Zaterdag 03/12/2022

Veel bergen en een heuveltje

Een onopvallend rijhuis in het centrum van Louth. In dit cultuurarme maar rolstoelvriendelijke Engelse provinciestadje, net onder Hull, leeft en werkt Robert Wyatt. Men heeft hem een 'rooie rakker' genoemd, een sociaal bewogen nar. In werkelijkheid is hij een muzikale duizendpoot, die het minimalisme niet schuwt en integriteit als zijn hoogste goed beschouwt. Twee jaar na Shleep heeft Rykodisc nu zijn hele oeuvre heruitgebracht. Met als sluitstuk: vijf EP's in een fraai verpakte box. 'Er zijn al zoveel platen op de wereld, dus maak ik er niet meer dan strikt noodzakelijk is.'

Hij ontvangt me in zijn werkkamer, die hij grappend als zijn speeltuin omschrijft. "Hier vul ik mijn dagen, pulk ik deuntjes uit mijn hoorn en blaas ik mee met mijn favoriete jazzplaten," zegt hij, met zijn ogen knipperend naar de eerste voorjaarszon die door het raam naar binnen sluipt. "Vooral trage. Tijdens de snellere passages loop ik meteen verloren, haha."

Ik vraag Robert Wyatt of hij met enige voldoening terugkijkt op het half dozijn platen dat hij de jongste 25 jaar heeft afgescheiden. "Pfff. In vergelijking met generatiegenoten die zestig langspelers hebben opgenomen of dertig boeken geschreven, valt mijn oeuvre nogal mager uit, vrees ik. Als ik naar Charles Mingus of Miles Davis luister, besef ik dat die kerels bergen hebben verzet, terwijl ik zelf hooguit een klein heuveltje heb gemaakt. Maar uiteraard ben ik blij dat mijn platen eindelijk weer vlot verkrijgbaar zijn. Het zijn mijn baby's, niet? De meeste zijn wel een beetje kreupel, maar ondanks hun tekortkomingen voel ik er nog steeds affectie voor. Alleen is er een groot verschil tussen wat ik destijds in mijn hoofd hoorde en wat er op de platen is beland. Mijn dromen waren altijd ambitieuzer dan ik waar kon maken. Ik loop niet zo hoog op met mijn eigen werk, maar anderzijds schaam ik me er ook niet voor. Ik blijf mezelf erin herkennen.

"Wel heb ik in de voorbije jaren een boel fouten gemaakt. En telkens als ik dacht: 'nu heb ik mijn lesje wel geleerd', blunderde ik weer op een ander terrein. Frustrerend: doorgaans besef je pas wat je had moeten doen als het al te laat is. Maar eigenlijk probeer je toch altijd dezelfde plaat te maken. Als de ene al van de andere verschilt, komt dat enkel doordat er halverwege altijd wel iets misloopt."

De meeste artiesten die hun werk heruitbrengen op cd, maken van de gelegenheid gebruik er een paar bonustracks aan toe te voegen. Wyatt heeft dat bewust niet gedaan. "Een plaat moet een eigen structuur, een eigen karakter hebben. Als je daar achteraf aan gaat prutsen, komt de samenhang in het gedrang. Precies daarom hebben we ook besloten mijn EP's in een box samen te brengen, liever dan nummers te combineren die eigenlijk niet samen horen. Bovendien is er vandaag de dag al zoveel muziek beschikbaar dat je je meer dan ooit dient af te vragen of de luisteraar die overdaad nog wel kan verteren. Cd's duren te lang; het leven is te kort. Het kan dus geen kwaad je af en toe wat te beperken."

Hoewel Robert Wyatt zich al zijn hele solocarrière lang in het popmilieu beweegt, heeft hijzelf altijd een voorkeur gehad voor jazz, bebop en andere stijlen die aan de rock'n'roll voorafgingen.

"Dat heeft met mijn leeftijd te maken," vertelt hij. "Ik ben opgegroeid in de fifties, toen jazz een piekmoment beleefde. Op school voelde ik me niet goed in mijn vel en met meisjes wilde het ook al niet lukken, dus werd muziek mijn vluchtheuvel. Onder invloed van mijn vader en oudere broer luisterde ik al vroeg naar Benjamin Britten, Hindemith, Stravinski, dingen die in ritmisch en harmonisch opzicht vrij avontuurlijk waren, maar mij heel normaal in de oren klonken. Voor mij bestaat er geen atonaliteit: iedere combinatie van noten en ritmen lijkt me perfect verdedigbaar.

"Ik hield ook van Eddie Cochran, Buddy Holly en Little Richard, maar die muziek associeerde ik toch vooral met het uitgaansleven. Thuis, als ik alleen was, luisterde ik liever naar dingen die wat meer aandacht en concentratie vergden. Eigenlijk bevind ik me op het snijpunt van jazz en rock. Ik ben weg van Charlie Parker, maar in tegenstelling tot mijn oudere jazzvrienden zie ik ook in wat er grappig en opwindend is aan een Johnny Rotten. Niet dat ik mezelf als breeddenkend beschouw, maar ik heb nooit een kwalitatief onderscheid gemaakt tussen jazz, rock, klassiek of avant-garde. De reden waarom ik me meestal van eenvoudige popstructuren bedien, is dat ik, ondanks mijn uiteenlopende muzikale interesses, eigenlijk nogal... simpel van geest ben." (giechelt)

Wie de verschillende stadia van Robert Wyatts carrière tracht te reconstrueren, krijgt de indruk dat de artiest een omgekeerde evolutie heeft doorgemaakt. De ingewikkelde freejazzexperimenten uit zijn Soft Machine-periode, zijn gaandeweg geweken voor een benadering die directer, compacter en poppier aandoet. "Toen ik pas begon, wilde ik actief zijn op alle fronten, het liefst tegelijkertijd," legt hij uit. "Vandaag zie ik meer heil in het elementaire en uitgepuurde. In zekere zin zou je de weg die ik heb afgelegd kunnen vergelijken met die van schilders als Klee, Miró of Picasso. Toen ze jong waren, maakten die kunstenaars heel gecompliceerde dingen. Maar aan het eind van hun leven vonden ze het blijkbaar niet langer nodig hun technische vaardigheid te demonstreren en keerden ze terug naar de eenvoud. Sommige van hun late werken lijken wel kindertekeningen.

"Vroeger wilde ik per se uitblinken; bewijzen dat ik de snelste drummer van het noordelijke halfrond was. Maar ach, dat hoort bij de adolescentie. Ik hoef niet meer zo nodig de meest begaafde jongen van de klas te zijn. Toch zoek ik nog steeds de uitdaging op: de drang technische obstakels te overwinnen en zo mijn grenzen te verleggen, houdt me gaande. Zo heb ik onlangs, voor het eerst in mijn leven, een song in het Italiaans opgenomen ('Del mondo' van CSI, DS). De worsteling met zo'n vreemde taal behoedt me voor gemakzucht. Maar eigenlijk maak ik nooit plannen voor de toekomst; ben ik veel te wispelturig voor. De ene dag wil ik dít, de volgende weer wat anders. Ik besef heel goed dat ik wel vier verschillende levens zou kunnen leiden en daarom keuzes moet maken. Maar daar ben ik niet zo goed in. Dus laat ik me leiden door mijn instincten en beweeg ik me, zoals een blinde, voort op de tast. Het denken, het analyseren, komt later. Op het moment dat ik een plaat maak, weet ik immers nooit wat ik aan het doen ben."

Na het even complexe als introspectieve Rock Bottom uit 1974 bracht Robert Wyatt met Neil Diamonds 'I'm a Believer' en Chris Andrews' 'Yesterday Man' een paar verrassend pure popsingles uit. "O, ik ben altijd dol geweest op popliedjes; heb de grootste bewondering voor mensen die ze, schijnbaar moeiteloos, uit de lucht kunnen plukken. Zelf ben ik daar niet toe in staat, maar ik vond het wél boeiend een poosje in een bestaande popsong te logeren en me vertrouwd te maken met de architectuur ervan. Zodra je de vorm beheerst, kun je hem immers naar je hand zetten en er iets nieuws mee doen. Maar er was nog een tweede reden voor die singles. De mensen die van mijn werk hielden, beschouwden het als superieur aan popmuziek en dat was een snobistisch standpunt dat ik onmogelijk kon delen. Om hen op het verkeerde been te zetten, begon ik dus zelf pop te maken. Het was mijn manier om te zeggen: wel, misschien is die muziek niet goed genoeg voor jullie, maar ze is in ieder geval goed genoeg voor mij."

Ook tijdens de jaren tachtig wierp Wyatt zich, met songs als 'Shipbuilding', 'Round Midnight' en 'Biko', vooral op als een onnavolgbare interpretator van andermans werk.

"Creativiteit wordt te vaak geassocieerd met de goddelijke gave iets te creëren uit het niets," vindt hij. "Terwijl transformatie minstens even ingrijpend kan zijn. Een song van Irving Berlin bloeit pas helemaal open als hij wordt gespeeld door iemand als Coltrane. Jazzmuzikanten hebben nogal wat liedjes uit banale Amerikaanse musicals opgewaardeerd door er een nieuwe interpretatie aan te geven. Je kunt dus ook creatief zijn zonder de 'uitvinder' van je eigen kunst te zijn. Is Shakespeare een minder grote kunstenaar omdat hij voor geen van zijn stukken zelf de plot heeft verzonnen? Hij interpreteerde gewoon een traditie, net zoals folkmuzikanten doen die hun culturele erfgoed in stand helpen te houden. Creativiteit is een collectief proces, een voortdurende uitwisseling tussen mensen die zich van eenzelfde idioom bedienen. Ach, ik ben niet zo geïnteresseerd in individuele statements: de ambitie absoluut origineel te willen zijn heeft in mijn ogen iets kinderlijks. Per slot van rekening is alles herinterpretatie."

Volgens Robert Wyatt is componeren nauwelijks meer dan een 'terugwinningsproces': "Als ik muziek schrijf, heb ik vaak het gevoel iets te ontdekken dat op mij lag te wachten, dus ben ik net zo verbaasd over mijn vondst als een buitenstaander. Alleen ben ik de eerste die ze te zien krijgt. Michelangelo zei het al: 'Als ik een beeld houw uit een blok graniet, doe ik in feite niets anders dan te voorschijn halen wat er al in zat. Ik verwijder slechts de steen die het aan het oog onttrok.' Wel, zelf doe ik iets soortgelijks met muziek. Het pianoklavier bevat alle noten. Het komt er dus op aan de overtollige te elimineren. Wat overblijft, is de song. En iedere song maakt deel uit van een landschap. Ik maak slechts raampjes in mijn schedeldak, om uitzicht te krijgen op telkens weer een ander stukje ervan. Maar het panorama wás er al. Mijn aandeel bestaat er alleen in alles te doen wat in mijn vermogen ligt om het zichtbaar te maken. Het materiaal dringt zich gewoon aan je op. Als songwriter ben je dus minder autonoom dan men doorgaans aanneemt. Want hoe kun je nu invloed uitoefenen op iets dat je nog moet vinden?"

Zijn solodiscografie mag dan al vrij beknopt aandoen, het aantal platen waarop Robert Wyatt als gast figureert, van Ben Watt tot Ultramarine en van News From Babel tot The Last Nightingale, is nauwelijks bij te houden. De zanger gaat zelden een samenwerking uit de weg en weet zich zonder veel moeite aan iedere muzikale omgeving aan te passen.

"Artiesten zijn rare wezens," lacht hij. "Vaak is de schrijver in jou zich helemaal niet bewust van de mogelijkheden van de uitvoerder in jou. En soms kan een compositie van iemand anders je dwingen iets met je stem te doen waar je zelf nooit op zou zijn gekomen. Daarom zijn uitwisselingen met andere muzikanten zo verrijkend. Als ik bijvoorbeeld met Chris Cutler en Lindsay Cooper werk, kom ik in een context terecht die ik, met mijn beperkte bagage, nooit zelf zou kunnen creëren. Maar doordat ik aan de vereisten van hun materiaal tegemoet wil komen, slaag ik erin mijn ingebeelde beperkingen te overstijgen. Hetzelfde gaat op voor mensen als Mike Mantler of Carla Bley: ze geven je een duw in de rug, doen je ontdekken dat je meer aankunt dan je altijd had vermoed. En zo leer je dingen die je achteraf ook in je eigen werk kunt gaan toepassen."

In de periode 1980-1981 nam Robert Wyatt voor Rough Trade enkele politiek geëngageerde singles op, die later verzameld zouden worden op Nothing Can Stop Us: het van Chic geleende 'At Last I am Free'; de Cubaanse traditional 'Caimanera'; het van Billie Holiday bekende 'Strange Fruit'.

"Het maatschappelijke klimaat in Engeland werd op dat ogenblik steeds nadrukkelijker bepaald door racisme en intolerantie," herinnert Wyatt zich. "Voor mij was dat een schok, want mijn helden hadden alle kleuren van de regenboog. Ik voelde me persoonlijk beledigd door de enge, verkrampte, maar steeds populairder wordende definitie van wat het betekende Brits te zijn. En geconfronteerd met zoveel vreemdelingenhaat vond ik dat ik niet passief kon blijven. Singles zijn een snel, relatief goedkoop medium en net daardoor prima geschikt om op zo'n situatie te reageren.

"Je zou kunnen zeggen dat er in het Engeland van de vroege jaren tachtig een soort burgeroorlog woedde, met als inzet: de nationale identiteit. Welnu, ik zag en zie mezelf nog steeds als een soldaat in die strijd. Want ook vandaag stoort het me mateloos dat politieke vluchtelingen uit Oost-Europa als indringers worden beschouwd en systematisch door de Britse vreemdelingenpolitie worden teruggestuurd. Mijn houding is: zet alle poorten wijdopen, laat iedereen binnen. Wie weet bevindt de nieuwe Django Reinhardt zich wel onder hen? (lacht) Pas als mijn land op een gastvrije manier omgaat met mensen in nood, zal ik trots kunnen zijn op mijn nationaliteit. Geen minuut eerder."

Dat de zanger ten tijde van zijn EP Work in Progress liederen opnam van Cubaanse en Chileense origine is dan ook geen toeval. Zelden had hij indringender geklonken als in het van Victor Jara geleende en in het Spaans gezongen 'Te recuerdo Amanda'. Bediende Wyatt zich bewust van een andere taal om een dam op te werpen tegen het superioriteitsgevoel van de Britse rechterzijde?

"Precies. Dát aspect was minstens even belangrijk als de inhoudelijke betekenis van de songs. Men had het ook almaar over rockmuziek als spreekbuis van de jeugd, als een gemeenschappelijke taal die alle jongeren verenigde. Maar dat was een mythe. Zowat de hele wereld luistert naar Anglo-Amerikaanse popplaten en op zich is daar niets mis mee; ik luister ook naar Italiaanse opera. Maar Engelstaligen verwerpen per definitie haast alles wat niet in hun taal wordt gezongen. En wat me al helemaal irriteerde, is dat in een cultuur waarin zo met rebellie wordt gedweept, voor échte rebellen als Victor Jara geen plaats bleek te zijn. De rockideologie bepaalt immers dat alleen wie snelle, luide muziek speelt en zijn longen uit zijn lijf schreeuwt, echt subversief is. Zo'n Chileense poëet, die zachte liedjes zong met een akoestische gitaar, paste niet in dat plaatje. Toen de vazallen van Pinochet hem te pakken kregen, braken ze eerst al zijn vingers. Vervolgens maakten ze hem af als een hond. Maar ook al wist Jara welk gevaar hij liep, het belette hem niet te blijven zingen."

Wyatts sociale en politieke betrokkenheid zou nog toenemen op het Spartaans gearrangeerde Oldrottenhat (1985), dat zich liet beluisteren als een radiobericht van het ondergrondse verzet in oorlogstijd. "Toch reageerde ik niet bewust op wat er tijdens de Thatcher-jaren in de wereld gebeurde: ik lééf namelijk niet in de wereld. Sinds ik in een rolstoel zit, blijft mijn wereld beperkt tot een klein kringetje van vrienden en familieleden. Maar omdat ik toen veel naar de radio luisterde, werd ik mij pijnlijk bewust van het verschil tussen de feiten en de manier waarop ze in de nieuwsbulletins van Radio One werden weergegeven. In feite ging het om politieke bulletins, waarin op een heel specifieke manier tegen de werkelijkheid aan werd gekeken. Die journaals worden geacht objectief te zijn, maar alleen al door het taalgebruik, door omschrijvingen zoals 'extremistisch' of 'hervormingsgezind', die een impliciet oordeel inhouden, wordt de perceptie van de luisteraar beïnvloed en gemanipuleerd. Het establishment gebruikt de media om de wereld op te delen in de goeden en de slechten. "Dat besef riep een boel songs in me wakker, maar toch was mijn reactie veeleer emotioneel dan verstandelijk. De media waren er op uit mijn wereldbeeld te programmeren en door die nummers te schrijven zorgde ik, onbewust, voor enig tegengewicht. De dingen waar ik veel over nadenk of die me raken lijken vanzelf de weg naar mijn songs te vinden. Maar als die zwaarwichtigheid in mijn werk sluipt, gebeurt dat ondanks mezelf. Want eigenlijk ben ik een frivole natuur: ik doe niets liever dan lol trappen en voel me aangetrokken tot al wat luchtig en komisch is. Humor legt in één oogopslag de tegenstelling bloot tussen menselijke aspiraties en reële tekortkomingen. Ach, songs schrijven is in wezen niets anders dan een onschuldig spelletje met woorden, een aaneenschakeling van tegenstrijdige of onverwachte beelden. Ik zoek de ernstige onderwerpen nooit op, maar vroeg of laat weten ze je wel te vinden. En leven en dood zijn nu eenmaal dingen waar je ook mee om moet leren gaan." Dondestan, een cd uit 1991, werd onlangs door Robert Wyatt geluidstechnisch opgekalefaterd, omdat hij niet tevreden was over de oorspronkelijke versie. Zelfs de songs werden anders geschikt. Doet de gewezen communist hier niet aan geschiedvervalsing?

Wyatt proest het uit. "De meeste kunstenaars zijn stalinisten, toch? Het liefst van al zouden ze de wereld in een nieuw kleurtje schilderen om hem nader bij hun visie te doen aansluiten. Of we het nu willen of niet: we leven in het tijdperk van de airbrush."

De box EPs is uit bij Hannibal/Munich; de hommage-cd The Different You: Robert Wyatt e noi bij Mercury Italië. Momenteel loopt op Radio 1 in Cucamonga een reeks over Robert Wyatt. Nog afleveringen op 10 en 17 mei.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234