Zaterdag 04/04/2020

Veelbekroonde auteur Paul de Wispelaere overleden

Auteur Paul de Wispelaere is het voorbije weekend op 88-jarige leeftijd in Maldegem overleden. Hij was al geruime tijd ziek.

De Wispelaere behoorde vooral in de jaren 60 en 70 tot de onbetwiste coryfeeën en vernieuwers van de Vlaamse literatuur. In 1998 werd zijn complete oeuvre bekroond met de Driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren, de hoogste literaire onderscheiding in de Lage Landen. In 1980 kreeg hij al de Belgische Staatsprijs voor Verhalend Proza en in 1987 de Staatsprijs voor Kritiek en Essay.

De in Brugge geboren De Wispelaere pionierde met subtiele tussenvormen tussen essay en roman. Hij was een van de eerste Vlaamse auteurs die de muren tussen fictie en non-fictie sloopte, onder meer in romans als Een eiland worden (1963), Mijn levende schaduw (1965) of het gefragmenteerde Paul-tegenpaul (1970). In dat caleidoscopische schrijversdagboek stopte hij zowel verhalen, essays als polemische beschouwingen.

Toch stond het experiment zelden de leesbaarheid in de weg. De generatiegenoot van Hugo Claus, Jef Geeraerts en Hugo Raes is vaak geprezen om zijn tedere en poëtische stijl. Tot de hoogtepunten van zijn oeuvre behoren de autobiografische romans Tussen tuin en wereld (1979), Mijn huis is nergens meer (1982) en het schrijversdagboek Het verkoolde alfabet (1992). Jeroen Brouwers roemde het als "een mooi, introvert dagboek" en wees op "het hoge niveau en de integriteit" van De Wispelaeres werk.

Ecologisch bewustzijn

De spanning tussen leven en schrijverschap was een voortdurende bron van reflectie bij "tussenstaander" De Wispelaere. Schrijven beschouwde hij als "zichzelf begluren als een willekeurig mens, met wie men opgescheept zit". Zijn werk is doordesemd van een zeker ennui over wat verloren gaat. Vooral de bedreiging van de natuur door industrie of bouwspeculatie wekte zijn woede op, net als de greep van corrupte politici of bureaucratie. Het ecologisch bewustzijn zit in zijn boeken diep verankerd. Ook vrijmoedige erotiek speelt in De Wispelaeres boeken een prominente rol.

Zijn essayistisch werk is al even indrukwekkend en veelgelauwerd. In bundels als Het Perzische tapijt (1966) en De broek van Sartre (1987) becommentarieerde De Wispelaere de ontwikkeling van de Nederlandstalige roman. Zo schreef hij in 1976 een befaamd essay over Louis Paul Boon, waarmee hij het begrip 'tedere anarchist' voorgoed muntte. De Wispelaere stond in de eerste linie bij het Nieuw Wereldtijdschrift van Herman de Coninck en fungeerde als hoofdredacteur van de voorganger, het invloedrijke Nieuw Vlaams Tijdschrift.

De Wispelaere, die Germaanse filologie studeerde en bijna 20 jaar voor de klas stond, groeide na zijn doctoraat in 1974 uit tot een enthousiasmerend hoogleraar moderne Nederlandse Letteren aan de Universiteit Antwerpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234