Maandag 30/01/2023

'Vandaag zijn het zeemlappen'

Nooit een betere mop verteld, kennelijk. Bulderen doen ze in de Gentse beschutte werkplaats Ryhove als we ons op de werkvloer aankondigen met 'ik ben niet zo handig'. 'Dat is hier een voorwaarde,' lachen ze en schokken nog minuten na. Twee dagen werkten we mee in de ateliers. Etiketten kleven, enveloppes vouwen, folders 'verzamelen', washandjes in kartonhouders proppen, telefoons losschroeven, tapijtstaaltjes schoonvegen. Twee vuistregels hadden we van een bediende meegekregen. 'Eén: ga thuis naar het toilet, want hier is het bijna constant bezet met rokers. Twee: probeer rond vier uur niet om van de uitgang naar binnen te komen, je wordt vermorzeld.'

Marijke Libert / Foto's Tim Dirven

Zijn lippen wijken wat in rusttoestand, de tanden die verdwenen kregen geen vervangers. Wat rest van zijn gebit heeft zich ongedisciplineerd verzameld in de benedenverdieping van zijn mond. Edgard: ik schat hem vijftig, maar hij kan ook vijfendertig zijn. We zitten tegenover elkaar, hij knikt bemoedigend wanneer de band voor de achtste keer stopt dat uur, de achtste keer door mijn schuld.

Wij zitten op de afdeling 'demontage'. Ik schroef de bel van de telefoons, Edgard haalt de kiesschijf eraf en verderop worden de in file staande oude toestellen voort leeggeplukt tot hun karkas in een container onderduikt. Ruim tweeduizend telefoons trekken hier dagelijks voorbij, ruim tien mannen en vrouw ontmantelen de ingeleverde toestellen van Belgacom. In een voorzichtige hang naar stachanovisme heeft iemand de resultaten van het harde werken op de muur geprikt. Heden 2100, gisteren 2300. Niet dat we hiermee extra druk willen uitoefenen, meent coördinatrice Cindy. Nee, het is gewoon om de werkenden in te lichten over wat ze die dag hebben gepresteerd. Wie uren aan de band zit, begrijpt wat ze bedoelt. Het doet inderdaad deugd te weten hoeveel je hebt vernield.

Belgacom is al jaren klant, zo mag blijken uit de anciënniteit van Edgard, die in Ryhove niet veel anders heeft gedaan dan losschroeven maar niettemin wild van werklust blijft. Hij ziet een rood toestel, een groen of een blauw en plukt het van de band. "Kijk," zegt hij, "wow." Zo verwonderd is hij, zo gedreven gaat hij na elke koffie- of plaspauze weer aan het loswrikken dat je zou zweren dat hij nog maar eergisteren fris op die stoel was gezet. "Nee hoor," verduidelijkt hij met een tongval die pas na lange luisteroefentijd verstaanbaar wordt. "Al zes jaar werk ik hier. En ja, ik doe dit heel, heel graag."

De werkplaats Ryhove in Gent beschut zo'n 250 mensen en is een van de 69 plaatsen waar personen met een handicap aan de slag kunnen tegen een percentage van het minimumloon. Uiterlijk verschilt dit bedrijf in niets van een ander. Magazijnen, drukkerij, montage, toelevering, personeelsdienst, kantine, prikklok. De werknemers hebben dezelfde blauwgrijze stofjassen aan als hun collega's in andere bedrijven en allemaal zitten ze ijverig aan hun bank, hun band, hun tafel, hun stapels werk.

Alleen wie echt zijn ogen opentrekt ziet de verschillen. De gangen zijn iets breder, het toilet is bereikbaar voor rolstoelen, tafels en stoelen zijn gemaakt op de maat van de rijdende, te kleine, wankele of anders gemaakte medemens. Je ziet hoe een magazijnier zich trekkebenend voortbeweegt en secondenlang plaatsneemt naast een pilaar, de ogen ten hemel gericht. Je ziet dwergvrouwtjes aan de tafel van de verzendingsdienst op een hoge kruk staan en oudere mannen door de gang schuifelen, voetje voor voetje, het hoofd naar beneden. Je praat tegen iemand en krijgt geen woord terug, enkel een lieve glimlach en onbegrijpelijke gebaren. Doofstom. Je kijkt naar het vrouwtje dat 's middags een hele minuut doet over één hap en dat haar koffie met een rietje drinkt. Je ziet hoe de werkgemeenschap hier gebocheld of op krukken maar niettemin in zeven haasten naar de kantine trekt. Tien minuten hebben ze voor de koffie, het is dus rushen. Zoals het om vier uur ook een regelrechte spurt is richting exit.

Pas na een tijdje begint de aparte hiërarchie duidelijk te worden: je hebt een bovenlaag van werknemers die je evengoed in het reguliere circuit zou situeren, je ziet ook de gradaties eronder, tot en met de mensen die traag maar gedisciplineerd hun dingetje doen. En hoe lager de mensen tegen de grond zitten, hoe hoger hun functie, zo lijkt het wel. Wie hier rondrolt, de fysiek gehandicapten dus, bekleden de hoogste plaatsen.

Ook Astère Roegiest verplaatst zich op wielen door de verschillende ateliers en magazijnen. Roegiest is de door zijn werknemers op handen gedragen directeur en met nog een Vlaamse collega de enige gehandicapte die zo'n hoge functie bekleedt in een werkplaats. "Goedemorgen mijnheer," horen we als uit één mond als hij om negen uur zijn werkvolk even gedag komt zeggen. "Een sympathieke mens," zegt Carine van de 'verzameling'.

"Ik weet, ik ben een van hen, dat voordeel heb ik inderdaad," stelt Roegiest. Geen betere baas dan hij die zichzelf ooit beschut moest weten en die begrijpt wat het is in zekere mate begrensd te zijn. Roegiest houdt niet van de term 'beschutte werkplaats', hij heeft het liever over 'beschermde' maar vindt ook dat woord eigenlijk niet zo gepast. "Weet je wat? Hou het op 'overdekte werkplaats'," zegt hij en lacht. "Wat is tenslotte het onderscheid met een ander bedrijf? Goed, wij werken met een specifieke groep van mensen waarvoor er geen plaats is op de reguliere arbeidsmarkt. Een belangrijk verschil is dat wij hier werk zoeken afhankelijk van die doelgroep, terwijl men in een zogenaamd gewoon bedrijf vertrekt vanuit het product en de werknemer zich maar moet aanpassen."

Woensdagochtend. Vouwblaadjes van Broederlijk Delen passeren op de band in Hans' atelier. Met een tiental vrouwen graaien we naar de drukwerkjes en kleven er stickers op met adressen. De familie Maes uit Lede, Instituut Heilig Hart... Arlette heeft er een trucje voor. Een klevertje op elk van haar vijf vingers, zo komt ze sneller vooruit. "Het is wel best dat mijn dokter dit niet ziet," zucht ze na een uur etiketteren. "O nee, rechter plakken, op het lijntje," corrigeert ze me. "Het moet juist zijn, hé!" Ze kijkt om naar de begeleider. "Hij is streng, hoor." Haar dokter? "Ik ben snel overspannen," zegt ze, "en ik heb al eens een depressie gehad."

"Klevers zijn op", schreeuwt iemand. Een paar tafels verderop laat een jongeman een luide boer. "Pardon!", schreeuwt zijn buurvrouw. "Groeten van mijn eetzak," grinnikt veroorzaker. "Hé daar! Koest!", roept de begeleider.

De mensen die hier werken worden wel anders aangepakt. De begeleiders zijn direct en alert, maar nooit wordt er gedreigd. Roegiest: "De mensen worden hier inderdaad wel meer beschermd tegen buitenwereld, tegen werkdruk en voor een stuk ook tegen zichzelf. Wij zullen bijvoorbeeld ook niet snel overgaan tot ontslagen. Bij onwettige afwezigheid wordt men drie keer gewaarschuwd voor men de bons krijgt. Zo geven wij mensen de kans om zich te herpakken. Er wordt ook rekening gehouden met hun handicap. We werken voor een stuk ergonomisch. We gaan na hoe we een werkpost kunnen organiseren met het oog op een bepaalde handicap. Een dwerg moet je een betere, hogere stoel geven aan de band, iemand met slechts één arm moet je een aangepaste taak geven, je moet rekening houden met de specifieke vereisten van rolstoelgebruikers inzake toegankelijkheid en evacuatie."

Op de werkvloer wordt de laatste jaren wel geklaagd over de toenemende werkdruk. Het tempo is ook bepaald hoog. Aan de band bij de telefoons is het hard doorwerken en af en toe slaan de stoppen wel eens door. Een tijdje geleden, zo vertelt ons een begeleidster, werd het een arbeider echt te veel. Hij was zo over zijn toeren dat hij niet meer vroeg om de band stil te leggen maar een tang nam en de draad van de elektriciteitstoevoer doorknipte. Werknemers van beschutte werkplaatsen hebben zo hun manier om hun klacht kracht bij te zetten.

