Dinsdag 29/11/2022

Velden van eer

Vrijdag begint het EK voetbal in Polen en Oekraïne. Wedden dat in Kessel-Lo, Watervliet of Virton kleine en grote jongens zich even Cristiano Ronaldo zullen wanen? Op een achterafveldje. Twee stoelen als doelpalen. Vinger in de lucht na het scoren.

Saccsac heet het dorpje, het ligt in de Peruaanse provincie Ayacucho en het is bijna helemaal leeg. Omdat ooit rebellen van het Lichtend Pad deze streek (en het dorpje) onder vuur namen en iedereen wegvluchtte. Vandaag wonen alleen Amadeo en Antonia er nog. In een verschraald boerderijtje. Andere huizen zijn verwoest, alleen God heeft er nog een kerkje. Op het plein van weleer prijkt als herinnering een goal. Twee takken omhoog, een lange als deklat.

Voetbal is zoals Coca-Cola en Het Laatste Nieuws: welk uiteinde van de wereld je ook opzoekt, je komt het tegen. Een avond in Keur Aliou Gueye in Senegal, drie jongens op blote voeten en eentje op sandalen, een T-shirt van Manchester United. Dichter bij huis staat op de muur van jeugdhuis De Zoenk een witte rechthoek geschilderd, met erin geschreven: DOEL.

Saccsac in Peru dus. In datzelfde land, op een hoogvlakte van meer dan 4.225 meter, stoot je op de resten van een verlaten militair kamp. Het uitzicht is weliswaar fantastisch, bij gebrek aan vijand moet het hier ook verschrikkelijk saai geweest zijn. Maar een met keien afgebakend pleintje en een gelijksoortige goal tonen dat zelfs hier voetbal voor vertier zorgde. Deze week vielen foto's binnen van een tentenkamp in het Italiaanse Novi di Modena, opgericht na de aardbevingen. En wat doet een man ter ontspanning? Balletje op de hiel.

Eind negentiende eeuw ontstond voetbal in Britse aristocratische kringen, maar al snel vond het spel zijn weg naar de massa. Dat moest wel door de eenvoud komen; eenvoud in de reglementen (vergelijk maar eens met rugby), eenvoud in de manier van spelen. Geen mens doet op het strand van Copacabana de moeite om 7,32 meter af te stappen, de officiële breedte van een goal. Voetbal is net zo spannend één tegen één als elf tegen elf, en een kind van vier snapt waar het om gaat: doelpunten maken. Materiaal nodig? In onze tuin volstonden twee truien als doelpalen, voetstoots nam iedereen aan wanneer de bal 'tegen de paal' ging of wanneer hij zo hoog in de coniferen vloog dat je wel zeker was dat hij 'over' de goal was gegaan. Meetlat: de armhoogte van de keeper. Die overigens kon wisselen. Wie scoorde, moest in de goal. Een Franse blogger schrijft dat heel mooi: "Le football offre à chacun le plaisir de jouer comme il le désire, où il désire et quand il désire."

In 2002 verscheen bij uitgeverij Phaidon een geweldig boekje dat MagnunFootball heet, in Amerika MagnumSoccer. Waar het om ging: op hun reizen hadden Magnumfotografen wel eens beelden gemaakt van voetballende mensen. Nooit was voetbal de opdracht. Het ging gewoon om foto's van onderweg, die allemaal in de immense archieven terechtkwamen. Iemand haalde ze eruit en verzamelde ze.

Zo zie je jongens in Riyadh (foto van Marc Riboud), een beeld van Josef Koudelka op een verwoest pleintje in het Bosnische Mostar, Carl De Keyzer toont zelfs iemand met een bal aan de oever van de Ganges in Benares. Er is een hilarische van James Nachtwey, die vijf nudisten (twee vrouwen, drie mannen, één bal) toont tijdens een spelletje in het Braziliaanse Guaratuba. Voetbal, voetbal, voetbal. Pretentieloos, bijna onbelangrijk lijkt het, altijd leuk. Onbelangrijk? Een citaat van wijlen Bill Shankly, gewezen Schots voetballer en later coach van Liverpool, zet dat toch even recht. "Some people believe football is a matter of life and death. I'm very disappointed with that attitude. I can assure you it is much, much more important than that."

Schoonheid

Maar wat het boekje dus toont, is wat je ogen zien. Het spelletje is overal. En de uitspraak van Bill Shankly kan fotograaf Jurgen Vantomme bevestigen. De foto's op deze pagina's zijn van hem, resultaat van vijf jaar elke zondag door België rijden op zoek naar de schoonheid van provinciaal voetbal. Dat deed hij in opdracht van Sport/Voetbalmagazine, waarvoor hij ook werkt als freelance grafisch vormgever. "Overal zie je hetzelfde", zegt Vantomme. "Elke match begint met een vriendelijk handje aan de tegenstander en de scheidsrechter. En elke match eindigt met discussie. Waar je ook komt: iedereen kankert op de scheidsrechter."

