Donderdag 28/01/2021

Veel schone kunsten en een beetje regen

et was zo’n dag die niet wou lukken: de nacht te kort, de lucht te grijs, de gedachten te donker. Dat heb je weleens: dat je je een goudvis voelt in een bassin vol dolfijnen, of een cactusje in een regenwoud. Kleiner dan wenselijk, een tikje miscast, een beetje allenig.

In die state of mind reed ik naar Duffel voor de tentoonstelling disturbed silence/stilte gestoord op de site van het Psychiatrisch Centrum. Een ambitieuze expo met werk van een schare fijne artiesten: Bill Viola, Thierry De Cordier, Leo Copers, om er maar een paar te noemen. De werken ingeplant in en om de gebouwen.

Het concept stille ruimte deed mij altijd aan vroeger denken, toen leerkrachten godsdienst probeerden om de antikatholieke jeugd alsnog tot een mate van bezinning te brengen in een lokaal waar hoogstens wat gefluister en zachte Bach mocht klinken, of desnoods een streepje Simon and Garfunkel. Maar hier is niks muffig of halfzacht. Hier valt veel sterk werk te bekijken. Confronterend, vaak. Want hier hebben ze het over de mens. Niet zozeer de zieke, maar de kwetsbare, de weerloze, de wankele, de belaagde. Verloren gelopen, moegetergd, stuck in a moment he can’t get out of. De mens die ik ken, die ik ben, af en toe. Zoals wij allen, vermoed ik.

Naar deze expo kon ik niet kijken zoals ik dat meestal doe: als naar kunst die toch in de eerste plaats kunst is en blijft. Hier was meer. Het begon in het klooster, waar ze op deze sluitingsdag van de tentoonstelling speciaal voor mij de kapel even wilden opendoen. Terwijl ik naar het werk van Berlinde De Bruyckere stond te kijken, keken twee oudere zusters naar mij. Daar kwam veel glimlachen aan te pas, met monden én met ogen, alsof ze in hun eentje probeerden goed te maken wat sommige priesters en bisschoppen in hun kerk fout hadden gedaan. De sculptuur pakte mij. Met als titel ‘aanééngenaaid’ staat een vrouwenlichaam voorovergebogen, gebukt onder leed dat te groot is, verstopt onder aan mekaar gestikte dekens die haar van kop tot heup bedekken. Nog net slaagt ze erin om niet te vallen, misschien houdt ze dat nog een kwartier vol, misschien nog een heel leven. En dan, bijna even aangrijpend, het gesprekje met de zusters nadien, over hoe mooi ze dat beeld vinden. “Het is een geknakte mens.” Er valt een stilte. “Zo zijn er veel. Overal.” Stilte. “We moeten niet zwijgen over de wantoestanden in de kerk.” Ze breien de zinnen niet aan mekaar, dat hoeft ook niet. Kunst als vehikel om te praten over wat onuitspreekbaar is.

Terwijl ik verder rondliep op het grote domein - met ook een verpleegopleiding, een lagere school, een cafetaria - zag ik kunst én scènes uit het leven. Beide raakten mij. Omdat je het ene meeneemt terwijl je het andere bekijkt. Ik zag afasiepatiënten op een beeldscherm. Ik zag een vrouw alleen in een te dikke winterjas. Vier betonnen figuren van Monique Donckers, stilgevallen, zomaar, als duracelkonijnen met lege batterijen. Overvolle asbakken en daarnaast: twee mensen die in stilte rookten, hevig zuigend aan hun sigaretten, alsof daar troost te halen viel. Ik zag een schilderij van Raoul De Keyzer onder een reuzegroot glasraam met heiligen. Een bordje met: ‘acute opname, fase A’ voor een gebouw met een gang waar papieren zonnebloemen hingen, geknutselde pogingen tot vrolijkheid. Een jongetje van vijf met een fietshelm dat heel hard reed, alsof hij achtervolgd werd. Een jongetje van tien dat in de titelloze sculptuur van Aeneas Wilder klom, een artiest die in Japan woont en werkt. Een vogel op een kunstwerk in het water: opeens vloog-ie weg, opgejaagd door een schreeuw van een mens - van vreugde of van verdriet, dat was moeilijk te zeggen. Een cel van minder dan één vierkante meter, met tralies en al. Een man in een trainingspak die naar zijn voeten kijkt. Drie brommers in het gras, naast drie pubers die in the stone garden van Orla Barry zitten: ze lachen mij uit als ik kom kijken naar de mozaïek binnenin: it’s nearly Summer, staat er, en ik voel mij heel even weer dertien en voor schut gezet door de coolste kids van de school. Ik zag een man in een stilstaande sportwagen die star voor zich uitkeek. Een vrouw onder water, met open en gesloten ogen, in een video van Marie-Jo Lafontaine. Een vrouw aan de poort, ze stond iemand uit te wuiven: zij bleef maar zwaaien, hij liep de straat uit, en keek niet één keer om. Een beeldje van een jongen, vertrapt door zware boots. Een bunker in glastegels met binnenin lavabo’s, twee keer drie naast mekaar: te grabbel gegooide intimiteit. Ik zag een baby op schoot bij een rokende vrouw.

Toen ik bijna rond was, begon het een beetje te regenen. Het perfecte kader voor deze prachtige tentoonstelling. Vrolijker ben ik er niet van geworden, maar daar is kunst ook niet per se voor bedoeld.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234