Dinsdag 19/01/2021

Verantwoordelijkheid nemen rond een schoongeveegd plein

Rudi Rotthier vindt het mede aan de buurt om de omgeving leefbaar te houden

In Terzake van 25 mei werd aan Glenn Audenaert van de federale gerechtelijke politie van Brussel de vraag gesteld hoe men het Lemmensplein in Anderlecht, dat na een grootschalige politieactie was ‘schoongeveegd’, ook op langere termijn vrij van criminelen zou houden. “Dat is”, sprak Audenaert, “in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de bevolking zelf.”

Het is een intrigerende gedachte. Aan de ene kant: wat is vanzelfsprekender dan dat? De buurt moet niet opnieuw dulden dat ze door een bende geterroriseerd wordt. Audenaert beloofde omkadering, onder meer tijdelijk versterkte politieaanwezigheid, om de bewoners te helpen. Aan de andere kant: geluk ermee. Het gaat in tegen de trend die ik in het Brusselse meen waar te nemen, waarbij mensen steeds vaker bij ontij hun nek en staart intrekken en hopen dat de stormen aan hen persoonlijk voorbijtrekken.

Ongeveer een uur voor de uitspraken van Audenaert werden uitgezonden, liep ik door het hartje van Oud-Molenbeek. Dat mensen hun afval laten vallen waar het valt, het papiertje rond de frisco, het lege flesje pulp, ook al staat er twee meter verderop een vuilnisbak, wekt al geen verwondering meer, laat staan commentaar. Dat is trouwens geen Brussels fenomeen. Dat zie je evengoed in Vlaamse provinciesteden.

Aan de vermaarde Johannes de Doperkerk van architect Joseph Diongre werd gevoetbald. Jongeren shotten tegen de kerkpoort, de kerkmuren, en mikten af en toe op de wat hoger geplaatste beelden. Op het plein voor de kerk, en op gehoorsafstand van de voetballers, stonden tijdens die nog warme vooravond tientallen, wel honderd ouderen, volwassenen, bejaarden, en niemand die iets zei om de voetballers op andere gedachten te brengen.

Dat laat zich zelfs verklaren. Er is voor die jongens niet veel plaats om te voetballen, en als ze tegen die robuuste kerk schoppen, storen ze minder de passanten op het plein voor de kerk. Maar laten we de situatie spiegelen: stel dat een groep jongeren zou beslissen om voortaan tegen een nabije moskee te trappen. Het zou beschouwd worden als een daad van agressie en zelfs als een belediging. De voetballers zouden geen minuut ongemoeid blijven. Het is dan toch vreemd dat in een buurt waar de woorden religie en respect vaker vallen dan papiertjes rond frisco’s, niemand het de moeite waard vindt om respect voor een mooi kerkgebouw te bepleiten of te waarschuwen ten minste de weliswaar ook robuuste beelden te ontzien.

Ik ken de situatie aan het Lemmensplein niet. Ik weet niet of daar, zoals Audenaert beweerde, een bende van criminelen voor terreur zorgde en de jongeren op het slechte pad hielp. Ik weet wel dat de tendens lijkt te zijn dat mensen steeds minder verantwoordelijkheid opnemen in het publieke domein.

Dat heeft allerlei oorzaken. Onder meer deze: autoriteit wordt in het algemeen, vaak terecht, aangevochten. Ook: culturele diversiteit bemoeilijkt de ingreep. Zo doe ik zelf geen moeite om die voetballende jongeren aan te spreken, omdat ik de antwoorden kan voorspellen. Waar moei ik me mee? Ze kennen me niet, ik ben niet uit hun buurt. Vervolgens word ik misschien voor racist uitgescholden - altijd makkelijk om een discussie te hinderen. En wie wel uit de buurt is, wordt ook vaker wel dan niet op een wegwerpgebaar onthaald. Bovendien moet je op de juiste wijze reageren, niet echt kwaad worden en schelden, maar beleefd en pedagogisch verontwaardigd zijn. Er is de kwestie van normering: waarover maken we ons wel druk en waarover niet. Papiertjes? Fluimen? Schoppen tegen de kerk? Schoppen tegen de moskee? Schoppen tegen het Humanistisch Verbond? Schoppen tegen de deur van een alleenstaande bejaarde? Drugsverkoop? Auto’s krassen? Graffiti spuiten? Een auto aan diggelen slaan? Iemand slaan? Bovendien is er angst om, op een lastiger niveau, criminaliteit te signaleren. De criminelen dreigen met represailles, of men denkt dat er represailles zullen zijn.

Er speelt een solidariteit met mensen uit de eigen gemeenschap. Er spelen afschuifmechanismen waarbij men de verantwoordelijkheid bij een ander lijkt te kunnen leggen: de ouderen vinden dat de stadswachters moeten optreden, of de politie, of de reinigingsdiensten, en indien enigszins mogelijk niet zijzelf.

Overigens, om nog eens te spiegelen: in verre gewesten ben ik ook wel eens tot de orde geroepen, vorig jaar nog werd ik in Nieuw-Zeeland de huid volgescholden omdat ik een kerk wou bezichtigen waarin buiten mijn weten een Maoribegrafenis aan de gang was. Plezant is anders en mijn eerste reflex is dat degene die me terechtwijst het verkeerd voorheeft en dat ik geen bevoogding nodig heb.

De afwijzing van inmenging is (soms spijtig genoeg) niet algemeen. In het hogere voorbeeld zou er hoogstwaarschijnlijk reactie komen mochten jongeren de moskee als doelwit voor hun ballen uitkiezen.

Valt het afwimpelen van verantwoordelijkheid te keren, zoals Audenaert lijkt te verwachten? Eenvoudig zal het niet zijn. Men zou, per gemeente of buurt, op scholen, of zelfs nationaal, afspraken over bepaalde regels kunnen maken. Waarom was er tachtig jaar geleden een campagne tegen spuwen en waarom is spuwen nu terug op grote schaal aanwezig? Zijn we voor spuwen of tegen? Kunnen er campagnes komen om, zoals vroeger, te wijzen op de gezondheidsrisico’s ervan? Zijn we ervoor dat er maatschappelijke dienaars nodig zijn om onze papiertjes op te rapen en kunnen we dat blijven betalen? Willen we de drugshandel uit onze buurt? Welk soort drugshandel? Willen we een einde maken aan het spijbelen? Valt daar een consensus rond te bereiken, en zijn we bereid maatregelen (ter promotie of ter sanctionering) te aanvaarden om die consensus te verdedigen?

De consensus in Molenbeek dat er niet tegen een moskee gevoetbald wordt is zo al aanwezig. Misschien bestaat aan het Lemmensplein nu een consensus tegen criminaliteit, waarbij bewoners bereid zullen gevonden worden verdachte dingen aan de politie te signaleren, ook al riskeren ze dat eventueel ook hun eigen kinderen door die politie aangepakt zullen worden. Liever dat dan opnieuw in het moeras van de voorbije tijd weg te zakken?

Behalve die vormen van consensus hebben we ook een veralgemeenbare omgangsvorm nodig in een potentieel multiculturele omgeving. Ook dat zou in een ideale wereld lokaal of op school besproken moeten worden. Hoe pakken we grote en kleine overtreders aan, hoe spreken we ze aan, wie spreekt hen aan, wat daarbij te vermijden?

Ik ben het met Audenaert eens: de verantwoordelijkheid ligt bij de bevolking. Maar ik vermoed dat het enige moeite en tijd zal kosten eer die verantwoordelijkheid wordt opgenomen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234