Donderdag 22/08/2019

'Veel migranten willen alleen parasiteren'

Het gebeurt niet alle dagen. Dat je een winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur mag aanhoren die verdraaid sterk klinkt als Philip Dewinter. V.S. Naipaul was vorige week te gast op het Indiafestival in Bozar. Op multiculturalisme heeft hij het duidelijk niet zo begrepen: 'Immigranten in het Westen zijn vaak primitievelingen die trots zijn op hun onwetendheid.'

door Catherine Vuylsteke

BRUSSEL l Er was vanaf het begin iets mis mee, met het feit dat de winnaar van de Nobelprijs in 2001 V.S. Naipaul (74) als hoofdvogel op het Indiafestival van Bozar werd uitgenodigd. Hij is namelijk niet eens van het een miljard zielen tellende subcontinent afkomstig.

De man stamt, net zoals de Nederlands-Surinaamse schrijver Anil Ramdas bijvoorbeeld, wel uit een hindoeïstische familie, maar zijn wiegje stond in het Caraïbische Trinidad. De link met India is zijn grootvader, die in de late negentiende eeuw de Britse Raj verliet. Verder ligt hij in de drie boeken die Naipaul over het subcontinent schreef: An Area of Darkness, A Wounded Civilization en zijn recentste Indiaboek A Million Mutinies Now (1990). Interessante werken, maar hoe relevant zijn ze nu nog?

Daar leek het publiek zaterdagavond niet wakker van te liggen: de keet zat eivol en wie aan de ingang nog second thoughts had, kon zijn tickets zelfs tegen woekerprijzen versjacheren. Dat was misschien het beste geweest, want memorabel was deze avond met de gelauwerde schrijver in geen geval.

Vanaf het begin ging het de mist in: moderator Martina Ghosh Schellhorn noemde Naipauls boeken zonder meer de beste die in de twintigste eeuw geschreven zijn en sloofde zich overmatig uit om de man toch maar te bedanken voor zijn bereidheid om zich onder ons, nederige stervelingen, te begeven.

Het publiek werd na haar hagiografische introductie door de meester zelf getrakteerd op een voorgelezen uiteenzetting over het schrijven van A Million Mutinies Now, een journalistiek-creatief project dat zich eind jaren tachtig afspeelde. Dat alles wat Naipaul schrijft tot hetzelfde boek behoort, leerden we, dat hij gruwt van cassetterecorders ook en dat hij niet gehinderd door enige voorkennis op stap gaat.

Naipaul, wiens kleine gestalte het gros van de tijd achter een vaas bloemen schuilging, werd vervolgens geïnterviewd door de Indiase schrijver Farrukh Dhondy. Pertinente vragen stelde die niet en interessante antwoorden kwamen er evenmin.

Het derde deel, waarin het publiek vragen mocht stellen, werd een zo mogelijk nog grotere ramp. Naipaul grossierde in ja-en-neeantwoorden. Met een God-de-Vaderachtige attitude orakelde hij, zonder ook maar één stelling verder te ontwikkelen of zich te vermoeien met argumenten.

Naipaul stelde in Bozar bovenal zijn reputatie als arrogante oude man veilig. Hij bevestigde met gemak het weinig flatteuze beeld dat zijn vroegere vriend en schrijver Paul Theroux schetste in zijn nochtans fundamenteel kwalijke relaas Geschiedenis van een vriendschap.

Erg optimistisch waren de zes journalisten die een dag later, zondagochtend, een uur van 's meesters tijd zouden krijgen dan ook niet. India leek, gezien het festival, een veilig onderwerp om mee te beginnen. Dat daarover nagedacht moest worden, had de vorige avond duidelijk gemaakt.

Het was ook gebleken uit het wedervaren van een journalist van The Financial Times die Naipaul in zijn cottage in Wiltshire had bezocht naar aanleiding van de publicatie van zijn laatste boek, Magic Seeds, twee jaar geleden. Omdat de schrijver met een Pakistaanse was hertrouwd, had de verslaggever het aangedurfd om de moed te roemen van zijn Pakistaanse collega's, die in een moeilijke omgeving toch goed werk leveren. Veertig minuten lang had mevrouw Naipaul gemonologeerd over de volstrekte waardeloosheid van deze en gene Pakistaanse journalist. Om het ultieme interview met de vrouw van de schrijver te vermijden, spraken we af dat het woord Pakistan in het ons toegemeten uur niet zou vallen.

