Maandag 23/11/2020

AnalyseCoronacrisis

Ventileer, verfijn en grijp in: de belangrijkste lessen uit 9 maanden coronavirus

Beeld Sven Franzen

Nadat het coronavirus in februari voor het eerst in ons land gesignaleerd werd, zit ons publieke leven voor de tweede keer op slot. De epidemie is nog niet voorbij, maar onze verdediging is er wel met rasse schreden op vooruitgegaan. Zeven lessen uit negen maanden SARS-CoV-2.

Economie niet gebaat bij halfzachte maatregelen

De gevolgen van deze pandemie op de economie zijn vernietigend. Wereldwijde productieketens vallen stillen, de consumptie in de horeca stokt, lokale handelaars zien bij een lockdown hun inkomsten wegstromen naar buitenlandse onlinereuzen. Toch is het een slecht idee om te denken dat regeringen maar beter halfzachte maatregelen kunnen nemen om de economie tegen de zwaarste klappen te beschermen.

Onderzoek leert dat de economie het snelst de rug rechtte in net die landen en regio’s die het virus effectief en gezwind onder controle kregen. Verliezen die we nu slikken door streng in te grijpen zijn kleiner dan de verliezen die we morgen lijden als we dat niet doen. “De slachtoffers moeten we genereus compenseren”, betoogde econoom Gert Peersman onlangs in De Standaard. Door bedrijven financieel bij te staan en werklozen gul te ondersteunen, blijft opnieuw de nevenschade beperkt. Geld lenen op de internationale markt is op dit moment bovendien ongezien goedkoop.

Maar de Belgische uitgangspositie bemoeilijkt de zaak. De staatsschuld was pre-corona al hoog, de pandemie heeft de put enkel maar uitgediept. Lang niet alle economen zijn het erover eens dat ons land zomaar schulden kan blijven maken. De staatsschuld nadert stilaan gevaarlijke hoogten.

Al heeft die waarschuwing op zijn beurt weer veel weg van een catch 22: door nu krenterig te zijn met staatssteun vergroten we enkel het probleem. Bijvoorbeeld: zonder voldoende compensatie van het loonverlies voor wie niet kan gaan werken – en niet aan telewerk kan doen – zullen veel mensen niet snel geneigd zijn een verplichte quarantaine aan te houden. Op die manier blijft het virus circuleren, wat tot nog meer verliezen leidt.

Ventilatie is essentieel

Afstand houden, handen wassen, een mondmasker dragen: het zijn eenvoudige basisregels, maar ze zijn wel bijzonder effectief. Samen verhinderen ze dat je het virus oploopt door contact met ‘besmette’ oppervlakten, of door speekseldruppels die vrijkomen wanneer iemand in je buurt aan het praten is.

Maar die aanpak is niet voldoende. In de loop van het jaar moesten wetenschappers vaststellen dat het besmettingsgevaar via vuile oppervlakken erg klein – maar niet onbestaande – bleek. Tegelijk echter stapelde het bewijs zich op dat het virus in de lucht blijft hangen, in kleinere druppeltjes die niet neervallen maar als een onzichtbare wolk de kamer vullen. Hoe meer mensen in de kamer, hoe sneller de wolk aandikt – en hoe groter het risico om Covid-19 op te lopen.

De oplossing is verraderlijk eenvoudig: ventileren. Een continue aanvoer van verse lucht zorgt ervoor dat de viruspartikels wegwaaien. Helaas schieten onze publieke gebouwen schromelijk tekort. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) waarschuwde onlangs de Vlaamse regering nog dat de binnenlucht in de Vlaamse infrastructuur al te vaak van ‘duikbootkwaliteit’ is.

Onder meer in scholen en woon-zorgcentra zorgt dat voor problemen. De ramen de hele dag openzetten is een mogelijkheid, maar zeker in de wintermaanden geen ideaal scenario. Anderzijds is een aanpassing van de ventilatiesystemen ook niet in een-twee-drie gepiept. Een tussenoplossing zou erin kunnen bestaan om overal goedkope CO2-meters te plaatsen. Zo kan er voortdurend getest worden of bepaalde ruimtes een probleem vormen.

Bescherm de zorg

Ouderen en zwakkeren zijn altijd de makkelijkste slachtoffers voor een ziekte, en bij Covid-19 is dat des te meer het geval. Willen we hen beschermen, dan is het ook essentieel om de mensen te beschermen die hen verzorgen. En dat heeft een cascade-effect voor de hele samenleving.

