Zondag 29/11/2020

Het psychiatrierapport

"Veertig patiënten, en ik ben de enige verpleger"

Davy Vanoppen doet de nachtshift in Bethaniënhuis in Zoersel.Beeld Jonas Lampens

Er zijn te weinig middelen, zegt iedereen die voor psychiatrische patiënten zorgt. Een nachtdienst met Davy Vanoppen (37) toont hoe inventief, stressbestendig en flexibel verplegers moeten zijn. 'Veel collega's zitten op hun tandvlees.'

21.15 uur

Davy is gehaast. Met stevige tred en rammelende sleutelbos baant hij zich een weg door een terracotta doolhof.

De bruin-rode gangen leiden naar Delta, een afdeling in psychiatrisch ziekenhuis Bethaniënhuis in Zoersel. Vannacht zal Davy hier, en op afdeling Kering, waken over veertig mensen die een psychotische crisis doormaken of daarvan herstellen.

Zijn eerste taak: met een andere verpleegkundige alle patiënten overlopen. “Karim (*) heeft opnieuw last van stemmen, Peter is na een week nog altijd niet opgedaagd, Lieven heeft een lastig gesprek gehad.” Davy knikt en noteert. Er heeft ook iemand geblowd, een man tegen een muur gesproken en een van de patiënten weigert medicatie. “Maar ik verwacht geen grote problemen. De meesten willen naar Temptation Island kijken”, zegt de collega.

Davy lacht. Of hij er gerust in is? Hij lacht nog harder. “Dat ben je als nachtverpleger nooit. Een shift valt niet te voorspellen.” Vorige week beloofde het ook een kalme nacht te worden. “Totdat iemand plots de boel probeerde af te breken.” De patiënt was groot, potig en onder invloed van cocaïne. Hij stormde door de afdeling, gooide stoelen om en smeet borden in het rond. “Natuurlijk ben je dan bang.” De collega van Davy sloot zich op in het verpleeglokaal om een andere nachtwaker en de security te bellen. Toen ze ook samen de man niet bedaard kregen, contacteerden ze de politie. “Alleen al het zien van een uniform kan helpen.”

De opvliegende man belandde uiteindelijk in 'den AK', de afzonderingskamer. Het is van oktober vorig jaar geleden dat Davy zelf iemand alleen heeft opgesloten. Een meisje, wier stemmen in haar hoofd zeiden dat ze uit het leven moest stappen. “We beseffen heel goed dat we deze maatregel zo weinig en kortstondig mogelijk moeten gebruiken. Maar 's nachts is er soms geen andere oplossing. Je moet de veiligheid verzekeren”, zegt Davy. Zijn conclusie: “Eén nachtverpleger voor veertig patiënten is te weinig.”

22.30 uur

Davy's woorden zijn pas koud als duidelijk wordt hoe hectisch een nacht op een psychoseafdeling kan zijn. Tijdens een rondje door de gangen ruikt de verpleger plots cannabis. Het is niet lang zoeken naar de gebruiker: Tommy staat met bloeddoorlopen ogen te grinniken voor zijn kamerdeur. Net als Davy hem wil aanspreken, begint de draadloze telefoon in zijn rechterzak luid te piepen. BRAND, staat op het scherm. Meteen spurt hij naar kamer 116, aan de andere kant van het gebouw. Er is geen vuur, wel veel wierook. De aansteekster in kwestie is zich van geen kwaad bewust. Het raam wordt opengezet, de snelwandeling naar cannabisrokende Tommy hervat. Maar dan komt er opnieuw iets tussen: een paar patiënten hebben de afdelingsgangen gebarricadeerd met kasten en een pingpongtafel.

Voor wie nog nooit op een afdeling als deze is geweest, ziet het er indrukwekkend uit. Vier jongemannen lachen en roepen, terwijl ze de chaos gadeslaan. Maar Davy blijft kalm, stelt gerust. “Het is maar om te lachen, ze willen gewoon het ijs breken”, verklaart hij terwijl hij het meubilair op zijn eentje versleept. “Ik heb ook nog geen klapke met hen kunnen maken.”

Je komt ogen en oren tekort, geeft Davy toe. Ook in de vier andere psychiatrische instellingen waar hij werkte, was dat zo. Niet verrassend eigenlijk. Zowat alle instellingen in Vlaanderen klagen al jaren over de achterhaalde personeelsnormen en de moeilijke keuzes die ze daardoor moeten maken. Meer verpleegkundigen inzetten overdag betekent immers schaarste tijdens de nacht. Ook tijdens de weekends wordt er vooral op permanentie ingezet, amper op therapie.

Dat de personeelsbezetting een pijnpunt is, ontgaat ook de Zorginspectie niet. In zes op de tien instellingen stelt ze een bemanningsprobleem vast. Ook overdag en bij niet-verpleegkundigen. 'Op sommige afdelingen kunnen patiënten slechts tweewekelijks een individueel gesprek krijgen met een psychiater of psycholoog', staat in een verslag, of: “Uit gesprekken blijkt dat sommige artsen op afdelingen maar enkele minuten langsgaan.” In algemene ziekenhuizen zien de inspecteurs dan weer hoe vaak psychiatrische patiënten opgenomen moeten worden op niet-psychiatrische afdelingen. Daar schiet de zorg vaak tekort, omdat het personeel niet de juiste opleiding heeft gehad.

