Maandag 14/06/2021

Vandaag boeken we resultaat op het terrein. Dat zijn harde feiten

Strijd tegen aids bereikt na jaren 'keerpunt'

Peter Piot kon deze week een weliswaar niet afgeronde, maar toch mooie erfenis nalaten na dertien jaar aan het hoofd van UNAids. Tijdens de VN-top over aids werd het nieuwste rapport gepresenteerd. Er is echt vooruitgang geboekt. Of hoe jarenlange investeringen en strijd tegen de ziekte eindelijk vruchten afwerpen. Door Nathalie Carpentier

"Toen ik deze job destijds aanvaardde, had ik drie doelen voor ogen. Eén, aids op de agenda zetten. Twee, een brede coalitie vormen. En drie, geld voor die zaak mobiliseren." Het was met gepaste trots dat de Belg Peter Piot deze week op de high level-meeting van de VN over aids in New York in zijn laatste jaar als hoofd van UNAids ook goed en hoopvol nieuws kon voorleggen.

"Op het terrein beginnen we eindelijk echte resultaten te zien in bijna elke regio. Resultaten waarover velen ooit zeiden dat ze nooit geboekt zouden worden omdat het probleem ontkend werd of omdat er niet genoeg geld voorhanden was, omdat het gezondheidssysteem te zwak was of omdat men ervan uitging dat mensen hun medicijnen toch niet tijdig zouden nemen.

"Stel je voor wat er gebeurd zou zijn als we hadden gewacht tot al die problemen waren opgelost: hoe zou het dan gesteld zijn met de drie miljoen mensen die vandaag aidsremmers krijgen? De meesten van hen zouden vandaag niet meer leven."

Anno 2008 maken velen, zij het voorzichtig, zelfs gewag van een keerpunt in de strijd tegen aids. Tussen 2001 en 2007 daalde het aantal doden ten gevolge van aids van 3,9 naar 2,1 miljoen, een halvering in zes jaar tijd. Ondanks blijvende lokale stijgingen in verschillende regio's is het globale aantal nieuwe infecties per jaar gedaald van 3,2 naar 2,5 miljoen in tien jaar tijd. Waar in 2005 nog maar 14 procent seropositieve zwangere vrouwen aidsremmers kreeg om de overdracht naar hun foetus tegen te gaan, was dat in 2007 al 34 procent.

En vooral, exponentieel veel meer patiënten in ontwikkelingslanden krijgen nu een behandeling. Vandaag krijgen wereldwijd drie miljoen patiënten uit die landen de levensnoodzakelijke aidsremmers, zeven jaar geleden waren dat nog maar amper 200.000 patiënten. Dat blijft nog altijd slechts een derde van het aantal patiënten die ze nodig hebben, veel te weinig dus, maar zelfs pessimisten kunnen de geboekte vooruitgang niet ontkennen.

Dat laatste is een positieve evolutie die velen tien jaar geleden niet voor mogelijk hielden of durfden houden. De ommekeer kwam er ook pas na moeizame en niet aflatende acties van aidsactivisten met steun van onder meer Oxfam en Artsen Zonder Grenzen. Seco Gerard van Artsen Zonder Grenzen, die zelf jarenlang campagne voerde, ziet twee veranderingen die de doorslag hebben gegeven.

"De prijzen van de medicijnen zijn enorm gedaald. Tegelijk is er veel meer geld beschikbaar gekomen. Zolang de aidsremmers zo duur waren, twijfelden de meeste actoren en donoren eraan om te starten met een behandeling van mensen in die regio's. Een therapie kostte eind jaren negentig nog 10.000 dollar per jaar per patiënt, voor het goedkoopste merkgeneesmiddel. Dat is onbetaalbaar."

Toen de torenhoge prijzen hoe langer hoe meer in vraag werden gesteld, durfden ook meer actoren geld op tafel te leggen. De impact van het engagement van veel aidspatiënten zelf kan daarbij geenszins onderschat worden, onderstreept aidsexperte Marie Laga van het Antwerpse Tropisch Instituut. "Hun gepassioneerde activisme heeft de zaak mee in beweging gebracht. Dat is ook het unieke aan aids: hoe patiënten hun ziekte hebben weten om te zetten in positieve energie."

"Die civil society, zeker in Brazilië en Thailand in de jaren negentig en later ook in Afrika, was heel sterk", beaamt Gerard. Die beweging richtte haar pijlen op de erg goed werkende cocktail aidsremmers die midden jaren negentig beschikbaar werd. Tenminste, beschikbaar in het westen, voor de rest van de wereld was het onbetaalbaar. "De patiënten waren vastberaden: wij willen niet zomaar sterven, wij willen ook toegang tot die medicijnen."

Onder druk van de burgers maakte de Braziliaanse regering de aidsbestrijding tot 's lands medisch-sociale topprioriteit en bedacht een creatieve uitweg voor de torenhoge prijzen. "Brazilië wilde patiënten gratis aidsremmers geven, dus begonnen ze zelf lokaal generische geneesmiddelen aan te maken. Dat kon omdat er toen nog geen patenten golden op de bestaande aidsremmers." De medicijnen uit de staatslabs hoefden niet onder te doen voor die van multinationals. "Zo kon Brazilië de kost per patiënt en per jaar terugschroeven tot 2.000 dollar."

Producenten van generische medicijnen uit India forceerden een volgende doorbraak, zegt Gerard. "India was een specifiek geval: zij beschikten over een grote productiecapaciteit, waardoor ze gemakkelijk generische varianten konden aanmaken, vooral voor export." Die generieke Indiase aidsremmers drukten de prijs verder, ze kwamen op de markt voor ongeveer 800 dollar per patiënt per jaar.

Weer een overwinning, maar in 2001 volgde nog een krachtmeting met de farma-industrie. De farmaceutische multinationals spanden een rechtszaak aan tegen de Zuid-Afrikaanse regering om te verhinderen dat die goedkope, nagemaakte aidsmedicijnen op de markt zou brengen.

Aidsactivisten brachten een indrukwekkende tegenbeweging op de been, het draaide uit op een pr-ramp voor de industrie, die uiteindelijk besliste om het zo te laten. "Dat proces heeft toen erg duidelijk gemaakt hoe groot de negatieve impact was van patenten op de toegankelijkheid van medicijnen voor arme patiënten", zegt Gerard. "In de Dohaverklaring van de vergadering van de Wereldhandelsorganisatie in 2001 werd beslist dat landen de internationale Tripsakkoorden over intellectuele eigendom wel moeten implementeren maar dat elk land daar flexibel in mag zijn.

"De ontstane concurrentie tussen de producenten zorgde voor een verdere daling van de prijzen. Toen ook het Global Fund to fight Aids, Tuberculosis and Malaria werd opgericht op de G8-top in Genua, vloeiden twee bewegingen samen: er waren goedkopere middelen beschikbaar en er kwam geld op tafel. Vandaag zijn de generieke aidsremmers beschikbaar voor 100 dollar per jaar per patiënt."

De financiering voor hiv- en aidsprojecten in landen met een lager en gemiddeld inkomen oogt vandaag ook stukken hoopvoller. In 2007 bedroeg het totaal beschikbare bedrag globaal 10 miljard dollar, dat is 12 procent meer dan in 2006 en een tienvoud van tien jaar geleden. Tussen 2005 en 2007 verdubbelden ook de binnenlandse uitgaven aan hiv in de betrokken landen.

Het Global Fund is goed voor een vijfde van alle internationale financiering van de strijd tegen aids. "Het was een andere manier om geld te investeren in ontwikkelingslanden en dan nog specifiek voor gezondheidsprojecten", aldus Gerard. "Het was veel doeltreffender en Global Fund slaagde erin geld te mobiliseren."

Marleen Temmerman, zelf jarenlang werkzaam in aidsbestrijding in Afrika, reageerde aanvankelijk sceptisch bij de oprichting van het Global Fund. Ze kende het werkterrein en de problemen ter plaatse dan ook door en door. "Toen ik hoorde dat men daar een verticaal aidsprogramma wilde lanceren met dure medicijnen, waarvan de opvolging ook nog eens gemonitord moest worden, dacht ik: dit wordt een ramp. Hoe kun je zoiets op touw zetten in landen waar de basisgezondheidszorg niet eens verzekerd kan worden?

"Vandaag moet ik toegeven dat het gelukt is, er is een keerpunt bereikt", aldus Temmerman. "Mede daardoor zijn ook de ambities van het '3 by 5'-initiatief waargemaakt. Bedoeling was tegen 2005 drie miljoen mensen uit ontwikkelingslanden te behandelen met aidsremmers. Eind 2005 waren het er echter nog maar 300.000. Toen leek het einddoel nog ver, maar vandaag is dat cijfer van drie miljoen bereikt, van wie twee miljoen patiënten in Afrika.

"We hebben ook vrij snel aidsremmers gegeven aan seropositieve zwangere vrouwen in het kader van studies", vervolgt Temmerman. "Voor andere nieuwe medicijnen is het ondenkbaar dat je die zo vroeg aan die kwetsbare groep gaat toedienen. Uit een eerste studie bleek de overdracht van hiv naar het kind zo te dalen van 25 naar 8 procent. Met de nieuwe medicijnen is de overdracht zelfs verminderd tot 1 procent."

Ook al is iedereen het erover eens dat de strijd nog lang niet gestreden is en blijven de uitdagingen voor de toekomst nog steeds bijzonder groot (zie kader), het gaat wel de goede richting uit, beaamt Marie Laga. Ze merkt dat op het terrein veel meer patiënten zich laten testen op hiv. "Zeker in Afrika. Nu de behandeling ook daar beschikbaar wordt, betekent een positieve test niet meer het einde. Er is nog een uitweg, dat motiveert mensen. En wie seropositief is, blijkt zijn risicogedrag aan te passen."

De preventie werkt sowieso beter, besluit Laga. "Het publieke bewustzijn in de gemeenschappen zelf is toegenomen, er wordt veel meer over aids gesproken. Er groeit langzaam een generatie mensen die hun gedrag beginnen aan te passen. Reden is ook dat veel meer politieke leiders hun schouders zetten onder de strijd tegen aids. Dat is cruciaal."

Een vergelijkbare analyse over het belang van politieke maar ook economische steun maakte Peter Piot niet lang geleden in een interview met deze krant. "Vroeger dacht ik: als we de feiten maar op tafel kunnen leggen, dan zal dat de noodzakelijke verandering wel teweegbrengen. Dat was naïef. We zijn pas echt succesvol geworden sinds we aids in de politieke arena gebracht hebben.

"Vanaf 2000 zijn we met UNAids beginnen samenwerken met de algemene vergadering van de VN, de Veiligheidsraad, de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, de G8, het World Economic Forum, met de organisaties waar de macht zich bevindt. Dat heeft een geweldig verschil gemaakt. Anders stonden we nu nog nergens."

Peter Piot, directeur UNAids (tot eind 2008):

We zijn pas echt succesvol sinds we aids in de politieke arena gebracht hebben

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234