Hij zegt het met een glimlach, zijn foto's bekijk je met die glimlach. Je ziet een terrein in de buurt van de kerncentrale van Tihange. Een supporter die de bal recupereert op het patattenveld naast plein 1. De oudste tribunes van het land ook, die van Racing Brussel. En dat is niet toevallig. "Als kind nam mijn vader me mee naar Kortrijk", zegt Vantomme. "Maar al snel was ik meer naar de supporters en naar de tribune aan het kijken dan naar wat zich op het veld afspeelde. Ik heb er altijd van gehouden. En nog. Ik woon al lang in Melle, ik heb een abonnement op AA Gent, maar op zondag rijd ik rond op zoek naar de schoonheid van het provinciaal voetbal. En ik niet alleen. Ik ken een Brit die élke zondag het Kanaal oversteekt om bij ons een match in provinciale te komen bekijken."

Daar zie je Cristiano Ronaldo niet, je ziet er evenmin blinkende tribunes, je wordt er niet ontroerd door de gezangen van een supporterslegioen. Of door 'Sweet Caroline', de hit van Neil Diamond die bij de prachtige club OHL door de boxen klinkt als ze scoren. "Maar Club Luik, ooit in eerste klasse, fotografeerde ik op een terrein in Ans. Ze hadden zelfs geen eigen plein meer. Maar wel nog supporters. Daar heb ik respect voor."

Sport voor de massa, maar evengoed voor intellectuelen. Op het internet circuleert een filmpje met een interview van schrijver en Nobelprijswinnaar Albert Camus op de tribunes tijdens de match Monaco - Racing Club de Paris. Het is ontroerend mooi. Hij speelde zelf ooit. En elders lees je deze uitspraak: "Alles wat ik zeker weet over moraliteit en over de plichten van de mensen, dank ik aan sport." Waarbij je die laatste woorden wel eens anders aantreft: "... dank ik aan voetbal'.

Combineer je passie en rede (of soms onredelijkheid) in een voetballer, dan kom je bij Eric Cantona uit: "Je joue pour me battre contre l'idée de perdre."

Twee weken terug, lentefeest van Anna. Nonkel heeft een plastic zak mee, daarin zitten zijn sportschoenen, want "op een familiefeest wordt er gevoetbald". En inderdaad. Aan beide zijden worden rieten tuinzetels een weinig uit elkaar geschoven, dat zijn de goals, de jongskes nemen het op tegen vaders en nonkels. En plots ontpopt de kwieke opa zich tot dribbelaar, uitstekende passer, dartele hinde op weg naar het doel. Kleindochters aan de kant applaudisseren, zo hebben ze die toch al geweldige opa nooit eerder gezien. Hènds, off-seit, pinantie. Maar ook nonkel scoort, dames en heren, en bij elk doelpunt gaat nonkels arm met gestrekt vingertje de lucht in. Alleen de stem van Jan Wauters ontbreekt. En na afloop wil niemand met nonkel van - met zweet doorweekt - marcelleke wisselen. Maar dat is dus de glorie, even denken: het hád gekund.

Eeuwig dromen

Ook Jurgen Vantomme zegt het: "Ik heb een tijdje bij SV Kortrijk gespeeld, blauw-zwart, tot ik veertien was. Niet zo slecht, hoor. Ik mocht een paar keer met de West-Vlaamse selectie spelen. Maar toen had ik een trainer met wie ik niet zo goed overeenkwam. Hij zette me eens op de bank en ik ben gestopt. Ik heb er nog altijd wat spijt van."

Als dát niet herkenbaar is. We gaan even terug naar 1980, een match van VK Luchteren (oranje-zwart, 'Café De Liberteit' op de buik) tegen Sint-Laureins. Eindelijk, eindelijk, staat mijn naam op het wedstrijdblad van de trainer. Nummer 14 nog wel. "Misschien mag je invallen", heeft trainer Freddy Winne gezegd. Thuis toch die invalbeurt geoefend, een broer is even scheidsrechter, hij mag de noppen controleren. En dan wordt het zondagvoormiddag, diep in de tweede helft, het is nog 0-0. Ik mag op, voorstopper, nog één raad van de délégué: "Blijf bij die nummer 10."

Vijfentwintig minuten later wordt de match afgefloten, Sint-Laureins heeft met 1-0 gewonnen. Nummer 10 heeft gescoord. In de kleedkamer zegt de délégué: "Ge hebt uw best gedaan, maar die goal was uw schuld." Vandaag herinnert niemand op de hele wereld zich nog die match, alleen ik. Omdat het de allereerste en allerlaatste was. Het gevoel van de fotograaf: de schuld van de trainer en ik heb er nog altijd wat spijt van. Dat ze dat talént niet zagen.

Zo mooi is voetbal dus: eeuwig dromen. En in de eigen tuin altijd Ronaldo, Van Persie of Balotelli. Desnoods Schweinsteiger.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234