Zaterdag 27/11/2021

Veel retoriek, maar weinig berekeningen

Geen kans laat de administratie in Washington voorbijgaan om de oorlogsretoriek op te drijven en haar publieke opinie voor oorlog warm te krijgen. In schril contrast tot de sterke taal staat het gebrek aan transparantie over wat zo'n oorlog de VS moet kosten. Die onzekerheid dreef de voorzitter van de Amerikaanse Centrale Bank, Alan Greenspan, donderdag tot een bepaald sombere toespraak over de toestand van de Amerikaanse economie. Daarmee komt hij terug op de berekeningen die de bekende Yale-economist William D. Nordhaus eerder al maakte.

Brussel

Eigen berichtgeving

Lode Delputte

De kosten van een oorlog, schrijft Nordhaus in het in december verschenen Iraq: The Economic Consequences of War, zijn sociaal aanvaardbaar zolang zij laag blijven. Een staat gaat niet snel tot de aanval over als hij bij voorbaat weet dat er duizenden doden zullen vallen, dat de belastingen drastisch zullen stijgen, dat een diepe economische recessie onvermijdelijk is en dat de internationale status erdoor zal worden aangetast. Toch ziet het er niet naar uit dat de regering-Bush dat kostenplaatje grondig bestudeerd heeft. Alleen in het Congres werden de voorbije maanden twee rapporten opgesteld. Voor het overige zijn de berekeningen hoofdzakelijk het resultaat gebleken van universitaire initiatieven.

Maar hoe schat je de kosten van zo'n oorlog in? Dat hangt af van hoe de oorlog strategisch-militair gevoerd wordt, hoe de nadagen van het conflict eruitzien en welk macro-economisch effect de feiten sorteren. Dat de Verenigde Staten de oorlog zullen winnen, daar twijfelt Nordhaus niet aan. De vraag is alleen hóe ze dat zullen doen: hoelang zal de oorlog duren? Hoeveel schade zal Irak erdoor oplopen? Hoeveel burgerslachtoffers zullen er vallen? En hoe groot is het risico dat de operatie in een niet-conventionele oorlog ontaardt en het hele Midden-Oosten in vuur en vlam zet?

Met deze vragen als uitgangspunt stippelt Nordhaus enkele oorlogsscenario's uit. Hij beschrijft de twee klassieke extremen, het worst-casescenario zowel als de absolute tegenhanger ervan. Zelf vermoedt de auteur dat de slotbalans ergens tussenin zal vallen, al blijft elke voorspelling een kwestie van gissen.

In het minimalistische quick victory-scenario zouden alles samen 150.000 à 350.000 VS-militairen aan de operatie deelnemen, dat is de helft van het aantal troepen dat bij de eerste Golfoorlog (1990-'91) werd ingezet. De operatie zou enkele weken duren, in het beste geval tot de dood of gevangenschap van de Iraakse bewindslieden leiden, de overgave van het Iraakse leger tot gevolg hebben en vermijden dat het in het Koerdische noorden of sjiitische zuiden van Irak tot opstanden komt. De oorlog zou dan dertig tot zestig dagen duren en gevolgd worden door een niet te lange periode van Amerikaanse troepenaanwezigheid in Irak. In een rapport van de Democratische parlementsleden binnen het House Budget Committee heet dit scenario de New War A.

In het slechtste geval zou de oorlog er helemaal anders uitzien: het Iraakse regime zou lang standhouden; alle Iraakse troepen zouden rond Bagdad geconcentreerd worden en flink weerwerk bieden; de oliemarkten zouden gedestabiliseerd raken; het conflict tussen Israëli's en Palestijnen zou opflakkeren; in de hele wereld zou de terreurdreiging toenemen en de kosten voor naoorlogse bezetting, humanitaire bijstand en heropbouw van de staat zouden zo hoog oplopen dat ze de Amerikaanse en dus ook de wereldeconomie verder dalwaarts zouden sturen.

VS-militairen moeten, ook als ze thuisblijven, betaald worden en mogen dus niet in de oorlogsfactuur worden meegerekend. Alleen het transport, de gevechtspremie en de aanvoer van verse munitie kan op rekening van de oorlog worden geschreven. Als de actie volgens het New War A-scenario verloopt, dan denkt Nordhausen dat de zaak met zo'n 50 miljard dollar haalbaar moet zijn. Dat cijfer baseert hij op de totale militaire kosten van de eerste Golfoorlog, ongeveer 80 miljard dollar, en op de overeenkomsten tussen de verschillende rapporten die hij onder ogen kreeg.