India dus, waarvan Naipaul tijdens zijn uiteenzetting had gezegd dat er zich een soort van culturele revolutie voorbereidde, dat de kloof tussen de stedelingen en de dorpelingen steeds onoverbrugbaarder werd, ongeacht de economisch hoopgevende tijden. Ze dromen alleen nog van green cards, de stedelingen, emigreren is hun enige objectief, terwijl de dorpelingen tempelgangers zijn, de dragers van de oude beschaving. "Het is potentieel erg gevaarlijk", vangt Naipaul aan. "Echt, er kan een grote radicalisering van komen. Maar meer wil ik daar nu niet over zeggen."

Is er niet bovenal een intellectuele revolutie nodig, een poging om het analfabetisme uit te roeien in een land dat zich roemt om zijn IT-verwezenlijkingen? "Ach, die ongeletterdheid is niet belangrijk, want niet onveranderlijk. Het is een kwestie van tijd en ik geloof dat de overheid wel haar best doet, maar het is een groot land en de snelle bevolkingsgroei is problematisch."

En toch, menen hij en zijn vrouw, zouden ze het nu erg fijn vinden om in India te wonen. "Vroeger zou ik dat idee met stelligheid hebben verworpen. Ik zou aan het gebrek aan uitgevers hebben gedacht en aan goede bladen waarin mijn boeken zouden kunnen worden besproken. Maar er is op dat vlak veel veranderd."

Wat hen dan toch in Engeland houdt? "Eén ding slechts", haast zijn vrouw zich te verduidelijken. "Onze Britse kat, die zou in India niet kunnen aarden." Aanvankelijk geloof ik dat ze een grapje maakt en als ze een half uur later weer gaat emmeren over hoe fantastisch India wel is, informeer ik nogmaals naar wat haar in het koude noorden houdt. Fout. "U hebt niet geluisterd, ik zie het al."

Naipaul laat zich doorgaans erg negatief uit over de multiculturele maatschappij. Enige tijd geleden nog zei hij dat moslimvrouwen in het Westen geen hoofddoek horen te dragen, omdat dat een vorm van agressie is tegen de gastmaatschappij. "Kijk naar Groot-Brittannië, met zijn grote populatie aan buitenlanders. Veel illegalen overigens, die op alle mogelijke manieren jongleren met de wet om te kunnen blijven. Ze willen hier zijn, maar ze willen de westerse cultuur niet accepteren. Ik vraag me vaak af waar het hen fundamenteel om te doen is. Om geld te verdienen wellicht, om bij hen thuis nog duurdere moskeeën te kunnen bouwen. Het zijn veelal primitievelingen, ze sluiten zich op en zijn trots op hun onwetendheid. Daar valt niets mee aan te vangen."

Het onderwerp terrorisme valt niet meer te vermijden. "Het doet me denken aan wat die ezel van de Kosovaarse verzetsbeweging UCK in de Bosnische oorlog zei op de BBC", zegt Naipaul. "Dat hij en de zijnen niet konden verliezen, meende die asshole. Door te vechten droegen ze bij aan de zaak en als ze stierven, gingen ze rechtstreeks naar de hemel. Ik vind dat een goede definitie van terrorisme en ik meen bovendien dat dit soort verklaringen niet mag worden uitgezonden, want zo worden ze deel van de gangbare opvattingen."

Wat we dan kunnen doen tegen dat terrorisme? "Voorzichtig zijn met wie we het land inlaten. Er is te veel immigratie geweest, te veel multiculturaliteit ook. De meeste van die inwijkelingen willen geen beschaving, ze willen alleen parasiteren."

Naipaul zei al in een paar interviews dat de fictie volgens hem dood is, terwijl anderen juist beweren dat loutere non-fictie in deze tijden van globalisering ontoereikend is. Die anderen redeneren dat alleen fictie ons de empathische kracht kan verstrekken om de complexe realiteiten te begrijpen die tegen elkaar aanschurken hoewel ze haast niets met elkaar gemeen hebben. Onzin, vindt Naipaul. "Als u denkt dat u door het lezen van een boek van een Somaliër (bedoelt hij hier Nuruddin Farah, die niet hoog met hem oploopt?, CV) een beter idee krijgt van de ideeën van die primitievelingen in zijn geboorteland, dan hebt u het flink mis. Dergelijke lieden volgen in de VS een schrijverscursus en laten hun debiele landgenoten in hun boeken vervolgens klinken als gekleurde versies van negentiende-eeuwse romanfiguren. Pfff."

Of Naipaul ondanks alle oorlogen van dit moment en de grote scheuringen die zich manifesteren optimistisch is over de toekomst, wil onze Indiase collega nog weten. "Best wel. Ik geloof dat een besliste hand zal afrekenen met al die achterlijke landen. Dat zal dan pacificatie zijn." Juist ja.

V.S. Naipaul:

Die ezel van de Kosovaarse verzetsbeweging UCK in de Bosnische oorlog zei op de BBC dat hij en de zijnen niet konden verliezen. Ik vind dat een goede definitie van terrorisme

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden