Zondag 27/09/2020

Donkere kanten van Big Tech

‘Veel mensen beseffen nog altijd niet dat ze gewillige marionetten van Silicon Valley zijn geworden’

'Alles wat een smartphone smart maakt, is ontdekt dankzij overheidsgeld, maar de belastingbetaler ziet geen cent van de gigantische winsten.’Beeld Amy Lombard

Het begon ooit zo veelbelovend: de nerds van Silicon Valley wilden met technologie van de wereld een plek maken waarin we ons allemaal verbonden voelen. Maar vandaag worden sociale media vergiftigd door nepnieuws en haatberichten, bepalen algoritmen ons doen en laten, en zit de digitale wereld in de ijzeren greep van een handjevol techmastodonten die zoveel macht hebben dat ze de samenleving ontwrichten. Hoe het zover is kunnen komen, doet de Amerikaanse journaliste Rana Foroohar uit de doeken in haar boek Don’t Be Evil. ‘Denk maar niet dat techbedrijven de scrupules hebben om kinderen niet als doelwit te nemen.’

Als economisch journaliste volgt ze de technologische en financiële wereld al sinds de jaren 90 van zeer nabij. Eerst voor bladen als Time en Newsweek, en sinds een aantal jaar voor CNN en de Financial Times, de belangrijkste zakenkrant ter wereld. Rana Foroohar (50) is kortom uitstekend geplaatst om te vertellen hoe de digitale droom veranderde in wat steeds meer op een kwade nachtmerrie lijkt.

U had naar eigen zeggen twee goede redenen om uw boek te schrijven: een professionele, maar ook een persoonlijke.

Rana Foroohar: “In 2017 kreeg ik een afrekening van mijn kredietkaart. Tot mijn verbazing stond er een hele reeks kleine bedragen op: 3,99 dollar, 2 dollar… Allemaal aankopen uit de appstore. Alles samen ging het om 949 dollar. Eén ding was zeker: die aankopen waren niet van mij. Eerst dacht ik dat ik gehackt was, maar toen besefte ik dat mijn zoontje van 10 mijn wachtwoord óók kende. Toen ik hem de rekening toonde, trok hij wit weg. Hij bleek een voetbalspelletje te hebben gedownload. Dat was weliswaar gratis, maar tíjdens het spel proberen de makers je van alles te verkopen. Een kind beseft natuurlijk niet dat zulke dingen écht geld kosten, maar 900 dollar later stond hij aan de top van de rangschikking en zat ik met een gepeperde rekening. Als moeder was ik heel verontwaardigd, maar als economisch journalist was ik erg gefascineerd. Wat een ongelooflijk efficiënt businessmodel, dacht ik. Ik wilde begrijpen hoe dat werkte.

“De tweede reden was dat ik destijds net was begonnen als columniste bij de Financial Times. Omdat big tech in veel verhalen terugkwam, besloot ik eens naar de cijfers te kijken. Ik ben al dertig jaar economisch journalist en ik had Wall Street grondig bestudeerd, maar ik was nog nooit nagegaan waar het geld in de industrie de laatste tien jaar naartoe was gegaan. Ik ontdekte dat zo’n 80 procent van het totale industriële vermogen in amper 10 procent van de bedrijven zat. En die 10 procent waren geen klassieke grootmachten zoals ExxonMobil of General Electric, het waren de bedrijven die de meeste informatie hadden over hun klanten en in het bezit waren van de meeste intellectuele eigendommen. Er heeft dus een gigantische verschuiving van geld plaatsgevonden.”

Was u verbaasd over de cijfers die u bovenspitte?

Foroohar: “We weten natuurlijk wel dat Google, Facebook en Amazon enorm groot zijn, maar de hoeveelheid kapitaal die ze aanzuigen, hun groeicijfers en de greep die ze hebben op de markt zijn toch onthutsend. Facebook had in 2012 een miljard gebruikers, in 2016 was dat aantal verdubbeld. De inkomsten van het bedrijf zijn in die periode meer dan verviervoudigd. Als Facebook een land was, zou het met zijn intussen 2,5 miljard gebruikers een pak groter zijn dan China. In 2018 incasseerde het 55,8 miljard dollar. Ongeveer 90 procent van alle advertentiegelden gaan naar Google en Facebook. Amazon neemt in de VS de helft van alle e-commerce voor zijn rekening. 90 procent van alle zoekopdrachten wereldwijd gaan via Google. 95 procent van de volwassen internetgebruikers onder de 35 jaar zit op Facebook of Instagram. De beurswaarde van de zogenoemde FAANG-bedrijven – Facebook, Apple, Amazon, Netflix en Google – is groter dan die van Frankrijk. En zo kan ik nog wel even doorgaan. ”

Hoe zijn die techgiganten in korte tijd zo groot en machtig kunnen worden?

Foroohar: “Ik maak graag de vergelijking met de opkomst van de spoorwegen in Amerika. In de 19de eeuw werden die aangelegd door een klein kransje ondernemers. Zij bouwden niet alleen het netwerk – de spoorwegen – maar waren tegelijk ook eigenaar van de treinen én van de goederen die ermee werden vervoerd. Zo hadden ze de nieuwe economie in een houdgreep.

“Hetzelfde zie je vandaag: ook nu heeft een handjevol grote spelers zowel het netwerk als de handel erop in handen. ‘Move fast and break things’ was lange tijd het motto van Facebook. Dat is altijd het businessmodel geweest van de techgiganten. Neem nu Amazon: dat begeeft zich telkens op een bepaalde markt, verovert zo snel mogelijk een zo groot mogelijk deel van het terrein, schermt dat vervolgens zo goed mogelijk af voor concurrenten en trekt zich niks aan van wetgeving of belastingen. Ze verstoren de boel met alle mogelijke middelen en de problemen lossen ze later wel op. Amazon laat anderen toe op hun platform om producten te verkopen, maar het bedrijf verkoopt ook zélf via dat platform. Dat is een ongelijke strijd, want Amazon kan consumenten aansporen om hún producten te kopen en niet die van een ander.

“Het probleem is niet alleen dat je subtiel bedrogen wordt, maar ook dat je onmogelijk kunt weten hoe het algoritme die keuze heeft bepaald. Het systeem is totaal niet transparant, als consument heb je geen idee welke producten je worden opgedrongen.”

De techreuzen bestrijden concurrenten niet alleen via hun eigen netwerk. Start-ups die een bedreiging vormen voor hun marktpositie, worden vaak geneutraliseerd door ze simpelweg op te kopen.

Foroohar: “Google heeft de laatste tien jaar meer dan 120 bedrijven opgekocht, Facebook 79 en Amazon 89. Het gevolg is dat de innovatie sterk is afgenomen. Investeerders zijn veel minder geneigd om hun geld in start-ups te steken omdat ze weten dat de groten hun terrein afschermen voor nieuwe spelers, of ze slokken ze meteen op. Facebook heeft een paar jaar geleden Oculus ingelijfd, een bedrijfje dat VR-technologie ontwikkelde. Niet omdat Facebook zo in virtual reality was geïnteresseerd, wel omdat Oculus een veelbelovend besturingssysteem had dat een concurrent kon worden van dat van Facebook. Sindsdien is het verdacht stil geworden rond Oculus.

“Maar vaak doen ze niet eens de moeite om concurrenten op te kopen en halen ze er voor een smak geld de sleutelfiguren weg. Of ze pikken gewoon hun ideeën. Ik sprak eens met de eigenaar van een data-analysebedrijfje die van Facebook te horen had gekregen dat het interesse had in een samenwerking, maar daarvoor moest hij éérst een deel van de programmeercode van zijn bedrijf beschikbaar maken. Zo kon men bij Facebook naar eigen zeggen beter beoordelen of het voor hen interessant was. Vervolgens maakten ze bij Facebook gewoon hun eigen versie van het systeem en bleef hij met lege handen achter. Hij sprak zijn contactpersoon bij Facebook erop aan, maar die vertelde hem dat ze geen businessmodel zouden hebben als ze voor alles zouden betalen. Daarmee was de kous af.