Niemand heeft echter de prijs van een langdurige oorlog berekend. Gesteld dat het Iraaks-Amerikaanse conflict hoge meerkosten om het lijf heeft omdat de VS pakweg de toestemming niet krijgen het territorium van de buurlanden te overvliegen en er zich op het terrein complicaties voordoen, dan kan het kostenplaatje makkelijk tot 140 miljard dollar oplopen, zo'n 1,5 procent van het bbp van de VS. De oorlog zou daarmee in de buurt komen van de Spaans-Amerikaanse oorlog in de late negentiende eeuw, maar nog steeds onder de kostprijs van het Vietnam-avontuur blijven.

Maar de militaire kosten zijn nog de makkelijkst berekenbare. De cijfers hebben het nog niet eens over het naoorlogse peacekeeping-werk; over de bezettingskosten gesteld dat Irak, zoals Duitsland of Japan na de Tweede Wereldoorlog, langdurig onder Amerikaanse controle blijft functioneren; over de humanitaire hulp; over de wederopbouw van staat en samenleving; over de oprichting van een soort Marshall-plan voor de regio enzovoort.

Gesteld dat de VS unilateraal tegen Irak ten strijde trekken, en daar ziet het ernaar uit, dan zal de internationale gemeenschap ook unilaterale naoorlogse financiering verwachten. Wat de VS er in Afghanistan van bakten, is echter niet van die aard de wereld te doen geloven dat ze ernstig werk zullen maken van naoorlogse zorg. In vergelijking met het bedrag dat voor de bombardementen tegen Bin Laden en de Taliban is uitgetrokken, 13 miljard dollar, is de Amerikaanse steun voor de Afghaanse wederopbouw, tien miljoen dollar, peanuts.

Hoogstwaarschijnlijk zal Irak dan ook beleefd verzocht worden zelf voor zijn wederopbouw op te draaien. Het kan daar bijvoorbeeld zijn olie-uitvoer op afstemmen. Maar ook dat is een probleem: Irak kreeg ook al de kosten voor de eerste Golfoorlog over zich heen en heeft die factuur nog niet eens betaald.

Gesteld dat het erom te doen is Irak binnen afzienbare tijd de levensstandaard van Egypte of Iran te doen halen, 800 dollar per hoofd en per jaar, dan zal het land de volgende jaren om en bij de twintig miljard dollar nodig hebben. Maar dat bedrag, schrijft Nordhausen, is optimistisch. De economist verwijst voor zijn berekeningen onder meer naar door de Wereldbank betaalde nation building-projecten in Libanon, Oost-Timor en Bosnië en komt tot de conclusie dat de Iraakse wederopbouwfactuur makkelijk tot 100 miljard dollar kan oplopen. Pittig om te weten: op dit moment geven de VS jaarlijks in totaal slechts vijftien miljard dollar uit aan buitenlandse hulp.

Een laatste kostenfactor is het effect dat de oorlog op de wereldwijde economie sorteert. Het is bekend dat in de geschiedenis van de VS oorlogen een positieve economische rol hebben gespeeld. Dat was tenminste zo tot na de Tweede Wereldoorlog. Het conflict in Vietnam en de eerste Golfoorlog hadden economisch veel minder rooskleurige resultaten tot gevolg. Bovendien is het zo dat de economie maar niet uit het post-11-septemberdal geklauterd raakt. Zal een oorlog tegen Saddam Hoessein dan iets anders vermogen dan de economische activiteit nog dieper de verdoemenis in te helpen? Wat wordt het massapsychologische effect van doden en zwaargewonden, gruwelijke tv-beelden, geruchten over het nakende gebruik van massavernietigingswapens of terreurdaden?

De macro-economische recessie heeft niet eens een oliecrisis nodig om om zich heen te grijpen. Maar gesteld dat de petroleuminfrastructuur in Irak, Koeweit en Saoedi-Arabië gedeeltelijk of geheel vernield wordt, of dat de Opec-landen net als in de vroege jaren '70 tot een boycot besluiten? Wat als de VS een van hun doelstellingen - de hand houden op de oliekraan - zien mislukken en antiwesterse elementen er de controle over krijgen? Wat als de olieprijzen verdriedubbelen en de import niet langer door strategische reserves kan worden vervangen?

Bovendien hebben de staatsfinanciën in de VS er in geen tijden nog zo slecht uitgezien, en dat op een moment waarop de binnenlandse politiek in het teken van belastingverlagingen staat. Zoals gezegd is het onzeker of de internationale gemeenschap straks mee wil opdraaien voor de wederopbouw van wat door een bijna unilateraal Amerikaans initiatief is vernield.

"De oorlog in Irak dreigt de middelen en aandacht van de Verenigde Staten jarenlang op te slorpen," schrijft Nordhaus, "waardoor ze de aandacht voor andere conflictgebieden, Noord-Korea of de Israëlisch-Palestijnse kwestie, zullen laten verslappen."

'De oorlog in Irak dreigt middelen en aandacht van VS jarenlang op te slorpen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234