De eerste golf heeft getoond welke verwoestende effecten het coronavirus aanricht eenmaal het, bijvoorbeeld, woon-zorgcentra binnen is geslopen. De zorgkundigen die daar aan het werk zijn, vormen grotendeels de spil tussen binnen en buiten. Zij moeten dus met de best mogelijke bescherming hun werk kunnen doen. Zonder mondmaskers en beschermende kledij zijn drama’s gegarandeerd. Tegelijk is gebleken dat veel zorgkundigen onvoldoende onderlegd zijn in het belang van de juiste hygiënische maatregelen – handen wassen, spullen ontsmetten.

Hoe belangrijk het zorgpersoneel is, bewijzen de moeilijkheden die mee tot een tweede lockdown geleid hebben. Ziekenhuisbedden vinden is niet het grootste probleem, wel een tekort aan artsen en verplegers.

Hoe meer van hen getroffen worden door het virus en tijdelijk uitvallen, hoe krapper de situatie wordt. Dat is niet alleen slecht nieuws voor covidpatiënten, maar ook voor alle anderen die zorg nodig hebben. De eerste golf heeft geleerd dat het uitstellen van niet-dringende consultaties en controles niet onschuldig is. Specialisten zagen enkele maanden later bijvoorbeeld kankertumoren die groter waren dan ze waren geweest als er tijdig ingegrepen was.

Zet in op superverspreiders

Zonder beschermende maatregelen zal iedereen die met SARS-CoV-2 besmet is gemiddeld twee tot vier andere mensen met het virus opzadelen, schat wetenschappelijk instituut Sciensano. Maar dat cijfer zegt weinig over hoe het coronavirus zich in realiteit verspreidt. Er is geen keten van besmette personen die elk ongeveer evenveel anderen aansteken.

De verspreiding van het virus volgt het zogenaamde Pareto-principe: een kleine groep, zo’n 20 procent van wie op zeker moment besmettelijk is, is verantwoordelijk voor 80 procent van de nieuwe infecties. Omgekeerd zorgt het overgrote deel van de besmette personen amper voor nieuwe gevallen van SARS-CoV-2. Een goede verklaring voor die enorme scheeftrekking is er niet. Maar het belang ervan voor het beheer van de epidemie is gigantisch.

Dat bewijst de zogenaamde Patient 31 uit Zuid-Korea. De eerste 30 bekende besmettingen in het land bleven beperkt tot de dichte kring van familie en vrienden. Maar nummer 31, een vrouw van 61 jaar oud, gaf de epidemie wind in de zeilen. Bij twee bezoeken aan een kerk in de metropool Daegu zou ze mogelijk tot vijftien mensen besmet hebben. Niet veel later zouden duizenden besmettingen door de lokale inspectie gelinkt worden aan die twee kerkbezoeken.

De rol van superverspreiders verklaart waarom bijeenkomsten van grote groepen zo’n risico op besmetting vormen: hoe meer mensen samenkomen, hoe groter de kans dat één superverspreider een boel nieuwe besmettingen veroorzaakt. Door bijeenkomsten te beperken tot kleine groepen kunnen superverspreiders minder schade aanrichten.

Doe aan brononderzoek

Het opzetten van de contacttracing leek maandenlang op een processie van Echternach. Toen het systeem dan eindelijk op rolletjes liep, bleek het flink tekort te schieten. De meeste gecontacteerde personen geven amper contacten door. Bovendien biedt de verzamelde informatie amper inzicht over waar besmettingsclusters zich voordoen. Als iemand aangeeft dat hij op school is geweest of in een koffiebar, wil dat niet zeggen dat hij het coronavirus daar ook opgelopen heeft.

Het grote belang van superverspreiders zet bovendien vraagtekens bij de manier waarop onze gezondheidsinspectie aan contacttracing doet. Dat gaat als volgt: iedereen die besmet is, wordt opgebeld om te vragen met wie hij contact had. Vervolgens worden die personen opgebeld. Daar stopt het meestal, tenzij ook zij intussen besmet blijken.

Er worden met andere woorden talloze uren gestopt in het contacteren van zoveel mogelijk besmette mensen, terwijl we weten dat 80 procent van hen geen noemenswaardige rol spelen in het aanwakkeren van de epidemie. Het gaat erom de 20 procent anderen te vinden die buitenproportioneel veel slachtoffers maken.

Dat vraagt allereerst een nieuwe aanpak van de contacttracing. In plaats van vooruit te tracen – met wie hebt u contact gehad sinds uw besmetting? – moet er eerst één stap achteruit gezocht worden – met wie had u contact vóór u besmet raakte? De kans is immers groot dat een ziek persoon besmet is door precies een van die 20 procent superverspreiders. Zo komen zij in beeld en kunnen hun voorwaartse contacten opgespoord worden.