Beeld Jonas Lampens

Alle De Morgen-experts schuiven de onderfinanciering naar voren als een van de grootste knelpunten. Hun aanklacht: terwijl psychische problemen een op de drie Belgen treffen, gaat amper 6 procent van het totale budget gezondheidszorg naar de geesteszorg. “De middelen zijn niet in verhouding met de uitdagingen”, zegt professor en psychiater Joris Vandenberghe (UZ Leuven/UPC KU Leuven).

Volgens hem is er niet alleen te weinig geld, de beschikbare middelen worden ook verkeerd aangewend. “Het merendeel gaat nog steeds naar de meest gespecialiseerde zorg.” Hij doelt op psychiatrische bedden in instellingen. Die slokken volgens het Leuvense onderzoekscentrum LUCAS meer dan 80 procent van het beschikbare budget op. “Terwijl een opname het allerduurst is. Iemand bed, bad en brood aanbieden kost veel geld. En dat is geld dat niet naar de de zorg kan gaan. Het resultaat: veel groepstherapie. De een-op-eenbegeleiding die patiënten vragen, is zelden een optie.”

Vraag je het Davy, dan zegt hij dat middelen alleen niet volstaan om tot betere zorg te komen. Volgens de verpleger moet tegelijkertijd een mentaliteitswijziging plaatsvinden. “Hulpverleners moeten in de eerste plaats contact maken met patiënten, vanuit een gelijkwaardige positie. Zolang die ingesteldheid er niet is, riskeer je dat meer personeel alleen meer gaat controleren of 'bemeesteren'. En daar moeten we net vanaf.”

In Bethaniënhuis proberen ze die omslag al te maken. Sinds een aantal maanden mogen verpleegkundigen zich niet meer terugtrekken in hun 'bokaal'. Ze worden geacht voortdurend tussen de patiënten zijn. "Bij momenten is dat heel moeilijk. Maar het went en werkt wel."

1.05 uur

Davy zit in de keuken, omringd door vier patiënten. Slapen lukt hen nog niet. Ze drinken koffie zonder cafeïne. Praten over cake, gsm's en ingeplante chips. Iemand betreurt dat er zo weinig paardentherapie is. Een paar anderen klagen over de psycholoog en de psychiater: die zien ze in het beste geval om de paar weken.

Davy luistert, en licht achteraf toe: “Als ik overdag werk, probeer ik regelmatig een wandeling of babbel met iemand te maken. Maar eerlijk: ik heb daar vaak de tijd ook niet voor. Je wilt je collega's ook niet alleen op de afdeling laten.”

De verpleegkundige beschrijft hoe zich er bij momenten de vreemdste scenario's ontvouwen. Denk aan: mensen die door waanideeën muren beginnen te bekladden, met elkaar in de clinch raken, alle kamers in- en uitlopen. “Het is eigen aan dit doelpubliek: bij een psychose of manie gaan ze op alle prikkels in. Het is heel intens om er als hulpverlener acht uur bij te zijn.”

Beeld Jonas Lampens

3.35 uur

Als Davy aan zijn avondmaal begint, blijken er nog steeds een paar mensen rond te dwalen. Niet alleen omdat ze niet kunnen slapen. Sommigen komen pas 's nachts tot rust. Overdag is dat veel moeilijker. De afdeling mag dan relatief modern zijn, er zijn weinig plekken waar ze alleen kunnen zijn. Alle leefruimtes zijn omgeven door glazen wanden, zodat de hulpverleners voortdurend een oogje in het zeil kunnen houden. En niet op alle kamers is er evenveel privacy: sommige worden gedeeld door twee mensen.

Bethaniënhuis is niet het enige ziekenhuis waar de infrastructuur niet op punt staat. Comfort en privacy zou in respectievelijk 70 en 45 procent van de instellingen beter kunnen, blijkt uit de verslagen van de Zorginspectie. Ze merken te veel en te krappe meerpersoonskamers op, verouderd sanitair, weinig plaats om te ontspannen. Alleen: ook hiervoor is er geen geld. Het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA), waarmee de overheid investeert in welzijns- en zorginstellingen, zette tussen 2010 en 2014 amper 2,5 procent van zijn beschikbare middelen opzij voor de psychiatrie.

Hoe langer je Davy tijdens een nachtdienst gadeslaat, hoe logischer de vraag naar extra middelen wordt. Maar hoeveel geld is er nodig? Het blijkt geen evidente vraag. Iedereen in de sector mag dan de mond vol hebben over 'de luttele 6 procent' die naar geestelijke gezondheidszorg gaat, in feite dateert dat cijfer van 2010.

