Dinsdag 19/10/2021

verderf in Gods eigen dorp

Jesaja 43:1b ‘Vrees niet, ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn’, dat staat te lezen op de rouwkaart van Dirk Post, de veertienjarige jongen die een week geleden dood werd aangetroffen in een bosperceel aan de Vormtweg in Urk, in Flevoland, tachtig kilometer boven Amsterdam. Doodgeknuppeld. Door wie is voorlopig nog niet geweten, het motief is evenmin bekend.Wat wel gezegd kan worden, is dat twee van de drie piepjonge verdachten opnieuw thuis zijn, weliswaar in voorarrest. De vijftienjarige hoofdverdachte verblijft in een jeugdinrichting en staat nog minstens twee weken ter beschikking van het parket. De familie van de jonge Post heeft gisteren samen met de inwoners van Urk afscheid genomen van hun zoon. Op een flink afgeschermde rouwdienst kwamen honderden kinderen en jongeren bijeen, en in verschillende scholen werd een rouwmoment georganiseerd. Een ingetogen wake, later op de dag, zette de solidariteit van de Urkers met de betrokken families nog eens in de verf.De Bijbelse tekst van Jesaja op het rouwprentje ten spijt is er op Urk wel degelijk sprake van vrees. Voor God, voor het losbandige leven van de jeugd, voor het drugsprobleem in het dorp en voor stereotypering in de pers. Urk, een van de bekendste drieletterwoorden van Nederland, haalt wéér de voorpagina’s, wéér is het negatief. “De pers lacht met ons.” De Calimero van de Nederlandse Biblebelt is de draad kennelijk kwijt en slaagt er voorlopig niet in om het drama te verwerken of om het vaderland van repliek te dienen na de golf aan kritiek die het voormalige eiland overspoelt.

Vrome vissers

Veel navigatiesystemen heeft de pers niet nodig om het kleine dorp te vinden. Eén langgerekte sliert windmolens waait je zo richting de streng calvinistische gemeenschap. Tot 1939 was Urk een eiland in de Zuiderzee, maar door de ijverige landwinning van onze noorderburen ligt de keileembult nu aan land, aan het IJsselmeer. De overgang van de zoute Zuiderzee naar het zoete IJsselmeer liet wel een wrange nasmaak achter in Urk. Fysiek leven de Urkers aan land, maar de mentaliteit is die van een eiland. Je leeft niet ín Urk, je leeft óp Urk. Wat ook hoorbaar is op straat, en in de kroeg. “Ja, natuurlijk zeggen wij óp Urk”, vertelt een drieëntwintigjarige stamgast van café ‘t Schipperke die zijn naam liever niet in een krant ziet verschijnen. “Trots Urker te zijn.”Helaas ook minder trots op de gebeurtenissen van vorige week. “Dat is werkelijk onbegrijpelijk. Onze gemeenschap is geschokt. De enige die hier in het verleden ooit voor onrust heeft gezorgd is Jack The Prikker, een halvegare die mensen aanviel met een mes, een aantal maanden geleden. Wat nu gebeurt is veel dramatischer. Het raakt alle inwoners, want hier kent iedereen iedereen en kom je op feestjes altijd wel een verre neef tegen.”Niet verwonderlijk, met 21,8 kinderen per 1.000 inwoners tegen 11,4 voor het landelijk gemiddelde ligt Urk op een wel heel vruchtbaar stuk land. De gemeente telt het hoogste percentage jongeren tot 14 jaar, 32,2 procent, en met 8 procent het laagste aantal 65-plussers.Een unieke plek in Nederland, Urk, dat leeft van de visserij en de visverwerking. Goed 80 procent van de bevolking is direct of indirect verbonden met een van Nederlands belangrijkste vissersvloten. Maar de fertiliteit en visindustrie ten spijt staat Urk vooral te boek als ‘De kerk van Nederland’. De plek die meer kerken dan cafés telt en met zestien protestantse gemeenschappen vaak de hoon van heel Holland over zich heen krijgt. Een plek waar de oudste generatie nog trouw zweert aan de traditionele klederdracht, waar homo’s zondaars zijn en voor vrouwelijke priesters geen plaats is.Alles heeft er een christelijk tintje. Wie Urk binnenrijdt, passeert de Domineeweg, wie tankt doet dat aan pompstation De Abt, wie school loopt doet dat in ‘Onderwijs met de Bijbel’, wie vloekt krijgt op zijn donder. “Het is al véél beter dan enkele jaren verleden”, getuigt Kees Bakker, die als overtuigd protestant naar de regel van de Bijbel leeft. “Er is eindelijk plaats voor uitzonderingen. Tot voor kort hanteerden enkele gemeenschappen in Urk bijzonder strenge geloofsregels. Zo golden er bepaalde vestimentaire codes voor meisjes, die geen lange broek mochten dragen en was het verboden om op zondag de fiets van stal te halen, om de zondagsrust niet te verstoren. Maar ach, de meeste gemeenschappen zijn niet meer zo streng. Het is net als het afkalvende gebruik van de traditionele klederdracht. Die is er natuurlijk nog wel, maar slechts 5 procent van de mensen draagt die kleren dagelijks, de rest enkel op feestdagen.”

Soetendal

Here Jezus heerst in Urk. Over de oudjes, maar evengoed over de talrijke jongeren. “Bij wekelijkse bijeenkomsten zitten zalen en kerken barstensvol als de predikant het woord neemt”, vertelt Hans Nederburg, die instaat voor de goede werking van de Hersteld Hervormde Gemeenschap, de gemeenschap waartoe ook de familie van de vermoorde tiener Dirk Post behoort. Een aimabele man die de hechtheid van de Urkse bevolking benadrukt en spontaan enkele zinnetjes uit het volkslied van het Flevolandse dorp declameert: “Urk dat is een soetendal. Wie er is die blijft er al”, klinkt het trots.“Onze gemeente telt enorm veel jongeren, voor wie Urk hun heimat zal blijven. Ook al studeren nu steeds meer jonge mensen, ze hebben er alles voor over om toch maar op Urk te kunnen wonen. Werken op verplaatsing om thuis te komen aan het IJsselmeer. Ondanks het feit dat de jongeren met erg velen zijn op Urk, is er geen generatiekloof met de oudere garde. Integendeel, het gezag van ouders en grootouders wordt niet aangetast door de schoolgaande of werkende jeugd. De jonkies zijn helemaal niet beschaamd over het christelijke karakter van ons dorp en deinzen er niet voor terug om openlijk verzen of psalmen te zingen.”Ieder huisje heeft zijn kruisje, maar met de moord op de veertienjarige skater Dirk Post hebben de Urkse kerkgemeenschappen tot wel een zwaar kruis te dragen. Net als zovelen aan het IJsselmeer is ook Nederburg de draad even kwijt. “Ik dacht gewoon aan niks toen ik het hoorde. Ongeloof overheerste. Een tienermoord in Urk? Kom nou. Tot het verhaal werd bevestigd en er een schokgolf door onze woonplaats ging. Gelukkig hebben we ons geloof nog. Voor de jeugd worden nu extra seminaries ingelegd, om naar hen te luisteren, om hun idee omtrent de dood van hun voormalige vriendje te kennen, om samen met hen tot God te bidden.”Ook bij Kees Bakker heerst het ongeloof nog, en is er van aanvaarding amper sprake. De kranige protestant krijgt de tranen in de ogen als hij een blik werpt op Urkerland, een regionale krant die een fotootje van de overleden tiener op de voorpagina heeft gepubliceerd. “Onwaarschijnlijk. En te denken dat er in Urk zoveel goede jeugd is die nu ook wordt besmeurd. Iedereen leeft mee met de familie van Dirk Post, maar evengoed met de familie van de verdachten, die nu ook door de hel gaat.”Maar ook hier brengt het geloof enige redding. Aan de keukentafel ten huize Bakker is het protestantisme alomtegenwoordig. Poppen in de traditionele klederdracht, songteksten van religieuze liedjes die verspreid liggen in de woonkamer en de Bijbel die prominent aan de muur hangt in de keuken, voor de wekelijkse Bijbelstudie. “We slaan ons er wel door, Here Jezus zal ons daarbij helpen. Wij zijn helaas zondig en niet heilig zoals God.”