Experts waarschuwen evenwel dat die strategie bijzonder arbeidsintensief is, en heel invasief: zonder verregaande inperkingen van de privacy wordt het moeilijk om goed te weten met wie iemand precies in contact is geweest. Om succesvol achteruit te traceren, moet de circulatie van het virus zich bovendien op een relatief laag niveau bevinden. Zijn er te veel nieuwe dagelijkse besmettingen, dan wordt het nagenoeg ondoenbaar om superverspreiders te identificeren.

Verfijn de behandeling

Een specifiek en goed werkend antiviraal geneesmiddel is nog niet voorhanden, hydroxychloroquine is niet de viruskiller die sommigen ervan gemaakt hebben, en bleekmiddel injecteren is nog steeds levensgevaarlijk. Maar dat wil allemaal niet zeggen dat er de voorbije maanden geen vooruitgang geboekt is in het behandelen van Covid-19, de ziekte veroorzaakt door het nieuwe coronavirus.

Globaal genomen zien artsen twee fases in het ziekteverloop van ernstige hospitalisaties. Eerst valt het virus het lichaam aan. Vooral de longen en de longblaasjes komen snel in het vizier. In een poging om de meubelen te redden gaat het immuunsysteem van de patiënt vervolgens overreageren, wat op zijn beurt ook weer voor schade zorgt.

Beide fases vragen een andere aanpak: in eerste instantie het virus afremmen, in tweede instantie de heftige reactie van het immuunsysteem in het gareel houden. Dokters herkennen die twee stadia nu veel beter dan bij het begin van de epidemie, en ze kunnen er dus ook sneller en gerichter op inspelen. Dat kan het verschil maken tussen leven en dood.

Bovendien zijn er middelen waarvan we intussen weten dat ze misschien niet altijd helpen, maar wel in heel wat gevallen. Zoals de generische ontstekingsremmer dexamethasone. Heel wat patiënten die daarmee behandeld worden kunnen verschillende dagen vroeger weg van ic. Volgens een Britse studie zou dexamethasone de kans op overlijden bij geïntubeerde patiënten ook nog eens met een derde verlagen.

Al die kennis levert ons nog geen wondermiddel op, maar zorgt er wel voor dat zieken sneller herstellen en verkleint de kans dat mensen in levensbedreigende situaties terechtkomen. Dat helpt dan weer de druk op de ziekenhuizen en de intensieve zorg onder controle te houden, wat betekent dat patiënten met andere pathologieën dan covid-19 goed opgevolgd kunnen blijven worden.

Grijp snel in, communiceer helder

In een land waar de staatsschuld of de financiering van de pensioenen bijna zonder uitzondering het probleem is van de volgende regering, is SARS-CoV-2 ook politiek een flinke realitycheck. De kat uit de boom kijken is geen optie: wie wacht tot de nood hoog is, is al te laat. Dat komt omdat we het virus niet exact op de voet kunnen volgen. We kunnen hooguit, met enige vertraging, de gevolgen ervan meten.

De gerenommeerde universiteit Johns Hopkins waarschuwt dat verscheidene infectiecycli voorbijgaan voor een stijging van de besmettingen opduikt in onze data. Politici moeten daarom niet reageren op wat zich vandaag voordoet, maar wel wat zich over 2 à 3 weken kan voordoen. Er moet dus, in de stijgende fase van de curves, vaak doortastender opgetreden worden dan op basis van het beeld op een bepaalde dag nodig lijkt. Die houding vloekt niet alleen met de usances van de Wetstraat, maar maakt het ook extra moeilijk om de bevolking te overtuigen van de noodzaak van bepaalde ingrepen. Het gevoel dreigt snel te ontstaan dat de overheid te ver gaat en onze vrijheid onnodig beknot.

Anders gezegd, meer dan anders moet de politiek niet gewoon handelen maar daar ook helder over communiceren. Zeker wanneer maatregelen moeilijk te controleren zijn, zoals het beperken van onze nauwe contacten. Willen we dat burgers zulke regels spontaan volgen, dan is het essentieel dat ze die begrijpen en er het nut van inzien.

Wat dat betreft zijn er wel degelijk lessen geleerd. Het Overlegcomité vatte begin oktober de regels voor contacten samen in ‘de regel van vier’: maximaal vier personen die samenkomen op café, in de openlucht, of voor een bezoek bij ons thuis. “Het advies van Celeval was veel complexer: het was tien personen voor het ene, vijf voor het andere, dan weer vier, vervolgens zes. We hebben dat herleid naar iets wat iedereen begrijpt”, zei premier Alexander De Croo daarover in De Standaard.

Anderzijds valt het moeilijk te ontkennen dat de huidige lockdown mogelijk vermeden had kunnen worden als er vroeger lokaal ingegrepen was. Vooral in Brussel werd aan het eind van de zomer te lang getalmd, waardoor het virus zich lustig kon verspreiden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234