Roegiest: "Ik geef toe dat de druk verhoogt en hetzelfde geldt ook voor de moeilijkheidsgraad van de werkopdrachten. We moeten dus opleiding geven en de begeleiding versterken. In principe kunnen we echter alle arbeidsintensieve, repetitieve werkzaamheden van een toeleveringsbedrijf aan."

Net als andere bedrijven heeft ook een beschutte werkplaats last van concurrentie. Roegiest: "Onze belangrijkste concurrenten zijn de gevangenissen. Daar moet men namelijk geen loon uitbetalen. Wij doen dat wel én wij betalen werkgeverslasten. Daardoor kunnen zij goedkoper werken dan wij, terwijl we toch hetzelfde soort werk doen, voor hetzelfde soort klanten. Hetzelfde probleem vormen de dagcentra, de bezigheidshomes en de psychiatrische instellingen."

Werkplaatsen komen ook al eens in het vaarwater van de 'normale' bedrijven. Roegiest: "Dat klopt. Wij hebben bijvoorbeeld een eigen drukkerij en daar heeft de federatie van de Belgische grafische sector het niet zo op begrepen. Omdat wij toch met lagere loonkosten zitten en eenzelfde aanbod kunnen verzorgen, worden we als dubieuze concurrenten aangezien. Anderzijds is het ook zo dat ik graag mensen uit die sector uitnodig om ze te tonen welk rendementsverlies er bij ons aan de drukpersen is, omdat we nu eenmaal werken met mensen die een handicap hebben. Het duurt dus veel langer vooraleer bij ons papier ingezet wordt, een plaat is gewisseld, een inktwisseling gebeurt.

"Kijk, het probleem is duidelijk: het is weer een centenkwestie. De overheid heeft de voorbije jaren een aantal subsidies afgebouwd. We werken intussen steeds meer in een economische omgeving, hoewel we een vzw zijn. Tegen het einde van het jaar moeten we het break-even-point bereiken. Het rendement moet omhoog en dus ga je automatisch de werkdruk verhogen. Sinds 1 januari 1997 zijn we verplicht om tachtig procent van het minimumloon uit te betalen. Wat wij momenteel nog overhouden is de loonsubsidie. Je kunt grosso modo stellen dat de overheid zo'n 243 frank per uur per gehandicapte investeert. Daarnaast heb je nog kadersubsidies voor directeur, assistenten, maatschappelijk werker en bedienden."

Vandaag zijn het zeemlappen." Het is Arlettes groet op donderdagochtend. Gisteren hadden wij beiden al niezend wollende shampoosponsen in kartonnen houders gepropt en op de band gelegd. Honderden, misschien wel duizend moeten er door onze handen zijn gegaan. Van spons naar zeemlap nu: het is een kleine stap. Voor Arlette ook een uitdaging die haar de rest van de ochtend in een bijna euforische stemming brengt. "In vier plooien, dat doe ik zo graag," en ze zet zich met frisse moed achter een met gele klamme doeken bedekte tafel.

"Niets is belangrijker voor deze mensen dan te mogen komen werken," zegt coördinator Henk. "Het is vast onderdeel van hun dagindeling en het geeft hen de mogelijkheid zich sociaal te manifesteren."

In principe moet de werkplaats ook als bedoeling hebben: betere werknemers laten doorstromen naar de reguliere markt, maar daar komt in werkelijkheid weinig of niets van terecht. "Ik zal heel eerlijk zijn," zegt Roegiest. "Ten eerste heb ik geen zin om mijn beste mensen uit te besteden, zij zorgen mee voor mijn rendement. Ten tweede trekken ze het zelf hier niet graag weg. Velen keren na een tijdje met hangende pootjes terug. Hier zijn die mensen de toplaag, maar in het gewone circuit zitten ze helemaal onder aan de ladder, ze worden vaak zelfs belachelijk gemaakt. Het zijn al mensen die makkelijker lijden onder stress. Dus, tja, op een dag staan ze hier weer en wij laten ze altijd weer graag binnen."

"Awel, Cindy, is die kleine in de wc gevallen?" Andres is de grappenmaker van de band, Cindy fungeert als zijn gewillige slachtoffer. "Zijt ge nu nog niet zwanger?", vraagt hij telkens als ze zich in het atelier verplaatst. Ze laat hem grappen en werkt gedreven verder. Stephan uit Waarschoot is deze week de risee van de groep: sinds ze in zijn dorp een dolle koe hebben gevonden, wordt hij er min of meer mee gelijkgesteld.

Tussen grap en ruzie - de grens is niet altijd duidelijk - evolueert de namiddag langzaam naar vier uur. Een horloge heb je niet nodig, de man vooraan aan de band meldt: "Nog vijfendertig minuten, nog drieëntwintig, nog vijftien." Alana Dante en Céline Dion, na uren schroeven dram je gewoon door op de tonen van Radio Don-náááá. En dan de bel. Nog nooit mensen zo snel zien wegspurten. In minder dan tien seconden is de werkplaats desolaat. Dertig seconden na de bel rijdt de eerste auto weg. De mensen komen graag naar hier maar ze snellen nog liever weer weg.

Echte werklustigen vinden we in het atelier van Lieve. 'Bienvenue dans notre habitat Gyproc' meldt de folder die we in krappe enveloppes passen, Carine en ik. We sakkeren om beurt maar geven niet op. Een paar meter verderop zitten de ritssters. Een achttal vrouwen heeft postgevat achter bergen ritsen. Ze zetten er tussenstukken op en controleren of alles wel dichtritst zoals het hoort. "Het zijn trouwe werkers, vaste," verduidelijkt Lieve. "Nooit krijg ik die van hun tafel weg voor een andere taak. Sommigen doen dit al meer dan zes jaar, elke dag opnieuw en als de voorraad tijdelijk op is en ze tussendoor een nieuwe opdracht krijgen, belanden ze bijna in een depressie."

Carine klaagt: het is wel hard werken voor zo'n klein loon, vertrouwt ze me in alle stilte toe. "Ik woon gelukkig nog bij mijn moeder. Als ik alleen zou wonen, zou ik echt niet rondkomen."

Roegiest: "Het probleem is dat wij - anders dan de sociale werkplaatsen die werken met ex-gedetineerden of ex-verslaafden - niet ressorteren onder het ministerie van Tewerkstelling maar wel onder dat van Welzijn. Terwijl wij toch geen zorgsector zijn, maar een tewerkstellingssector. Wij spreken niet van aantallen bedden zoals in rusthuizen of in homes, wij spreken over arbeidsplaatsen. Maar wij blijven onder die koepel zorg zitten, waar we ons niet thuis voelen. Het gaat hem hier overigens om zo'n elfduizend mensen in Vlaanderen, verspreid over 69 werkplaatsen. Dat is veel.

"Goed, wij hebben een sociaal doel voor ogen, maar ik blijf erbij dat arbeid voor een gehandicapte van primordiaal belang is voor de integratie en dat je precies daarom de arbeidssituatie nader moet bekijken en niet de verzorging. Maar met de juiste ingesteldheid natuurlijk. Oké, renderen, zeg ik, maar niet met de chronometer in de hand. Oké, een belangrijke omzet betrachten, maar niet door er met de zweep op te zitten.

"Het blijft natuurlijk een beetje op een lijntje lopen. Ik voel me iemand die balanceert op een sociaal-economische koord. De ene keer ben ik de manager die zware beslissingen moet nemen, het volgende moment moet ik een schouder hebben waar mensen hun hoofd op komen leggen. Dat switcht soms in tien minuten tijd. Maar het is enorm boeiend, een ongelooflijke baan. Iedereen moet echter zijn verantwoordelijkheid nemen, ook de overheid. Trouwens, een werkkracht bij ons kost minder aan de overheid dan indien hij werkloos was geweest. Een gehandicapte hier kost 350.000 frank per jaar aan de staat, als werkzoekende kost die minstens 600.000 frank. En de return die men heeft van die tewerkstelling bij ons is groot: BTW, werkgeverslasten, noem maar op. Momenteel voeren de vakbonden actie, ze eisen dat per 1 juli 1998 de honderd procent van het minimumloon wordt uitbetaald, in plaats van de huidige tachtig procent."

De vijftigjarige Rita zal het wel een zorg zijn. Traag trekt ze door de gang van het warme middagmaal (bouletten met friet, tomatensaus met champignons) naar Lieves werkkamer. "Twintig," antwoordt ze op de vraag hoe lang ze hier al rondhangt. "En als het kan hetzelfde werk. Plooien," zegt ze en schuift weer op haar stoel, begint zonder omkijken aan de arbeid. Heel traagjes plooit ze de folders van Gyproc in twee en nog eens in twee, dan duwt ze het lipje in een voorgesneden gleuf. Bij elk foldertje kijkt ze tevreden op, het duurt minuten maar het werk is perfect.

De folder zal uiteindelijk door vijf paar handen gaan voor hij geadresseerd in dozen wordt weggebracht. Vijf paar beschutte handen: denk er even aan voor u weer eens zo'n fijn geplooid reclamefoldertje recht van de brievenbus in de papierbak voorsorteert.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234