Weekendroes

De bekommernis en bemoedigende woorden voor de Urkse tieners ten spijt staat het dorp niet meteen te boek als het Aards Paradijs, als het op de normen en waarden van de jeugd aankomt. Voor de oudere garde lijkt het of er niets aan de hand is, maar de realiteit is anders. Het godvruchtige dorp ontkomt niet aan de secularisering en heeft het moeilijk om de jongeren in het gareel te houden. Jarenlang kon het voormalige eiland enigszins weerstand bieden aan de modernisering, maar de veer is gebroken en de grenzen met de stadswereld vervagen. De drugs hebben hun weg gevonden naar het protestants-fundamentalistische vissersdorp in de Noordoostpolder, waar alcohol al sinds jaar en dag een belangrijke rol speelt. Op 20 juli 1959 kopte de krant Het Parool al: ‘Urk lijdt onder de verveling en strijdt tegen de gevolgen’. Het was overigens niet alleen de verveling die de Urkers parten speelde: de almaar strenger wordende visquota van Europa zorgden ervoor dat de bron van inkomsten opdroogde. Het dorp raakte steeds meer geïsoleerd, sociale verbanden gingen verloren. De Urkers kwamen vast te zitten in een neerwaartse spiraal.“De verhalen van excessief alcoholgebruik dateren al van de jaren zeventig”, vertelt Bert Wagendorp, columnist voor de Volkskrant en zelf afkomstig uit Lemmer, in de buurt van Urk. “Er wordt heel wat cocaïne gesnoven op Urk, net als in soortgelijke gemeenten zoals Volendam en Spakenburg. In de jaren zeventig hing er al een wilde sfeer in de stad, thuisbasis van doorgewinterde doorzakkers. Er werd toen ook al stevig geknokt.”Excessief alcoholgebruik op een plek waar cafés op zaterdagavond vroeg sluiten om de zondagsrust niet te verstoren? Vreemd. maar de zuiperij gebeurt in de illegaliteit. Niet aan de bar, maar in schuren, in verlaten huizen in de Ginkies, de smalle steegjes die Urk zo typeren. Durk Hak kent de problematiek als geen ander. Als godsdienstsocioloog en antropoloog legde hij Urk al meermaals onder de microscoop en kwam tot verbazende resultaten. “Er zijn verschillende illegale zuipketen op Urk. Niemand praat erover, maar iedereen heeft er wel weet van. Op het ex-eiland wordt in de week keihard gewerkt in de visserij. Een week lang zitten de jongeren (en ouderen) op zee, leven ze goedkoop en hebben ze enkel oog voor arbeid. Dat is altijd al zo geweest. Urk had op een gegeven moment de grootste visafslag van Nederland, de inwoners verdienden er tonnen geld. Maar dan komen ze na een arbeidsintensieve week thuis en laten ze alle remmen los”, vertelt Hak. “Al het geld wat in de week wordt opgespaard vliegt dan in een ijltempo de deur uit. ’s Avonds op café en als dat de deuren sluit, wordt het feest gewoon voortgezet in pakhuizen, schuren, caravans, overal waar het niet opvalt. Dat de jeugd op zondag in de kerk verwacht wordt, zal hen worst wezen.“De ouders van die jongeren treden daar eigenlijk niet tegenop. Tot op een bepaalde leeftijd laten ze hun kinderen begaan, worden misdragingen door de vingers gezien. De achterliggende gedachte ‘het komt wel goed’ staat zo’n opvoeding toe. ‘We zijn hoe dan ook zondig, het geloof zal de problemen wel oplossen’.”De beweringen van Hak snijden hout. Drugs zijn een probleem op Urk, zo bewees de arrestatie van zeventien dealers enkele jaren geleden. Ook een oude steekproef van de politie laat weinig aan de verbeelding over. Zowat 80 procent van de jeugd in Volendam zou regelmatig wit poeder door de neus jagen, cijfers die evengoed voor Urk kunnen gelden. Na de publicatie van de cijfers werd in Volendam prompt de belangengroepering ‘Moedige Moeders’ boven de doopvont gehouden om verslaafde en ex-verslaafde tieners de hand te reiken. Ook op Urk zijn er initiatieven om het probleem grondig aan te pakken. Zo is er Waypoint, een gereformeerde stichting die drugsverslaafden begeleidt en rekent op de steun van de bevolking om de ontspoorde jeugd weer op de rails te krijgen. De stichting baat een kringloopwinkel uit, waarvan de opbrengst rechtstreeks naar de begeleiding van de jongeren gaat.

Te kakken gezet

Is de doorsnee-Urker dan hoegenaamd niet op de hoogte van de problemen die de gemeente treft? Zijn de braspartijen dan zo illegaal? Ja en nee. De meeste ouderen zijn blind voor de problemen, en als ze er al voor uitkomen wordt het alcohol- en drugsgebruik vakkundig geminimaliseerd. “Drugs in Urk? Ben je nou helemaal gek?”, is de reactie van een stelletje oude knarren op het ‘leugenbankje’ aan de Havenpoort. Zij behoren tot de weinigen die überhaupt iets willen zeggen over de excessen van de jeugd. Anderen kruipen op hun fiets of scooter en scheuren weg, om enkele minuten gewoon terug te keren naar het bankje. Een andere grijsaard roept nog snel iets van op zijn scooter: “Urk is een doofpot!”Een heel ander verhaal bij de moeders op Urk, die geen blad voor de mond nemen als het om de bekende roesmiddelen gaat. “Natuurlijk zijn er hier veel drugs en wordt hier flink gezopen. De verhalen die in de pers verschijnen zijn heus niet verzonnen”, vertelt een moeder van twee kinderen. “Maar we moeten het probleem niet overdrijven. Net als elders in Nederland zijn er problemen met jongeren, maar is hier daarom erger dan in Amsterdam? Ik zeg het u klaar en duidelijk: neen. Hetzelfde met de moord, zoiets gebeurt toch overal?”Dat Urk opnieuw negatief in beeld komt in de vaderlandse en internationale pers zit de inwoners bijzonder hoog. “Waarom worden wij toch altijd te kakken gezet als de christelijke gemeenschap waar altijd dingen fout lopen?”, vraagt Hans Nederburg van de Hersteld Hervormde Gemeenschap zich af. “Wij worden aangezien als het rolmodel voor de perfecte mens. De christen die niemand kwaad doet. Maar dat is simpelweg niet waar. Urkers zijn net als u en ik doodnormale mensen, weliswaar diepgelovig, maar zeg mij eens wat daar verkeerd mee is. Niks. De pers heeft enkel aandacht voor ons als er zondige dingen gebeuren. Nooit komen wij er positief uit. Moeten de Nederlandse media dan verwonderd zijn dat niemand nog met ze wil praten?”Columnist Wagendorp van de Volkskrant geeft toe dat er sprake is van stereotypering in de media. “Dat klopt, de Urkers voelen zich terecht geviseerd. Zodra ginds iets gebeurt, wordt dat in een bepaald kader geplaatst, veelal onterecht.” Het zal de 18.000 inwoners van het dorp worst wezen. Urk heeft een telg van hun christelijke familie verloren en rekent op hulp van bovenaf om het drama te verwerken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234