Dinsdag 20/04/2021

Veel meer kinderen dan gedacht met astmaklachten

undefined

Vroegtijdig opsporen kan nog altijd niet

Tien tot twintig procent van de Vlaamse schoolkinderen bij wie nog nooit astma werd vastgesteld, kampt toch met astmaklachten. Dat komt naar voor uit een studie in opdracht van de voormalige Vlaamse minister van Gezondheid Mieke Vogels (Agalev). Verder blijkt dat de aandoening vroegtijdig opsporen veel moeilijker is dan gedacht. Daarom zet Vogels' opvolgster Adelheid Byttebier haar schouders onder een actieplan. 'Astma is in alle opzichten een moeilijke ziekte', zegt kabinetsmedewerker Pieter Vandenbulcke.

Brussel

Eigen berichtgeving

Barbara Debusschere

Steeds meer kinderen en volwassenen hebben regelmatig het gevoel dat ze stikken en moeten geregeld met piepende longen en een fluitende ademhaling door het leven. Volgens internationale cijfers heeft ongeveer 5 procent van de kinderen vanaf vijf jaar astma. Ook de Vlaamse cijfers gaan in die richting. Recente bevindingen wezen er echter op dat het wel eens om een groter aantal zou kunnen gaan.

Het nieuwe onderzoek bevestigt dat. In totaal werden ruim 5.400 leerlingen uit het eerste leerjaar onderzocht. Opzet van het onderzoek was om een test te vinden waarmee je astma via de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB's) vroegtijdig kunt detecteren. Als je er vroeg bij bent en meteen met de juiste behandeling start, zal de patiënt immers beter evolueren.

De eerste test is een vragenlijst die peilt naar typische klachten zoals piepend ademen of hoesten bij een inspanning. Maar liefst 20 procent van de leerlingen bij wie nog nooit astma was vastgesteld, scoorde positief op die test. Vandenbulcke: "Dat is verontrustend veel. Enerzijds geeft die test geen uitsluitsel omdat het geen echte diagnose is, maar zelfs dan nog heeft een veel grotere groep dan gedacht astmaklachten." Opvallend is ook dat een relatief grote groep van kinderen bij wie nooit de ziekte vastgesteld werd daar erg ernstige symptomen van vertoont.

De tweede test is een fysieke inspanningstest waarbij de kinderen zes minuten lopen. Ook hier blijkt dat meer kinderen dan gedacht astma of minstens astmaklachten hebben. Ruim 10 procent van de deelnemende leerlingen bij wie nooit astma werd vastgesteld, legde die test positief af. "Tussen 10 en 20 procent van de Vlaamse kinderen heeft dus astma of astmaklachten zonder dat het bekend is", aldus Vandenbulcke.

Toch zijn beide tests niet bruikbaar als algemene preventieve opsporingsmethode. Wanneer de deelnemers een van de twee testen ondergaan, blijkt dat de helft van de astmapatiënten niet gezien wordt maar dat bijna 25 procent van de deelnemers onterecht voor een astmabehandeling wordt doorverwezen. "In die zin is het opzet van het onderzoek mislukt. De testen zijn niet gevoelig genoeg. Astma is zo moeilijk op te sporen omdat de klachten vaak erg algemeen klinken. Maar ondertussen hebben we wel de scores van de kinderen. Die tonen dat er veel meer astmapatiëntjes of kinderen met astmaklachten rondlopen dan we dachten", aldus Vandenbulcke.

Mogelijk heeft dat te maken met een negatief imago dat aan de ziekte kleeft. Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat een groot deel van de leerlingen bij wie astma nog niet werd vastgesteld wel medicijnen tegen ademhalingsstoornissen neemt. Vandenbulcke: "Veel ouders zijn blijkbaar bang voor het etiket 'astma'. Patiëntenverenigingen bevestigen dat. Aan astma kleeft nog het idee van een moeilijk te behandelen en soms angstaanjagende ziekte. Vroeger moesten die patiënten afgezonderd worden of in de bergen gaan wonen. We zien dat dokters ook wachten om het woord astma te laten vallen. Ze zeggen liever 'hij heeft weer eens een bronchitis', om de ouders geen schrik aan te jagen."

Die onderkenning van astma kan nadelig zijn. "Vaak zeggen ouders dan: 'Mijn kind is weer eens verkouden en uitgeput als het beweegt, dus moet het thuisblijven en vooral niet bewegen.' Maar bij astma is sporten net erg belangrijk. Kinderpneumologen melden ook dat veel kinderen die eigenlijk astma hebben behandeld worden tegen bronchitis. Ze slikken siroop en pillen terwijl ze eigenlijk een puffer nodig hebben", zegt Vandenbulcke.

Nu blijkt dat vroegtijdige opsporing voorlopig niet kan, kondigt Byttebier vandaag op een congres over astma wel een plan aan om de aandoening toch zoveel mogelijk in te dijken. Informatie is de eerste belangrijke pijler. De Astma- en Allergiekoepel werkt aan website voor ouders en opvoeders. Informatie over astma en sport of wat te doen bij astma-aanvallen in de klas wordt daarin op een rijtje gezet en misverstanden worden uitgeklaard.

Door een actiever antirookbeleid aan te moedigen zou astma eveneens tegengegaan moeten worden. In de woning van 14 procent van kinderen onder de tien wordt gerookt, zo bleek eerder. Acties zoals rookvrije klassen en rookstopprogramma's zijn dus essentieel. Via de campagne Vinnig Vlaanderen wordt het belang van beweging in de verf gezet. Verder gaat de Wetenschappelijke Vereniging voor Huisartsen haar algemene methode om met jonge astmapatiënten om te gaan opfrissen.

Ten slotte roept Byttebier alle opvoeders op voortaan aandacht te hebben voor vier signalen die op astma kunnen wijzen. Vandenbulcke: "Uit het onderzoek leiden we vier situaties af waarbij je als ouder of leerkracht aan astma moet denken. Een kind dat door gehoest gehinderd wordt bij een lichamelijke inspanning, dat slecht presteert in de sportles of dat sporten mijdt, heeft mogelijk astma. Ook een kind dat vaak 'banale verkoudheden' heeft, moet een belletje doen rinkelen. Plotse hoestaanvallen 's nachts of in bepaalde seizoenen zijn een vierde signaal. Ondertussen blijft het wachten op een goede opsporingsmethode."

Info: www.astma-en-allergiekoepel.be

'Aan astma kleeft nog het taboe van zielige mensen die in de bergen moeten gaan wonen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234