Zondag 21/07/2019

Vancouver

Jacques Rogge nam zijn bril af, perste de ooghoeken tussen duim en wijsvinger en zei: “Het is een droeve dag voor de olympische beweging.” Hij zei het met krakende stem. De dood van de Georgische rodelaar, Nodar Kumaritashvili, was een zware klap voor de Winterspelen. En voor het IOC. Toch ging de feeërieke openingsceremonie gewoon door. De Georgische atleten liepen dapper achter hun vlag aan, zij het met rouwband. De dood kan geen oponthoud zijn voor het meest megalomane feest van sport en commercie. De ontreddering van Jacques Rogge was oprecht. Hij heeft de laatste jaren iets van de gesteven treurigheid van wijlen koning Boudewijn over zich gekregen. Ce roi triste. Staatsie met pijn. Een losse babbel kost hem al moeite. Terwijl hij wel dag en nacht de kerkvorst zou kunnen uithangen over een club, al even rijk en machtig als het Vaticaan. Edoch: ascese staat voorop. Bij Jacques denk je niet aan warm eten. In tegenstelling tot zijn voorganger, Juan Antonio Samaranch, kun je deze IOC-voorzitter niet verdenken van indecent politiek gekonkel. Ja, hij was uiterst vlot in de omgang met de Chinezen voor de Spelen van Peking, maar dat is inmiddels iedereen. En nee, mensenrechten hebben geen prioriteit onder de olympische vlam, maar dat is meer overmacht, in de regie van de grootmachten Coca Cola en McDonald’s. Gewetenloos is hij zeker niet, de gewezen Gentse chirurg. Onder zijn leiding is het IOC niet langer de corrupte kliek die het vroeger wel was. Al blijven er nog dubieuze heerschappen zetelen in Lausanne. Of toch ijdeltuiten met dure vrouwen. Maar Rogge heeft het systeem ontregeld, en dat is in een wereld met kroonprinsenmoraal niet onverdienstelijk. Zowel bij de opening als de sluiting van Olympische Spelen houd ik altijd een beetje mijn hart vast. De IOC-voorzitter is bang voor grote woorden, ten diepste verlegen zelfs. Altijd zie je de gêne voor het eigen, hoge podium. Winterspelen. Zou hij zich, daar in Vancouver en omstreken, nog Belg durven te voelen? Op de landen aan de evenaar na, toch de onnozelste wintersportnatie ter wereld? Het land dat op de Spelen van 1998 in Nagano vertegenwoordigd was door welgeteld één atleet. De ingehuurde Hollander Bart Veldkamp. Vandaag hebben we niet veel meer te bieden, niet in het perspectief van medailleoogst. De shorttracker Pieter Gysel viel al door het ijs en kunstschaatser Kevin Van Der Perren overleeft zichzelf al jaren in ronkende verwachtingen. En dan zijn er nog een paar bobsleevrouwen die het Canadese landschap prachtig vinden en graag willen proeven van de sfeer in een olympisch dorp. Zolang veldrijden geen olympische sport is, hebben Belgen weinig te zoeken op Winterspelen. Het blijft gek dat Nederland wel een schaatsnatie is en wij niet. Zoveel verschillen de winters nu ook weer niet boven en onder de Moerdijk. En kan niet elke traditie heruitgevonden worden? Bijna de mooiste sport die ik ken, is ijshockey. Kunst en kracht, tactiek en venijn, mannen! In België stelt het niets voor. Kreupele competitie van amateurs. Hoe verweesd moet Rogge zich dezer dagen in Vancouver voelen. Ik weet wel, als zeiler was hij zelf een zomerkind. Maar in het paradijs van sneeuw en ijs wil je als grand commis de l’état toch eens een landgenoot tegenkomen. Niet eens een zanger, dus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden