The Scene toch ook wel een beetje hun bandje was. Je kon er zeer smakelijke anekdotes over vertellen. En vooral: je nieuwe rol als Bekende Nederlander relativeren. Voor wie wacht, komt alles steeds te laat.

Bart Steenhaut. Beeld Wouter Van Vooren

Zelf vond ik het wat wrang, allemaal. Dat mensen het vooruitzicht op je vroegtijdige overlijden nodig hadden om te beseffen dat je een toptalent was, zat me niet lekker. Voor mij stond je op hetzelfde niveau als Dylan en Cohen. Ik snap nog steeds niet hoe iemand dat niét kan horen.

Maar jij genoot van de erkenning, de staande ovaties en het late applaus. Op z'n minst kon je al die lofbetuigingen nog meemaken. Je bij leven laten fêteren alsof je al dood was. Hoeveel mensen kunnen dat zeggen? We hadden het over Luc De Vos, en over de tristesse omdat hij al die liefde na zijn overlijden niet meer had kunnen voelen.

Ik weet niet precies hoe vaak we elkaar de voorbije vijfentwintig jaar ontmoet hebben. Regelmatig voor en na optredens, natuurlijk. Een keer of twaalf voor de krant, ook. En er waren nog een handvol publieksinterviews telkens je een nieuw boek klaar had... Ik heb al die opnames bewaard. Als aandenken. Omdat elk gesprek bijzonder was.

Beeld ANP

Aan promopraatjes deden we niet. 't Was meer een uitwisseling van gedachten, waar we ons vooraf alletwee grondig op voorbereid hadden. Meestal zocht Marijke - de liefde van je leven - dan een mooie locatie uit. Ik herinner me een geanimeerde namiddag in de nok van een tot restaurant omgebouwd boorplatform, met een fantastisch uitzicht over Amsterdam. Vaak in je stamkroeg gezeten, ook, omdat daar nog gerookt mocht worden.

Een andere keer namen we de boot omdat er aan de andere kant van de oever een nieuw adresje was bijgekomen waar ze lekkere wijn op de kaart hadden staan. Dat was altijd de stelregel: bij een goed gesprek hoort goeie wijn. We hebben wat afgedronken samen. Veel gelachen, ook. Maar als er tijdens zo'n interview een stilte viel, was dat niet erg. Weinig dingen zijn mooier om naar te luisteren dan de stilte. Vaak zagen mensen een stugge, wat stuurse man in je. Ik ken collega's die je om die reden nooit hebben durven aanspreken. Terwijl je een van de warmste mensen was die ik ooit ben tegengekomen.

Ons laatste interview bij je thuis - weer zo'n marathon met de fles op tafel - tikte ik de dag nadien integraal uit. Pagina's en pagina's na elkaar. Zoals altijd veel meer dan de fractie die uiteindelijk de krant haalde.

Eerlijk: het was uit zelfbehoud. Omdat ik er tegenop zag om dat bandje opnieuw te beluisteren op het ogenblik dat het onafwendbare zich voltrokken had. Ik zag op tegen vandaag. Tegen het schrijven van dit stuk. Ik zie het sowieso niet zitten om voortaan in de voltooid verleden tijd over je te praten. Daar ben je me te dierbaar voor.

Maar toen vorige week een mailtje van Marijke binnenliep, wist ik dat het moment daar was. Tijd om te vertrekken. 'Thé gaat pijlsnel richting dood', schreef ze. 'Totaal op. Bekaf.' Je kon bijna niet meer lopen, praten ging steeds moeizamer. 'Ik kruip zo lekker naast hem in bed. Heerlijke broze botten. Nog steeds mijn kerel.' Ze vroeg me om een mooi stuk over je te schrijven. Ik heb dat mailtje vandaag al zeker twintig keer herlezen. Twintig keer een krop in de keel.

Je hebt jezelf nooit als een patiënt gezien. Eerder als een strijder die het tegen de dood opneemt. 't Is geen oorlog die je kan winnen, maar je hebt verdomd lang standgehouden. Die zes maanden waar de dokters over spraken, zijn uiteindelijk meer dan het dubbele geworden. Tijd waarin je een verschil hebt gemaakt. Door bezig te blijven. Door je in te zetten voor Kom Op Tegen Kanker. Je bent, zoals je je had voorgenomen, écht in het harnas gegaan. Op een manier die weinigen je zullen nadoen. Met de kin omhoog en de blik vooruit.

Straks zal ik, als er even niemand in de buurt is, 'De Vriendschap' draaien. Je weet dat het altijd al een van mijn favorieten is geweest, en sinds je het op de uitvaart van Hilde hebt gespeeld ben ik er nog meer aan gehecht. Wellicht zullen het je eigen woorden zijn die me doen beseffen dat je dit keer voorgoed vertrokken bent. 'De tranenvloed die je verdooft vergeet je / Het doffe barre ongeloof vergeet je / Het verdriet dat je voelt en ziet vergeet je / En de aard van God die geeft en rooft vergeet je / Maar de vriendschap vergeet je niet.'

Verdomme, Thé. Ik mis je nu al.

Bart

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden