Zaterdag 28/05/2022

InterviewTülin Erkan

‘Veel debuterende schrijvers zijn iets te veel met hun ego bezig’

Tülin Erkan: ‘Het duurde een poos voor ik besefte: mijn eigen stem, misschien mag die er ook zijn.' Beeld Wouter Van Vooren
Tülin Erkan: ‘Het duurde een poos voor ik besefte: mijn eigen stem, misschien mag die er ook zijn.'Beeld Wouter Van Vooren

De licht bevreemdende roman Honing­eter speelt zich integraal af in een luchthaven in Istanboel, waar Sibel elke dag weer haar vlucht naar Brussel mist. Tülin Erkan: ‘Noem het maar een koppig debuut.’

Dirk Leyman

Er zijn zo van die romans die het verwachtingspatroon van de lezer zachtjes ondermijnen. De Turks-Vlaamse Tülin Erkan (33) gaat er prat op dat ze met Honing­eter een filmisch debuut heeft geschreven dat resoluut buiten de lijntjes kleurt. En waarin taal, herinnering én ontheemding in elkaar grijpen, in een ronde­dans met drie verweesde personages én een hond. “Ik denk in scènes en beelden. Ik kan urenlang naar passanten zitten kijken op een en dezelfde plek. Liefst zo anoniem mogelijk.”

“Het verhaal van Honing­eter heeft lang gerijpt”, vertelt Erkan aan tafel in haar Borgerhoutse bovenwoning, waar haar spring­lustige kat geregeld hevig miauwend naar aandacht en brokjes hengelt. Ze noemt zich “een super­trage schrijver”: “Ik zit helemaal niet fluitend achter mijn bureau. Alles moet honderdmaal door mijn hoofd razen voor ik het op papier krijg. Maar dit moest er wél uit. Als kind was ik al bezeten door verhalen. Toen ik nog niet kon lezen of schrijven, traceerde ik letters in boeken met een plastic pennetje, zo imiteerde ik het idee van schrijven. Ik was er al vroeg van overtuigd: taal, dat wordt mijn middel.”

Dat het uiteindelijk de Nederlandse taal werd, lag niet voor de hand. Hoewel Erkan zichzelf een geboren en getogen Oostendenaar noemt – haar West-Vlaamse tongval valt niet te verdoezelen – scheelde het niets of ze zocht soelaas in de Franse letteren. “Het Oostendse dialect heb ik pas op school aangeleerd, met vriendinnetjes. Natuurlijk ben ik er nooit meer vanaf geraakt, zelfs hier in Antwerpen niet. (lacht) Maar ik ben in wezen tweetalig opgevoed. Mijn Belgische moeder is Frans­talig, mijn oma is Brits, maar we spraken vaak Frans met elkaar. Of een mengtaal, we doen dat nog steeds, heel grappig. Hoewel ik mijn moeder opdroeg om Nederlands met me te praten, want dat wou ik per se onder de knie krijgen. Als kind leerde ik bij mijn Turkse familie een basiskennis Turks, maar verder dan om een dondurma (ijsje) vragen kwam ik niet. Met mijn vader sprak ik als kind Frans, nu praten we Engels met elkaar. Taal is nogal vloeibaar in onze familie.”

“Mensen veronderstellen te vaak dat een naam samenhangt met een taal”, lezen we in Honing­eter. Een subtiele verwijzing naar hoe ze als ‘Tülin Erkan’ steeds onmiddellijk als Turks wordt gepercipieerd. “Soms ben ik me er erg van bewust dat ik tussen twee stoelen val. Daarna vergeet ik het weer. Maar ik zie het als iets positiefs. Als schrijver is het erg interessant om met die meer­lagig­heid te spelen. Toch wilde ik me als kind het liefst conformeren aan mijn Vlaamse vriendinnetjes, al voelde ik soms hoe misplaatst ik was.”

'Ik heb niets met de traditionele spanningsboog van actie en reactie.' Beeld Wouter Van Vooren
'Ik heb niets met de traditionele spanningsboog van actie en reactie.'Beeld Wouter Van Vooren

Om haar schrijversdroom te verwezenlijken, ambieerde Erkan na haar studies Nederlands en Frans een job bij een uitgeverij. “Behoorlijk ontnuchterend en ook een tikje naïef”, geeft ze nu toe. “Ik dacht gewoon: het is mooi om boeken de wereld in te sturen. Dat komt me nog van pas als ik zelf schrijf. (lacht) Wist ik veel. Ik belandde bij een juridische uitgeverij (Die Keure in Brugge, DL). En zo ontdekte ik dat uitgeven ook een behoorlijk commerciële bezigheid is. Ik werd er ronduit taal­neurotisch, dat was ook nodig bij het corrigeren van die erg specifieke juridische teksten.”

Komt nog bij, vervolgt Erkan, dat haar literaire godfathers haar een tijdlang verlamden. “Ik las Vladimir Nabokov, Oscar Wilde en vooral Jeroen Brouwers. Ik was totaal geïntimideerd door al die goeie boeken. Ik durfde geen woord meer neer te schrijven. Het zorgde voor deemoed én het pijnlijke gevoel niets te kunnen bijdragen aan de literatuur. Pas later besefte ik dat ik me niet hoefde te identificeren met al die grote, oude mannelijke schrijvers.”

Tabula rasa

Afstand nemen en tabula rasa maken, dat stond haar te doen, ontdekte Erkan. “Het duurde een poos voor ik besefte: mijn eigen stem, misschien mag die er ook zijn. Blijf dicht bij jezelf en geloof in je authenticiteit.” Erkan stuurde haar manuscript van Honing­eter naar uitgeverij Polis, die meteen toehapte. Maar kort daarna werd de uitgeverij opgedoekt en ging ze op in Pelckmans. “Alles was grotendeels publicatieklaar. En dan kwam corona. Mijn boek lag bijna twee jaar op publicatie te wachten.”

Ontmoedigend? Nee, vervolgt Erkan, die de kunst van de zelfrelativering tot in de puntjes beheerst. “Voordeel was dat ik nog eens met een frisse blik naar mijn manuscript kon kijken. En verder ben ik nogal nuchter. Van nature hoed ik me voor valse verwachtingen. Uit een soort zelfbescherming, zeker? Of is het mijn aangeboren bescheidenheid? (giechelt) Als debutant moet je er sowieso niet van uitgaan dat iedereen je boek wil lezen. Ik ben ook niet het type om het van de daken te gaan schreeuwen. Veel debutanten zijn mij iets te veel met hun ego bezig.”

In het zorgzame, bijna geciseleerd geschreven Honing­eter is een centrale rol weggelegd voor de Istanboelse luchthaven Atatürk. Erkan haalt er een grondplan bij en toont hoe ze de structuur van haar boek entte op de aankomst- en vertrek­gates. “Paradoxaal genoeg werkte dat keurs­lijf erg creatief: ik liet me leiden door de plattegrond en gaf binnen dat kader toeval vrij spel.”

“De setting van een luchthaven heeft bovendien iets circulairs: alles herhaalt zich, mensen komen aan en vertrekken weer, in een nooit eindigend ritme. Kijk naar de symboliek van roltrappen en bagage­banden. Het zijn non-plekken, net als stations. Je komt in een transit­situatie. Als kind heb ik heel vaak in luchthavens gezeten en gewacht. Ik beleefde dat als momenten waarop de tijd stilstond.”

Door een sneeuwstorm lijkt het bovendien of de drie hoofd­personages – de ex-piloot Wernicke, Sibel en de veiligheids­agent Ömer - gegijzeld zijn in de luchthaven. “Ik wou een stolpje over mijn verhaal aanbrengen en een micro­kosmos creëren. En tegelijk wou ik een universele roman schrijven waarin taal zowel bindend als ontwrichtend kan zijn.”

Die ontheemding weet ze goed over te brengen. Lange tijd weten we niet precies wat Sibel overkomen is. Iedereen lijkt wel behekst door een verleden waar ze geen grip meer op krijgen. “Kun je ooit afscheid nemen van een verleden? Het zijn stuk voor stuk ontwortelde personages. Wernicke, de piloot die niet meer mag vliegen, is vernoemd naar zijn ziekte­beeld (afasie van Wernicke) en lijdt aan taal­verlies. Sibel studeerde dierengeneeskunde en bij haar zijn taal en herinneringen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waarom kan ze niet vertrekken? Op welk signaal wacht ze? Op een afscheidsritueel?”

null Beeld Wouter Van Vooren
Beeld Wouter Van Vooren

Kijken en bekeken worden. Mechanismen van aantrekken en afstoten tussen vrij anonieme personages. Wisseling van perspectieven. Van Erkan mag de lezer zelf de puzzel leggen. “Ik vind het intrigerend als personages niet ‘rond’ geschreven zijn, zodat er iets suggestiefs en onafs blijft. Honing­eter is ook erg filmisch opgevat, het moest bijna een slow­motion­vertelling worden. Dat filmische spoort met die veiligheidscamera’s waarmee Ömer de luchthaven begluurt. De personages beseffen voortdurend dat ze in het oog gehouden worden. Maar na een tijd vergeten ze het weer. Gek hoe normaal we het zijn gaan vinden dat op sommige plekken elke handeling wordt geregistreerd.”

Voorzichtig weeft Erkan ook een paar herinneringen aan Turkije in, naast elementen van de Turkse folklore. “Ik wou dat niet te veel beklemtonen, al voelen ze wel aan als kleine odes aan Turkije. Dat Turks fruit dat als de madeleine bij Proust herinneringen opwekt, muziek... Het maakt mijn wat koele hoofdpersonage iets menselijker, alsof ze haar barrières laat vallen en een paar zintuiglijke ervaringen beleeft.”

Netflix-stramien

De autobiografische component wuift ze weg. “Herinneringen zijn bedrieglijk. Die vorm je uiteindelijk steeds om tot verhalen. En binnen vijf jaar zie je ze weer helemaal anders, denk maar aan wat Douwe Draaisma daarover schrijft. Het worden constructies. Uiteindelijk telt vooral wat je er als schrijver mee aanvangt. Echt gebeurd, dat vind ik ronduit saai. En je moet een boek altijd los van de persoon van de auteur kunnen zien.”

Mogen we Honing­eter – met zijn atmosfeer die lichtjes aan zowel Ben Lerner, Samuel Beckett als de vroege Peter Handke doet denken – een gedurfd debuut noemen? “Noem het liever een koppig debuut”, haast Erkan zich te zeggen. “Maar ontoegankelijk is het toch niet? Als lezer vermoed je wellicht dat er meer toenadering komt tussen bijvoorbeeld Ömer en Sibel. Maar dat kets ik af. Akkoord, ik heb niets met de traditionele spanningsboog van actie en reactie, of het standaard­verhalen­recept volgens Netflix-stramienen.”

Of haar volgende schrijfproject weer een roman wordt? Daarvoor steekt ze haar hand niet in het vuur. “Ik schrijf sinds kort in het WatLab (Writing Apart Together Lab) van Vonk & Zonen in de Blik­fabriek in Hoboken. En daar stuit je op zoveel schrijvers uit andere disciplines én zelfs scenaristen. Aangezien ik beeldend en filmisch te werk ga – zo werkt mijn brein nu eenmaal – vraag ik me af of ik niet eerder die weg zal in­slaan. Een roman is niet heiligmakend, toch? Een ding is zeker: met taal blijf ik spelen.”

Tülin Erkan, 'Honing­eter', Pelckmans Uitgevers, 210 p., 20 euro  Beeld rv
Tülin Erkan, 'Honing­eter', Pelckmans Uitgevers, 210 p., 20 euroBeeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234