“Zulke praktijken zijn de norm in Silicon Valley. Hoewel techgiganten verondersteld worden grote vernieuwers te zijn, zijn ze dat dus helemaal niet. Kijk maar naar Apple, dat sinds de iPad in 2010 geen baanbrekend nieuw product meer heeft ontwikkeld.”

De techreuzen remmen de innovatie niet alleen af, hun business is vaak ook gestoeld op technologie die ze niet eens zelf hebben uitgevonden, maar die ontwikkeld werd door de overheid en met publiek geld werd gefinancierd.

Foroohar: “Defensie is in Amerika de motor achter heel veel ontwikkelingen: het internet, de gps, het touchscreen… Alles wat een smartphone smart maakt, is ontdekt dankzij overheidsgeld, maar de belastingbetaler ziet geen cent van de gigantische winsten. In die zin kun je parallellen trekken met de bankencrisis: de winst wordt geprivatiseerd en de verliezen zijn voor de samenleving. Bovendien leiden de techbedrijven hun winsten ook nog eens naar fiscale paradijzen, zodat ze zo weinig mogelijk belastingen moeten betalen.”

'Hoewel techgiganten verondersteld worden grote vernieuwers te zijn, zijn ze dat niet. Kijk maar naar Apple, dat sinds de iPad in 2010 geen baanbrekend nieuw product meer heeft ontwikkeld.' Beeld Amy Lombard

Waarom heeft de Amerikaanse overheid er niet voor gezorgd dat ze een groter deel van de koek kreeg?

Foroohar: “Dat heeft te maken met het neoliberale ethos dat men in Amerika fanatiek blijft aanhangen: kapitaal zou vrij moeten kunnen rondbewegen. In de praktijk zie je dat het zich verplaatst naar waar arbeid het goedkoopst is. Dat was vroeger ook al zo, maar de techgiganten hebben het probleem vergroot, omdat hun zakenmodel gebaseerd is op het verzamelen van data. Kapitaal kan probleemloos grenzen overschrijden, maar data kunnen dat nog veel makkelijker. De bedrijven profiteren van alle voordelen van de globalisering en hebben geen last van de nadelen. De bazen zien hun bedrijven als supranationale entiteiten die geen verantwoordelijkheid hebben af te leggen tegenover de landen waar ze actief zijn.”

Als je ziet waar ze allemaal mee wegkomen, is het niet verwonderlijk dat ze zich boven de wet verheven wanen.

Foroohar: “Zolang je in de VS genoeg duurbetaalde advocaten hebt, doe je eigenlijk wat je wilt. En geld heeft de big tech meer dan genoeg. Ze hebben ook een heel leger lobbyisten in dienst. Google had op een bepaald moment zóveel lobbyisten in Washington dat het een kantoorgebouw zo groot als het Witte Huis moest afhuren om de hele bende erin onder te brengen.

“En ook in academische kringen is de techlobby bijzonder actief. Academici die onderzoek doen naar thema’s als privacy of monopolievorming worden gesponsord wanneer hun onderzoek in het straatje van de big tech past. Met al dat lobbywerk drukken ze stevig hun stempel op de wetgeving, zorgen ze ervoor dat er niks aan hun bevoorrechte positie verandert en bepalen ze in grote mate hoe het systeem werkt.”

Historische zeepbel

De big tech maakt niet alleen in de eigen sector brokken, u betoogt dat ze een negatieve impact hebben op het héle economische systeem.

Foroohar: “Dat komt omdat het een industrie is waarop de oude wetten en regels niet van toepassing zijn. En ze zijn niet alleen slecht voor de innovatie, ze produceren ook niks. Hun voornaamste business is het verzamelen van data. Data zijn de nieuwe olie. En die krijgen ze ook nog eens gratis. Het is alsof ze bij General Motors niet meer zouden moeten betalen voor het staal in hun wagens en het met een fractie van hun huidige personeel kunnen doen. Dan hadden ze ook winstmarges van 40 procent. Je zit dus met een enorm onevenwicht: een paar giganten zuigen enorme hoeveelheden kapitaal uit de economie, maar ze delen die niet met andere partijen. Dat heeft een ontwrichtend effect.

“Voor werknemers is het ook slecht, want arbeid is ingrijpend aan het veranderen. De hele arbeidsmarkt wordt in sneltempo ge-Uberiseerd. Vaste banen met een vast inkomen worden zeldzamer, en ook hoogopgeleide werknemers worden steeds meer algoritmisch gecontroleerde lijfeigenen. Het platformbedrijf bepaalt waar, wanneer en hoe lang je kunt werken. Het werkschema bij Starbucks wordt door algoritmes bepaald: men weet perfect wanneer er meer volk zal zijn in een vestiging en men vraagt de werknemers om op piekuren op te draven. Mensen worden vaak pas een uur op voorhand opgeroepen, moeten dikwijls overuren draaien en hebben zeer onregelmatige uren. Dat heeft een enorme impact op je sociale leven. En als je dat extreem vindt: Amazon heeft een patent genomen op een polsbandje dat begint te zoemen als je in het magazijn naar het verkeerde pakket grijpt. Zo worden werknemers bijna letterlijk menselijke robots.

“Werkgevers hebben zoveel macht over hun arbeidskrachten, soms lijkt het alsof we weer in de 19de eeuw zijn beland. Werknemers van techplatformen als Uber hebben geen enkele sociale bescherming: op een pensioen, een verzekering of een werkloosheidsuitkering moeten ze niet rekenen. Uber-chauffeurs moeten hun auto, hun benzine en het onderhoud van hun wagen zelf betalen. Het enige wat Uber hun biedt, is een software die toont wie een ritje nodig heeft. Maar er is geen enkele reden waarom één oppermachtig bedrijf die sector en de bijbehorende enorme winsten naar zich toe zou moeten trekken.”

De toekomst oogt redelijk somber. Artificiële intelligentie zal ervoor zorgen dat werknemers massaal door computers worden vervangen. En niet alleen arbeiders, maar ook boekhouders, radiologen, advocaten en allerlei administratief personeel lopen gevaar.

Foroohar: “Volgens een recente studie verwacht de meerderheid van de bedrijfsleiders wereldwijd dat ze in de toekomst door de digitale disruptie twee derde van hun werknemers zullen moeten omscholen of ontslaan. Ook de middenklasse zal hard worden getroffen. Aan de Columbia-universiteit heeft men een test gedaan waarbij een groep advocaten en een computer de fouten in een ingewikkeld contract moesten vinden. De computer vond 98 procent van de fouten, de advocaten 88 procent. Alleen: de advocaten deden er 90 minuten over, de computer twee seconden.

“Er vloeit ook zoveel geld naar artificiële intelligentie dat het wellicht veel sneller zal evolueren dan wij denken. Dat hoeft geen ramp te zijn. Veel zal afhangen van hoe we omgaan met de digitale transformatie. We beleven een nieuwe industriële revolutie. We zijn aan het overschakelen van een tastbare naar een niet-tastbare economie. Dat proces is al een jaar of twintig bezig en zal nog vijfig à zestig jaar duren. Big tech heeft eerst de consumententechnologie grondig door elkaar geschud met smartphones, home assistants en andere toestellen, en nu richten ze zich op nieuwe terreinen, zoals financiële diensten, de gezondheidszorg en transport. Die zullen de komende jaren een grondige transformatie ondergaan.”

Hoe verontrustend is dat?

Foroohar: “Het IMF maakt zich alvast grote zorgen over fintech, de vermenging van big tech en financiële diensten. Techbedrijven zijn, anders dan de gewone banken, namelijk niet aan regels gebonden. En je krijgt weer de gebruikelijke perverse effecten: bedrijven maken gebruik van algoritmes om je kredietwaardigheid te bepalen. Maar hoe die werken, weten we niet. Als je een lening wordt geweigerd, mag je niet weten waarom. Er zijn al gevallen geweest van algoritmisch racisme en seksisme.

“Nog veel onrustwekkender is dat de grote techbedrijven een soort zakenbanken zijn geworden. Met al hun overschotten hebben ze de voorbije jaren massaal bedrijfsobligaties gekocht. Veel bedrijven hebben van de lage rentes gebruikgemaakt om goedkoop te lenen, schulden te maken en met dat geld hun eigen aandelen op te kopen om de prijs ervan kunstmatig op te drijven. Dat is goed voor het topkader, want dat wordt dikwijls in aandelen uitbetaald. Het resultaat is dat we momenteel met de grootste obligatiezeepbel uit de geschiedenis zitten. Vroeg of laat zal die uit elkaar spatten.”

De techreuzen zouden dus aan de oorzaak kunnen liggen van de volgende financiële crisis?

Foroohar: “Dat denk ik wel. Bedrijven als Uber en WeWork zijn misschien wel de kanaries in de koolmijn. Uber kende een rampzalige beursintroductie, en de beursgang van WeWork werd zelfs ingetrokken omdat er niet genoeg vraag was naar het aandeel. Je ziet de eerste barsten verschijnen. Op een gegeven moment zullen de markten het begeven en ik ben ervan overtuigd dat big tech er een belangrijke rol in zal spelen. Ik heb vorige zomer alvast al mijn aandelen van de hand gedaan. Misschien wat vroeg, maar lang zal het niet meer duren voor de boel crasht.”

Verslaafde kinderen

Ook al blijven ze het zelf ontkennen, de diensten en producten die techreuzen aanbieden, zijn ook slecht voor onze geestelijke gezondheid.

Foroohar: “De bewijzen dat ze verslavend zijn, stapelen zich op. Techbedrijven maken massaal gebruik van technieken uit de gokindustrie en inzichten uit de gedragspsychologie. Omdat we nooit weten of en wanneer er iets leuks op onze smartphone of ons computerscherm verschijnt, raken we er helemaal aan verslaafd en blijven we klikken. Bedrijven huren massaal psychologen in om de nieuwste inzichten naar concrete toepassingen te vertalen en hun producten op die manier zo verslavend mogelijk te maken.

“Bedenkelijk genoeg zijn vooral kinderen gevoelig voor dat soort technieken. En denk maar niet dat de big tech de scrupules hebben om hen niet als doelwit te nemen: in de populaire game ‘Fortnite’ worden meer dan tweehonderd trucs en technieken gebruikt die het spel verslavender maken. Met succes: aankopen binnen het spel leverden ontwikkelaar Epic al ruim 2 miljard dollar op. Enkele jaren geleden zijn interne documenten uitgelekt waarin Facebook tegenover adverteerders opschepte dat ze met hun verfijnde technieken konden zien wanneer jongeren zich onzeker en gestresseerd voelden, en dus met advertenties konden worden bestookt op het moment dat ze er het gevoeligst voor waren. Zo ver gaat het dus.”

Wat zijn de gevolgen daarvan?

Foroohar: “Die worden steeds duidelijker. In de VS is de gemiddelde tiener zeven uur per dag met zijn telefoon bezig. Het toegenomen smartphonegebruik loopt zowat gelijk met een stijging van angstgevoelens, depressies en zelfs zelfverwonding. Dat vooral tieners er gevoelig voor zijn, is volgens specialisten niet verwonderlijk. Alles wat normaal bij die periode van het leven hoort – angsten, twijfels, het belang van sociale waardering – wordt door sociale media en het internet enorm uitvergroot. Dat gaat zo ver dat ze soms letterlijk de voeling met de realiteit verliezen. Onlangs was ik als spreker op een conferentie over sociale media. Tijdens de pauze werd ik aangesproken door een tienermeisje. Ze had soms het gevoel dat iets niet echt gebeurd was als ze er niks over op sociale media had gepost.”

Google en Apple hebben wel maatregelen genomen om hun producten minder verslavend te maken. 

Foroohar: “Ze beperken zich vooral tot cosmetische ingrepen. Ik zou pas echt onder de indruk zijn wanneer ze aanpassingen doorvoeren die hun inkomsten kosten. Maar het zijn zeker stappen in de goede richting.

“De kern van het probleem blijft het businessmodel waarop al die bedrijven zijn gestoeld: ze leven van gepersonaliseerde advertenties. Tot welke problemen zo’n businessmodel leidt, was al van in het begin duidelijk. Toen Larry Page en Sergey Brin in 1998 als universiteitsproject Google oprichtten, spraken ze zich krachtig uit tégen advertenties. Ze vreesden dat de belangen van de gebruikers zouden botsen met die van de adverteerders. Ze pleitten daarom voor een zoekmachine die vanuit de academische wereld of door een openbare instelling zou worden gerund. Pas toen de investeerders met hun dollars kwamen zwaaien en Google naar de beurs ging, keerden ze hun kar.”

Een goede deal

Big tech vormt ook een bedreiging voor de democratie. 2016, het jaar van de laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen, omschrijft u als ‘het jaar dat alles veranderde’.

Foroohar: “Dat jaar zag je voor het eerst grootschalige, georkestreerde online desinformatiecampagnes. We weten nog steeds niet zeker of die de verkiezingsuitslag hebben bepaald, maar het was een nieuw fenomeen dat we sindsdien overal zien: in het Verenigd Koninkrijk in de aanloop naar het brexitreferendum, en in Myanmar en Kameroen is Facebook zelfs gebruikt om genocides aan te moedigen. De massamoordenaar die dit jaar 51 mensen doodschoot in twee moskeeën in Nieuw-Zeeland kon zijn daad minutenlang live uitzenden via Facebook. Dankzij de advertenties bij het filmpje leverde het Facebook nog inkomsten op ook. Dat heeft hier en daar toch wel de ogen geopend.

“Onderzoek wijst uit dat het vertrouwen in de democratie afneemt naarmate mensen meer nieuws consumeren via sociale media. Dat komt onder meer omdat fake news zes keer vaker wordt gedeeld dan echt nieuws. Maar Facebook toont je vooral de propaganda waarin je al gelooft. Zo worden je overtuigingen en vooroordelen alleen maar versterkt. Het resultaat is dat mensen met verschillende meningen uit elkaar worden gedreven zoals nooit eerder in de geschiedenis. Ik vrees dat we nog lang niet hebben gezien wat voor nefaste effecten fake news écht kan hebben.”

Ook onze vrije wil zou in gevaar komen.

Foroohar: “Hebben we nog controle over de keuzes die we maken wanneer allerlei algoritmes ons in bepaalde richtingen duwen zonder dat we ons daar van bewust zijn? Ik denk dat velen nog altijd niet beseffen in welke mate ze gewillige marionetten van Silicon Valley zijn geworden.

“Het is tijd om als samenleving na te denken hoe we dit gaan beheren. In de jaren 50 en 60 rookte iedereen omdat we niet wisten dat het slecht was voor onze gezondheid, tot onderzoek uitwees hoe ongezond het was en de overheid ons daarover informeerde en één en ander reglementeerde. We bevinden ons vandaag op hetzelfde punt, alleen is het probleem ditmaal veel groter: we hebben te maken met iets dat schadelijk is voor de economie, voor het politieke systeem én voor ons brein.”

Zal het geen mentaliteitswijziging bij de gebruikers vergen? In ruil voor hun data en een deel van hun privacy kunnen we gebruikmaken van de diensten van big tech. Voor velen lijkt dat een goede deal.

Foroohar: “Terwijl het dat natuurlijk níét is. Wij denken dat wij de consument zijn, maar eigenlijk zijn wij het product. Die bedrijven zijn uit op onze aandacht en onze data, want daar kunnen ze waanzinnig veel geld mee verdienen. Het is ook een zeer ondoorzichtige deal. Zij weten namelijk wel hoeveel waarde onze data hebben, maar wij hebben er geen idee van. Dat is niet hoe de vrije markt hoort te werken.”

Hebt u een idee wat onze data waard zijn?

Foroohar: “Uit onderzoek weten we ook dat gepersonaliseerde reclame ongeveer dubbel zoveel waard is als traditionele reclame. Alleen al in Amerika wordt er jaarlijks 100 miljard dollar aan besteed op techplatformen. Dat is een zeer conservatieve schatting van wat onze data écht waard zijn, want niet alleen dat soort reclame brengt geld op.

“We moeten uitzoeken hoe we een deel van de opbrengst kunnen opeisen, én of we bedrijven wel de toestemming moeten geven om ons doen en laten voortdurend te volgen. Velen lijken dat normaal te vinden, maar dat is het niet.”

'Als Face­book een land was, zou het met zijn intussen 2,5 miljard gebruikers een pak groter zijn dan China.' Beeld Amy Lombard

Hoe kijkt men in Silicon Valley tegen die problemen aan?

Foroohar: “Ik was er pas nog, op een event met durfkapitalisten, investeerders en ondernemers, en zelfs daar sprak ik veel mensen die het problematisch vonden dat een handjevol grote spelers het ecosysteem domineert. Sommigen vrezen voor het politieke systeem, omdat de invloed van Silicon Valley steeds groter wordt.

“Interessant is dat er onlangs enkele revoltes waren bij het personeel van Amazon, Google en Facebook. Al een paar keer moesten controversiële beslissingen worden herroepen, omdat men het er op de werkvloer niet mee eens was. De verandering zal uit die hoek komen, want de echte waarde van dat soort bedrijven zit bij het personeel: zonder menselijk talent zijn ze niks. Als ze er niet meer in slagen de beste ingenieurs en programmeurs aan te trekken, zou hun dat echt pijn kunnen doen.”

Splinternet

Ook overheden lijken wakker geschoten: in de VS heeft het ministerie van Justitie onderzoeken geopend tegen een paar techreuzen en enkele Democratische presidentskandidaten hebben aangegeven dat ze big tech aan banden willen leggen. In Europa legde de EU bedrijven als Google al verschillende miljardenboetes op. Er lijkt toch iets te bewegen.

Foroohar: “Ik vind dat Margrethe Vestager (Deense Eurocommissaris die belast was met Mededinging en nu met Digitaal Beleid, red.) fantastisch werk levert. Zij zegt: ‘Genoeg is genoeg.’ In Frankrijk denkt men eraan publieke databanken op te richten die toegankelijk zouden zijn voor alle privéspelers. Zo ontstaat er publieke controle over welke informatie er wordt verzameld en gedeeld. Californië overweegt dan weer een digitaal beleggingsfonds op te richten dat gestoffeerd zou worden met een deel van de winst die met data wordt gemaakt – zoals in Noorwegen een deel van de opbrengsten uit olie naar de samenleving terugvloeit. Er zijn dus zeker gunstige ontwikkelingen.

“Waar ik me meer zorgen over maak, is China. Dat land is zijn eigen afgesloten digitale ecosysteem aan het ontwikkelen. Voor buitenlandse spelers wordt het steeds moeilijker om daar toegang toe te krijgen. In de strijd tegen China werpen Amazon, Google en Facebook zich nu op als de grote verdedigers van de Amerikaanse belangen. Om de concurrentie aan te kunnen gaan, moeten ze ‘groot en machtig blijven’ en mogen ze ‘niet te streng gereglementeerd worden’. Die argumenten gaan niet op, want bigger is niet better. Maar de overheid zal zeker onder druk worden gezet om de big tech-bedrijven groot te houden.

“De vraag is welke kant Europa zal kiezen. Delen van Europa, zoals Duitsland en Italië, worden nu al in het Chinese ecosysteem getrokken door onder meer de Chinese 5G-technologie die ze in huis hebben gehaald. Enerzijds moet Europa toch wat uitkijken en de belangrijke technologische infrastructuur niet aan China overlaten. Anderzijds moet het niet aarzelen om de Amerikaanse techgiganten op de vingers te tikken.

“Ik denk dat de komende tien jaar heel woelig zullen worden. Het zou best kunnen dat we met een soort splinternet eindigen waarbij de VS, Europa en China ieder hun eigen weg gaan.”

Rana Foroohar, ‘Don’t Be Evil: How Big Tech Betrayed Its Founding Principles – and All of Us’, Currency

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234