Zondag 01/08/2021

Vandaag wildplasser, morgen gangster

null Beeld kos
Beeld kos

"De redelijkheid is behoorlijk ver zoek in de GAS-wet die morgen ter stemming gaat", schrijven postdoctoraal onderzoeker Diederik Cops, docent jeugdcriminologie Stefaan Pleysier en gewoon hoogleraar jeugd- en welzijnsrecht Johan Put, die verbonden zijn aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC) van de KU Leuven. Deze tekst is gebaseerd op een onlangs in het tijdschrift Panopticon gepubliceerd artikel.

Nu de plenaire Kamer zich morgen definitief buigt over het wetsontwerp en de uitbreiding van het systeem van de gemeentelijke administratieve sancties (GAS), nemen de partijen in het debat opnieuw stelling in. Daaruit blijkt nog steeds een grote onvrede met en diepe kritiek op het nieuwe wetsontwerp. Het debat blijft actueel, ook al werd het wat geschuwd op het forum waar het bij uitstek zou moeten worden gevoerd, het parlement. Omdat de argumenten van voor- en tegenstanders van het GAS-systeem en de geplande wetswijziging vaak worden herleid tot een stellingenoorlog, doen we een poging om 'voorbij de slogans' te denken.

Laat ons beginnen met het erkennen dat steden en gemeenten onmiskenbaar bevoegd zijn voor de lokale veiligheid en openbare orde. De aanpak van reële samenlevingsproblemen en de verhoging van de leefbaarheid in de stad of gemeente is een legitieme, lokale bezorgdheid. Maar een legitiem doel impliceert niet noodzakelijk ook een deugdelijk middel. Zo stellen zich bij het huidige GAS-systeem en de voorgestelde wijzigingen een aantal juridische en maatschappelijke vragen waar voorstanders vaak stilzwijgend omheen fietsen. Uiteraard zijn er steden waar GAS spaarzaam en doordacht wordt ingezet, als sluitstuk van een breder veiligheidsbeleid, en met oog voor de grenzen van het wettelijke kader. Dat stemt hoopvol, omdat het laat zien dat een evenwichtig en rechtmatig GAS-beleid mogelijk is. Maar dat volstaat niet: het kader zelf dient stevig en deugdelijk te zijn zodat paal en perk kan worden gesteld aan meer bekritiseerbare praktijken.

Op juridisch vlak is waakzaamheid over het principe van de scheiding der machten geboden: is daar nog sprake van wanneer een lokale overheid binnen het GAS-systeem kan optreden als wetgever, vaststeller, 'parket', beslissende instantie, benadeelde partij, begunstigde ontvanger van de boetes en uitvoerder van de maatregelen? Ten tweede valt de grote discretionaire ruimte (interpretatievrijheid, nvdr) van lokale overheden op. Door het vage federale kader hebben gemeenten nagenoeg carte blanche bij het bepalen van de feiten die ze willen beboeten, wat tot rechtsonzekerheid leidt en de grenzen van de rechtsgelijkheid aftast.

Maar ook de vaststellers hebben een (te) grote vrijheid om bepaalde gedragingen, gezien de vaak vage omschrijvingen in de politiereglementen, te verbaliseren. Bij de voorbeelden die de afgelopen tijd de media haalden rijzen vragen naar het maatschappelijke draagvlak van sommige van deze reglementen. Volstaat het in dat opzicht te verwijzen naar het democratische maar voor burgers vaak ondoorzichtige proces waarin deze politiereglementen tot stand komen, of vereist legitimiteit een breder draagvlak door jongeren te laten participeren bij het tot stand komen van een dergelijk systeem?

Leeftijdsverlaging
Dit brengt ons bij enkele maatschappelijke vragen, te beginnen bij de verlaging van de leeftijd naar 14. Voorstanders van deze leeftijdsverlaging zien in het GAS-systeem een instrument om vroegtijdig in te grijpen en toekomstige 'criminele carrières' van jonge overlastveroorzakers in de kiem te smoren. De GAS-boete is dan een stok achter de deur om jongeren via een bemiddeling 'vrijwillig' te bewegen in de richting van een gemeenschapsdienst of een of andere vorm van hulpverlening.

Niet alleen kun je je afvragen of het principe van bemiddeling zo niet op ongeoorloofde manier wordt uitgerekt, ook de redenering zelf is 'vals'. Ze veronderstelt immers dat wie vandaag na een avondje stappen wildplast of lawaaioverlast veroorzaakt, zonder GAS als 'stok achter de deur', morgen verder afglijdt richting ernstige delinquentie. Dat plegers van ernstige criminaliteit mogelijk begonnen met kleine vormen van overlast, wil niet zeggen dat elke overlastpleger per definitie ook een delinquente carrière zal uitbouwen. In deze redenering schuilt bovendien ook het gevaar dat de eerder vermelde discretionaire ruimte leidt tot het viseren van bepaalde groepen jongeren en 'bekenden' in de publieke ruimte.

Op basis van deze vaststellingen formuleren we vier aanbevelingen voor een evenwichtiger lokaal overlastbeleid. Vooreerst is het noodzakelijk dat het GAS-systeem meer respect toont voor fundamentele rechtsbeginselen. Ten tweede is een afgebakende omschrijving van 'overlast' nodig waarbij enkel effectief overlastgevend gedrag en niet het gedrag dat potentieel kan leiden tot overlast wordt aangepakt. Dit veronderstelt een duidelijk omschreven lijst van te bestraffen overlastfeiten op het federale niveau, en een procedure om de lokale politiereglementen te toetsen aan die federale wetgeving en de fundamentele rechtsbeginselen.

In het verlengde daarvan pleiten we ook om voor minderjarigen de zogenaamde 'gemengde inbreuken' uit het GAS-systeem te halen en exclusief voor te behouden voor de jeugdrechter. Ten derde maakt een integrale aanpak van de overlastproblematiek, van preventie tot eventueel repressie, meer kans wanneer men aandacht heeft voor zowel de pleger als de klager, en de interactie tussen beide partijen. En ten slotte blijft het aangewezen om een wetswijziging te laten afhangen van een grondige reflectie over de efficiëntie en effectiviteit van het bestaande systeem, onder andere op basis van wetenschappelijk onderzoek. Het is bevreemdend vast te stellen dat het huidige wetsontwerp wordt voorgesteld zonder wetenschappelijke inzichten over de deugdelijkheid en effectiviteit van de bestaande GAS-praktijk.

null Beeld kos
Beeld kos
null Beeld kos
Beeld kos
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234