In zeven jaar is er enorm veel veranderd en geïnvesteerd, benadrukken federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) en haar Vlaamse collega Jo Vandeurzen (CD&V). Zeggen hoeveel geld er vandaag precies naar de psychiatrie gaat, kunnen ze niet. Het zorgaanbod is te versnipperd, zeggen ze, de percentagepuzzel onmogelijk te leggen.

Het gebrek aan middelen laat zich ook op een andere manier voelen. Ondanks de grote hoeveelheid psychiatrische bedden kampt ons land met lange wachtlijsten. Mensen met ernstige psychische problemen moeten soms maanden wachten op een bed. In psychiatrische verzorgingstehuizen, waar veelal oudere patiënten met gestabiliseerde stoornissen verblijven, is het nog schrijnender: daar belanden ze soms voor jaren op een lijst.

Een deel van de verklaring zit 'm in de schaarste op andere domeinen. Kijk je naar die psychiatrische verzorgingstehuizen, dan zouden heel wat van de bewoners daar evengoed op andere plekken geholpen kunnen worden. Alleen er zijn te weinig sociale woningen, amper opvangmogelijkheden voor personen met een handicap en ook de woon-zorgcentra staan onder druk.

Beeld Jonas Lampens

Isabel Moens, directeur geestelijke gezondheidszorg bij Zorgnet-Icuro, wijst in dit verband ook naar het gebrekkige laagdrempelige zorgaanbod in Vlaanderen. Denk aan: overbevraagde huisartsen, klinisch psychologen die nog steeds niet worden terugbetaald, onderbemande Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg. “Mensen stellen hun hulpvraag hierdoor jaren uit, waardoor hun problemen verergeren, ze in een crisissituatie belanden en vervolgens in een ziekenhuis al dan niet onder een gedwongen statuut worden opgenomen.”

Beleidsmakers zijn zich bewust van dit probleem. Telkens de knelpunten in de psychiatrie ter sprake komen, wijzen ze naar de grote transitie in de geestelijke gezondheidszorg. Veelal komt dan ‘artikel 107’ van de ziekenhuiswet ter sprake. Dankzij dit artikel kunnen ziekenhuizen het geld dat initieel voor bedden bedoeld is, investeren in teams die patiënten aan huis helpen. Enkel de meest ontregelde patiënten zouden zo nog opgenomen moeten worden. Omdat die meer begeleiding nodig hebben, voorziet artikel 107 ook dat instellingen hun afdelingen kunnen intensifiëren. Denk aan: een-op-eenbegeleiding.

Hoewel heel wat experts enthousiast zijn over artikel 107, moeten ze toegeven dat de hervorming zes jaar later nog niet ver genoeg staat. Het aantal bedden dat omgevormd is, is beperkt: het gaat om amper 572 van de 9.256 bedden in Vlaanderen, of 6,18 procent. De teams aan huis zijn vaak al overbevraagd, waardoor patiënten opnieuw geduld moeten uitoefenen. En op het extra bemannen van afdelingen is het nog grotendeels wachten.

4.45 uur

Davy vindt artikel 107 een goed initiatief. “De mobiele teams bereiken nieuwe mensen met ernstige problemen. Zorgmijders veelal. Voordien vielen zij uit de boot.”

Hij is zich wel bewust van de gevolgen: het zorgprofiel van de mensen in Kering en Delta zal zwaarder worden. En dat terwijl de werkdruk al zo hoog is. Zijn taken beperken zich immers niet tot deze veertig bedden. Net als andere verpleegkundigen, therapeuten en psychologen begeleidt hij vanuit het ziekenhuis ook patiënten die jaren geleden ontslagen zijn. Tussen het andere werk door. “Omdat ze nergens anders terecht kunnen, komen ze bij ons met hun vragen.” Ook tegen het einde van zijn nachtshift zal Davy, naast pillen verdelen, het opstellen van en het dagschema en het ‘toeren’, nog een telefoon ontvangen van een ex-patiënt. Hij heeft zijn wagen perte totale gereden, weet niet wat te doen.

7.15 uur

De nachtdienst zit erop. Rustig, besluit de Antwerpenaar. Morgen staat hij hier om 21.15u terug. En, in primeur, volgende maand zelfs met een collega. Op vraag van de afdeling heeft de directie beslist om een extra zorgkundige in te schakelen. “Dat zal een groot verschil maken. Daar ben ik zeker van. Je kunt overleggen, je hebt meer persoonlijke contact met mensen en hebt tijd om een praatje te maken. Zo escaleren situaties minder snel en moet je niet per se naar dwang grijpen.”

Een tijd geleden las hij dat de meeste psychiatrisch verpleegkundigen er gemiddeld na zeven jaar mee ophouden. “Ik snap dat wel. Dit is een zware job. Veel collega's zitten op hun tandvlees. Maar toch wil ik dit blijven doen. Hier kun je iemand helpen, iemand beter maken. Dat is echt een zalig gevoel.”

* De namen van de patiënten zijn gefingeerd

Morgen deel 4: Hanne Evenepoel (23) over het teveel aan psychofarmaca in de psychiatrie. 'Ik ben toch geen proefkonijn?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234